Een tevreden lezer is geen onruststoker
'Alles is krankzinnig, maar toch zijn het twee gangbare personen: de tevreden lezer (die "geen onruststoker" is) en de geboren miesmacher die niets ziet, niets weet, nog nooit iets gelezen heeft (hij draagt wat een matglazen bril gelijkt) en precies schreeuwt wat er verwacht wordt.'
Gerard Reve in: Brieven van een aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p.258
vrijdag, maart 26, 2004
woensdag, maart 24, 2004
'Of er een daarginds is, of niet, dat weet niemand'
'Ik herinner mij een uitlating van Gerard den Brabander van slechts enkele jaren geleden, tijdens een ietwat schemerige gedachtenwisseling over Leven, Dood, en Eeuwigheid. "Als er daarginds geen kroegen zijn, interesseert het me geen bal", luidde toen zijn conclusie. Of er een daarginds is, of niet, dat weet niemand. Maar áls er een daarginds is, en als God Liefde is, dan zijn er daar ook kroegen. Amen.' Valse pathetiek of echte pathetiek, als het maar pathetiek is. Gevoel desnoods zo vals als schuim -als het maar gevoel is. Zo denk ik erover.'
Gerard Reve in Brieven aan Frans P. 1965-1969 Utrecht MCMLXXXIV p.76
'Ik herinner mij een uitlating van Gerard den Brabander van slechts enkele jaren geleden, tijdens een ietwat schemerige gedachtenwisseling over Leven, Dood, en Eeuwigheid. "Als er daarginds geen kroegen zijn, interesseert het me geen bal", luidde toen zijn conclusie. Of er een daarginds is, of niet, dat weet niemand. Maar áls er een daarginds is, en als God Liefde is, dan zijn er daar ook kroegen. Amen.' Valse pathetiek of echte pathetiek, als het maar pathetiek is. Gevoel desnoods zo vals als schuim -als het maar gevoel is. Zo denk ik erover.'
Gerard Reve in Brieven aan Frans P. 1965-1969 Utrecht MCMLXXXIV p.76
dinsdag, maart 23, 2004
Wij zijn 'alleen maar God'
'De omgang met mensen is niet eenvoudig. Ik ben nu de ergste mensen kwijt, maar jij en ik zullen altijd belaagd blijven door mensen, die je weliswaar niet aktief in de grond willen stampen, maar je toch graag in hun eigen moeras onder water zouden willen medetrekken, waarin zij zelf bezig zijn te verzuipen. Als ze zeggen, dat niets zin heeft, dan hebben ze gelijk, maar dat geldt toch ook voor hun eigen gelul. Ons leven heeft geen zin in zichzelf: het krijgt pas zin als wij God er in herkennen. Wij zijn 'alleen maar God', om het ietwat paradoksaal uit te drukken.'
Gerard Reve in Brieven aan Frans P. 1965-1969 Utrecht MCMLXXXIV p.75
'De omgang met mensen is niet eenvoudig. Ik ben nu de ergste mensen kwijt, maar jij en ik zullen altijd belaagd blijven door mensen, die je weliswaar niet aktief in de grond willen stampen, maar je toch graag in hun eigen moeras onder water zouden willen medetrekken, waarin zij zelf bezig zijn te verzuipen. Als ze zeggen, dat niets zin heeft, dan hebben ze gelijk, maar dat geldt toch ook voor hun eigen gelul. Ons leven heeft geen zin in zichzelf: het krijgt pas zin als wij God er in herkennen. Wij zijn 'alleen maar God', om het ietwat paradoksaal uit te drukken.'
Gerard Reve in Brieven aan Frans P. 1965-1969 Utrecht MCMLXXXIV p.75
zondag, maart 21, 2004
zaterdag, maart 20, 2004
'Om veertien minuten voor tienen al naar Westerveld'
'Gisteren zag ik in de tuin een grijze nachtachtige vlinder met twee slurven driftig de bloesems van Afrikaantjes van honig ledigen. Ik bedacht dat die vlinder om kwart vóór zes al van Drees zou trekken, en om veertien minuten voor tienen al naar Westerveld zou moeten.'
Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.70
'Gisteren zag ik in de tuin een grijze nachtachtige vlinder met twee slurven driftig de bloesems van Afrikaantjes van honig ledigen. Ik bedacht dat die vlinder om kwart vóór zes al van Drees zou trekken, en om veertien minuten voor tienen al naar Westerveld zou moeten.'
Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.70
vrijdag, maart 19, 2004
"Niet verder dan in de hal'
'Over Liefde en levensgeluk praten en iets zeggen dat geen tautologie is, kan alleen als je van metafysische vertrekpunten uitgaat. Wetenschap is mooi en nuttig, als je haar maar niet verder binnenlaat dan in de hal.'
Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.51
'Over Liefde en levensgeluk praten en iets zeggen dat geen tautologie is, kan alleen als je van metafysische vertrekpunten uitgaat. Wetenschap is mooi en nuttig, als je haar maar niet verder binnenlaat dan in de hal.'
Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.51
donderdag, maart 18, 2004
woensdag, maart 17, 2004
'Zo is het'.
'Toch zijn we heel gelukkig, terwijl er een heleboel zijn die rustig zeggen dat er geen God is. maar dat is niet zo. Ik bedoel, die atheïsten die beweren dat God niet bestaat - dat komt alleen maar omdat zíj niet bestaan! Zo is het.'
Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.36
'Toch zijn we heel gelukkig, terwijl er een heleboel zijn die rustig zeggen dat er geen God is. maar dat is niet zo. Ik bedoel, die atheïsten die beweren dat God niet bestaat - dat komt alleen maar omdat zíj niet bestaan! Zo is het.'
Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.36
maandag, maart 15, 2004
'Een onstilbaar verlangen'
'Ik heb een onstilbaar verlangen naar vervoering, roes, naar iets dat mij zou kunnen betoveren en meevoeren: iets, waarvan ik zou kunnen erkennen, dat het groter was dan ik zelf. (En toch is het Koninkrijk binnen in U en 'reeds temidden van Ulieden'.
Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.34
'Ik heb een onstilbaar verlangen naar vervoering, roes, naar iets dat mij zou kunnen betoveren en meevoeren: iets, waarvan ik zou kunnen erkennen, dat het groter was dan ik zelf. (En toch is het Koninkrijk binnen in U en 'reeds temidden van Ulieden'.
Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.34
donderdag, maart 11, 2004
'Niet bizonder, maar wel ongewoon'
'Al met al heb ik een raar leven gehad, als ik erover nadenk. Niet bizonder, maar wel ongewoon, dat is misschien het juiste woord. Er schijnt in dat leven een voorzienigheid op te treden, niet een die mij ergens naar toe helpt of raad geeft, maar die mij steeds opnieuw aan iets doet ontsnappen zonder dat ik dat zelf weet. Vrolijker heeft die voorzienigheid mijn bestaan niet gemaakt, maar er misschien wel richting aan gegeven. Niettemin staan wij voor een raadsel; wij zien in de spiegel van duistere rede, en ik denk dat het ook zo moet zijn.'
Gerard Reve in: Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.71, 72
'Al met al heb ik een raar leven gehad, als ik erover nadenk. Niet bizonder, maar wel ongewoon, dat is misschien het juiste woord. Er schijnt in dat leven een voorzienigheid op te treden, niet een die mij ergens naar toe helpt of raad geeft, maar die mij steeds opnieuw aan iets doet ontsnappen zonder dat ik dat zelf weet. Vrolijker heeft die voorzienigheid mijn bestaan niet gemaakt, maar er misschien wel richting aan gegeven. Niettemin staan wij voor een raadsel; wij zien in de spiegel van duistere rede, en ik denk dat het ook zo moet zijn.'
Gerard Reve in: Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.71, 72
woensdag, maart 10, 2004
"Eigenlijk geloof ik maar één ding..."
' 'Eigenlijk", sprak ik langzaam, "eigenlijk geloof ik maar één ding... Ik geloof maar één enkel ding...'
'En dat is?..' vroeg professor Hemelsoet.
'Ik geloof maar één ding', herhaalde ik langzaam. Eén enkel ding...dat, nou ja...
"mijn hoop is in leven en sterven", zo heet dat toch...Eén enkel ding...Maar dat kan ik niet uitspreken...' Ik gevoelde mij duizelig worden. Er viel een zwijgen.'
Gerard Reve in Moeder en Zoon, Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.289
' 'Eigenlijk", sprak ik langzaam, "eigenlijk geloof ik maar één ding... Ik geloof maar één enkel ding...'
'En dat is?..' vroeg professor Hemelsoet.
'Ik geloof maar één ding', herhaalde ik langzaam. Eén enkel ding...dat, nou ja...
"mijn hoop is in leven en sterven", zo heet dat toch...Eén enkel ding...Maar dat kan ik niet uitspreken...' Ik gevoelde mij duizelig worden. Er viel een zwijgen.'
Gerard Reve in Moeder en Zoon, Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.289
zondag, maart 07, 2004
'Noch hij noch ik hadden dat beschikt'
'Het was te veel, alles wat ik in deze twee laatste sekonden dacht en gevoelde en tot een slotsom wilde voeren, maar op het bijna allerlaatste ogenblik, voordat ik de jongen zoude zien, en terwijl hij de laatste overloop onder mij reeds was gepasseerd, kwam er een wondere kalmte over mij, bijna weldadig als een vrede: er viel niets te besluiten, want het was noch de jongen zelf, die de beslissing had genomen mij te komen opzoeken, net zo min als het mijn eigen wil was geweest, die mij bewogen had op het station op het allerlaatste moment uit het treinportier mijn visitekaartje aan te reiken. Neen: hij was gekomen, en hij zoude weggaan -en heel misschien ooit, en naar alle waarschijnlijkheid nimmer meer terugkomen- maar noch hij noch ik hadden dat beschikt of zouden thans iets beschiken, omdat alles reeds, vóór alle tijden, door Iemand anders beschikt was geworden.'
Gerard Reve in Moeder en Zoon, Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.198,199
'Het was te veel, alles wat ik in deze twee laatste sekonden dacht en gevoelde en tot een slotsom wilde voeren, maar op het bijna allerlaatste ogenblik, voordat ik de jongen zoude zien, en terwijl hij de laatste overloop onder mij reeds was gepasseerd, kwam er een wondere kalmte over mij, bijna weldadig als een vrede: er viel niets te besluiten, want het was noch de jongen zelf, die de beslissing had genomen mij te komen opzoeken, net zo min als het mijn eigen wil was geweest, die mij bewogen had op het station op het allerlaatste moment uit het treinportier mijn visitekaartje aan te reiken. Neen: hij was gekomen, en hij zoude weggaan -en heel misschien ooit, en naar alle waarschijnlijkheid nimmer meer terugkomen- maar noch hij noch ik hadden dat beschikt of zouden thans iets beschiken, omdat alles reeds, vóór alle tijden, door Iemand anders beschikt was geworden.'
Gerard Reve in Moeder en Zoon, Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.198,199
vrijdag, maart 05, 2004
'Het einde der tijden schijnt wel op handen te zijn'
'Het wordt, denk ik, steeds moeilijker over enig ernstig onderwerp een gesprek te voeren, waarin de ander na acht seconden nog weet wat hij zojuist heeft gezegd. Het einde der tijden schijnt wel op handen te zijn.'
Gerard Reve in Verzameld Werk Deel 1 Amsterdam/Antwerpen 1998 p.647
'Het wordt, denk ik, steeds moeilijker over enig ernstig onderwerp een gesprek te voeren, waarin de ander na acht seconden nog weet wat hij zojuist heeft gezegd. Het einde der tijden schijnt wel op handen te zijn.'
Gerard Reve in Verzameld Werk Deel 1 Amsterdam/Antwerpen 1998 p.647
vrijdag, februari 27, 2004
'Ergens op een stenen brug
'In die nacht had ik opnieuw, als zo dikwijls, vastgesteld dat van huis uit mij nooit veel gelukt was. Als ik mijn jeugd opnieuw moest samenvatten, dan was dit het beeld: er was schraal, rossig zonlicht, laat in de namiddag, en ik stond ergens op een stenen brug, en het woei, fel en koud, zonder ophouden -misschien was daar wel de eigenlijke geschiedenis van mijn leven begonnen.'
Gerard Reve in Verzameld Werk Deel 3, Een Circusjongen Amsterdam/Antwerpen 1999 p. 45
'In die nacht had ik opnieuw, als zo dikwijls, vastgesteld dat van huis uit mij nooit veel gelukt was. Als ik mijn jeugd opnieuw moest samenvatten, dan was dit het beeld: er was schraal, rossig zonlicht, laat in de namiddag, en ik stond ergens op een stenen brug, en het woei, fel en koud, zonder ophouden -misschien was daar wel de eigenlijke geschiedenis van mijn leven begonnen.'
Gerard Reve in Verzameld Werk Deel 3, Een Circusjongen Amsterdam/Antwerpen 1999 p. 45
donderdag, februari 26, 2004
Je doel bereiken
'Je moest doen wat je kon doen, ja, dat was zo, en je moest datgene doen waarmede je de meeste kans had om je doel te bereiken. deed je méér, dan bereikte je niets méér, maar schoot je bijna altijd het doel voorbij.'
Gerard Reve, in Verzameld Werk deel 5 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.331
'Je moest doen wat je kon doen, ja, dat was zo, en je moest datgene doen waarmede je de meeste kans had om je doel te bereiken. deed je méér, dan bereikte je niets méér, maar schoot je bijna altijd het doel voorbij.'
Gerard Reve, in Verzameld Werk deel 5 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.331
woensdag, februari 25, 2004
dinsdag, februari 24, 2004
'Alles betekende iets'
'Alles betekende iets, meende Treger, en alles had met elkaar te maken. Was het waar dat iets wat geweest was niet meer bestond, zoals iedereen behalve hij geloofde? "De naam," dacht hij. "Wat is daarvan de naam?" Hij wist niet wat die plotselinge gedachte betekende.'
Gerard Reve in Bezorgde Ouders Utrecht/Antwerpen 1989 p. 51
'Alles betekende iets, meende Treger, en alles had met elkaar te maken. Was het waar dat iets wat geweest was niet meer bestond, zoals iedereen behalve hij geloofde? "De naam," dacht hij. "Wat is daarvan de naam?" Hij wist niet wat die plotselinge gedachte betekende.'
Gerard Reve in Bezorgde Ouders Utrecht/Antwerpen 1989 p. 51
maandag, februari 23, 2004
Een probaat middel
'Ik weet een middel om van een oude kop nog een betrekkelijk nieuwe te maken. Je wast des avonds je gezicht, wrijft het dan in met lanolinekrem, en gaat er dan mede voor een warmtelamp zitten. Dan naar bed. 's Morgens goed wassen en het resultaat valt werkelijk mede.'
Gerard Reve/Willem Nijholt Met niks begonnen Amsterdam/Antwerpen, tweede druk p.29, 30
'Ik weet een middel om van een oude kop nog een betrekkelijk nieuwe te maken. Je wast des avonds je gezicht, wrijft het dan in met lanolinekrem, en gaat er dan mede voor een warmtelamp zitten. Dan naar bed. 's Morgens goed wassen en het resultaat valt werkelijk mede.'
Gerard Reve/Willem Nijholt Met niks begonnen Amsterdam/Antwerpen, tweede druk p.29, 30
vrijdag, februari 20, 2004
Reisgebed
'O God. Ik sta op het punt op reis te gaan. Ik weet niet, of het misschien mijn laatste reis is. Ik wil U liefhebben. Ik hoop, dat ik onderweg niemand enig ongeluk of ander kwaad zal berokkenen. Ik wil proberen niet, of veel minder, te drinken. Ik sta voor U. Ik weet dat ik, of ik veilig zal aankomen dan wel onderweg verwonding, ziekte of dood zal vinden, altijd U toebehoor. Want in leven en sterven zijt Gij in mij, en ben ik in U. Ik ga nu weg. Vaarwel, o God'
uit: Gerard Reve, Brieven van een aardappeleter, Amsterdam 1993, vierde druk, p.94
'O God. Ik sta op het punt op reis te gaan. Ik weet niet, of het misschien mijn laatste reis is. Ik wil U liefhebben. Ik hoop, dat ik onderweg niemand enig ongeluk of ander kwaad zal berokkenen. Ik wil proberen niet, of veel minder, te drinken. Ik sta voor U. Ik weet dat ik, of ik veilig zal aankomen dan wel onderweg verwonding, ziekte of dood zal vinden, altijd U toebehoor. Want in leven en sterven zijt Gij in mij, en ben ik in U. Ik ga nu weg. Vaarwel, o God'
uit: Gerard Reve, Brieven van een aardappeleter, Amsterdam 1993, vierde druk, p.94
donderdag, februari 19, 2004
'Eén lange vlucht voor de Dood'
'Een mens kon zijn eigen zo gek maken als hij zelf wilde, maar wat had men daaraan? Gevaren, ja, die waren er, want het gehele leven was immers één lange en gevaarlijke reis, één bange vlucht dus, ja voor wat? Had ik dat ergens gelezen? Eén Bange Vlucht Voor De Dood? Waarschijnlijk wel, want zoiets bedacht je zelf niet, als je goed bij je verstand was.'
Gerard Reve in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.225,226
'Een mens kon zijn eigen zo gek maken als hij zelf wilde, maar wat had men daaraan? Gevaren, ja, die waren er, want het gehele leven was immers één lange en gevaarlijke reis, één bange vlucht dus, ja voor wat? Had ik dat ergens gelezen? Eén Bange Vlucht Voor De Dood? Waarschijnlijk wel, want zoiets bedacht je zelf niet, als je goed bij je verstand was.'
Gerard Reve in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.225,226
woensdag, februari 18, 2004
dinsdag, februari 17, 2004
'In den beginne was het Woord'
"Voor mij is het schrijven van een lange brief een magiese noodzaak. Alles boezemt mij angst en verlatenheid in, waar ik ook ben, maar ik kan de 'werkelijkheid' om mij heen door het schrijven bezweren. Zo enige regel uit de Schrift, dan is deze voor mij absoluut waar: 'In den beginne was het Woord.' "
Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders Utrecht/Antwerpen MCMLXXXV p.149
"Voor mij is het schrijven van een lange brief een magiese noodzaak. Alles boezemt mij angst en verlatenheid in, waar ik ook ben, maar ik kan de 'werkelijkheid' om mij heen door het schrijven bezweren. Zo enige regel uit de Schrift, dan is deze voor mij absoluut waar: 'In den beginne was het Woord.' "
Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders Utrecht/Antwerpen MCMLXXXV p.149
maandag, februari 16, 2004
'Alles is één'
'(Alles is één, III) of men zich nu Parijs, Lissabon, Sevilla of Harrow & Wheelstone bevindt: het ledikant met de koperen ballen, immer de vrees oproepend van eenzaam te zullen sterven; het nachtkastje met marmeren blad erop en sinaasappelschillen erin; het voor schrijven te lage en ook verder nutteloze, opklapbare tafeltje, dat hup-hup doet, omdat de vierde poot een flink eind boven de vloer blijft, wat altijd, bij het klandestien inschenken van het eerste glas rode wijn, een fikse gulp over de kledij doet gaan; het kabinetje dat noch tafel, noch burootje is, en waaraan dan ook schrijven eveneens onmogelijk is; de dubbeldeurige hangkast met spiegels, die via depressies tot reeksen van overmatige masturbatie leidt; de twee lampjes, één boven het bed en een ander aan het plafond, met soms nog een derde boven de wastafel 'die vrijwel nooit met hun drieën tegelijk kunnen branden, hoewel ze samen zelden de 75 Watt te boven gaan; en tenslotte, de reeds eerder genoemde vitrage waardoorheen, in alle steden der aarde, hetzelfde gezeefde licht naar binnen valt, waardoor Vastgebonden Jongens gemarteld zouden moeten worden, die er natuurlijk niet zijn, zeker niet in een derdeklashotel...'
Gerard kornelis van het Reve, Op Weg naar het Einde Amsterdam 1966 p.154
'(Alles is één, III) of men zich nu Parijs, Lissabon, Sevilla of Harrow & Wheelstone bevindt: het ledikant met de koperen ballen, immer de vrees oproepend van eenzaam te zullen sterven; het nachtkastje met marmeren blad erop en sinaasappelschillen erin; het voor schrijven te lage en ook verder nutteloze, opklapbare tafeltje, dat hup-hup doet, omdat de vierde poot een flink eind boven de vloer blijft, wat altijd, bij het klandestien inschenken van het eerste glas rode wijn, een fikse gulp over de kledij doet gaan; het kabinetje dat noch tafel, noch burootje is, en waaraan dan ook schrijven eveneens onmogelijk is; de dubbeldeurige hangkast met spiegels, die via depressies tot reeksen van overmatige masturbatie leidt; de twee lampjes, één boven het bed en een ander aan het plafond, met soms nog een derde boven de wastafel 'die vrijwel nooit met hun drieën tegelijk kunnen branden, hoewel ze samen zelden de 75 Watt te boven gaan; en tenslotte, de reeds eerder genoemde vitrage waardoorheen, in alle steden der aarde, hetzelfde gezeefde licht naar binnen valt, waardoor Vastgebonden Jongens gemarteld zouden moeten worden, die er natuurlijk niet zijn, zeker niet in een derdeklashotel...'
Gerard kornelis van het Reve, Op Weg naar het Einde Amsterdam 1966 p.154
zondag, februari 15, 2004
Alles wat ik over dat Ene heb gezegd...
'Dat denk ik ook,' beaam ik. 'God gaat de ene Zondag naar de katholieke kerk, en de andere Zondag gaat Hij naar de protestantse kerk.'
Terwijl ik dit zeg, bevangen mij een onbegrijpelijk verdriet, en angst, en twijfel, en ik moet denken aan alles wat ik over dat Ene heb gezegd en geschreven en geloofd en verworpen heb, in mijn verspilde leven van opgejaagde clown; wat weet ik ervan af: wie, en waar, en hoe, en òf Hij is, en naar welke kerk Hij gaat?...'
Gerard Reve in Verzameld Werk deel 3 Amsterdam/Antwerpen 1999 p.189
'Dat denk ik ook,' beaam ik. 'God gaat de ene Zondag naar de katholieke kerk, en de andere Zondag gaat Hij naar de protestantse kerk.'
Terwijl ik dit zeg, bevangen mij een onbegrijpelijk verdriet, en angst, en twijfel, en ik moet denken aan alles wat ik over dat Ene heb gezegd en geschreven en geloofd en verworpen heb, in mijn verspilde leven van opgejaagde clown; wat weet ik ervan af: wie, en waar, en hoe, en òf Hij is, en naar welke kerk Hij gaat?...'
Gerard Reve in Verzameld Werk deel 3 Amsterdam/Antwerpen 1999 p.189
zaterdag, februari 14, 2004
vrijdag, februari 13, 2004
Nooit was ik zo dicht bij hem geweest
'Slechts enkele meters scheidden mij van het wezen, dat ik zou willen aanbidden en waarvoor ik zou willen knielen: nooit was ik zo dicht bij hem geweest, maar nooit, in alle tijd en eeuwigheid, zou het mij vergund zijn dichter bij hem te geraken dan ik nu was.'
Gerard Reve in Oud en Eenzaam Amsterdam/Brussel MCMLXXVIII p.265
'Slechts enkele meters scheidden mij van het wezen, dat ik zou willen aanbidden en waarvoor ik zou willen knielen: nooit was ik zo dicht bij hem geweest, maar nooit, in alle tijd en eeuwigheid, zou het mij vergund zijn dichter bij hem te geraken dan ik nu was.'
Gerard Reve in Oud en Eenzaam Amsterdam/Brussel MCMLXXVIII p.265
woensdag, februari 11, 2004
Een ongelukkige jeugd...maar ik maak er nooit misbruik van '
'Men spreekt van de onbezorgde jongenstijd,' mijmerde Treger voort. 'Bestaat zoiets?' Waar halen de mensen dat vandaan? Treger verzette zich zo lang mogelijk regen de zich aandienende herinneringen aan lang geleden, maar hij kon ze niet altijd het zwijgen opleggen. 'Nee, geen erg gelukkige tijd', mompelde hij. 'Ik was eigenlijk een erg ongelukkig kind. Een ongelukkige jeugd, zo heet dat toch? Maar ik maak er nooit misbruik van '
Gerard Reve in Bezorgde ouders Utrecht/Antwerpen 1989 p.102
'Men spreekt van de onbezorgde jongenstijd,' mijmerde Treger voort. 'Bestaat zoiets?' Waar halen de mensen dat vandaan? Treger verzette zich zo lang mogelijk regen de zich aandienende herinneringen aan lang geleden, maar hij kon ze niet altijd het zwijgen opleggen. 'Nee, geen erg gelukkige tijd', mompelde hij. 'Ik was eigenlijk een erg ongelukkig kind. Een ongelukkige jeugd, zo heet dat toch? Maar ik maak er nooit misbruik van '
Gerard Reve in Bezorgde ouders Utrecht/Antwerpen 1989 p.102
dinsdag, februari 10, 2004
'Want God Die zat heus niet stil'
'Ik kom hem tegen, ik zie hem terug, het kan kort of het kan lang duren,' hield Treger zich voor. 'De dingen gaan een keer nemen, eindelijk, en een keer ten goede.'
Ja op den duur gingen de dingen de goede kant uit, als je maar geduld en vertrouwen had, want God Die zat heus niet stil.'
Gerard Reve in Bezorgde ouders Utrecht/Antwerpen 1989 p.218
'Ik kom hem tegen, ik zie hem terug, het kan kort of het kan lang duren,' hield Treger zich voor. 'De dingen gaan een keer nemen, eindelijk, en een keer ten goede.'
Ja op den duur gingen de dingen de goede kant uit, als je maar geduld en vertrouwen had, want God Die zat heus niet stil.'
Gerard Reve in Bezorgde ouders Utrecht/Antwerpen 1989 p.218
zondag, februari 08, 2004
zaterdag, februari 07, 2004
'Ontboei mij, Moeder...maak mij vrij'
Maria Middelares beeld van Aloïs De Beule uit Gent
Fraterniteit Ieper
'Ontboei mij, Moeder...maak mij vrij,' fluisterde hij opeens.
Dat was het! Hoe was het mogelijk! En vrij, dat rijmde op ik weet niet wat allemaal, zo maar een gave...Neen, dat kon niemand hem afnemen.
'Neem van mij af...' fluisterde Treger, opeens in volle vervoering gerakend. Maar wat moest Zij van hem afnemen? Nu ja, te veel om op te noemen, maar Treger wees die frivole overweging af, want deze plotselinge inzet van een derde regel, die mocht er zijn...'Neem van mij af...'prevelde hij, bijna niet meer aarzelend. "Neem van mij af...de...de...ketenen der zonde.'
Gerard Reve Bezorgde ouders Utrecht/Antwerpen 1989 p.121
Maria Middelares beeld van Aloïs De Beule uit Gent
Fraterniteit Ieper
'Ontboei mij, Moeder...maak mij vrij,' fluisterde hij opeens.
Dat was het! Hoe was het mogelijk! En vrij, dat rijmde op ik weet niet wat allemaal, zo maar een gave...Neen, dat kon niemand hem afnemen.
'Neem van mij af...' fluisterde Treger, opeens in volle vervoering gerakend. Maar wat moest Zij van hem afnemen? Nu ja, te veel om op te noemen, maar Treger wees die frivole overweging af, want deze plotselinge inzet van een derde regel, die mocht er zijn...'Neem van mij af...'prevelde hij, bijna niet meer aarzelend. "Neem van mij af...de...de...ketenen der zonde.'
Gerard Reve Bezorgde ouders Utrecht/Antwerpen 1989 p.121
vrijdag, februari 06, 2004
woensdag, februari 04, 2004
De taboes God en de Dood
'Taboes doorbreken is niet, zoals men lastert, mijn ambitie, en seksuele taboes tast ik in ieder geval niet aan, want die hebben in de Nederlandse literatuur allang afgedaan; twee andere taboes doorbreek ik, zij het zonder opzet en zonder zucht tot opspraak, wel, zulks tot grote woede van de aanhangers van het rationalisme en van dat andere bijgeloof, de surrogaat-filosofie die histories materialisme heet: Ik bedoel de taboes God en de Dood. Het geeft in Nederland aanstoot, indien men zijn heimwee naar God belijdt, en de Dood de plaats geeft, die hem toekomt.'
Gerard Reve in: Brieven van een aardappeleter Amsterdam/Antwerpen 1993 p.97, 98
'Taboes doorbreken is niet, zoals men lastert, mijn ambitie, en seksuele taboes tast ik in ieder geval niet aan, want die hebben in de Nederlandse literatuur allang afgedaan; twee andere taboes doorbreek ik, zij het zonder opzet en zonder zucht tot opspraak, wel, zulks tot grote woede van de aanhangers van het rationalisme en van dat andere bijgeloof, de surrogaat-filosofie die histories materialisme heet: Ik bedoel de taboes God en de Dood. Het geeft in Nederland aanstoot, indien men zijn heimwee naar God belijdt, en de Dood de plaats geeft, die hem toekomt.'
Gerard Reve in: Brieven van een aardappeleter Amsterdam/Antwerpen 1993 p.97, 98
dinsdag, februari 03, 2004
Groenten & aardappelen
'Ik heb ontdekt, dat het literair van belang is, wat een huisvrouw in een bepaald jaar, in een bepaalde portiek, verklaart aangaande de verhouding, in hoeveelheid, tussen groenten & aardappelen op een bord. Die ontdekking heeft mij jaren gekost, maar die stuur ik je gratis & voor niks, gewoon als kunstbroeder aan kunstbroeder.'
Gerard Reve in Schoon Schip 1945-1984 Amsterdam MCMLXXXIV p.207
'Ik heb ontdekt, dat het literair van belang is, wat een huisvrouw in een bepaald jaar, in een bepaalde portiek, verklaart aangaande de verhouding, in hoeveelheid, tussen groenten & aardappelen op een bord. Die ontdekking heeft mij jaren gekost, maar die stuur ik je gratis & voor niks, gewoon als kunstbroeder aan kunstbroeder.'
Gerard Reve in Schoon Schip 1945-1984 Amsterdam MCMLXXXIV p.207
zaterdag, januari 31, 2004
Ik zou de mensheid & de wereld willen verlossen
' Sommige mensen kunnen aandachtige onderwerpen tijdelijk van zich afzetten -ik kan dat nooit. Ik praat lachend over alles, maar denk maar aan één ding. Ik zou de mensheid & de wereld door een grote daad of inzet willen verlossen, maar ik zou niet weten hoe: ik ben, om te beginnen, zelve het Licht niet & hoe zou ik kunnen getuigen van het Licht, als ik dat nergens zie? '
Gerard Reve, Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p.181, 182
' Sommige mensen kunnen aandachtige onderwerpen tijdelijk van zich afzetten -ik kan dat nooit. Ik praat lachend over alles, maar denk maar aan één ding. Ik zou de mensheid & de wereld door een grote daad of inzet willen verlossen, maar ik zou niet weten hoe: ik ben, om te beginnen, zelve het Licht niet & hoe zou ik kunnen getuigen van het Licht, als ik dat nergens zie? '
Gerard Reve, Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p.181, 182
vrijdag, januari 30, 2004
Sprakeloos
'Ik kniel wel eens neer, als niemand me ziet, sprakeloos, want ik weet niet, wat te zeggen of bij mezelf te denken. Ik zal nooit, in leven of dood, God zien 'van aangezicht tot aangezicht', en die wetenschap valt mij zwaar -soms tè zwaar.'
Gerard Reve, Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p.181
'Ik kniel wel eens neer, als niemand me ziet, sprakeloos, want ik weet niet, wat te zeggen of bij mezelf te denken. Ik zal nooit, in leven of dood, God zien 'van aangezicht tot aangezicht', en die wetenschap valt mij zwaar -soms tè zwaar.'
Gerard Reve, Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p.181
donderdag, januari 22, 2004
'Wie in staat is onvoorwaardelijk lief te hebben, heeft de Dood overwonnen'
'Toch smaak ik, naarmate ik ouder word, behalve de overvloedige wanhoop, ook af en toe een gevoel van vrede. Ook begin ik iets meer te begrijpen van wat de mensen en mijzelf beweegt. Het is verschrikkelijk dat we op het laatst weg moeten, maar het is ook goed, hoe zal ik het zeggen. Zonder dood zou het leven toch geen zin kunnen hebben, als je begrijpt wat ik bedoel. En wie in staat is onvoorwaardelijk lief te hebben, heeft de Dood overwonnen, en is eeuwig.'
Gerard Reve, in Brieven aan Frans P. 1965-1969 Utrecht MCMLXXXIV p.78
'Toch smaak ik, naarmate ik ouder word, behalve de overvloedige wanhoop, ook af en toe een gevoel van vrede. Ook begin ik iets meer te begrijpen van wat de mensen en mijzelf beweegt. Het is verschrikkelijk dat we op het laatst weg moeten, maar het is ook goed, hoe zal ik het zeggen. Zonder dood zou het leven toch geen zin kunnen hebben, als je begrijpt wat ik bedoel. En wie in staat is onvoorwaardelijk lief te hebben, heeft de Dood overwonnen, en is eeuwig.'
Gerard Reve, in Brieven aan Frans P. 1965-1969 Utrecht MCMLXXXIV p.78
woensdag, januari 21, 2004
'Zoals de parel in de oester'
'In het algemeen zou gezond verstand geen luxe zijn voor die hele gemeente van verstandelijk misdeelden, die de kunst, inzonderheid die der letterkunde, als iets beschouwen dat belangrijker en van een edeler plan zou zijn dan wetenschap en techniek. Ik houd het voor mogelijk, dat de kunst, zoals de parel in de oester, een ziekteverschijnsel is, dat ophoudt te bestaan, of liever gezegd in een bepaalde maatschappij waarin de mens gelukkig is en bevrijd van vrees, geen betekenis meer heeft, voor niemand. Ik zeg niet dat dat zo is, maar het is aardig dit eens in ernst te durven overdenken.'
Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.99
(bijdrage: "De Overschatting" in De Groene Amsterdammer, 14 februari 1948)
'In het algemeen zou gezond verstand geen luxe zijn voor die hele gemeente van verstandelijk misdeelden, die de kunst, inzonderheid die der letterkunde, als iets beschouwen dat belangrijker en van een edeler plan zou zijn dan wetenschap en techniek. Ik houd het voor mogelijk, dat de kunst, zoals de parel in de oester, een ziekteverschijnsel is, dat ophoudt te bestaan, of liever gezegd in een bepaalde maatschappij waarin de mens gelukkig is en bevrijd van vrees, geen betekenis meer heeft, voor niemand. Ik zeg niet dat dat zo is, maar het is aardig dit eens in ernst te durven overdenken.'
Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.99
(bijdrage: "De Overschatting" in De Groene Amsterdammer, 14 februari 1948)
dinsdag, januari 20, 2004
Ijdel..met inachtneming van drie dingen
'Ik kan me niet voorstellen dat enig mens ijdeler is dan ik, maar er is verschil in verschijningsvormen. Ieder moet ijdel zijn, echter met inachtneming van drie dingen: beheersing, goede smaak en gezond verstand. Dit laatste vooral om tegenover de overschatting de juiste houding in te nemen.'
Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.99
(bijdrage: "De Overschatting" in De Groene Amsterdammer, 14 februari 1948)
'Ik kan me niet voorstellen dat enig mens ijdeler is dan ik, maar er is verschil in verschijningsvormen. Ieder moet ijdel zijn, echter met inachtneming van drie dingen: beheersing, goede smaak en gezond verstand. Dit laatste vooral om tegenover de overschatting de juiste houding in te nemen.'
Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.99
(bijdrage: "De Overschatting" in De Groene Amsterdammer, 14 februari 1948)
maandag, januari 19, 2004
Zou waarachtige liefde ooit vergeefs kunnen zijn?
'De liefde...,' sprak de Vorstin zachtjes voor zich heen als in een mijmering.
'Zij is immers het enige waarin ik geloof,' fluisterde ik.
Opnieuw was er een zwijgen.
'Wat denkt Uwe Genade?' begon ik te spreken. 'Zou echte liefde, zou waarachtige liefde ooit...vergeefs kunnen zijn...als ware zij nimmer geweest...'
'De liefde vergaat nimmermeer, Mijnheer'.
'Gelooft Uwe Genade dat?'
Het staat toch geschreven, Mijnheer..in eeuwigheid?
Twijfelt u daaraan?
Gerard Reve, Verzameld Werk deel 3, Een Circusjongen, Amsterdam/Antwerpen 1999 p.139
'De liefde...,' sprak de Vorstin zachtjes voor zich heen als in een mijmering.
'Zij is immers het enige waarin ik geloof,' fluisterde ik.
Opnieuw was er een zwijgen.
'Wat denkt Uwe Genade?' begon ik te spreken. 'Zou echte liefde, zou waarachtige liefde ooit...vergeefs kunnen zijn...als ware zij nimmer geweest...'
'De liefde vergaat nimmermeer, Mijnheer'.
'Gelooft Uwe Genade dat?'
Het staat toch geschreven, Mijnheer..in eeuwigheid?
Twijfelt u daaraan?
Gerard Reve, Verzameld Werk deel 3, Een Circusjongen, Amsterdam/Antwerpen 1999 p.139
zondag, januari 18, 2004
De enige zekerheid
'...-hoe ouder ik word en hoe hartstochtelijker ik honger en dorst naar Gods Uiteindelijke Gerechtigheid, hoe onzinniger mij tevens elke concrete heilsverwachting voorkomt, en ook, hoe meer ik neig naar de overtuiging, dat de enige zekerheid die het leven ons biedt, die is van de Dood.'
Gerard Kornelis van het Reve, in Op Weg Naar Het Einde Amsterdam 1966 p.51
'...-hoe ouder ik word en hoe hartstochtelijker ik honger en dorst naar Gods Uiteindelijke Gerechtigheid, hoe onzinniger mij tevens elke concrete heilsverwachting voorkomt, en ook, hoe meer ik neig naar de overtuiging, dat de enige zekerheid die het leven ons biedt, die is van de Dood.'
Gerard Kornelis van het Reve, in Op Weg Naar Het Einde Amsterdam 1966 p.51
woensdag, januari 14, 2004
'Die vogel zong gewoon Pro Deo'
'De aria van de merel deed Wessel aan een hymne denken van een beroemd buitenlands dichter, maar Wessel kon niet op diens naam komen. Was dat dan nodig? Die vogel wist toch zelf wel voor wie of wat hij zong? Die vogel zong gewoon Pro Deo, zonder betaling dus, om eenzame mensen te troosten.'
Gerard Reve, in Het hijgend hert, Amsterdam/Antwerpen 1989 p.178
'De aria van de merel deed Wessel aan een hymne denken van een beroemd buitenlands dichter, maar Wessel kon niet op diens naam komen. Was dat dan nodig? Die vogel wist toch zelf wel voor wie of wat hij zong? Die vogel zong gewoon Pro Deo, zonder betaling dus, om eenzame mensen te troosten.'
Gerard Reve, in Het hijgend hert, Amsterdam/Antwerpen 1989 p.178
zondag, januari 11, 2004
De Liefde is sterker dan de Dood
"De liefde was sterker dan de dood, dat stond zelfs in Gods eeuwig Woord, dus het was waar, maar de dood won altijd, dat leerde de ervaring. Alleen wanneer hij kwam dat wist je niet. Het was een soort levend voetbal."
Gerard Reve, Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.33
"De liefde was sterker dan de dood, dat stond zelfs in Gods eeuwig Woord, dus het was waar, maar de dood won altijd, dat leerde de ervaring. Alleen wanneer hij kwam dat wist je niet. Het was een soort levend voetbal."
Gerard Reve, Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.33
zaterdag, januari 10, 2004
In de zekerheid des Doods, maar in de onzekerheid van de ure van dien
afbeelding: astronomische klok kathedraal Notre-Dame in Straatsburg
In de zekerheid des Doods, maar in de onzekerheid van de ure van dien, heb ik besloten dat ik niet langer mag wachten, maar dat ik vandaag nog, op ditzelfde ogenblik, te kwart over één in de namiddag, bij een zoemende wind en een telkens tot 'het weer van alle mensen' openscheurende hemel, door het neerschrijven van deze en geen andere zin, Het Boek Van Het Violet En De Dood moet beginnen, opdat, wanneer de Dood mij zal hebben ingehaald, er misschien van alles wat ik eens zou moeten bekennen, althans iets, zij het een allergeringst, onduidelijk en ternauwernood begrijpelijk deel, op schrift gesteld zal zijn.
Gerard Kornelis van het Reve, Nader tot u Amsterdam 1966 p. 13, in Brief uit het verleden
afbeelding: astronomische klok kathedraal Notre-Dame in Straatsburg
In de zekerheid des Doods, maar in de onzekerheid van de ure van dien, heb ik besloten dat ik niet langer mag wachten, maar dat ik vandaag nog, op ditzelfde ogenblik, te kwart over één in de namiddag, bij een zoemende wind en een telkens tot 'het weer van alle mensen' openscheurende hemel, door het neerschrijven van deze en geen andere zin, Het Boek Van Het Violet En De Dood moet beginnen, opdat, wanneer de Dood mij zal hebben ingehaald, er misschien van alles wat ik eens zou moeten bekennen, althans iets, zij het een allergeringst, onduidelijk en ternauwernood begrijpelijk deel, op schrift gesteld zal zijn.
Gerard Kornelis van het Reve, Nader tot u Amsterdam 1966 p. 13, in Brief uit het verleden
woensdag, januari 07, 2004
dinsdag, januari 06, 2004
De dood kan het leven niet vatten
Gustav Klimt Death and Life
1916
'Het leven kan de dood begrijpen, maar de dood kan het leven niet vatten.'
context:
'De marxistiese geschiedschrijving kan de idee van de religie niet begrijpen, omdat zij zelve, als leer, een hersenloze tautologie is die geen enkele werkelijke idee bevat: het leven kan de dood begrijpen, maar de dood kan het leven niet vatten.'
Gerard Reve Moeder en Zoon Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.57
Gustav Klimt Death and Life
1916
'Het leven kan de dood begrijpen, maar de dood kan het leven niet vatten.'
context:
'De marxistiese geschiedschrijving kan de idee van de religie niet begrijpen, omdat zij zelve, als leer, een hersenloze tautologie is die geen enkele werkelijke idee bevat: het leven kan de dood begrijpen, maar de dood kan het leven niet vatten.'
Gerard Reve Moeder en Zoon Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.57
maandag, januari 05, 2004
Het één of het ander (3)
Of je bent een halve meeloper, of je beukt genadeloos op elke communist, derde wegman en capitulant los.
...
Nogmaals, ik bedoel het zo: ik geloof niet dat je iets bereikt door het publiek met een elck wat wils politiek te paaien. De principiële mensen vervreemd je van je, terwijl je nergens gezag verwerft.
Gerard Reve, in Brieven aan geschoolde arbeiders, brief aan Sal Tas 18 october 1959 Utrecht/Antwerpen MCMLXXXV p.12
Of je bent een halve meeloper, of je beukt genadeloos op elke communist, derde wegman en capitulant los.
...
Nogmaals, ik bedoel het zo: ik geloof niet dat je iets bereikt door het publiek met een elck wat wils politiek te paaien. De principiële mensen vervreemd je van je, terwijl je nergens gezag verwerft.
Gerard Reve, in Brieven aan geschoolde arbeiders, brief aan Sal Tas 18 october 1959 Utrecht/Antwerpen MCMLXXXV p.12
zondag, januari 04, 2004
Het één of het ander (2)
Of je bent politiek bewust en hebt zin je ermee te bemoeien, of je wijst elke politieke bemoeienis af. Of je besluit zonder aanzien des persoons te gaan recenseren, of je maakt er een Het Boek Van NU van.
Gerard Reve, in Brieven aan geschoolde arbeiders, brief aan Sal Tas 18 october 1959 Utrecht/Antwerpen MCMLXXXV p.12
Of je bent politiek bewust en hebt zin je ermee te bemoeien, of je wijst elke politieke bemoeienis af. Of je besluit zonder aanzien des persoons te gaan recenseren, of je maakt er een Het Boek Van NU van.
Gerard Reve, in Brieven aan geschoolde arbeiders, brief aan Sal Tas 18 october 1959 Utrecht/Antwerpen MCMLXXXV p.12
zaterdag, januari 03, 2004
Het één of het ander (1)
Ik ben altijd iemand die de dingen graag in tweeën of drieën deelt, beslissingen wil en geen gelul. Ik bedoel: altijd het een of het ander, en geen halfslachtigheid. Of je gaat met de mode mee, en er komt een blad vol gekke vlekken en snobistische onzin en een omslag waarvan de letters niet te lezen zijn en op zijn minst diagonaal neergezet zijn, maar dan moet je het goed en geraffineerd doen -of je komt alleen met gedrukte tekst zonder grafiek.
Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders, brief aan Sal Tas 18 october 1959 Utrecht/Antwerpen MCMLXXXV p. 11,12
Ik ben altijd iemand die de dingen graag in tweeën of drieën deelt, beslissingen wil en geen gelul. Ik bedoel: altijd het een of het ander, en geen halfslachtigheid. Of je gaat met de mode mee, en er komt een blad vol gekke vlekken en snobistische onzin en een omslag waarvan de letters niet te lezen zijn en op zijn minst diagonaal neergezet zijn, maar dan moet je het goed en geraffineerd doen -of je komt alleen met gedrukte tekst zonder grafiek.
Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders, brief aan Sal Tas 18 october 1959 Utrecht/Antwerpen MCMLXXXV p. 11,12
vrijdag, januari 02, 2004
Vier is een mooi getal
2004
Vier is trouwens een mooi getal. Het is het getal van het Leven, en van het Kruis. En wij kennen niet drie, of vijf, maar vier elementen, vier temperamenten, vier windstreken, vier jaargetijden, vier evangeliën, enzovoorts.
Gerard Reve in Verzameld werk deel 4, Amsterdam/Antwerpen 2000, p.433
2004
Vier is trouwens een mooi getal. Het is het getal van het Leven, en van het Kruis. En wij kennen niet drie, of vijf, maar vier elementen, vier temperamenten, vier windstreken, vier jaargetijden, vier evangeliën, enzovoorts.
Gerard Reve in Verzameld werk deel 4, Amsterdam/Antwerpen 2000, p.433
woensdag, december 31, 2003
'Vermorsing van veel kostbare tijd'
'Steeds duidelijker is het mij geworden, dat ik een dwaas, dwalend en zondig leven heb geleid, maar het onvergeeflijkste van alles is de vermorsing van zo veel kostbare tijd. Ik heb er zeer veel domme meningen op na gehouden, die nu hebben afgedaan.'
Gerard Kornelis van het Reve in Op weg naar het einde, Amsterdam 1966 p.135
'Steeds duidelijker is het mij geworden, dat ik een dwaas, dwalend en zondig leven heb geleid, maar het onvergeeflijkste van alles is de vermorsing van zo veel kostbare tijd. Ik heb er zeer veel domme meningen op na gehouden, die nu hebben afgedaan.'
Gerard Kornelis van het Reve in Op weg naar het einde, Amsterdam 1966 p.135
'Het is gezien..het is niet onopgemerkt gebleven.'
'Ik leef,' fluisterde hij, 'ik adem, ik beweeg, dus ik leef. Wat kan er nog gebeuren? Er kunnen rampen komen, pijnen, verschrikkingen. Maar ik leef. Ik kan opgesloten zijn, of door gruwelijke ziekten worden bezocht. Maar steeds adem ik, en beweeg ik. En ik leef.' Hij liep terug naar de keuken, voltooide het poetsen en betrad zijn slaapkamer.
'Konijn,' zei hij, het konijn op de arm nemend, 'je straf is ingetrokken, gezien je grootste verdiensten voor de zaak. 'Hij zette het dier op de schrijftafel, sloot de grodijnen en begon zich uit te kleden. Toen hij gereed was, trommelde hij zich met de vuisten op de borst, en betastte zijn lichaam. Hij kneep in het vel van de nek, in de buik, de kuiten en de dijen. 'Alles is voorbij,' fluisterde hij, 'het is overgegaan. Het jaar is er niet meer. Konijn, ik ben levend. Ik adem, en ik beweeg, dus ik leef. Is dat duidelijk? Welke beproevingen ook komen, ik leef.'
Hij zoog de borst vol adem en stapte in bed. 'Het is gezien,' mompelde hij, 'het is niet onopgemerkt gebleven.' Hij strekte zich uit en viel in een diepe slaap.
Gerard Kornelis van het Reve, De Avonden, een Winterverhaal, 1947
Amsterdam 1971, eenentwintgste druk p.196
'Ik leef,' fluisterde hij, 'ik adem, ik beweeg, dus ik leef. Wat kan er nog gebeuren? Er kunnen rampen komen, pijnen, verschrikkingen. Maar ik leef. Ik kan opgesloten zijn, of door gruwelijke ziekten worden bezocht. Maar steeds adem ik, en beweeg ik. En ik leef.' Hij liep terug naar de keuken, voltooide het poetsen en betrad zijn slaapkamer.
'Konijn,' zei hij, het konijn op de arm nemend, 'je straf is ingetrokken, gezien je grootste verdiensten voor de zaak. 'Hij zette het dier op de schrijftafel, sloot de grodijnen en begon zich uit te kleden. Toen hij gereed was, trommelde hij zich met de vuisten op de borst, en betastte zijn lichaam. Hij kneep in het vel van de nek, in de buik, de kuiten en de dijen. 'Alles is voorbij,' fluisterde hij, 'het is overgegaan. Het jaar is er niet meer. Konijn, ik ben levend. Ik adem, en ik beweeg, dus ik leef. Is dat duidelijk? Welke beproevingen ook komen, ik leef.'
Hij zoog de borst vol adem en stapte in bed. 'Het is gezien,' mompelde hij, 'het is niet onopgemerkt gebleven.' Hij strekte zich uit en viel in een diepe slaap.
Gerard Kornelis van het Reve, De Avonden, een Winterverhaal, 1947
Amsterdam 1971, eenentwintgste druk p.196
dinsdag, december 30, 2003
Een 'draaglijker soort eenzaamheid'
'Over een paar uur vertrekt het schip, en het is mij zeer droefgeestig te moede, al heb ik het gevoel, dat de genomen beslissing de juiste is.
...
In ieder geval heb ik me nog nooit in mijn leven met enig ander levend wezen verwant gevoeld. Waarschijnlijk is het beter, dat ik van nu af aan in afzondering leef, dat is een draaglijker soort eenzaamheid dan die, ondergaan in het gezelschap van een ander.'
Gerard Kornelis van het Reve in Op weg naar het einde, Amsterdam 1966 p.134
'Over een paar uur vertrekt het schip, en het is mij zeer droefgeestig te moede, al heb ik het gevoel, dat de genomen beslissing de juiste is.
...
In ieder geval heb ik me nog nooit in mijn leven met enig ander levend wezen verwant gevoeld. Waarschijnlijk is het beter, dat ik van nu af aan in afzondering leef, dat is een draaglijker soort eenzaamheid dan die, ondergaan in het gezelschap van een ander.'
Gerard Kornelis van het Reve in Op weg naar het einde, Amsterdam 1966 p.134
maandag, december 29, 2003
'Ach alles is zo ver, en zo moe'
Het is voor de zoveelste keer 'het weer van alle mensen'. Soms, als de wind bijna geheel is gaan liggen en het zonlicht, zeer stil en oud, doorbreekt, en ik door de patrijspoort kijk naar de lelijke automobielen op de kade en, heel in de verte, tussen de huizen door, een klein boompje zie, misschien een smal esdoorntje of berkje, waarvan de honderden blaadjes als evenzovele groene spiegeltjes, enzovoorts; ach, alles is zo ver en zo moe.
Gerard Kornelis van het Reve in Op weg naar het einde, Amsterdam 1966 p.134
Het is voor de zoveelste keer 'het weer van alle mensen'. Soms, als de wind bijna geheel is gaan liggen en het zonlicht, zeer stil en oud, doorbreekt, en ik door de patrijspoort kijk naar de lelijke automobielen op de kade en, heel in de verte, tussen de huizen door, een klein boompje zie, misschien een smal esdoorntje of berkje, waarvan de honderden blaadjes als evenzovele groene spiegeltjes, enzovoorts; ach, alles is zo ver en zo moe.
Gerard Kornelis van het Reve in Op weg naar het einde, Amsterdam 1966 p.134
zondag, december 28, 2003
Niet omkeerbaar
'Kind,' zei hij tegen Joosje, 'hetzij je met dit, hetzij je met dat binnenkomt, zet het even neer en doe de deur dicht. Tocht is wind in huis.' 'Tocht is wind in huis, ' herhaalde hij, zich tot Chris wendend, 'is dat zo of niet? '
'Ja, ' antwoordde deze, 'tocht is wind in huis. Je hebt gelijk. Maar de definitie is niet omkeerbaar. Dat is een kwaad teken. Ik bedoel: wind in huis is nog geen tocht. '
Gerard Kornelis van het Reve, De Avonden, een Winterverhaal, 1947
Amsterdam 1971, eenentwintgste druk p.100
'Kind,' zei hij tegen Joosje, 'hetzij je met dit, hetzij je met dat binnenkomt, zet het even neer en doe de deur dicht. Tocht is wind in huis.' 'Tocht is wind in huis, ' herhaalde hij, zich tot Chris wendend, 'is dat zo of niet? '
'Ja, ' antwoordde deze, 'tocht is wind in huis. Je hebt gelijk. Maar de definitie is niet omkeerbaar. Dat is een kwaad teken. Ik bedoel: wind in huis is nog geen tocht. '
Gerard Kornelis van het Reve, De Avonden, een Winterverhaal, 1947
Amsterdam 1971, eenentwintgste druk p.100
zaterdag, december 27, 2003
Dat gaat vanzelf
'Je wordt oud en ziek en dan sterf je. Zo moest het ook, en gelukkig gaat het ook zo. Dat ziek worden en sterven, daar behoeven we ons niet mede te bemoeien, want dat gaat vanzelf. Maar de ouderdom is interessant. Je wordt vrij. Je kunt steeds vrijer spreken, naarmate je dichter bij de Dood komt. Nu ja, zo zie ik het natuurlijk niet de gehele dag, maar vanmorgen wel.'
Gerard Reve, Klein gebrek geen bezwaar, Een keuze uit zijn brieven
Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p.175,176
'Je wordt oud en ziek en dan sterf je. Zo moest het ook, en gelukkig gaat het ook zo. Dat ziek worden en sterven, daar behoeven we ons niet mede te bemoeien, want dat gaat vanzelf. Maar de ouderdom is interessant. Je wordt vrij. Je kunt steeds vrijer spreken, naarmate je dichter bij de Dood komt. Nu ja, zo zie ik het natuurlijk niet de gehele dag, maar vanmorgen wel.'
Gerard Reve, Klein gebrek geen bezwaar, Een keuze uit zijn brieven
Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p.175,176
vrijdag, december 26, 2003
donderdag, december 25, 2003
'Kerstmis, het is gauw voorbij, voorbij, voorbij...
'Kerstmis, het is gauw voorbij, voorbij, voorbij...' meende ze te horen zeggen. 'Ach, Kerstmis, eenmaal in het jaar, eenmaal maar, en de geschenken, en allerlei presentjes...' hoorde ze duidelijk zeggen. De stem verdween en ze hoorde, als van verre, een lied....
Nu was het haar te moede, alsof ze zich ergens bevond waar ze lang, vol verwachting op een of andere verrassing moest wachten.
Gerard Reve in Tien vrolijke verhalen: De Kerstavond van Zuster Magnussen Amsterdam/Antwerpen 1993 p.56
'Kerstmis, het is gauw voorbij, voorbij, voorbij...' meende ze te horen zeggen. 'Ach, Kerstmis, eenmaal in het jaar, eenmaal maar, en de geschenken, en allerlei presentjes...' hoorde ze duidelijk zeggen. De stem verdween en ze hoorde, als van verre, een lied....
Nu was het haar te moede, alsof ze zich ergens bevond waar ze lang, vol verwachting op een of andere verrassing moest wachten.
Gerard Reve in Tien vrolijke verhalen: De Kerstavond van Zuster Magnussen Amsterdam/Antwerpen 1993 p.56
woensdag, december 24, 2003
'Iets van de weemoed '
'Zuster Magnussen mocht nuchter zijn, juist op dit ogenblik, nu het gezoem om haar heen was verstomd, en ze het getingel van de klokjes en het gezang uit de winkels niet meer hoorde, maakte zich iets van de weemoed van haar meester, waarvan elke Kerstviering doortrokken is: vrede op aarde, de geboorte van Gods Zoon, lange treinreizen, druilerig donker weer, dat de mensen in fel verwarmde vertrekken bijeendreef, schittering van verzilverd glas, gemorste kunstsneeuw, bergen verfrommeld pakpapier en de geheime geur, droevig als een jeugdherinnering -de geur van kaarsvet en warm geworden dennenaalden.
Gerard Reve in Tien vrolijke verhalen: De Kerstavond van Zuster Magnussen Amsterdam/Antwerpen 1993 p.56
'Zuster Magnussen mocht nuchter zijn, juist op dit ogenblik, nu het gezoem om haar heen was verstomd, en ze het getingel van de klokjes en het gezang uit de winkels niet meer hoorde, maakte zich iets van de weemoed van haar meester, waarvan elke Kerstviering doortrokken is: vrede op aarde, de geboorte van Gods Zoon, lange treinreizen, druilerig donker weer, dat de mensen in fel verwarmde vertrekken bijeendreef, schittering van verzilverd glas, gemorste kunstsneeuw, bergen verfrommeld pakpapier en de geheime geur, droevig als een jeugdherinnering -de geur van kaarsvet en warm geworden dennenaalden.
Gerard Reve in Tien vrolijke verhalen: De Kerstavond van Zuster Magnussen Amsterdam/Antwerpen 1993 p.56
dinsdag, december 23, 2003
Tom te tom tom
'Tom te tom tom, tom te tom, ' zong Frits in zichzelf,
'het gaat slecht, verder gaat het goed.'
'Het gymnasium bestaat twintig jaar. Ik ga er heen, voor mijn plezier'.'
'Wij deinzen voor niets terug,' zei hij hardop. 'Het zou kinderachtig zijn, weg te blijven. De beproevingen dienen in het gelaat gezien te worden.'
Gerard Kornelis van het Reve, De Avonden, een Winterverhaal, Amsterdam 1971 p.24, 25
'Tom te tom tom, tom te tom, ' zong Frits in zichzelf,
'het gaat slecht, verder gaat het goed.'
'Het gymnasium bestaat twintig jaar. Ik ga er heen, voor mijn plezier'.'
'Wij deinzen voor niets terug,' zei hij hardop. 'Het zou kinderachtig zijn, weg te blijven. De beproevingen dienen in het gelaat gezien te worden.'
Gerard Kornelis van het Reve, De Avonden, een Winterverhaal, Amsterdam 1971 p.24, 25
maandag, december 22, 2003
'Hoei boei, de kachel'
'Hoei boei, de kachel,' zei zijn moeder. Ze keek in het vuur en zei: 'Hij brandt goed. Denk eraan, dat jullie hem zo laat staan. Met de ketel ertussen.' Ze deed voor, hoe de aluminium waterketel tegen de bovenkant van de vulklep gezet moest blijven, zodat deze een eindje open stond. 'Anders vliegt alles er in een uur door, ' zei ze.
Gerard Kornelis van het Reve, De Avonden, een Winterverhaal, Amsterdam 1971 p.12
'Hoei boei, de kachel,' zei zijn moeder. Ze keek in het vuur en zei: 'Hij brandt goed. Denk eraan, dat jullie hem zo laat staan. Met de ketel ertussen.' Ze deed voor, hoe de aluminium waterketel tegen de bovenkant van de vulklep gezet moest blijven, zodat deze een eindje open stond. 'Anders vliegt alles er in een uur door, ' zei ze.
Gerard Kornelis van het Reve, De Avonden, een Winterverhaal, Amsterdam 1971 p.12
zondag, december 21, 2003
Een lied van overgave
'Opnieuw dus: Uit de diepten. En alweer: nadat hij een zeer groot aantal dagen onafgebroken aan de kruik was geweest, nog steeds echter zonder dat je veel bizonders aan hem kon zien. Een zang ook, terwijl hij ferm bleef doorstappen in de richting van de Duisternis, en weer: voor de orkestmeester. Wederom: een Nachtlied. En meer dan ooit een lied van overgave, want nimmer was mijn heimwee naar U zo fel, en zo mateloos.'
Gerard Reve, Nader tot U Amsterdam 2001 p.109
'Opnieuw dus: Uit de diepten. En alweer: nadat hij een zeer groot aantal dagen onafgebroken aan de kruik was geweest, nog steeds echter zonder dat je veel bizonders aan hem kon zien. Een zang ook, terwijl hij ferm bleef doorstappen in de richting van de Duisternis, en weer: voor de orkestmeester. Wederom: een Nachtlied. En meer dan ooit een lied van overgave, want nimmer was mijn heimwee naar U zo fel, en zo mateloos.'
Gerard Reve, Nader tot U Amsterdam 2001 p.109
zaterdag, december 20, 2003
'Ik was geboren voor het lijden'
'Ik was dus nog niet te laat, maar wat wilde dat nu eigenlijk zeggen: 'nog niet te laat'? Zelfs als ik de jongen in of bij de verlaten hoeve zou aantreffen, wat had ik dan nog bewerkstelligd? Wat joeg ik na, wat was ik mijzelve aan het voorspiegelen? Wat was er in mijn leven, wat de liefde betrof, ooit op iets anders dan ellende en vernedering uitgelopen? Ik was geboren voor het lijden, dacht ik enigszins plechtig. Mijn ziel en mijn karakter waren ziek en verminkt; wat ik zocht, zou ik nergens op aarde ooit vinden, zo was dat.'
Gerard Reve, Oud en Eenzaam Amsterdam/Brussel MCMLXXVIII p.39,40
'Ik was dus nog niet te laat, maar wat wilde dat nu eigenlijk zeggen: 'nog niet te laat'? Zelfs als ik de jongen in of bij de verlaten hoeve zou aantreffen, wat had ik dan nog bewerkstelligd? Wat joeg ik na, wat was ik mijzelve aan het voorspiegelen? Wat was er in mijn leven, wat de liefde betrof, ooit op iets anders dan ellende en vernedering uitgelopen? Ik was geboren voor het lijden, dacht ik enigszins plechtig. Mijn ziel en mijn karakter waren ziek en verminkt; wat ik zocht, zou ik nergens op aarde ooit vinden, zo was dat.'
Gerard Reve, Oud en Eenzaam Amsterdam/Brussel MCMLXXVIII p.39,40
vrijdag, december 19, 2003
Het tijdstip scheen eeuwig te zijn.'
Russell Chatham
"Winter Light" 1999
'Er heerste een bijna volkomen windstilte, en uit een nagenoeg wolkenloze hemel, scheen met milddadige of genadeloze helderheid, al naar men het wenste te zien, een felle najaarszon.
Het licht was zo scherp en zo overvloedig, dat men zich ook in het midden van de zomer had kunnen wanen; slechts de lage stand van de zon, de naaktheid der verweerde platanen op het dorpsplein en de gesloten luiken en het gesloten terras van het kleine toeristenhotel gaven aan, dat het winter was: het tijdstip scheen eeuwig te zijn.'
Gerard Reve, Oud en Eenzaam Amsterdam/Brussel MCMLXXVIII p.20
Russell Chatham
"Winter Light" 1999
'Er heerste een bijna volkomen windstilte, en uit een nagenoeg wolkenloze hemel, scheen met milddadige of genadeloze helderheid, al naar men het wenste te zien, een felle najaarszon.
Het licht was zo scherp en zo overvloedig, dat men zich ook in het midden van de zomer had kunnen wanen; slechts de lage stand van de zon, de naaktheid der verweerde platanen op het dorpsplein en de gesloten luiken en het gesloten terras van het kleine toeristenhotel gaven aan, dat het winter was: het tijdstip scheen eeuwig te zijn.'
Gerard Reve, Oud en Eenzaam Amsterdam/Brussel MCMLXXVIII p.20
donderdag, december 18, 2003
'Mensen, die zich in ernstige mate bezighouden met
God, de Liefde en de Dood...die zijn uitgezonderd'
'Iedereen was dus slecht, ook al woonde er in deze of gene nog wel iets goeds. Waar ging het ook al weder over? O ja, dat arme mensen slecht waren, omdat ze anders immers niet arm zouden zijn. Neen, daar viel niets aan te tornen: de waarheid was evident, empirisch bewezen zelfs, zoude men kunnen zeggen. Maar hij zelf, Treger, en Eenhoorn, die waren toch ook arm? 'Zijn wij dan ook slecht?' vroeg Treger zich af. Hij meende dat men ruimte moest scheppen voor gunstige uitzonderingen.
'Mensen, die zich in ernstige mate bezighouden met God, de Liefde en de Dood,' dacht hij, zelfs in gedachten de verschuldigde hoofdletters niet vergetend, 'die zijn uitgezonderd. En mensen die bijvoorbeeld achting hebben voor dieren. Daarom zijn er ook katholieke dieren, want die bestaan.'
Gerard Reve, Bezorgde Ouders Utrecht/Antwerpen 1989, vijfde druk p.57
God, de Liefde en de Dood...die zijn uitgezonderd'
'Iedereen was dus slecht, ook al woonde er in deze of gene nog wel iets goeds. Waar ging het ook al weder over? O ja, dat arme mensen slecht waren, omdat ze anders immers niet arm zouden zijn. Neen, daar viel niets aan te tornen: de waarheid was evident, empirisch bewezen zelfs, zoude men kunnen zeggen. Maar hij zelf, Treger, en Eenhoorn, die waren toch ook arm? 'Zijn wij dan ook slecht?' vroeg Treger zich af. Hij meende dat men ruimte moest scheppen voor gunstige uitzonderingen.
'Mensen, die zich in ernstige mate bezighouden met God, de Liefde en de Dood,' dacht hij, zelfs in gedachten de verschuldigde hoofdletters niet vergetend, 'die zijn uitgezonderd. En mensen die bijvoorbeeld achting hebben voor dieren. Daarom zijn er ook katholieke dieren, want die bestaan.'
Gerard Reve, Bezorgde Ouders Utrecht/Antwerpen 1989, vijfde druk p.57
woensdag, december 17, 2003
Dat was ongehoord droevig
'Men kon zich in bespiegelingen begeven en de vraag stellen waarom men zich de Geboorte en Menswording van God vierde door miljoenen bomen te kappen en die stervende bomen nog voor veel geld te verkopen ook. Dat was ongehoord droevig meende Treger, maar niemand scheen het ongewoon te vinden behalve hij. 'Het is noodlot', dacht hij. 'Je ziet het voor je ogen gebeuren, maar je kunt niets doen.'
Gerard Reve, Bezorgde Ouders Utrecht/Antwerpen 1989, vijfde druk p.139
'Men kon zich in bespiegelingen begeven en de vraag stellen waarom men zich de Geboorte en Menswording van God vierde door miljoenen bomen te kappen en die stervende bomen nog voor veel geld te verkopen ook. Dat was ongehoord droevig meende Treger, maar niemand scheen het ongewoon te vinden behalve hij. 'Het is noodlot', dacht hij. 'Je ziet het voor je ogen gebeuren, maar je kunt niets doen.'
Gerard Reve, Bezorgde Ouders Utrecht/Antwerpen 1989, vijfde druk p.139
dinsdag, december 16, 2003
"omdat ik eenvoudigweg gebiologeerd ben"
'Ik luister altijd naar gesprekken in treinen, dat wil zeggen niet uit vrije wil, of omdat ik het zo leerzaam zou vinden dat een Scheppend Kunstenaar Naar De Mensen Weet Te Luisteren (van de illusie dat je op die manier ooit een medeling zoudt kunnen opvangen die het overwegen gedurende langer dan acht seconden waard zou zijn, ben ik al lang af), maar omdat ik eenvoudigweg gebiologeerd ben, en nu eenmaal gedwongen word, zelfs als men ternauwernood van een gedachtenwisseling kan spreken, elk woord te registreren tot ik bijna begin te kreunen.'
Gerard Kornelis van het Reve, in Op weg naar het einde Amsterdam 1966 p.76
'Ik luister altijd naar gesprekken in treinen, dat wil zeggen niet uit vrije wil, of omdat ik het zo leerzaam zou vinden dat een Scheppend Kunstenaar Naar De Mensen Weet Te Luisteren (van de illusie dat je op die manier ooit een medeling zoudt kunnen opvangen die het overwegen gedurende langer dan acht seconden waard zou zijn, ben ik al lang af), maar omdat ik eenvoudigweg gebiologeerd ben, en nu eenmaal gedwongen word, zelfs als men ternauwernood van een gedachtenwisseling kan spreken, elk woord te registreren tot ik bijna begin te kreunen.'
Gerard Kornelis van het Reve, in Op weg naar het einde Amsterdam 1966 p.76
maandag, december 15, 2003
'Want het is ijdelheid, alles.'
'Nu, ik hoop dat jullie niet treurig bent, want er zijn toch ook veel mooie dingen in het leven, als je ze maar zien wilt. Ik kan me met de beste wil van de wereld vrijwel nergens echte kopzorg om maken, want vroeg of laat is het afgelopen en heb je je kwaadgemaakt over onzin en hersenschimmen, want het is ijdelheid, alles.'
Gerard Reve, in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam eerste druk 1981 p.81
'Nu, ik hoop dat jullie niet treurig bent, want er zijn toch ook veel mooie dingen in het leven, als je ze maar zien wilt. Ik kan me met de beste wil van de wereld vrijwel nergens echte kopzorg om maken, want vroeg of laat is het afgelopen en heb je je kwaadgemaakt over onzin en hersenschimmen, want het is ijdelheid, alles.'
Gerard Reve, in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam eerste druk 1981 p.81
zondag, december 14, 2003
Zo wij zeer sterk zijn tachtig jaren
'Aangaande de dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren, of, zo wij zeer sterk zijn, tachtig jaren; en het uitnemendste van die is moeite en verdriet; want het wordt snellijk afgesneden, en wij vliegen daarheen.'
Psalm 90 vs 10
14 december 1963:
"Wij vieren vandaag onze verjaardag in gepaste Soberheid & Eenvoud"
in: brief vanuit Londen aan de "Lieve Mensen V."
Tom Rooduijn, Revelaties, Uitgeverij Conserve 2003, p.175
'Aangaande de dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren, of, zo wij zeer sterk zijn, tachtig jaren; en het uitnemendste van die is moeite en verdriet; want het wordt snellijk afgesneden, en wij vliegen daarheen.'
Psalm 90 vs 10
14 december 1963:
"Wij vieren vandaag onze verjaardag in gepaste Soberheid & Eenvoud"
in: brief vanuit Londen aan de "Lieve Mensen V."
Tom Rooduijn, Revelaties, Uitgeverij Conserve 2003, p.175
zaterdag, december 13, 2003
Angst
"Voor de fundamentalistiese Freudianen is angst een aanwijzing, dat een seksuele begeerte verdrongen wordt. Maar dan zou iedereen verteerd moeten worden door angst, want er is niemand, die niet een of ander seksueel verlangen moet intomen.
Angst wijst er volgens mij op, dat men op een drempel staat, of aan de afgrond, en de opdracht heeft, naar binnen te gaan respektievelijk in de diepte van het onbegrensde onbekende te springen. Wordt de opdracht bewust gemaakt, en vervuld, dan verdwijnt de angst."
Gerard Reve in Brieven aan Geschoolde Arbeiders Utrecht/Antwerpen MCMLXXXV p. 127
"Voor de fundamentalistiese Freudianen is angst een aanwijzing, dat een seksuele begeerte verdrongen wordt. Maar dan zou iedereen verteerd moeten worden door angst, want er is niemand, die niet een of ander seksueel verlangen moet intomen.
Angst wijst er volgens mij op, dat men op een drempel staat, of aan de afgrond, en de opdracht heeft, naar binnen te gaan respektievelijk in de diepte van het onbegrensde onbekende te springen. Wordt de opdracht bewust gemaakt, en vervuld, dan verdwijnt de angst."
Gerard Reve in Brieven aan Geschoolde Arbeiders Utrecht/Antwerpen MCMLXXXV p. 127
vrijdag, december 12, 2003
Lettera Amorosa
'De jongens hebben voor mij in de Muziekbibliotheek Lettera Amorosa van Monteverdi gevonden, en het nu op de cassetterecorder gezet...
Ik vesta alles. Wat kan de zanger anders zingen dan: 'Ach, toen men mij die kus gundet, hadde ik toen mogen sterven!...'
Gerard Reve, in Brieven aan Wim B. Utrecht MCMLXXXIII p.59
'De jongens hebben voor mij in de Muziekbibliotheek Lettera Amorosa van Monteverdi gevonden, en het nu op de cassetterecorder gezet...
Ik vesta alles. Wat kan de zanger anders zingen dan: 'Ach, toen men mij die kus gundet, hadde ik toen mogen sterven!...'
Gerard Reve, in Brieven aan Wim B. Utrecht MCMLXXXIII p.59
woensdag, december 10, 2003
'Men blijft onderaan de trap van het leven'
J.D.Hayward,
Plantation Staircase 1989
'Hoe hoog of hoe gering men zich op de maatschappelijke ladder heeft weten te verheffen, men blijft onderaan de trap van het leven. Dat leert ons deze comedie* van de ontoereikendheid der menselijke liefde, van de onttakeling van alle illusies door de ouderdom en van de alomtegenwoordige, onbekende God, de Dood
* Charles Dyers, Staircase
Gerard Reve, in Verzameld Werk deel 6, Amsterdam/Antwerpen 2001, p.410, 411
J.D.Hayward,
Plantation Staircase 1989
'Hoe hoog of hoe gering men zich op de maatschappelijke ladder heeft weten te verheffen, men blijft onderaan de trap van het leven. Dat leert ons deze comedie* van de ontoereikendheid der menselijke liefde, van de onttakeling van alle illusies door de ouderdom en van de alomtegenwoordige, onbekende God, de Dood
* Charles Dyers, Staircase
Gerard Reve, in Verzameld Werk deel 6, Amsterdam/Antwerpen 2001, p.410, 411
zondag, december 07, 2003
'Met minder neem ik geen genoegen'
'De ergste menselijke zonde is de bereidheid zich in een hoek te laten trappen. Ik wil niet in een hoek of in een verborgen kelder leven. Dat kan ik niet. Zoiets geweldigs is het leven nu ook weer niet: ik bedoel, wanneer ik in zedelijk opzicht niet waardig, met opgeheven hoofd kan leven, dan maak ik er een eind aan, want met minder neem ik geen genoegen, al neemt het hele leger fluweeldragende kirders er wel genoegen mee.
Ik ben een schepsel Gods, en geen karikatuur'.'
Gerard Kornelis vanhet Reve, in Op weg naar het einde, Amsterdam 1966, p.136
'De ergste menselijke zonde is de bereidheid zich in een hoek te laten trappen. Ik wil niet in een hoek of in een verborgen kelder leven. Dat kan ik niet. Zoiets geweldigs is het leven nu ook weer niet: ik bedoel, wanneer ik in zedelijk opzicht niet waardig, met opgeheven hoofd kan leven, dan maak ik er een eind aan, want met minder neem ik geen genoegen, al neemt het hele leger fluweeldragende kirders er wel genoegen mee.
Ik ben een schepsel Gods, en geen karikatuur'.'
Gerard Kornelis vanhet Reve, in Op weg naar het einde, Amsterdam 1966, p.136
zaterdag, december 06, 2003
'Het nemende en het gevende'
"Want ik houd op mijn eigen eenvoudige wijze wel degelijk van de dood. Het klinkt nieuw maar is het allerminst, als ik wijs op het verband tussen Eros en Thanatos, waarvan Schopenhauer zeer kernachtig gewag maakt. Eros (de lichamelijke erotiek) houdt door de sexuele voortplanting Thanatos (de dood) in stand, die de dode in een volgend bestaan duwt, zodat deze vroeg of laat terugkomt bij Eros. Het rijk van Thanatos, schimmenrijk of Orkus geheten, werd door de Grieken 'het nemende en het gevende' genoemd, en is dus het reservoir van alle leven. Alles wat leeft heeft ooit reeds in die Orkus vertoefd"
Gerard Reve in Het Boek van Violet en Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p. 106
"Want ik houd op mijn eigen eenvoudige wijze wel degelijk van de dood. Het klinkt nieuw maar is het allerminst, als ik wijs op het verband tussen Eros en Thanatos, waarvan Schopenhauer zeer kernachtig gewag maakt. Eros (de lichamelijke erotiek) houdt door de sexuele voortplanting Thanatos (de dood) in stand, die de dode in een volgend bestaan duwt, zodat deze vroeg of laat terugkomt bij Eros. Het rijk van Thanatos, schimmenrijk of Orkus geheten, werd door de Grieken 'het nemende en het gevende' genoemd, en is dus het reservoir van alle leven. Alles wat leeft heeft ooit reeds in die Orkus vertoefd"
Gerard Reve in Het Boek van Violet en Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p. 106
woensdag, december 03, 2003
Zou God enig schepsel buiten zich sluiten?
"Welke lering kunnen we uit het voorafgaande trekken? ", begon ik, maar Tweede Prijsdier schonk mij geen aandacht meer. Toch begon ik, ook zonder dat hij nog luisterde, hem te vertellen over een nacht, vele weken geleden, waarin ik, alweer wakker gelegen, opeens gedacht had dat God mij misschien buiten zich had gesloten, en waarin mijn hart, uren lang, beklemd en geperst was geworden totdat ik, tegen de ochtend, begrepen had dat het niet mogelijk was, omdat God nimmer enig schepsel buiten Zich zou sluiten: Hij kon het wel, krachtens zijn Almacht, maar die andere, zijn allerwezenlijkste eigenschap, de Liefde, maakte het onmogelijk. Aldus was God niet in staat iets te doen wat Hij wel degelijk kon, en dit was het Misterie, waarin ook de Voltooiing en Terugkeer van Alle dingen besloten lag: het was een kwestie van zien, want een kind kon de was doen.
Gerard Reve, in Nader tot U , Amsterdam 2001 p.104, 105
"Welke lering kunnen we uit het voorafgaande trekken? ", begon ik, maar Tweede Prijsdier schonk mij geen aandacht meer. Toch begon ik, ook zonder dat hij nog luisterde, hem te vertellen over een nacht, vele weken geleden, waarin ik, alweer wakker gelegen, opeens gedacht had dat God mij misschien buiten zich had gesloten, en waarin mijn hart, uren lang, beklemd en geperst was geworden totdat ik, tegen de ochtend, begrepen had dat het niet mogelijk was, omdat God nimmer enig schepsel buiten Zich zou sluiten: Hij kon het wel, krachtens zijn Almacht, maar die andere, zijn allerwezenlijkste eigenschap, de Liefde, maakte het onmogelijk. Aldus was God niet in staat iets te doen wat Hij wel degelijk kon, en dit was het Misterie, waarin ook de Voltooiing en Terugkeer van Alle dingen besloten lag: het was een kwestie van zien, want een kind kon de was doen.
Gerard Reve, in Nader tot U , Amsterdam 2001 p.104, 105
dinsdag, december 02, 2003
'Ongelooflijk treurig, maar toch ook erg gelukkig'
'Ik werd ongelooflijk treurig, maar toch ook erg gelukkig, terwijl ik bedacht dat ik zonder einde de Meedogenloze Jongen zou moeten nareizen, maar steeds zijn trein juist het station uit zien stomen, of ik zou aan de kade staan en hij, alweer met een op het punt zich te ontvouwen glimlach, zou aan de reling staan van het schip dat al te ver van de wal zou zijn, en ik zou voelen, hoe mij het hart, als in een verstikkende pijn, langzaam maar grondig uit de borstkas werd gescheurd.'
Gerard Reve, Nader tot U, Amsterdam 2001 53, 54
'Ik werd ongelooflijk treurig, maar toch ook erg gelukkig, terwijl ik bedacht dat ik zonder einde de Meedogenloze Jongen zou moeten nareizen, maar steeds zijn trein juist het station uit zien stomen, of ik zou aan de kade staan en hij, alweer met een op het punt zich te ontvouwen glimlach, zou aan de reling staan van het schip dat al te ver van de wal zou zijn, en ik zou voelen, hoe mij het hart, als in een verstikkende pijn, langzaam maar grondig uit de borstkas werd gescheurd.'
Gerard Reve, Nader tot U, Amsterdam 2001 53, 54
zaterdag, november 29, 2003
'Het zal wel ergens goed voor zijn'
'Soms denk ik wel eens, dat het niet rechtvaardig is, dat God mij niet, maar anderen wel, tot onwetendheid heeft veroordeeld. Het zal wel ergens goed voor zijn, want God is onmetelijke & grenzeloze Liefde"
uit: G.Reve, Brieven aan Josine M. 1959-1975, Amsterdam 1981, p.168
'Soms denk ik wel eens, dat het niet rechtvaardig is, dat God mij niet, maar anderen wel, tot onwetendheid heeft veroordeeld. Het zal wel ergens goed voor zijn, want God is onmetelijke & grenzeloze Liefde"
uit: G.Reve, Brieven aan Josine M. 1959-1975, Amsterdam 1981, p.168
vrijdag, november 28, 2003
'De één hoort, de ander ziet, weer een ander raakt aan'
Ik heb overigens nog nooit iets gezien. Ik heb wel God gehoord, als Stem, in dromen en dat klopt ook wel, omdat het Woord voor mij belangrijker is dan het beeld. Ik bedoel: de één hoort, de ander ziet, weer een ander raakt aan, of is. (Antonius van Padua droeg dag en nacht het kind op de arm). Iedereen moet maar doen en denken naar zijn vermogen. Een Haas kan niet veel denken, maar loopt wel heel hard. Vanmorgen stoof er één voor mijn automobiel over de weg, en hipte moeiteloos over de sloot, waar ik allang te stijf voor ben."
Gerard Reve in Brieven aan Wim B. Utrecht MCMLXXXIII p.58
Ik heb overigens nog nooit iets gezien. Ik heb wel God gehoord, als Stem, in dromen en dat klopt ook wel, omdat het Woord voor mij belangrijker is dan het beeld. Ik bedoel: de één hoort, de ander ziet, weer een ander raakt aan, of is. (Antonius van Padua droeg dag en nacht het kind op de arm). Iedereen moet maar doen en denken naar zijn vermogen. Een Haas kan niet veel denken, maar loopt wel heel hard. Vanmorgen stoof er één voor mijn automobiel over de weg, en hipte moeiteloos over de sloot, waar ik allang te stijf voor ben."
Gerard Reve in Brieven aan Wim B. Utrecht MCMLXXXIII p.58
maandag, november 24, 2003
De wet van de kompensatie
"Hoe feller en compromislozer de bewuste afwijzing van een bekende mythe, hoe onvoorwaardelijker en dieper de onbewuste overgave aan diezelfde mythe in een andere gedaante, waarin hij door de betrokkene niet meer als mythe wordt herkend."
Gerard Reve, in Verzameld Werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.391
"Hoe feller en compromislozer de bewuste afwijzing van een bekende mythe, hoe onvoorwaardelijker en dieper de onbewuste overgave aan diezelfde mythe in een andere gedaante, waarin hij door de betrokkene niet meer als mythe wordt herkend."
Gerard Reve, in Verzameld Werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.391
zondag, november 23, 2003
zaterdag, november 22, 2003
Hoe kan dat nou Gerard..?
'Gerard, ik heb geen verstand van literatuur.'
'Ik ook niet vader'.
'Nee, maar in dat artikel van jou in dat blad'..'daar schrijf je over een jongen, die jij zal ik maar zeggen heel erg sympathiek vindt, en dat jij je zusje van 15 of 16 aan die jongen wilt geven met de bedoeling dat die jongen dan, ja hoe schrijf je dat, met zijn, met zijn...'
'Ik weet wat u bedoelt, vader'.
'Maar dat is toch verschrikkelijk, Gerard! Je eigen zuster!'
'Ja schandelijk vader.'
'En een eindje verderop lees ik van je, dat God liefde is, en waarom dat zo is, en dat schrijf je zo mooi, misschien wel mooier dan beschreven bij Johannes, in het evangelie, dat ik er tranen in mijn ogen van krijg. Hoe kan dat nou Gerard, in één en hetzelfde boek?...'
'U moet rekenen, dat het maar literatuur is, vader. En ik moet tenslotte aan de kost komen.'
'Ja goed, maar dat zusje dan?...'
'Ik heb helemaal geen zusters, vader.'
'Oh. Op die manier.'
Gerard Reve, in Brieven aan Frans P. 1965-1969Utrecht MCMLXXXIV p.14, 15
'Gerard, ik heb geen verstand van literatuur.'
'Ik ook niet vader'.
'Nee, maar in dat artikel van jou in dat blad'..'daar schrijf je over een jongen, die jij zal ik maar zeggen heel erg sympathiek vindt, en dat jij je zusje van 15 of 16 aan die jongen wilt geven met de bedoeling dat die jongen dan, ja hoe schrijf je dat, met zijn, met zijn...'
'Ik weet wat u bedoelt, vader'.
'Maar dat is toch verschrikkelijk, Gerard! Je eigen zuster!'
'Ja schandelijk vader.'
'En een eindje verderop lees ik van je, dat God liefde is, en waarom dat zo is, en dat schrijf je zo mooi, misschien wel mooier dan beschreven bij Johannes, in het evangelie, dat ik er tranen in mijn ogen van krijg. Hoe kan dat nou Gerard, in één en hetzelfde boek?...'
'U moet rekenen, dat het maar literatuur is, vader. En ik moet tenslotte aan de kost komen.'
'Ja goed, maar dat zusje dan?...'
'Ik heb helemaal geen zusters, vader.'
'Oh. Op die manier.'
Gerard Reve, in Brieven aan Frans P. 1965-1969Utrecht MCMLXXXIV p.14, 15
vrijdag, november 21, 2003
Het is alles groots en grenzeloos
'Snachts is hier de hemel onuitsprekelijk schoon: de Melkweg is een wolk van koud vuur, en Venus is duidelijk een bolletje, met volume, en niet alleen maar een betraand flikkerlicht. Toen we hier kwamen was de Maan nog bijna vol, en kon men bij haar licht de tekst van een niet al te klein gedrukt boek lezen. Het is alles groots en grenzeloos, maar wat God ermee bedoeld kan hebben, dat kan ik niet begrijpen. Laten we maar niet tobben. '
Gerard Reve, in Brieven aan Bernard S. Utrecht/Antwerpen MCMLXXXI p.40
'Snachts is hier de hemel onuitsprekelijk schoon: de Melkweg is een wolk van koud vuur, en Venus is duidelijk een bolletje, met volume, en niet alleen maar een betraand flikkerlicht. Toen we hier kwamen was de Maan nog bijna vol, en kon men bij haar licht de tekst van een niet al te klein gedrukt boek lezen. Het is alles groots en grenzeloos, maar wat God ermee bedoeld kan hebben, dat kan ik niet begrijpen. Laten we maar niet tobben. '
Gerard Reve, in Brieven aan Bernard S. Utrecht/Antwerpen MCMLXXXI p.40
maandag, november 17, 2003
"Daarbij komt, dat Schopenhauer ongehoord mooi schrijft.."
"Vreemd, dat van geschriften van pessimisten altijd een diepe troost uitgaat, en dat de optimisten je tot zelfmoord brengen. Je wordt er beroerd van, van Schopenhauer, en toch kikker je er helemaal van op"
Gerard Reve, in Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1982 p.260
"Vreemd, dat van geschriften van pessimisten altijd een diepe troost uitgaat, en dat de optimisten je tot zelfmoord brengen. Je wordt er beroerd van, van Schopenhauer, en toch kikker je er helemaal van op"
Gerard Reve, in Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1982 p.260
zaterdag, november 15, 2003
'Ik kan alle dingen als symbool zien'
'Ik vrees, dat symboolblinde mensen niet te veranderen zijn. Ik kan alle dingen als symbool zien- hoe kan men ze ooit anders beschouwen? Ik las laatst, met zekere ontroering, de legende van St. Christofoor, een geheel legendarische heilige. Hij was een reus, die gaarne God, de wereld & de mensen op een of andere wijze wilde dienen.
God raadde hem aan, mensen op zekere plek in een rivier, van de ene oever naar de andere te dragen. Christofoor deed dit welgemoed. Op zekere dag kwam een klein kind aan de oever, dat naar de overkant wilde, maar dat geen geld had. Dit kon de goedige Christofoor niet schelen, & hij zette het nietige, kleine kindje op zijn schouders. Bij zijn voortschrijden door de rivier merkte hij, dat het kind steeds zwaarder werd. In het midden van de rivier was de last haast ondraaglijk geworden, & tenslotte wist Christofoor met alleruiterste inspanning, volkomen uitgeput, op het nippertje nog de andere oever te bereiken. Hier maakte het kind zich als Christus bekend. 'Ik had dat kind een rotklap gegeven', was Hanny haar kommentaar. Ik vind het verhaal even ontroerend als duidelijk in zijn betekenis: het wil zeggen, dat wie Christus wil dragen (uitdragen) in de wereld, zelfs als lichamelijke reus & moreel superieur mens (gratis overzetten) door de stroom des levens wordt overspoeld & bedreigd.
Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975, Amsterdam 1981 p. 220,221
'Ik vrees, dat symboolblinde mensen niet te veranderen zijn. Ik kan alle dingen als symbool zien- hoe kan men ze ooit anders beschouwen? Ik las laatst, met zekere ontroering, de legende van St. Christofoor, een geheel legendarische heilige. Hij was een reus, die gaarne God, de wereld & de mensen op een of andere wijze wilde dienen.
God raadde hem aan, mensen op zekere plek in een rivier, van de ene oever naar de andere te dragen. Christofoor deed dit welgemoed. Op zekere dag kwam een klein kind aan de oever, dat naar de overkant wilde, maar dat geen geld had. Dit kon de goedige Christofoor niet schelen, & hij zette het nietige, kleine kindje op zijn schouders. Bij zijn voortschrijden door de rivier merkte hij, dat het kind steeds zwaarder werd. In het midden van de rivier was de last haast ondraaglijk geworden, & tenslotte wist Christofoor met alleruiterste inspanning, volkomen uitgeput, op het nippertje nog de andere oever te bereiken. Hier maakte het kind zich als Christus bekend. 'Ik had dat kind een rotklap gegeven', was Hanny haar kommentaar. Ik vind het verhaal even ontroerend als duidelijk in zijn betekenis: het wil zeggen, dat wie Christus wil dragen (uitdragen) in de wereld, zelfs als lichamelijke reus & moreel superieur mens (gratis overzetten) door de stroom des levens wordt overspoeld & bedreigd.
Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975, Amsterdam 1981 p. 220,221
vrijdag, november 14, 2003
Huisvrouwen lazen vroeger veel boeken
"Huisvrouwen lazen vroeger veel boeken,..De kinderen gingen om kwart voor twee naar school, die vrouw schilde de aardappels, zette ze onder water en had dan nog twee of drie uur om te lezen. Daarom waren ook zestig of zeventig procent van mijn lezers vrouwen. Daar kreeg ik voornamelijk brieven van. Dat is nu voorbij door de televisie."
In: Tom Rooduijn, Revelaties, Gerard Reve over zijn Werk & Leven Schoorl 2002 p.126
"Huisvrouwen lazen vroeger veel boeken,..De kinderen gingen om kwart voor twee naar school, die vrouw schilde de aardappels, zette ze onder water en had dan nog twee of drie uur om te lezen. Daarom waren ook zestig of zeventig procent van mijn lezers vrouwen. Daar kreeg ik voornamelijk brieven van. Dat is nu voorbij door de televisie."
In: Tom Rooduijn, Revelaties, Gerard Reve over zijn Werk & Leven Schoorl 2002 p.126
woensdag, november 12, 2003
Bent U Wel Goed Voor Poes?
'Vrijwel alle mensen, die er een kat op na houden, zullen u desgevraagd mededelen, dat zij dit doen omdat zij in de aanwezigheid van het dier behagen scheppen -ik laat hier het gebruik van een kat als muizen- en rattenvanger buiten beschouwing- en hun verklaring zal meestal hierop meerkomen, dat zij van het beest houden. Ik heb nog nooit iemand gesproken, die een kat hield en niet verzekerde op een of andere wijze aan zijn huisdier gehecht te zijn.'
Gerard Reve, in Verzameld werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.192
'Vrijwel alle mensen, die er een kat op na houden, zullen u desgevraagd mededelen, dat zij dit doen omdat zij in de aanwezigheid van het dier behagen scheppen -ik laat hier het gebruik van een kat als muizen- en rattenvanger buiten beschouwing- en hun verklaring zal meestal hierop meerkomen, dat zij van het beest houden. Ik heb nog nooit iemand gesproken, die een kat hield en niet verzekerde op een of andere wijze aan zijn huisdier gehecht te zijn.'
Gerard Reve, in Verzameld werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.192
dinsdag, november 11, 2003
De vrouw vertolkt het geheel
'De vrouw vertolkt het geheel. Het moet uit de lengte of uit de breedte. De man is oneindig, maar betaalt daarvoor één dimensie: hij is een lijn. De vrouw is eindig, maar heeft een dimensie meer. Psychisch is de vrouw ongetwijfeld beter af dan de man. Ik meen opgemerkt te hebben, dat een vrouw psychies hechter in elkaar zit, en wat haar ziel betreft niet zo snel bezwijkt als een man.
Gerard Reve in Brieven aan mijn lijfarts 1963-1980 Amsterdam/Antwerpen 1991 p.93
'De vrouw vertolkt het geheel. Het moet uit de lengte of uit de breedte. De man is oneindig, maar betaalt daarvoor één dimensie: hij is een lijn. De vrouw is eindig, maar heeft een dimensie meer. Psychisch is de vrouw ongetwijfeld beter af dan de man. Ik meen opgemerkt te hebben, dat een vrouw psychies hechter in elkaar zit, en wat haar ziel betreft niet zo snel bezwijkt als een man.
Gerard Reve in Brieven aan mijn lijfarts 1963-1980 Amsterdam/Antwerpen 1991 p.93
maandag, november 10, 2003
zondag, november 09, 2003
Van de ene bevoogding in de andere
'Het verleden van elk mens herhaalde zich domweg in het heden. Ik gevoelde mij bedreigd en verlaten, nu in mijn volwassenheid minstens in dezelfde mate als toen, in mijn gehele jeugd, en ik zocht nog steeds naar bescherming, geborgenheid en veiligheid. Ik moest mijzelf niets wijsmaken. Men zocht in het leven het verwante en het vertrouwde uit het verleden, en geeszins het andere en vreemde van een onbekende toekomst. Bijna iedere worsteling om ontplooiing bleef vruchteloos omdat men, meestal zonder het zelf te beseffen, van de ene bevoogding in de andere stapte.'
Gerard Reve, in Moeder en Zoon, Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.108
'Het verleden van elk mens herhaalde zich domweg in het heden. Ik gevoelde mij bedreigd en verlaten, nu in mijn volwassenheid minstens in dezelfde mate als toen, in mijn gehele jeugd, en ik zocht nog steeds naar bescherming, geborgenheid en veiligheid. Ik moest mijzelf niets wijsmaken. Men zocht in het leven het verwante en het vertrouwde uit het verleden, en geeszins het andere en vreemde van een onbekende toekomst. Bijna iedere worsteling om ontplooiing bleef vruchteloos omdat men, meestal zonder het zelf te beseffen, van de ene bevoogding in de andere stapte.'
Gerard Reve, in Moeder en Zoon, Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.108
donderdag, november 06, 2003
'Tegenover het geheim...'
'De mens bezit noch kennis, noch macht. Alle menselijke kennis en alle menselijke macht zijn, tegenover het Geheim, volstrekte onwetendheid en volstrekte onmacht.'
...
'Ik kan, geloof ik, niet beter doen dan met al mijn kracht voortwerken, ook al weet ik niet -zoals Samuel Beckett het zo aangrijpend heeft verwoord- 'wat ik doe, wie ik ben, waar ik ben, en of ik ben'.
Gerard Reve, in Verzameld Werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001, p.460/461
'De mens bezit noch kennis, noch macht. Alle menselijke kennis en alle menselijke macht zijn, tegenover het Geheim, volstrekte onwetendheid en volstrekte onmacht.'
...
'Ik kan, geloof ik, niet beter doen dan met al mijn kracht voortwerken, ook al weet ik niet -zoals Samuel Beckett het zo aangrijpend heeft verwoord- 'wat ik doe, wie ik ben, waar ik ben, en of ik ben'.
Gerard Reve, in Verzameld Werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001, p.460/461
woensdag, november 05, 2003
Naarmate je ouder wordt
'Naarmate je ouder wordt,...word je iets minder ijdel. Tot je veertigste leef je van je geboorte af, jezelf ontplooiend. De dood is iets dat een ander overkomt. Daarna komt alles in het teken van de dood te staan. Je krijgt in de je toegemeten tijd een leven van herinnering en bespiegeling.'
In: Tom Rooduijn, Revelaties, Gerard Reve over zijn Werk & Leven Conserve-Schoorl 2002, p.67
'Naarmate je ouder wordt,...word je iets minder ijdel. Tot je veertigste leef je van je geboorte af, jezelf ontplooiend. De dood is iets dat een ander overkomt. Daarna komt alles in het teken van de dood te staan. Je krijgt in de je toegemeten tijd een leven van herinnering en bespiegeling.'
In: Tom Rooduijn, Revelaties, Gerard Reve over zijn Werk & Leven Conserve-Schoorl 2002, p.67
dinsdag, november 04, 2003
Gedicht voor mijn 47ste verjaardag
De dag zelf vreemd en grijs. De dag erna
zes zwanen zeilend tot de voetbrug
waar ik met gulle hand het feestgebak te water werp
dat niemand gisteren door zijn strot heeft kunnen krijgen
en dat de vogels evenmin begeren:
hun koninklijke halzen buigen niet,
terwijl het ongewone voedsel zinkt.
Gerard Reve, in Verzamelde Gedichten, Amsterdam 1987 p.67
De dag zelf vreemd en grijs. De dag erna
zes zwanen zeilend tot de voetbrug
waar ik met gulle hand het feestgebak te water werp
dat niemand gisteren door zijn strot heeft kunnen krijgen
en dat de vogels evenmin begeren:
hun koninklijke halzen buigen niet,
terwijl het ongewone voedsel zinkt.
Gerard Reve, in Verzamelde Gedichten, Amsterdam 1987 p.67
maandag, november 03, 2003
'Rechtstreeks of langs een omweg'
Zulk een praatje was voor mij geen kleinigheid, want ik kan eigenlijk met niemand ergens over praten. Iets zeggen kan ik wel, maar ik kom altijd, rechtstreeks of langs een omweg, terecht bij het Lijden en de Dood, en vele dingen die daarmede te maken hebben.
Gerard Reve, Het Boek van Violet en Dood, Amsterdam/Antwerpen 1996 p.10
Zulk een praatje was voor mij geen kleinigheid, want ik kan eigenlijk met niemand ergens over praten. Iets zeggen kan ik wel, maar ik kom altijd, rechtstreeks of langs een omweg, terecht bij het Lijden en de Dood, en vele dingen die daarmede te maken hebben.
Gerard Reve, Het Boek van Violet en Dood, Amsterdam/Antwerpen 1996 p.10
zondag, november 02, 2003
zaterdag, november 01, 2003
Onzalige okeren gloed
'Het licht, het licht was er weder. die onzalige okeren gloed des daags die ik al eerder heb beschreven, die elke hoop of verwachting futiel maakte. Geen syndroom in een psychisch verrekijkprogramma maar gewoon moeder waarom leven wij. Dit licht beroofde alle dingen van elke betekenis. Welke zin en welk doel konden dit land en dit volk nog hebben? "
Gerard Reve, in Het Boek Van Violet En Dood, Amsterdam/Antwerpen 1996, p.103
'Het licht, het licht was er weder. die onzalige okeren gloed des daags die ik al eerder heb beschreven, die elke hoop of verwachting futiel maakte. Geen syndroom in een psychisch verrekijkprogramma maar gewoon moeder waarom leven wij. Dit licht beroofde alle dingen van elke betekenis. Welke zin en welk doel konden dit land en dit volk nog hebben? "
Gerard Reve, in Het Boek Van Violet En Dood, Amsterdam/Antwerpen 1996, p.103
vrijdag, oktober 31, 2003
donderdag, oktober 30, 2003
Niet mislukt, maar ontsnapt.
Maar intussen heb ik een droevige jeugd gehad. Mislukt op school, te weten het gymnasium, wat overigens geen sportschool is. In sport en balspel was ik trouwens ook niets waard. Het besef van mislukt te zijn, is mij heel lang blijven achtervolgen. Pas heel laat zag ik in, dat een academische carrière mijn ondergang zoude hebben betekend.
Ik ben niet mislukt, geloof ik, maar ontsnapt.
Gerard Reve, Het boek van violet en dood Amsterdam/Antwerpen 1996, p.19
Maar intussen heb ik een droevige jeugd gehad. Mislukt op school, te weten het gymnasium, wat overigens geen sportschool is. In sport en balspel was ik trouwens ook niets waard. Het besef van mislukt te zijn, is mij heel lang blijven achtervolgen. Pas heel laat zag ik in, dat een academische carrière mijn ondergang zoude hebben betekend.
Ik ben niet mislukt, geloof ik, maar ontsnapt.
Gerard Reve, Het boek van violet en dood Amsterdam/Antwerpen 1996, p.19
woensdag, oktober 29, 2003
dinsdag, oktober 28, 2003
Verlangen
" 't Hijgend hert der jacht ontkomen,
Dorst niet sterker naar 't genot
Van de frisse waterstromen,
Dan mijn ziel verlangt naar God"
"Als titel van mijn jongste liefdes- en avonturenroman heb ik enkele woorden gekozen uit Gods Eeuwig Woord,
te weten uit de berijmde versie van de beroemde psalm 42.."
G.R. in: Het hijgend hert, Amsterdam/Antwerpen 1998, in Verantwoording van een roman
" 't Hijgend hert der jacht ontkomen,
Dorst niet sterker naar 't genot
Van de frisse waterstromen,
Dan mijn ziel verlangt naar God"
"Als titel van mijn jongste liefdes- en avonturenroman heb ik enkele woorden gekozen uit Gods Eeuwig Woord,
te weten uit de berijmde versie van de beroemde psalm 42.."
G.R. in: Het hijgend hert, Amsterdam/Antwerpen 1998, in Verantwoording van een roman
maandag, oktober 27, 2003
Troost Mij in Mijn lijden, blijf bij Mij in Mijn eenzaamheid
'Waait het zo hard?' vroeg ik.
'Het waait helemaal niet, Gerard', zeide Lambert S., even zijdelings naar mij opblikkend. 'Heb je het koud?'
'Ja...'Maar het waaide toch wel degelijk?...Ik gevoelde een felle bries langs mijn gezicht en door mijn haren strijken...En ik hóórde de wind...Ik keek rond...Noch in de toppen van de struiken, noch in de wilgen aan de slootkant, noch hoog in de populieren verderop was enige beweging of slechts trilling waar te nemen...En toch hoorde ik iets...Het knapte en ruiste in mijn oren...Ergens in mijn hoofd nam het gedruis toe...Er sprak iemand...Ik?.. Lambert S.?..
Neen, geen van ons beiden deed een mond open...
In mijn strottenhoofd, of in mijn keel, trilde het...: 'Troost Mij in Mijn lijden, blijf bij Mij in mijn eenzaamheid', sprak een stem..Wat gebeurde er?..Wie was dat..?
In Gerard Reve,Moeder en Zoon Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX , p.274
'Waait het zo hard?' vroeg ik.
'Het waait helemaal niet, Gerard', zeide Lambert S., even zijdelings naar mij opblikkend. 'Heb je het koud?'
'Ja...'Maar het waaide toch wel degelijk?...Ik gevoelde een felle bries langs mijn gezicht en door mijn haren strijken...En ik hóórde de wind...Ik keek rond...Noch in de toppen van de struiken, noch in de wilgen aan de slootkant, noch hoog in de populieren verderop was enige beweging of slechts trilling waar te nemen...En toch hoorde ik iets...Het knapte en ruiste in mijn oren...Ergens in mijn hoofd nam het gedruis toe...Er sprak iemand...Ik?.. Lambert S.?..
Neen, geen van ons beiden deed een mond open...
In mijn strottenhoofd, of in mijn keel, trilde het...: 'Troost Mij in Mijn lijden, blijf bij Mij in mijn eenzaamheid', sprak een stem..Wat gebeurde er?..Wie was dat..?
In Gerard Reve,Moeder en Zoon Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX , p.274
zondag, oktober 26, 2003
'We zijn allemaal maar gewone mensen'
' "Zou God echt bestaan, vraag ik volledigheidshalve..." "Dat soort dingen..." antwoordt Vader Bel, terwijl hij lichtelijk afwijzend het hoofd schudt. "Dat soort dingen, daar bemoei ik me niet mee. Je hebt je werk, en de zon zchijnt. En we zijn allemaal maar gewone mensen."
Inderdaad, bedenk ik, nadat ik ietwat beschaamd afscheid heb genomen: ik heb mijn werk, want ik moet wederom met gezwinde spoed voortarbeiden aan mijn nieuwe wereldboek en liefdesroman; en inderdaad daalt de weldadige straling ener milde herfstzon op ons neder, en wie weet, zijn wij allemaal maar gewone mensen.'
Gerard Reve in: Een eigen huis Amsterdam/Brussel MCMLXXIX p.126
' "Zou God echt bestaan, vraag ik volledigheidshalve..." "Dat soort dingen..." antwoordt Vader Bel, terwijl hij lichtelijk afwijzend het hoofd schudt. "Dat soort dingen, daar bemoei ik me niet mee. Je hebt je werk, en de zon zchijnt. En we zijn allemaal maar gewone mensen."
Inderdaad, bedenk ik, nadat ik ietwat beschaamd afscheid heb genomen: ik heb mijn werk, want ik moet wederom met gezwinde spoed voortarbeiden aan mijn nieuwe wereldboek en liefdesroman; en inderdaad daalt de weldadige straling ener milde herfstzon op ons neder, en wie weet, zijn wij allemaal maar gewone mensen.'
Gerard Reve in: Een eigen huis Amsterdam/Brussel MCMLXXIX p.126
Abonneren op:
Posts (Atom)