donderdag, mei 25, 2006

Symbolen (2)
'Ik vrees, dat symboolblinde mensen niet te veranderen zijn'




'Ik vrees, dat symboolblinde mensen niet te veranderen zijn. Ik kan alle dingen als symbool zien- hoe kan men ze ooit anders beschouwen? Ik las laatst, met zekere ontroering, de legende van St. Christofoor, een geheel legendarische heilige. Hij was een reus, die gaarne God, de wereld & de mensen op een of andere wijze wilde dienen.
God raadde hem aan, mensen op zekere plek in een rivier, van de ene oever naar de andere te dragen. Christofoor deed dit welgemoed. Op zekere dag kwam een klein kind aan de oever, dat naar de overkant wilde, maar dat geen geld had. Dit kon de goedige Christofoor niet schelen, & hij zette het nietige, kleine kindje op zijn schouders. Bij zijn voortschrijden door de rivier merkte hij, dat het kind steeds zwaarder werd. In het midden van de rivier was de last haast ondraaglijk geworden, & tenslotte wist Christofoor met alleruiterste inspanning, volkomen uitgeput, op het nippertje nog de andere oever te bereiken. Hier maakte het kind zich als Christus bekend. 'Ik had dat kind een rotklap gegeven', was Hanny haar kommentaar. Ik vind het verhaal even ontroerend als duidelijk in zijn betekenis: het wil zeggen, dat wie Christus wil dragen (uitdragen) in de wereld, zelfs als lichamelijke reus & moreel superieur mens (gratis overzetten) door de stroom des levens wordt overspoeld & bedreigd.

Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975, Amsterdam 1981 p. 220,221

woensdag, mei 24, 2006

Symbolen (1)
'Dat is het treurige, dat de mensen zo beperkt zijn..'




"De mensen onderschatten het symbool. Je hoort de mensen zo vaak spreken, dat is maar symbool, terwijl het symbool veel groter is dan de tastbare werkelijkheid, veel omvattender. Dat is het treurige, dat de mensen zo beperkt zijn, zo'n klein Godsbegrip hebben, dat ze zich bedreigd voelen, als je als symbool een bepaald dier kiest of een bepaalde relatie, een bepaalde sexuele handeling symboliseert....
God is het meest wezenlijke, het meest weerloze, het meest ontoegankelijke in onszelf.
God is de allesdoordringende, alles verzoenende, alles éénmakende liefde, die alle verstand te boven gaat. Dat is God. God is geen ding. God is het enige wezen, dat het bestaan niet nodig heeft om zich te openbaren. Het Koninkrijk Gods is binnen in u, dat staat er hè."

Gerard Reve, in Schoon Schip 1945-1984 Amsterdam MCMLXXXIV p.169

dinsdag, mei 23, 2006

Geef het een naam (2)



Het grote, diepe woud dat geen einde kent, en de eindeloze zee die in de diepte zwart wordt, daaruit komt alles voort, maar het is zoveel dat het je dreigt te overspoelen: de struiken grijpen je en houden je vast, en boven je sluiten zich de wateren. Maar geef het een naam en het zal je, dankbaar voor die naam, voortaan dienen en voeden. Ik noem het M., en brand er kaarsen voor, terwijl ik werk. Laat, heel laat ontdekte ik dit alles. Toch is mij heel veel gegeven geworden.

"Gerard Reve, in Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988. p.87

maandag, mei 22, 2006

Geef het een naam (1)

'Alles is een kwestie van namen geven. (' Om aan 't vergaan te geven duizend namen/ Schoonheid te vieren met een blijvend lied'. Herman Gorter: De School der Poëzie, dacht ik.) Deze tijd kent geen namen meer. Zodra iets een naam heeft, is het bezworen. Ik vocht vele, vele jaren tegen de fles, maar ik wist niet hoe die heette, en daarom kon ik de strijd niet winnen. Ik kon niet achter de naam komen. Tot ik besefte dat het de Satan was, de ongelukkige, die mij in zijn wanhoop scheiden wilde van God, en mij aan Hem wilde doen twijfelen. Nu ik zijn naam ken, heeft hij geen macht meer over me."

Gerard Reve, in Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988. p.87

zondag, mei 21, 2006

Het weer van alle mensen (II)
"Men moet dan denken aan vroeger en men gevoelt zich zeer sterfelijk"


"Wat is overigens dan dat 'weder van alle mensen'? Het heeft iets onbestemds. Het is dan vrijwel windstil, en het is noch zeer koud noch zeer warm. Af en toe breekt de zon door, doch slechts voor heel kort en met een beknepen, okeren licht. Tegelijkertijd met die kortstondige verschijning van de zon verheft zich heel even een windvlaag, die proppen papier, zand en stof op de grond doet rondwervelen. Men moet dan denken aan vroeger en men gevoelt zich zeer sterfelijk."

Gerard Reve in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.80

zaterdag, mei 20, 2006

Het weer van alle mensen (I)
'Laat ons dankbaar zijn, dat er een mysterie is.'.




"Maar vandaag is het zaterdagavond, en het grootste gedeelte van de dag heerste er het 'weder van alle mensen' (Vroeger schreef ik 'weer'.) Eens, jaren geleden, toen ik na een lezing op het land diverse vragen van toehoorders moest beantwoorden, vroeg mij een dame, of ik het niet met haar eens was, dat het in mijn werk beschreven 'weder van alle mensen' zich vooral op Zaterdagen voordeed. Ik heb altijd reeds vermoed, dat het zo was, maar telkens tot mijzelve gezegd je verzint maar wat, het is alleen maar verbeelding. Maar de dame die had het evengoed in de gaten, en door die zeer verstandige vraag die ze mij stelde gaf zij mij 'in belangrijke mate mijn zelfvertrouwen terug'. Het is waar: het weer heeft statisties een voorkeur voor de Zaterdag. En Waarom? Hoor eens, ik heb de wereld niet gemaakt. Laat ons dankbaar zijn, dat er een mysterie is. De mensen zijn nooit tevreden."

Gerard Reve in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.80

vrijdag, mei 19, 2006

'Alles moest zo zijn, maar begrijpen kon men het niet.'



"Alles moest zo zijn, maar begrijpen kon men het niet. Er stond ons stellig nog veeel meer te wachten, want een paar dagen tevoren, toen ik een brief was gaan posten, had ik een dier met mensenoren in een mand in een boom zien zitten en zoiets kon nauwelijks iets goeds aankondigen. Een massa dingen kon je beter niet eens proberen.......
En vermoedelijk was zelfs alles een illusie. God zelf was de enige werkelijkheid, en wij waren slechts werkelijk in zoverre hij in ons was, en wij in hem. Indien dit zo was, en indien het waar was, dat God Liefde was, dan moest dit betekenen, dat wij slechts bestonden, in zoverre we liefhadden."

Gerard Kornelis van het Reve in Nader tot U Amsterdam 1966 p. 55

donderdag, mei 18, 2006

‘Ongelooflijk treurig, maar toch ook erg gelukkig’

'Ik werd ongelooflijk treurig, maar toch ook erg gelukkig, terwijl ik bedacht dat ik zonder einde de Meedogenloze Jongen zou moeten nareizen, maar steeds zijn trein juist het station uit zien stomen, of ik zou aan de kade staan en hij, alweer met een op het punt zich te ontvouwen glimlach, zou aan de reling staan van het schip dat al te ver van de wal zou zijn, en ik zou voelen, hoe mij het hart, als in een verstikkende pijn, langzaam maar grondig uit de borstkas werd gescheurd.

Gerard Kornelis van het Reve in: Nader tot U Amsterdam 1966 p.47

woensdag, mei 17, 2006

'Ik schrijf voor mensen en ook voor vele dieren die zelf niet lezen'

"Ik schrijf voor mensen en ook voor vele dieren die zelf niet lezen. Dus het moet begrijpelijk zijn wat ik schrijf, als het maar mooi is en troost schenkt aan allen die deze van node hebben."

Gerard Reve in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.158

dinsdag, mei 16, 2006

Graf te Blauwhuis
Voor buurvrouw H., te G.




Theodor Holman zingt Graf te Blauwhuis

...............
Gij, die Koning zijt, dit en dat, wat niet al,
ja ja, kom er eens om,
Gij weet waarom het is, ik niet.
Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?


Volledige tekst in:
Gerard Reve, in Verzamelde Gedichten Amsterdam 1987 p.59

maandag, mei 15, 2006

'Je gaat wel door veel droefheid, voordat je die afstand gevonden hebt'.

"Geluk? Bestaat dat wel, geluk? Alles is toch ongeluk- leven, geboren worden...? Maar als ik iets zou kunnen schrijven dat iemand in dat ongeluk zou kunnen troosten, zoals de moeder van God, en God zelf in de persoon van de Heilige Geest wel eens iemand troosten, dan zou dat toch iets goeds zijn, dat misschien welgevallen zou vinden bij God? Je gaat wel door veel droefheid, voordat je die afstand gevonden hebt."

Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders, Utrecht/Antwerpen 1985 p.189

zondag, mei 14, 2006

Moeder en Zoon (2)
'Moederliefde is onvoorwaardelijk'


Gerard op de arm van zijn moeder (juli 1924)
bron foto: Nop Maes, Kleine Bolsjewieken Amsterdam/Antwerpen 1999 p.10


"Moederliefde is onvoorwaardelijk. Andere liefde is gebonden aan begeerte en lust. Een vader houdt meer van een kind naarmate het meer uitblinkt en betere prestaties op school levert. Een moeder houdt van een kind omdat het een kind is. Afgelopen!"

Tom Rooduijn Revelaties, Gerard Reve over zijn werk & leven Schoorl 2002 p. 56, 57

zaterdag, mei 13, 2006

Moeder en Zoon (1)

"Uit mijn boeken stijgt het religieuze uitgangspunt op, dat de schrijver Zoon van een Moeder wil zijn. Dat sluit aan bij mijn Mariaverering. Het is voor mij belangrijk zoon te zijn en ook nog een bepaald moederschap uit te oefenen. Het moederschap Gods is voor mij erg belangrijk."

Tom Rooduijn Revelaties, Gerard Reve over zijn werk & leven Schoorl 2002 p. 56, 57

vrijdag, mei 12, 2006

Slapeloos
"In de nachtwind, als ik niet slapen kan.."





Gerard Reve, Verzamelde gedichten, Amsterdam 1987 p. 121

donderdag, mei 11, 2006

Het wezen van de schrijfkunst (3)
'Vul Uw werk niet met zelfbeklag'

"Vul Uw werk niet met zelfbeklag: U moet Uw ellende gebruiken, verwerken, dienstbaar maken aan Uw werk, en niet medelijden proberen te wekken bij Uw lezer. Die heeft zelf al ellende genoeg en wordt erdoor afgestoten. Maar als U Uw leed door Uw geschrift een universele geldigheid zoudt weten te geven, dan ervaart de lezer zijn eigen treurnis ook als iets groots, universeel geldigs en kostbaars, en is hij U dankbaar."

Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p. 127

woensdag, mei 10, 2006

Het wezen van de schrijfkunst (2)
'Alles is reeds, ontelbare malen, eerder geweest en gebeurd.'

"Zoals God in ons woont, of nergens, zo ook draagt U Uw onderwerp in Uzelf mede- Het is niet buiten U, nergens, U moet niet, wat Uzelf hebt doorgemaakt, te gering achten om neer te schrijven, maar U moet ook niet denken, dat wat U doorleefd hebt, uniek is.
Alles is reeds, ontelbare malen, eerder geweest en gebeurd."

Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p. 126

dinsdag, mei 09, 2006

Het wezen van de schrijfkunst (1)
'Telt U eens de woningen die U zien kunt: dit getal is het aantal menselijke dramaas, dat voor het grijpen ligt..'


"U moet helder, en zo eenvoudig mogelijk schrijven: nooit iets te ingewikkeld maken, wat eenvoudig is. Geen moeilijke woorden gebruiken zoals depersonificatie, frustratie, libido e.d. Voorts moet U niet denken, dat U het onderwerp buiten Uw eigen leven en gezichtskring zoudt moeten zoeken........
Kijk uit het raam, en telt U eens de woningen die U zien kunt: dit getal is het aantal menselijke dramaas, dat voor het grijpen ligt."

Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p. 126

donderdag, mei 04, 2006

Gerard Reve en de dieren (7)
'Een vogel die eigenlijk een geveerde vlinder is'




"Wie van nabij de triomf wil zien van de over alle verstand en nut zegevierende Geest, bezoeke het kleine tropiese vogelhuis om daar, een paar decimeter van zijn gezicht, ongehinderd door tralies want door een vernuftig ontworpen lichtval gevangen houden, de kolibri in de lucht te zien stilstaan. Dan, en niet eerder, begrijpt men waarom dit dierken in het Engels humming bird heet. Een vogel die eigenlijk een geveerde vlinder is, zo teer, dat het aanpakken reeds de dood zou veroorzaken, en in gevangenschap slechts te houden, indien men bereid is er bananenvliegjes voor te kweken. Als men de ademstokkende, zilverpapieren kleuren van het rompje, dunner dan een kinderpinkje, en het licht gebogen, injectienaaldfijne snaveltje, ter tanking van misschien dauw, in de bloemkolk gestoken ziet, alles zo roerloos, dat alleen het neuriën van de onzichtbare vleugels verraadt dat het dier intussen vliegt en niet ergens op zit of hangt, dan beseft men, dat het goed en juist is dat dit wezentje bestaat, al kan men het niet begrijpen."

Gerard Kornelis van het Reve, in Op Weg Naar het Einde Amsterdam 1966 p.85. 86

Even een korte pauze wegens vakantie
E.H.

woensdag, mei 03, 2006

'Het zonnetje in huis'

"Helaas is het de waarheid, en de waarheid is niet altijd het zonnetje in huis."

Gerard Reve, in Het Boek van Violet en Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p. 224

dinsdag, mei 02, 2006

'Intussen: volhouden hoor!'

"Intussen: volhouden hoor!
Nog een klein eindje, en dan zijn we in de hemel."


Gerard Kornelis van het Reve in DeTaal der Liefde Amsterdam 1971 p.78

maandag, mei 01, 2006

'Waarheen'?

" We moeten voort, maar de vraag luidt: "Waarheen"? "

Gerard Kornelis van het Reve, in De Taal der Liefde Amsterdam 1971 p.40

zondag, april 30, 2006

'The ship, the ship, he sang'



‘He opened his mouth and let the shirt drop to the floor.
"I ‘m the prince", he said.
He took the banjo out of the suitcase and plucked the strings. They made short, dull tones, and he began singing under his breath.
"The ship, the ship", he sang."The ship isn’t going to sail".

Gerard Kornelis van het Reve in: The acrobat and other stories Amsterdam London 1956 p.153

zaterdag, april 29, 2006

Zou waarachtige liefde ooit vergeefs kunnen zijn?

'De liefde...,' sprak de Vorstin zachtjes voor zich heen als in een mijmering.
'Zij is immers het enige waarin ik geloof,' fluisterde ik.
Opnieuw was er een zwijgen.
'Wat denkt Uwe Genade?' begon ik te spreken. 'Zou echte liefde, zou waarachtige liefde ooit...vergeefs kunnen zijn...als ware zij nimmer geweest...'
'De liefde vergaat nimmermeer, Mijnheer'.
'Gelooft Uwe Genade dat?'
Het staat toch geschreven, Mijnheer..in eeuwigheid?
Twijfelt u daaraan?

Gerard Reve, Een Circusjongen, Amsterdam/Brussel MCMLXXXV p.142

vrijdag, april 28, 2006

'De Vorstin keek peinzend, in diepe aandacht'



'De Vorstin keek peinzend, in diepe aandacht. Buiten, in de paleistuin, had de invallende schemering zich wederom verdicht; een tedere schaduw was over alles in het vertrek nedergedaald, en de zachte, milde trekken van het gelaat van Hare Genade waren nog maar deels te onderscheiden. Het was, alsof de vallende schemer mij als het ware bevrijdde door mij onzichtbaar te maken, zodat ik vrijmoediger zou durven spreken, uit het diepst van mijn hart, zonder schaamte... Hoe moest ik Hare Genade het uitleggen, en samenvatten, mijn leven...Een soort acrobaat was ik, ja...het was waar...een trapeze-artiest en waaghals, mateloos bewonderd en aanbeden, maar ook fel benijd en gehaat...door tallozen...'

Gerard Reve, Een Circusjongen, Amsterdam/Brussel MCMLXXXV p.178,179

donderdag, april 27, 2006

Gerard Reve en de dieren (6)
'Een katholiek dier bij uitstek is de papegaai'




"Welnu: een katholiek dier bij uitstek is de papegaai. Op gezag van het handboek van Ripa is deze fraai gevederde mensenvriend door de R.K. Kerk leerstellig als katholieke vogel erkend, onder andere omdat het naast de mens het enige dier is dat Ave kan zeggen. Vandaar ook, dat die oergezellige kerk in de Kalverstraat te Amsterdam De Papegaai heet, waar alles nog in het Latijn gaat en de vernieuwers (lees: vernielers) geen poot aan de grond krijgen."

Gerard Reve in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.95

woensdag, april 26, 2006

Gerard Reve en de dieren (5)
'Bent U Wel Goed Voor Poes?'




'Vrijwel alle mensen, die er een kat op na houden, zullen u desgevraagd mededelen, dat zij dit doen omdat zij in de aanwezigheid van het dier behagen scheppen -ik laat hier het gebruik van een kat als muizen- en rattenvanger buiten beschouwing- en hun verklaring zal meestal hierop meerkomen, dat zij van het beest houden. Ik heb nog nooit iemand gesproken, die een kat hield en niet verzekerde op een of andere wijze aan zijn huisdier gehecht te zijn.'

Gerard Reve, in Verzameld werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.192

dinsdag, april 25, 2006

'Vlinder in de jeugd, larf op het eind'


Paul Cézanne, Man in a Room

Ik kon de boel van alle kanten bekijken. Hij moest eens een jonge god geweest zijn, maar hij was al een tijd bezig zwaarder te worden. Dat zwaarder worden gaf aan bepaalde achterste delen van zijn lichaam, onder het zwarte fluweel van een onmodieuze broek, een smartelijke luister. 'Vlinder in de jeugd, larf op het eind', viel mij in. Ik wilde hem troosten, maar hoe?

in: Gerard Reve in Roomse Heisa 1985, blz 28.

zondag, april 23, 2006

Gerard Reve en de dieren(3)
De vleermuis, een "luchtreptiel"




'Waar valt de vleermuis onder? Volgens mij is hij een luchtreptiel. Maman wil hem, zij het na veel aarzeling, voorlopig bij een soort vogels onderbrengen. Zij gaat van het behaviourisme uit, denk ik. De taal heeft ongehoorde verwarring gesticht: 'Vleermuis', 'walvis', 'mensaap', en dergelijke.
Is de vleermuis zeer vruchtbaar? Dat moet haast wel, als je dat diertje zo monter en onvermoeibaar door de lucht ziet zwalken zonder zich ooit te stoten. Vruchtbaarheid en aanpassing zijn volgens mij nauw verbonden. Ik bedoel: een weinig of matig vruchtbaar dier kan zich niet aanpassen'.

Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.72

zaterdag, april 22, 2006

Gerard Reve en de dieren (2)
een vlinder met twee slurven




'Gisteren zag ik in de tuin een grijze nachtachtige vlinder met twee slurven driftig de bloesems van Afrikaantjes van honig ledigen. Ik bedacht dat die vlinder om kwart vóór zes al van Drees zou trekken, en om veertien minuten voor tienen al naar Westerveld zou moeten.'

Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.70

vrijdag, april 21, 2006

Gerard Reve en de dieren(1)
De 'haardkrekel' en andere 'enge torren'




'Er zijn veel kleindieren. Tijger noemt alles een 'enge tor', die ik moet wegdoen of doodslaan. Er loopt af en toe een soort zwarte kraanwagen ter lengte van een lucifersdoosje door het gras, met grote tangen, maar het is geen schorpioen. Een ander dier, dat veel in onze bagage wil en dat door Tijger ook 'tor' wordt genoemd, is een niet vliegende, dikke pikzwarte krekel, die plechtig alle gemorste suiker opeet, als een insectoïde eekhoorntje, zich krabt, tsjilpt, zijn gebit schoonmaakt, en dan weer aan een volgend hoopje suiker begint. Er is wel één soort insect, dat mij bedenkingen geeft en dat, God zij dank, nogal klein is: een soort Delta of Vliegende Vleugel, een Concorde in het klein, met neuswiel en met bommenrek onder elke vleugel, alles met aluminumverf en oranje lak of menie afgewerkt. Met het blote oog zie je gelukkig niet alles tot in het uiterste detail, maar het is echt een insect voor een politiestaat.'

Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.18, 19

donderdag, april 20, 2006

"Nimmer was mijn heimwee naar U zo fel, en zo mateloos."




'Opnieuw dus: Uit de diepten. En alweer: nadat hij een zeer groot aantal dagen onafgebroken aan de kruik was geweest, nog steeds echter zonder dat je veel bizonders aan hem kon zien. Een zang ook, terwijl hij ferm bleef doorstappen in de richting van de Duisternis, en weer: voor de orkestmeester. Wederom: een Nachtlied. En meer dan ooit een lied van overgave, want nimmer was mijn heimwee naar U zo fel, en zo mateloos.'

Gerard Reve, Nader tot U Amsterdam 1966 p.91

woensdag, april 19, 2006

"Onsterfelijk en eeuwig"

'Wij zijn onsterfelijk en eeuwig, maar we hebben daar in ons leven weinig aan, behalve dat je het wat kalmer aan kunt doen dan iemand die denkt dat hij echt bestaat en daarom ook echt moet sterven.'

Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.78

Wim B.(Bergmans)was zaterdag één van de sprekers in de dienst van gebed, voorafgaand aan de begrafenis van Gerard Reve

dinsdag, april 18, 2006

"Warte nur, warte nur"



Voor de orkestmeester. Een herfstlied, of avondzang. Ik zou wel willen, dat deze brief vol zachtheid en tederheid kon zijn, met somtijds huiveringen van stilte en Aandacht, en geheel zonder gramschap jegens enig schepsel; ik zou willen dat hij een ieder die hem leest stil moge maken, en sommigen zelfs aan het schreien moge maken - want dat is het hoogste. Daar verlang en hoop ik naar terwijl ik aan het raam zit en naar buiten staar. Het is helder weer, en windstil, maar toch is het soms, of ik van verre en ijle, klagende stem hoor, als van de wind door de toppen van een duister naaldwoud. (Kom je gauw? Ja hoor, ik kom zo. Warte nur, warte nur.)

In Gerard Reve, Nader tot U, in Brief door tranen uitgewist Amsterdam 2001 p.41,42

maandag, april 17, 2006

'Het werkelijke probleem is de verlatenheid.'

'Verder ben ik niet tegen de dood, zoals veel domme mensen. Het werkelijke probleem is de verlatenheid. Alleen zijn is meestal nog te dragen, het zich verlaten weten nooit. Ik vroeg mij af hoe God Zich gevoelde, en of God ooit een mens of enig ander schepsel zoude verlaten. Maar ik liet die vragen wederom rusten, want ik had er geen verstand van.'

Gerard Reve in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p. 29

zondag, april 16, 2006

Dood en Leven


Foto E.H. 15-04-2006

Het huis van Gerard Reve en Joop Schafthuizen aan de Posthoornweg te Machelen aan de Leie op de dag van de begrafenis.

De luiken zijn gesloten en verwijzen naar de dood.
De magnolia staat in bloei als een verwijzing naar het leven.

Ik dacht kijk. Wat is in de natuur toch alles mooi gemaakt
(Denk maar aan al die sterren met hun lichtjaren.)


uit Een nieuw Paaslied in Verzamelde Gedichten Amsterdam 1987 p. 47
Zingende oceanen



Daar is in de wereld niets, mijn God,
dan de ruimten om ons,
dan de zingende oceanen,
dan de zonnen en 't gegons
der zwermen in den avond laat,
daar is niets dan wat hol gepraat
en mijn verlangen dat vecht naar U.


Richard Minne, in Drieluik, deel 3

Opgenomen als motto in Gerard Reve Verzamelde gedichten Amsterdam 1987

Dit gedicht stond op het bidprentje, dat werd uitgereikt tijdens de afscheidsdienst in de St Corneliuskerk in Machelen aan de Leie.



Zie voor een fotoimpressie van de begrafenis op mijn

Gerard Reve Weblog

zaterdag, april 15, 2006

Stille Zaterdag

vrijdag, april 14, 2006

Treurzang op Goede Vrijdag



Gedachtig aan Uw Sterven heb ik lang gevast,
en al die tijd niet eens gedronken.
Zo zie je weer: bij God is alles mogelijk.
Maar toon mij toch, als oogst van dit rampzalig leven,
één regel, die de moeite waard en leesbaar was.


Gerard Reve in: Verzamelde Gedichten, Amsterdam 1987 p.70

donderdag, april 13, 2006

Geschreven in het Boek van het Lam


Jan van Eyck (1390 – 1441)De aanbidding van het Lam Gods (middenpaneel)

"Er waren dingen, die je nooit aan iemand kon zeggen of vragen, hoe veel je ook van hem hield. Ik wilde wel dat we, eerst met onzekere maar allengs met krachtiger stem, een lied zouden aanheffen, dat allen zou gedenken die eens geleefd hadden, en dat alles moest vieren, dat eens adem had gehad; wier namen te talrijk waren dan dat alle verf, linnen, inkt en papier ze ooit zouden kunnen bevatten, maar die geschreven stonden in het Boek dat misschien eens door het Lam, en door het Lam alleen, zouden mogen worden geopend."

In: G.R. 'Veertien etsen van Lodewijk Pannekoek voor Arbeiders verklaard',
in Een Eigen Huis, Amsterdam/Brussel, MDMLXXIX, p.73

dinsdag, april 11, 2006

Een schaduw..een ademtocht



'Misschien ligt ergens in de komende etappe op weg naar het einde voor mij een waarachtig bestaan, waarin ik niets meer verwacht, en elke oppervlakkige genieting en illusie zal wegwerpen, en eindelijk waardig zal kunnen leven en sterven, God erend en liefhebbend, en me bij de zinledigheid van het bestaan neerleggend, maar wetend, dat ik in het werk, als ik met al mijn wanhoop en kracht probeer te schrijven, wellicht enkele ogenblikken een schaduw zal zien, een ademtocht zal voelen, een vaag, wegstervend geluid zal horen van hem die ik hoop eens in mijn leven, al is het maar enkele tientallen seconden, te mogen zien ' van aangezicht tot aangezicht'.

Gerard Reve in: Op weg naar het einde Amsterdam 1966 p. 137

maandag, april 10, 2006

"Vaarwel, Jean-Luc"



'"Vaarwel Jean-Luc," fluisterde ik. "Je mag nu voor eeuwig delen in het Lijden van God, en in eeuwigheid eenzaam zijn met Hem."

Gerard Reve in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p. 252
Aan de Engel



Als gij mij tot het einde hebt geleid,
keer dan terug en blijf bij teigetje.

Gerard Reve in: Nader tot U Amsterdam 1966 p.158

zondag, april 09, 2006

In memoriam Gerard Reve

Gerard Kornelis van het Reve
Amsterdam, 14 december 1923 – Zulte, 8 april 2006

R.I.P.

Zulte:
Afgelopen nacht is Gerard Reve op 82-jarige leeftijd overleden. Dat liet zijn vriend Joop Schafthuizen vandaag weten. Reve is gestorven aan de gevolgen van dementie.

Zie:
NOS Journaal en Gerard Reve Weblog



Bekentenis

Voordat ik in de Nacht ga die voor eeuwig lichtloos gloeit,
wil ik nog eenmaal spreken en dit zeggen:
Dat ik nooit anders heb gezocht
Dan U, dan U, dan U alleen.

Gerard Reve in: Nader tot U Amsterdam 1966 p.148
Palmpasen
'Als je een ezel ziet met een ezelsveulen -wie dat ziet
en dan nog God zou kunnen loochenen, dat is mij onbegrijpelijk.'





Maar het liefste zijn hier de ezels. Dat zijn zulke schatten, maar ze hebben het heel hard. Ik geef ze altijd mijn suiker, want die gebruik ik niet als ik op terrassen koffie drink.
Ach soms smelt je hart, als je een ezel ziet met een ezelsveulen -wie dat ziet en dan nog God zou kunnen loochenen, dat is mij onbegrijpelijk.
Want een kleine ezel is net een jonge herdershond, maar dan in het groot, en heel aandoenlijk hoog op de poten, en hij doet de hele tijd dartele schijnaanvallen op zijn moeder. je moet gewoon huilen als je het ziet. Ik zoen ze altijd allebei op de kop, want dat moet.

Gerard Reve, in De God van je tante ofwel het ezelsproces van Gerard Kornelis van het Reve. Een documentaire, samengesteld door Jan Fekkes p.20,21

zaterdag, april 08, 2006

'Het Koninkrijk Gods is binnen in u'

'God is het meest wezenlijke, het meest weerloze, het meest ontoegankelijke in onszelf.
God is de alles doordringende, alles verzoenende, alles éénmakende liefde, die alle verstand te boven gaat. Dat is God. God is geen ding. God is het enige wezen, dat het bestaan niet nodig heeft om zich te openbaren. Het Koninkrijk Gods is binnen in u, dat staat er hè.

Gerard Reve, in Schoon Schip 1945-1984 Amsterdam MCMLXXXIV p.169

vrijdag, april 07, 2006

Ik ben óók tragisch, maar ik maak er muziek bij.



'Ze zeggen van iemand die klaagt en tekeergaat en troep maakt: "Hij is tragisch." Ik ben óók tragisch, maar wat is het verschil? Ik maak er muziek bij. En dan ook nog, in gunstige gevallen, muziek die zich ruisend verheft.'

Gerard Reve in: Tom Rooduijn Revelaties, Gerard Reve over zijn Werk & Leven Schoorl 2002 p.85

donderdag, april 06, 2006

Een mens heeft zijn eigen televisie bij zich

Nee, bij mij is er niets gestoord, want de ontvangst is heel duidelijk, al zijn de visioenen en Gezichten (een mens heeft zijn eigen televisie bij zich, even goed als het Koninkrijk Gods binnen in u is) minder talrijk geworden, waar weer tegenover staat, dat de stemmen in aantal en kracht zijn toegenomen.

Gerard Reve, Nader tot U Amsterdam 1966 uit Brief uit het Verleden p. 22

woensdag, april 05, 2006

Droom & Schaduw

Vandaag: woensdag 5 april 2006 22:45 op Nederland 1:
Gerard Reve, de Volksschrijver op de Verrekijk deel 2 1984-2001




'Ons leven is een droom & schaduw: de droom & schaduw van God. Het heeft in zichzelf geen zin, doch slechts in zoverre wij er God in herkennen, Het is een hoogmoedige illusie, dat wij iets anders zouden kunnen zijn dan God: alleen in volledige overgave aan Hem bestaan wij werkelijk. God wordt wakker, & het wordt licht, & wij zijn verdwenen. Misschien zal Hij in Zijn oneindige Genade ons zo laten verdwijnen, dat wij nimmer bestaan hebben.'

Gerard Reve, in Brieven aan Josine M., Amsterdam 1981 p.214

dinsdag, april 04, 2006

Heimwee & Verlangen



' Tenslotte hoorde ik een stem, die mij vroeg: " Wat zoek je eigenlijk? " (Ik denk dat het Gods stem was). Ik antwoordde: "Ik zoek het Mysterie, waarvan ik geloof, dat het de Liefde is." De stem vroeg; "En wat wil je dan doen, als je die vindt?" Ik antwoordde: " Er voor knielen." Toen werd ik wakker, in tranen. Ik heb deze droom aan niemand verteld, behalve aan Tijger. "Knielen" : al mijn strijd, al mijn agressie & al mijn veroveringszucht vertolken in laatste instantsie slechts mijn diep & onstilbaar heimwee & verlangen naar overgave.'

Gerard Reve, in: Brieven aan Josine M. 1959-1975, Amsterdam 1981, p.232

maandag, april 03, 2006

Niet van tijd, ruimte of materie



"Opeens begreep ik wat ik tevoren, vaag en onbestemd, hoogstens wel eens gevoeld had, maar nooit tot een zinvolle duiding had weten te brengen... Zoals ik God zocht, Die niet van tijd, ruimte of materie en daardoor de enige werkelijkheid was, zo zocht ik ook een Liefde die nooit van tijd, ruimte of materie kon zijn, maar die daardoor, net als God, de enige werkelijke was.."

Gerard Reve, Moeder en Zoon, Amsterdam MCMLXXIV p.181

zondag, april 02, 2006

'Troost mij in mijn lijden, blijf bij Mij in mijn eenzaamheid.'



En nu is er een zin, die alsmaar in mijn oren dreunt, en waar ik geen raad mee weet, & die luidt: 'Troost mij in mijn lijden, blijf bij Mij in mijn eenzaamheid.' Wat moet ik daarmee beginnen? Ik durf het niemand te vertellen. Ik ben het werktuig van iets, dat groter is dan ik & dat veel te groot is voor mijn arme gepijnigde ziel. (Kurt Tucholski: 'Gott ist grosz. Mir zu grosz.')

Gerard Reve, in Brieven aan Josine M. 1959-1975, Amsterdam 1981, p. 246

zaterdag, april 01, 2006

Lieve Zuster
(aan Kik >* M.Vasalis 23 juli 1968)


'Lieve zuster, ik wilde wel, dat je wat opgewekter was.
Je hebt gezonde kinderen & een aantal onsterflijk mooie gedichten gemaakt. Aaanvaard daarbij ook veel ellende. Denk aan de bestraffende woorden van Job tot zijn vrienden, die hem tevergeefs probeerden tegen God op te hitsen:'Zou ik het goede van God aannemen, & het kwade afwijzen?'

* M.Vasalis, Het Ezeltje

Link naar de uitzending:Gerard Reve, de Volksschrijver en de Verrekijk

vrijdag, maart 31, 2006

Individualiteit (2)



'Alle individualiteit is een tijdelijke of voorwaardelijke werkelijkheid - een gave of een Genade- maar geen recht. Men moet de individualiteit zien, niet als een triomf op de totaliteit, maar als een beperking daarvan: "Ik ben slechts Gerard Reve"

Gerard Reve, in Archief Reve 1961-1980, Baarn 1982 p.210

donderdag, maart 30, 2006

Individualiteit (1)

Ik vind, dat je je individualiteit beter kunt behouden door je in een passende kollektiviteit te voegen dan door altijd maar een alleen schijnbare onafhankelijkheid krampachtig te willen blijven verdedigen. Ik ben religieus: dus sluit ik me aan bij de instelling, die kostbare, onvervangbare waarheden nog steeds vrij bekwaam behoedt, & die het ijdel gekwaak van couranten of draadloze toestellen niet telt.

Gerard Reve, in Archief Reve 1961-1980, Baarn 1982 p.209, 210

woensdag, maart 29, 2006

'Wij zijn van Zijn geslacht..'



Wij zijn van Zijn geslacht, al is 'onze uitnemendheid boven de dieren gene', & al hebben wij 'enerlei adem'. (Prediker natuurlijk). Wij zijn sterfelijk & vergankelijk, en maken daarmede Zijn Eeuwigheid mogelijk, dus helemaal zonder zin is ons bestaan niet. Weet je wat ik laatst tegen zo'n eigenwijs type zei die mij over mijn religiositeit onderhield en iets zei als: 'Allemaal onzin & bijgeloof. God bestaat helemaal niet.' 'Ach dat zal wel. Maar in elk geval belieft het Hem, Zich aan mij te openbaren.' Die machteloze woede te zien, dan, dat is wel fascinerend.

Gerard Reve in Archief Reve 1961-1980, Baarn 1982 p. 185

Vanavond: Gerard Reve, de Volksschrijver en de Verrekijk Nederland I 22.22 uur

dinsdag, maart 28, 2006

'Hij is de Liefde, & niets dan de Liefde..'

‘Men moet ook eens kunnen brullen van het lachen om alles, vind ik, anders stik je. En er is wel degelijk troost: niemand kan je beletten God lief te hebben. Hij is de Liefde, & niets dan de Liefde, & zal eens alles overwonnen & onderworpen hebben, wat nu nog Hem wederstreeft, geloof ik. De bakker geeft er geen brood voor, maar toch is het zo.’

Gerard Reve, in Archief Reve 1961-1980, Baarn 1982 p.185

maandag, maart 27, 2006

'Maar nu gaat de storm liggen, & schijnt het ochtend te worden.."



Ik ben door waanzinnige angsten verteerd, lange tijd -angsten waaruit eigenlijk niemand je kan redden -maar nu gaat de storm liggen, & schijnt het ochtend te worden.
Ik durf nu te geloven, dat God Liefde is, & dat hij niets of niemand, ooit, verloren zal laten gaan. Het kan niet slecht of verkeerd zijn dat te geloven. En, ten slotte, heb ik tot God kunnen zeggen: 'Als het niet ten koste gaat van iemand anders, weiger mij dan niet uw heil.'

Gerard Reve, in Archief Reve 1961-1980, Baarn 1982 p.200

zondag, maart 26, 2006

'De grootsheid en betoverende luister van het leven'

Ik hoop, dat je wederom oog hebt gekregen voor de grootsheid en betoverende luister van het leven. Ik ben ook ongelukkig, maar hoor je me ooit klagen? Ik zoude me trouwens geen raad weten, als ik opeens gelukkig werd.

Gerard Reve, in Briefwisseling Geert van Oorschot 1951-1987, Amsterdam 2005 eerste druk p.428

vrijdag, maart 24, 2006

‘Levendmakende waarheden’



‘Ik weet niet, wie God is, noch, wat men zich moet voorstellen als men het over het Eeuwige leven heeft, & evenmin, wat de Onbevlekte Ontvangenis of de Lichamelijke Tenhemelopneming van de Maagd concreet inhouden, maar ik weet wel, dat al deze religieuze begrippen op diepe & beslissende wijze met mij te maken hebben, & dat ik mijn leven verschraal & verarm, & er alle dimensie aan ontneem, als ik ze afwijs. Het zijn ‘levendmakende waarheden’, zoals ik het zelf, op mijn eigen eenvoudige manier, belief onder woorden te brengen.’

Gerard Reve in Archief Reve 1961-1980, Baarn 1982 p.184, 185

donderdag, maart 23, 2006

‘Eeuwig grafrecht’ nog wel.

‘Leven zoals die mensen is ons niet gegeven, maar het is goed om veel aan de Dood te denken, en zo veel mogelijk voorzieningen te treffen. Ik heb eindelijk een testament gemaakt waarmede ik tevreden en ik heb op het kerkhof alhier twee graven naast elkaar gekocht, met prachtig uitzicht op het dal, voor slechts 40 francs per stuk. ‘Eeuwig grafrecht’ nog wel. Als ik daarbij bedenk dat ik als rooms-katholiek ook nog een eeuwig leven heb, kent mijn tevredenheid geen grenzen.‘

Gerard Reve, in Briefwisseling Geert van Oorschot 1951-1987, Amsterdam 2005 eerste druk p.394

woensdag, maart 22, 2006

’ De Dood is een groot geluk, of althans iets hoopvols’



Toen ik eerverleden jaar, na 32 jaren, ons Indië terugzag, en enige weken op het eiland Bali vertoefde, zag ik hoe daar de Dood feestelijk vereerd wordt: wat de Christen probeert te geloven, gelooft de Hindoe. Als je daar sterft word je eerst een paar weken in de wijnazijn gelegd, want de voorbereidingen tot de uitvaart kosten veel tijd. Het is een grote eer voor de familie, als er zoveel mogelijk mensen naar de verbranding komen kijken, ook als het buitenstaanders of zelfs vreemdelingen zijn. Eerst gaat voor honderdduizenden guldens aan offers het vuur in: gewaden, meubels, sieraden ect. Daarna de dode zelf, die verbrand wordt in een soms wel tien meter hoge toren van bamboe, kleurig vliegerpapier en vogelvederen. Alles opgeluisterd met zang, dans en verversingen aangeboden door de familie of verkocht aan rondom opgestelde ijs- of oliebollenkraampjes. De Dood is een groot geluk, of althans iets hoopvols, want eens, na een lange reeks van reïncarnaatsies, word de mens verlost van het bestaan en in het Nirwana toegelaten. De opvatting bij een sterfgeval is ongeveer: ’Die is tenminste een stap verder.’

Gerard Reve, in Briefwisseling Geert van Oorschot 1951-1987, Amsterdam 2005 eerste druk p.394

dinsdag, maart 21, 2006

’De Dood echter blijft een probleem...’

Het leven is goed, maar dat wist je natuurlijk reeds. De Dood echter blijft een probleem, vermoedelijk omdat men hem als een indringer beschouwt, die op zijn minst schuldig is aan huisvredebreuk. Men houdt geen rekening met hem, leert op school niets aangaande hem, noch hoe met hem om te gaan, ect. Dat is niet altijd en overal zo.

Gerard Reve, in Briefwisseling Geert van Oorschot 1951-1987, Amsterdam 2005 eerste druk p.384

maandag, maart 20, 2006

Vier aspekten (4)
'Maar de Gerardheid van Gerard is een verborgenheid’.




‘Het vierde aspekt is de kennis van het ding door het verstand. Deze is geen echte kennis, maar een rangschikking, waarin het ding alleen in verband met iets anders een voorlopige & eigenlijk volslagen fiktieve waardering krijgt. Over mij kan alles gezegd worden, waarin ik van anderen verschil, zonder dat wij wezenlijk weten wie ik ben. Mijn naam is anders dan die van een ander, de straat is een andere dan alle andere straten, nummer en verdieping zijn uniek, maar de Gerardheid van Gerard is een verborgenheid. De verschrikking is, dat ontelbaren in alle ernst geloven, dat de empirische –uitsluitend op de onderlinge vergelijking van wezenlijk even onkenbare dingen berustende- kennis, echte kennis is.’

Gerard Reve, Brieven aan Josine M. 1959-1975, Amsterdam 1981, p. 221, 222

zondag, maart 19, 2006

Vier aspekten (3)



‘Het derde aspekt is de betekenis, de zingeving, die wij in het ding projekteren & aan het ding toekennen. Hier ligt evenveel wijsheid als ijdel misverstand, maar onder ideale omstandigheden, projekteert de waarlijk mystiek bewogen mens in het ding datgene, dat er reeds door God in is gesymboliseerd, & komen de van God gegeven betekenis & de menselijke projeksie overeen.’

Gerard Reve, Brieven aan Josine M. 1959-1975, Amsterdam 1981, p. 221

zaterdag, maart 18, 2006

Vier aspekten (2)



‘Het tweede aspekt is datgene, wat door het ding vertolkt, tot uitdrukking gebracht, gesymboliseerd wordt. Omdat wij van Gods geslacht zijn, & min of meer familie zijn van God, kunnen we dat, onder gunstige omstandigheden, soms wel begrijpen.’

Gerard Reve, Brieven aan Josine M. 1959-1975, Amsterdam 1981, p. 221

vrijdag, maart 17, 2006

Vier aspekten (1)



‘Voor bijna alle mensen met wie ik veroordeeld ben te verkeren, hebben de dingen maar één aspekt, terwijl ze er volgens mij, vier hebben. Het eerste aspekt is, wat ene ding werkelijk, in diepste en totaalste wezen is. Het is ons niet gegeven dat te kennen, zomin als wij God kunnen kennen. Men kan niet iets kennen, zonder het te zijn. De Schrift is daar duidelijk genoeg over: (..) want nu zien wij in de spiegel van een duistere rede; en nu ken ik ten dele (I Cor.13).’

Gerard Reve, Brieven aan Josine M. 1959-1975, Amsterdam 1981, p. 221

donderdag, maart 16, 2006

’Als ik schilder was..’



Een paar dagen geleden reden we in de buurt van Ferwoude langs een boerderij. In het vers gemaaide gras van de bleek lag, als een kleine sfinx een lapjeskat. Het licht op het verse, al welkende gemaaide en op het oog groen overgebleven gras, was overweldigend. Als ik schilder was, zou ik wekenlang proberen iets ervan vast te leggen.

Gerard Reve, Brieven aan Josine M. 1959-1975, Amsterdam 1981, p. 221

woensdag, maart 15, 2006

* Een terugblik: Boekenweek 1981



'Het verhaal van de boekenweek gaat over mijn verhouding met een jonge vrouw van het vrouwelijk geslacht, in 196*. Erg ontroerend. Neen, ze werkt niet als acrobate in een circus, en is ook niet mank. Geen Van Oorschotpersonage dus, maar een gewone vrouw, warm-menselijk, huiselijk, mooi, hartstochtelijk en begeerlijk. Het is erg jammer voor haar dat ik van de herenliefde ben, hoewel dat het verhaal een mooie tragiese wending geeft.'

Gerard Reve, in Briefwisseling Geert van Oorschot 1951-1987, Amsterdam 2005 eerste druk p.405

* In 1980 vroeg het CPNB aan Gerard Reve om het boekenweekgeschenk van het jaar daarop te schrijven. Het CPNB beschouwde Reves uiteindelijke manuscript als te controversieel en gaf de opdracht aan een ander.

Luister en kijk naar Gerard Reve 1981 in Andere Tijden:
http://geschiedenis.vpro.nl/programmas/2899536/afleveringen/3490389/

dinsdag, maart 14, 2006

'Ik heb me ermee verzoend...'



'Ik heb me ermee verzoend, dat ik met niemand over een gedicht van *Novalis, of over het leven & het werk van Poe, of over de Moeder van God, of over al datgene, wat leven is & leven maakt, één woord kan wisselen. Als God zelf diep & bitter getwijfeld heeft dan behoeft een mens zich vor zijn zwakheid niet te schamen.'

* Novalis Hymne

maandag, maart 13, 2006

'Requiem eternam dona eïs, Domine!'



'De idee van een onsterfelijkheid bezwaart mij. Stel je voor, dat de mensen aan wie je allerlei onrecht hebt begaan, maar aan wie nu, God lof, voorgoed het zwijgen is opgelegd -dat die mensen nog ergens zouden bestaan, & hun klachten ergens zouden kunnen indienen, te eniger tijd -ik mag er niet aan denken! Als er in de Mis van de Doden sprake is, zing ik altijd uit volle borst mee: Requiem eternam dona eïs, Domine! Heer, geef hen de eeuwige rust! Dat ze nooit meer, onder allerlei neuzelende & klaagzieke voorwendsels langs mogen komen.'

Gerard Reve, in Briefwisseling Geert van Oorschot 1951-1987, Amsterdam 2005 eerste druk p.263
 
Tweets van @Revetwalender