maandag, november 20, 2006

'Het is alles groots en grenzeloos'



" Snachts is hier de hemel onuitsprekelijk schoon: de Melkweg is een wolk van koud vuur, en Venus is duidelijk een bolletje, met volume, en niet alleen maar een betraand flikkerlicht. Toen we hier kwamen was de Maan nog bijna vol, en kon men bij haar licht de tekst van een niet al te klein gedrukt boek lezen. Het is alles groots en grenzeloos, maar wat God ermee bedoeld kan hebben, dat kan ik niet begrijpen. Laten we maar niet tobben. "

Gerard Reve, in Brieven aan Bernard S. Utrecht/Antwerpen MCMLXXXI p.40

woensdag, november 15, 2006

Wiegelied



Jakob's Kampf am Pniel (1637)Theobaldikapelle Wernigerode

Wiegelied

Ik ging nuchter naar bed, en kon niet slapen.
Toen ik tenslotte sliep, dreunde het huis
en worstelde ik met iemand.
Niet tot de ochtend: toen ik weer wakker werd, was het
nog nacht.
Ook wist ik niets meer van een zegen.


Gerard Kornelis van het Reve in Nader tot U Amsterdam 1966 p. 146

"Het begin van het fragment is eenvoudig: de held van het verhaal is dronken en strompelt naar huis, terwijl hij, vol goede voornemens, zichzelf moed inspreekt: 'Ik moest vechten - met God en mensen zou ik worstelen, en ik zou overwinnen, zag ik nu.' Een heel oud, bijbels beeld*, waarbij men onmiddellijk denkt aan Jacob, die een gehele nacht strijdt met iemand die in sommige vertalingen een engel, in andere een man en in weer andere een mens wordt genoemd. Er is veel duisters in deze Bijbelplaats, maar één van de geldige betekenissen moet toch zijn, dat Jacob hier met God strijdt als met een immanent, onbewust want de nachtzijde van de ziel vertolkend Wezen, dat van Meester Slaaf moet worden om ten slotte, als Broeder, Jacob te zegenen."

Gerard Kornelis van het Reve in Vier Pleidooien, "Pleitrede Voor Het Hof" Amsterdam 1972, tweede druk p. 29

*Gen.32:22-32

woensdag, november 08, 2006

Niet voor niets geleefd

Als iemand door niets en niemand getroost kan worden... Niet door de grote Trooster, "Die met U zal zijn tot het einde der wereld", en niet door de grote Troosteres, ik bedoel de Moeder van God, als iemand er zo aan toe is...Ik uit geen kritiek op die goddelijke instanties, die nooit kunnen falen, maar het kan gebeuren. dat iemand de weg daarheen, en de toegang niet vinden kan... Maar als zo iemand dan door een boek van mij, door iets wat ik geschreven heb, getroost en gesterkt zou kunnen worden...Als dát mogelijk is, ja dan moet ik wel zeggen: "Ik heb niet voor niets geschreven. Ik heb niet voor niets geleefd."

Gerard Reve in: NRC Handelsblad 1 februari 1985

donderdag, november 02, 2006

Allerzielen


Kerkhof Blauwhuis foto © E.H.

Nadat we bij die en die gezeten hadden,
gingen we bij je weet wel nog wat drinken.
Dinges was er ook, en zong een lied
over een naamloos Graf van eeuwigheid.


Gerard Reve in Verzamelde Gedichten, Amsterdam 1987 p.54

dinsdag, oktober 24, 2006

'Een of ander verdriet, gemis of verlatenheid'



"In het midden van de boot, op de zeer ondiepe bodem, zat een jongen van naar schatting de leeftijd van Wallie. Noch de roerganger, noch de op het boord gezeten man keurde ons ook maar één blik waardig, maar de in het midden van de boot, met gekruiste handen over zijn opgetrokken knieën gezeten jongen keek ons aan. Hij was niet gekleed als de beide anderen, maar droeg een grijs met wit geblokte pullover, waaronder een kaki, openstaand hemd, en een bruine korte broek.
Het kon zijn, dat ik mij wederom van alles verbeeldde, maar de blik waarmede hij mij aankeek, en de trekken van zijn schuwe, bleke gezicht drukte, zo wilde het mij voorkomen, een of ander verdriet, gemis of verlatenheid uit. En bij die indruk, die op niets anders gegrond was dan op de korte flits van beschouwen terwijl we elkaar passeerden, voegde zich de gedachte dat hij, net als ik in de kano, zich tegen zijn zin in de boot bevond, en tegen zijn eigenlijke wil er zich met de beide anderen mede op het water begeven had."

Gerard Reve in Oud en Eenzaam Amsterdam/Brussel MCMLXXVIII p.229

zaterdag, oktober 21, 2006

Dagsluiting

maandag, oktober 16, 2006

'Wat valt er bij jou af te luisteren? '



Structureel geweld

Terwijl hij zijn 14de flesje pils uit de krat trekt
en met de wipper, zonder te kijken, kreunend openduwt
-zoals de orang oetan, zonder zijn blik van het publiek te wenden,
een pinda tussen duim en dierenvinger knappend pelt-
klaagt Hugo R. luid tot mij voort:
'Mijn lijn wordt afgetapt. Al maanden.'
'Je wàt wordt afgetapt?'
'Mijn telefoon. Ik word afgeluisterd: het klikt.'
'Ongehoord,' zeg ik, terwijl ik denk:
'Wat valt er bij jou af te luisteren? '


Gerard Reve in Het Zingend Hart Amsterdam 1973 p.35

woensdag, oktober 11, 2006

"In de spiegel van een duistere rede"



'God had het zo gesteld, dat ik veroordeeld of geroepen was, de enig werkelijke Liefde en geen andere te zoeken, waarbij ik haar nooit anders dan uit de verte zoude mogen zien, onherkenbaar vervormd 'in de spiegel van een duistere rede', en nooit 'van aangezicht tot aangezicht', en haar nooit zoude mogen aanraken, net zo min als enig mens God kon zien of aanraken en kon leven. Zo zat het en niet anders. Het was min of meer mijn hel, of op zijn minst mijn vagevuur, en onbegrijpelijk, mijn begrip en dat van ieder mens te boven gaand, maar Hij had het, in Zijn onmetelijke genade jegens mij, aldus beschikt, en daarom was het goed...In Hem 'bewoog' -ik grinnikte even bij dit woord, dubbelzinnig als het op dit ogenblik was- 'en leefde' ik, uitverkoren om op volmaakte wijze te mogen gehoorzamen aan Zijn wil. "Geloofd weze Zijn naam'..'

Gerard Reve, in Moeder en Zoon, Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.182

dinsdag, oktober 10, 2006

'Ik ben wel thuis, maar houd de deur op slot.'

Oost, West

Ik ben wel thuis, maar houd de deur op slot.
Zodoende denken ze, als ze aan de deur komen,
dat ik niet thuis ben.
Maar ik ben er wel.
Het is waarlijk juist en passend
dat ze denken dat ik niet thuis ben,
want ik wil alleen zijn, met U,
en tegen U praten en schreeuwen, al geeft U geen antwoord.

(1965)

Gerard Reve in Verzamelde Gedichten Amsterdam 1987 p.48

zondag, oktober 08, 2006

8 april 2006-8 oktober 2006
'De dood is een poort..'




"De dood is een poort. MENEER. En als je me vraagt: waarheen, dan weet ik het niet. De dood is geen zinloze ondergang, dat niet. Het klinkt mooi om te zeggen, dat door de dood het leven weer perspectief en diepte krijgt -ja. tel uit je winst. Misschien zijn de zuiverste gedachten over de dood ook wel de ellendigste en onverdraaglijkste, terwijl het toch de juiste gedachten zijn.
....
HET GAAT MIJ OM EEN ENKEL DING, maar het is toch vrij diep verborgen, wordt nog vrij diep verstopt... De joden mochten de naam niet uitspreken.
...
...
God
...
..."

Gerard Reve In Gesprek Interviews, Baarn 1983 p. 144, 146
Interview Jouke Mulders met G.K. van het Reve, "Ik moet werken, anders word ik gek" in Elseviers Magazine, 29 april 1972

zondag, oktober 01, 2006

'ik althans geloof niet meer in enige verlossing buiten Haar om...'

*Onze Lieve Vrouw ter Nood, Heiloo

"Greonterp, 14 september 1967

Lieve Bul,

Ik zoude donderdag graag een beleefdheidsbezoek willen afleggen bij mijn arts in Amsterdam, maar onderweg naar Amsterdam wilde ik nog twee andere dingen doen: 1. ergens in een park zeer veel rozenbottels oogsten, om er sjem van te maken; 2. langs Heiloo gaan, & het heiligdom van Maria ter Nood * bezoeken, en voor Haar twee kaarsen ontsteken. Het is bijna geen omweg. Ik gevoel dat ik Haar verwaarloos, terwijl toch Haar status niet veel verschilt van die van Haar Zoon: ik althans geloof niet meer in enige verlossing buiten Haar om, al mag je dat, geloof ik, nog niet hardop zeggen.
Erg dronken, in het geheim, maar afschuwelijk goed bij mijn verstand. Zo zie je. Uw toegenegen & getrouwe lange vriend
Gerard"

Gerard Reve, in Het Lieve Leven Amsterdam 1974 p. 26
'Enerlei adem en dezelfde stem. "



"Ik zweeg, Woelrat bewoog zich niet, en staarde naar het plafond. De stilte die inviel, begon zich te vullen met het verleden, en spoedig zou ik wederom moeten denken aan de doden. Het verleden rukte telkens verder op, en schoof nader: het scheen, of het probeerde ons in te halen, wat vreemd was, want het was immers ergens terugwaarts in de tijd geschied en zou daar, onbeweeglijk, voor immer dienen te blijven. De doden waren ver achter mij aan de kant van mulle wegen in donkere huiverende dennenwouden, in de naaldbedekte grond besteld, en de opgehoogde aarde van hunne graven was reeds verstoven en weggespoeld door wind en regen, en onvindbaar geworden. Niettemin marcheerden zij in onze rijen mede. Waren zij werkelijk wel gedoden, en hadden wij eigenlijk niet met hen 'enerlei adem' en dezelfde stem? Zij klaagden, beschuldigend en verwijtend, de doden, hardnekkig iets bewerend waarmede niemand het eens of oneens kon zijn, en hunne stemmen waren van eenzelfde hese klacht als de onze."

Gerard Reve, Lieve Jongens Amsterdam/Antwerpen 1994, vierde druk p. 9
Beginpassage van hoofdstuk I Het Volle Leven

woensdag, september 27, 2006

‘,,,of het zou moeten zijn omdat ik hoop, dat de Genade zich door mijn pen zou kunnen openbaren.’


Diederik van Vleuten - Kroontjespen Gerard Reve

“…ik weet niet, wat wezenlijk en beslissend is geweest in mijn leven, en wat niet. Als zo dikwijls, komt ook nu mijn eigen leven mij als onbelangrijk en zinloos voor, en zie ik nergens in dit leven iets dat groots of heldhaftig genoemd zou mogen worden of dat, in helderheid en geladenheid, de kracht zou bezitten van een symbool, dat het zin en duiding zou kunnen geven.
Wat ik hier vermeld, geldt wellicht gelijkelijk voor elk mensenleven. Het menselijk leven kan slechts zin en duiding verkrijgen door de goddelijke genade, en die genade onttrekt zich aan de zeggenschap en de kennis van mensen: aldus weet ik niet en zal ik nooit weten, of mijn leven deze zin en duiding ooit, door wie dan ook, te vinden en aan te wijzen zou zijn.
Waarom dan beschrijf ik een leven, waarin ik geen duiding of zin kan ontdekken? Ik zou het niet kunnen zeggen, of het zou moeten zijn omdat ik hoop, dat de Genade zich door mijn pen zou kunnen openbaren.”

Gerard Reve in Oud en Eenzaam Amsterdam/Brussel MCMLXXVIII p. 9 (proloog)

zondag, september 24, 2006

'Op de rug van een grote vis gezeten, naar de Maan..'
Een droom


"Toen ik acht of negen jaar oud was, of misschien zelfs nog jonger, had ik een droom, die mij, mogelijk nog door zijn sprookjesachtig karakter, tot in ieder detail is bijgebleven. In mijn droom reisde ik, schrijlings op . De Maan ontving mij zeer vriendelijk, en na afloop van mijn bezoek vergezelde zij mij huiswaarts. De grote vis hield in de lucht stil voor het raam van een bovenverdieping van de ouderlijke woning, waar, aan de straatzijde, mijn vader zijn werkkamer had. Het raam van zijn kamer was gesloten, maar niettemin tilde de Maan mij van de rug van de vis, en probeerde ze mij door het gesloten raam heen de kamer binnen te zetten. Haar pogingen mislukten uiteraard, en ze liet me vallen. Ik belandde op de grond van de voortuin, en hier hield de droom op, want ik werd wakker."

Gerard Reve in Brieven aan mijn Lijfarts, Amsterdam/Antwerpen 1992 p. 153

donderdag, september 21, 2006

Herfstdraden



'Een paar kleine boombladeren, kennelijk door de wind meegevoerd uit een nabijgelegen park, dwarrelden neer in de binnenplaats, Ze werden op hun tocht naar beneden vergezeld door enige dunne, stofachtige draden. "Waarom kunnen ze hun stof niet aan de voorkant boven de straat uitslaan? ", zuchtte ze. "Vuile varkens."
"Hè?", vroeg John.
"Smerig tuig is het allemaal," zei ze bitter, terwijl ze omhoog keek en met haar hand een gebaar maakte naar het plafond. "Kijk al dat stof eens dat naar beneden komt! Ze nemen niet eens de moeite om te kijken of iemand zijn ramen of deuren openstaan." Opnieuw daalde er een aantal van dezelfde grijze, dunne draden neer. John volgde ze met zijn ogen.
'Dat is geen stof, Mana, ' zei hij, scherp naar buiten turend. 'Het is dat spul dat van de bomen komt.'

G.K. Van het Reve, in Herfstdraden, Amsterdam 1967 p. 35

dinsdag, september 19, 2006

Prinsjesdag 2006
'Majesteit'


"Ik leef en schrijf voor mijn volk, Majesteit.
Ik wil niet anders zijn dan de zanger van mijn geliefde land."

Gerard Reve in de Taal der Liefde Amsterdam 1972 p. 226

maandag, september 18, 2006

'Zo lief, zo rood, zo vol, maar ook zo laag'



"Mens en Kosmos

Uit het kafee gekomen, zagen we dat de Maan er weer prima bijstond
Zo lief, zo rood, zo vol, maar ook zo laag:
een kwestie van een trapleer of op iemands schouder staan, meer niet."


Gerard Reve, in Het Zingend Hart Amsterdam tweede druk 1973 p.15

zondag, september 17, 2006

'...zulk een betoverende nacht...'



"Een paar dagen was het zulk een betoverende nacht, zulke heb je ongeveer een à twee keer per week: zo helder, dat je op Gibraltar een bloempot in de vensterbank zou moeten kunnen zien, indien je ogen opties die afstand, ik denk een kilometer of acht, aankonden, en met een goede teleskoop zou je, ongehinderd door enige waterdamp of trilling, een vlieg op een raam moeten kunnen zien zitten. In zulke nachten openbaart zich God, en de Maan is dan geel, als messing, terwijl Venus niet een felle ster is, zoals bij ons, maar een heel klein maantje, ik bedoel dat zij niet twinkelt, maar duidelijk volume heeft, als je begrijpt wat ik bedoel. Ook koelt het dan heerlijk af, tot wel 26 of 27 graden Celsius denk ik. In het hotel duurt het langer, en eigenlijk kun je pas naar bed en echt je moe uitstrekken en je laken plus sprei bovenop je verdragen als het vier uur in de morgen is geworden."

gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam eerste druk 1981 p.56

donderdag, september 14, 2006

'Met een zekere weemoed..'



"Met een zekere weemoed denk ik aan andere feesten, die hier eens gehouden zijn: dat van werkelijk wel een jaar of drie geleden, toen Oofi, op het feest van jaar jaardag, hartje zomer, omtrent drie uur smorgens, midden in het feestgedruis, in een hoogst patetiese geste ( net als ‘werkers’ die te veel Russiese films hebben gezien, bij een door de politie onder vuur genomen straatdemonstratie, dat met hun overhemd doen) een fraaie, roze hemdjurk van voren, als de voorhang van een Tempel, integraal in tweeën scheurde, waarna haar schaamte slechts verhuld kon worden door twee vriendinnen, die haar snel met mantels bedekten en afvoerden naar een kamertje waar een bed stond met slechts een lege matras erop, en waar ik haar, voortdurend omvallend, probeerde te troosten door haar de Ware Natuur Gods uit te leggen, terwijl zij in haar kleding een of ander geheim papier probeerde te vinden, en waar, ter chaperonnering, elke vijf minuten even zorgzame als wantrouwende vriendinnen binnenkwamen; van welk feest ik, bij het allereerste, schemerige ochtendkrieken, mij uitsluitend op de zon oriënterend, dwars door villatuinen, lege zwembassins, rietpercelen en weilanden waar paarden en hoornvee aan mij kwamen ruiken zonder mij kwaad te doen, er in slaagde de rijksweg te bereiken, onderweg een wit, houten bord op een paal waargenomen hebbend welks opschrift WERKDROGER 11, of een tekst van gelijke strekking, mij tot op deze dag is blijven intrigeren; waarna een met aluminium beklede vleesauto uit Herenveen, op weg naar het abattoir van Amsterdam, mij meenam, zodat ik al om zeven uur thuis was."

Gerard Reve in Op Weg Naar Het Einde Amsterdam 1963 p.50,51

Zie ook mijn Gerard Reve Weblog over deze zin.

woensdag, september 13, 2006

'Geoudehoer'

"Er is niets tegen geoudehoer, zolang er maar Gods zegen op rust, dat is wat ik altijd zeg. Trouwens, alsof het niet juist de kleine, zo vaak onopgemerkt blijvende en te weinig gewaardeerde dingen in het leven zijn, die dit zijn inhoud geven! "

Gerard Kornelis van het Reve, Op Weg Naar Het Einde, Amsterdam 1963 p.48, 49

maandag, september 11, 2006

Plukarbeid (2)



"Onder of boven nul, dat maakt een groot verschil. De ganse natuur verandert erdoor heb ik ergens gelezen. Nog geen drie dagen geleden zag de schepping er inderdaad totaal anders uit, toen ik, na mijn thuiskomst van een lezing in G., de twee van de echtgenote van de plaatselijke veearts ten geschenke gekregen houtsnippen, buiten, want zulk zacht weer was het, op een bank aan de haven, ben gaan zitten plukken, op een punt dat vele aanhangers van de Griekse beginselen tot centrum van hun namiddaglijk en avondlijk jachtterrein dient; waar zich dan ook, tegen half vier, een zeer fraaie en begeerlijke danser vertoonde doch mij, vanwege mijn plukarbeid, seksueel niet wist te interpreteren."

Gerard Kornelis van het Reve, Op Weg Naar Het Einde, Amsterdam 1963 p.48

zondag, september 10, 2006

Plukarbeid(1)

"Pluk de dag, zeg ik altijd maar. Vanmorgen had het weinig gescheeld, of hij was met wortel en tak uitgerukt, zo onnoemelijk vroeg, zeker voor een zondag, bevond ik mij reeds uit de veren."

Gerard Kornelis van het Reve, Op Weg Naar Het Einde, Amsterdam 1963 p.48

woensdag, september 06, 2006

Kunst

'Kunst is ingeblikt of anderszins verduurzaamd verdriet, ellende dus, dat kan ik U vertellen, al heeft zij wel iets met God te maken.'

Gerard Reve, in Het Boek van Violet en Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p. 99

dinsdag, september 05, 2006

'Orang harus mati.'

"Ik heb nu eindelijk eens een goed boekje Indonesies, niet bedoeld voor toeristen, maar een mensenboek. Orang harus mati. (De mens moet sterven) Dat weet ik al, en de rest is bijzaak.

Gerard Reve, in Brieven aan Josine M. 1959-1982 Amsterdam/Antwerpen tweede druk 1994 p.443

maandag, september 04, 2006

'Een oude stofzuiger zonder antiekwaarde'

"Wie God niet vreest, is tot alles in staat, omdat hij niet kan inzien dat het leven heilig is omdat het goddelijk is. Zonder het besef dat de mens van Gods geslacht is, is die mens een kip of een zak aardappelen of een oude stofzuiger zonder antiekwaarde. Zo, dat ben ik tenminste weder kwijt."

Gerard Reve, in Brieven aan Josine M. 1959-1982 Amsterdam/Antwerpen tweede druk 1994 p.441

vrijdag, september 01, 2006

"Het is een raar ding om te bedenken,
dat mijn oor er nog aan zit..."



Vincent van Gogh, Zelfportret met verbonden oor Arles 1889

Thans moet de Grote Droon wederom afscheid van u nemen.
Bewaart toch, Broeders en Zusters, onder ulieden goede eendracht, en bevordert met alle wettige middelen de ontwikkeling van zoveel mogelijk kukel, al zijn aan de heerschappij van het verstand grenzen gesteld, aangezien 's mensen geleerdheid hem gemakkelijk tot razernij kan voeren, en te veel over dingen nadenken en piekeren, dat is ook niet goed, kijk bij wijze van spreken maar weer eens bij Van Gogh: die schreef ook brieven, hebt u daar wel eens bij stilgestaan, maar hij leverde er illustraties bij. Het is een raar ding om te bedenken, dat mijn oor er nog aan zit, en indertijd alleen maar doormidden is gebeten: half werk, mogen we wel zeggen -in elk geval zie ik er nog geen voldoende duidelijke aanwijzing in, dat ik pen en papier door palet en penseel zou moeten vervangen."

Gerard Kornelis van het Reve in Op Weg Naar het Einde Amsterdam 1963 p.130, 131 slot van De Brief uit Schrijversland

donderdag, augustus 31, 2006

'Nachtzee'



"De mensen zouden knusser met elkaar moeten omgaan, hun stadswijken als dorpen bewonen, en ingetogen, zonder zucht naar weelde, moeten proberen te leven, ziedaar de hoofdlijnen van mijn door de aanblik van de Nachtzee opgeroepen Gevoelens, bij welke zich nog de overweging voegde dat, hoe machtig de Satan ook mocht zijn, hij zich eens aan God zou onderwerpen, zich met Hem verzoenen en Hem uit eigen, vrije wil en liefde zou dienen; alsook, dat eens alle dingen verzoend zouden worden, en dat zelfs, heel misschien, mij mijn zonden waren vergeven. (Lam Gods, laat Je wegen) Gebogen hoofd, tranen, en rondkijken naar een dier om het een zoen op de kop te geven, ..."

Gerard Kornelis van het Reve in Op Weg Naar Het Einde Amsterdam 1963 p.150, 151

woensdag, augustus 30, 2006

Reizen (8)
...'en tenslotte omhoog, in de onbegrijpelijke ruimte...'



Lights of quay, Gibraltar

"Eenmaal buiten, haastte ik mij naar het verlaten terras van van cafetaria Europa, importe de su consumatión , om vandaar, een stoel uit de bergschuur gesleept hebbend, uit te kijken over de baai, naar het gele lichtbaken van het vliegveld van Gibraltar, de lichtjes van de rots, de uitzichtstorende rij lampen op de kade voor de ijsfabriek, en tenslotte omhoog, in de onbegrijpelijke ruimte, hier even griezelig als in Nederland, maar een stuk helderder, enz. enz. -veel meer moet ik er maar niet over zeggen, want mensen die hun medeschepselen met Natuurbeleven lastig vallen zijn minstens zo erg als het montere soort lieden, dat de handeling ener film zo bereidwillig uit de doeken weet te doen."

Gerard Kornelis van het Reve, Op Weg Naar Het Einde Amsterdam 1963 p.150

dinsdag, augustus 29, 2006

Reizen (7)
'...zo overweldigend weemoedig en mooi was alles...'




"Ik moest vanmiddag, aan de weg zittend, opeens schreien, zo overweldigend weemoedig en mooi was alles, verre geluiden. God was heel dichtbij. God openbaarde zich ook in de Golf van Biskaje, een sterrenhemel zo machtig, dat ik opeens bijna het Altijd Wordende Wezen begreep, en het Raadsel aanraakte."

Gerard Reve in Brieven aan Wimie 1959-1963 Utrecht MCMLXXX p.151

maandag, augustus 28, 2006

Reizen (6)
"Terwijl een bovenwerkelijk schoon orgel ruiste..."



Lucien Lévy Toledo, La Cathédrale. Intérieur de l’Église 1880–1890

'We hebben in Toledo -een sedert Philips II vrijwel onveranderd bewaarde Spaanse stad, slechts de cathedraal bezocht. Die alleen al is een reis naar Spanje waard. De zuilen hebben elk de dikte van jullie huiskamer. Terwijl in het midden een mis wordt opgedragen, kuieren in de overige ruimten de toeristen rustig rond, zo ontzagwekkend zijn de afmetingen. Terwijl een bovenwerkelijk schoon orgel ruiste, bezochten we de talloze zijkapellen, één ervan gewijd aan het Santissimo, in welke we, tot mijn verbazing, alleen de Maagd met Kind aantroffen boven een gloed van kaarsen.

Gerard Reve/Geert van Oorschot Briefwisseling 1951-1987, Amsterdam 2005, eerste druk p. 279 uit de brief van 30 april 1969

zaterdag, augustus 26, 2006

Reizen (5)
Het schip vaart nu'




"Het schip begont te trillen. Ik grendel de deur, kruip onder de dekens en probeer een opstandige gedachte te verdrijven, zonder echter te kunnen beletten, dat ik hem hardop uitspreek. Het schip vaart nu. 'Als u de mensheid hebt verlost, waarom mij dan niet - dat was toch in één moeite door gegaan? ' "

Gerard Kornelis van het Reve in Op weg naar het einde, Amsterdam 1966 Brief uit Edinburgh p.9

donderdag, augustus 24, 2006

Reizen (4)

"Het leven in hotelkamers activeert elke latente neurose. "

Gerard Reve in Brieven aan kandidaat katholiek A. 1962-1969 Amsterdam z.j. p. 16

woensdag, augustus 23, 2006

Reizen (3)
"...veel erger, veel treuriger, veel uitzichtslozer..."


"Er is veel in Spanje dat na drie maanden anders blijkt te zijn, veel erger, veel treuriger, veel uitzichtslozer, maar wat je met een verblijf van vier, vijf weken niet eens zoudt kunnen ontdekken. Het is eigenlijk een dood land, alles staat stil en er is geen geluid te horen, hoeveel malen meer kabaal ze ook maken dan bij ons, als je begrijpt wat ik bedoel. Ik zal er misschien nog eens over schrijven, maar het is haast te veel geweest om te verwerken, laat staan weer op schrift te vereenvoudigen en te stileren. Vandaar dat Brief In Een Fles Gevonden vrijwel alleen over mijn innerlijke belevenissen gaat, en vrijwel niet over Spanje."

Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981, eerste druk p. 57

dinsdag, augustus 22, 2006

Reizen (2)



"Na mijn Italienische Reise naar Portugal en Spanje heb ik wel het gevoel, dat ik het gezien heb. In de ene streek doen ze een ui of een hap suiker minder door hun eten, & maken ze nog valser geweld op trommels of fluiten dan elders, maar daar is het dan ook mee gezegd. Het enige land dat ik van mijn leven nog wel eens zou willen zien is Japan, wegens zijn dodencultus. Enfin, dit terzijde."

Gerard Reve in Brieven aan Josine M.1959-1975, Amsterdam eerste druk 1981 p. 122

zondag, augustus 20, 2006

Reizen (1)
'..en alles is zo oud en dromerig en weemoedig..'




"Ik heb me nu eenmaal voorgenomen naar het Zuiden te gaan, maar het spijt me wel een beetje, Lissabon te verlaten. De schoonheid van die stad is onbeschrijfbaar en alles is zo oud en dromerig en weemoedig, en alles ademt een vergane glorie, maar toch is het geen museum, maar een levende stad. Alles is angstwekkend goedkoop. In een café aan geroosterde vis en wijn (ik eet voornamelijk fruit, vis en eieren) een gulden opmaken is flink wat werk. De zeereis was nogal angstwekkend, vooral in de Golf van Biscaje, & ik doe het geen tweede keer."

Gerard Reve Brieven aan Josine M. 1959-1957, Amsterdam 1981 p.34, 35
(uit een prentenbriefkaart aan Jobs en Lennie 17 mei 1963)
'...Als het leven propvol is van bladeren, warmte,
vogels, zon en watervlakten...'



foto E.H.© augustus 2006

"De werkelijke zwaarmoedigheid overvalt iemand gelukkig niet des winters. De bomen zijn dan weliswaar kaal, de muren vochtig, terwijl er voortdurend meeuwen op het water dobberen, maar de somberte wordt verzacht door het geloof, dat verandering van deze gestalte der wereld ook de ziel zal genezen. Veeleer des zomers, tegen het einde van de middag, als het leven propvol is van bladeren, warmte, vogels, zon en watervlakten, kan het bestaan plotseling op de mens neerstorten, onafwendbaar."

Gerard Reve in Archief Reve 1931-1960 (in: Drie broden Ruim Baan , 26 april 1946), Baarn 1981 p. 41

zaterdag, augustus 19, 2006

Huisdieren



"Tenslotte wil ik, teneinde mogelijke misverstanden te voorkomen, herinnerend aan de hierboven gegeven definitie, er de aandacht op vestigen, dat muizen, ratten, luizen en vlooien niet, zoals lichtelijk spotzieke lieden ons willen doen geloven, tot de huisdieren worden gerekend."

uit G.v.h.Reve Opstellen Nederlands 4a,
slot van het opstel 'Huisdieren'( waarvoor hij een 7 kreeg van zijn leraar)

Herdruk in facsimile van schoolopstellen, die Gerard Reve schreef op zestienjarige leeftijd, geschenk in beperkte oplage aan relaties van De bezige Bij en Thomas Rap t.g.v. de jaarwisseling 2001-2002

vrijdag, augustus 18, 2006

Straatrumoer



"Vele lieden die voor de volkomen uitbanning van het straatrumoer uit de stad ijveren, verliezen uit het oog, dat de storende invloed uitermate gering is. Evenmin zien zij in, dat het straatrumoer onafscheidelijk met het bekoorlijke begrip "grote stad" verbonden is. Het straatrumoer verschaft de stad haar levendigheid en voor een deel zelfs haar karakter.
Zodoende* kan men het vraagstuk van het straatrumoer niet langer als een vraagstuk van veel belang beschouwen en zijn aandacht aan andere, misschien zelfs veel belangrijker problemen schenken! "

* door zijn leraar verbeterd in "daarom"

uit G.v.h.Reve Opstellen Nederlands 4a, slot van het opstel 'Straatrumoer'(waarvoor hij een 7 ½ kreeg van zijn leraar)

Herdruk in facsimile van schoolopstellen, die Gerard Reve schreef op zestienjarige leeftijd, geschenk in beperkte oplage aan relaties van De bezige Bij en Thomas Rap t.g.v. de jaarwisseling 2001-2002

donderdag, augustus 17, 2006

'..eindeloos terugdenken aan vroeger..'


foto © E.H. juli 2006

"En tot dat soort leven, in stilte, een altijd eender uitzicht op een dal of op de zee, oude kerkhoven ("gelijk het gras is ons etc.") een zich waarschijnlijk nooit wijzigend menu van gestoofde vis met enige kruiden en een gekookte vrucht, 1/4 liter wijn per dag en savonds, bij het invallen van de scherming en het geraas van krekels, peinzend 3 kleine glaasjes goedkope konjak, vloer met fijn zand aanvegen, olielamp bijvullen, en eindeloos terugdenken aan vroeger, wil ik me bepalen."

Gerard Reve, Brieven aan Josine M., 1959-1975, Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1981, p.32-33.

woensdag, augustus 16, 2006

'Slechts gras'


foto E.H. © Greonterp juli 2006

"Uw woord*, dat niet voorbijgaat, zegt
dat ik slechts gras ben, en dat is ook zo."


De twee eerste regels van het gedicht "Het is maar net zoals je het bekijkt". Zie voor de volledige tekst: Gerard Reve, Nader tot U, Amsterdam 1966 p. 138

* 6..Alle vlees is gras, en al zijn goedertierenheid als een bloem des velds.
7 Het gras verdort, de bloem valt af, als de Geest des HEEREN daarin blaast; voorwaar, het volk is gras.8 Het gras verdort, de bloem valt af;
maar het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid.
Jesaja 40: 6-9

dinsdag, augustus 15, 2006

'We moeten maar gewoon voortgaan, onze tuin aan te harken.'



"In ieder geval ben ik niet bang meer voor de dood, zoals vroeger. De menselijke persoonlijkheid is niet gebonden aan ruimte en tijd, en is niet materieel, en wordt dus niet met het lichaam vernietigd. Of de menselijke persoonlijkheid daarom 'eeuwig' zou zijn, valt te bezien. Ik bedoel, dat God uit Zichzelf zielen kan laten ontstaan, maar natuurlijk ook individuele zielen wederom in Zijn Eenheid kan doen terugkeren en oplossen. En zoude een ziel, aldus in God zelf teruggekeerd, nog individueel bestaan en bijvoorbeeld alles weten of juist niets, en zichzelve bewust of volkomen onbewust zijn?
We moeten maar gewoon voortgaan, onze tuin aan te harken. "

Gerard Reve, in Brieven aan Josine M. 1959-1982 Amsterdam/Antwerpen tweede druk 1994 p.353

zondag, augustus 13, 2006

'Het moet kleingesneden en gewogen kunnen worden,
en opgegeten..'



Jan Brueghel de Oudere 1568–1625
De walvis zet Jona aan land


"Overigens is er vrijwel geen criticus die begrijpt dat mijn verhalen alle op een of andere wijze waar zijn, net zoals bijvoorbeeld het boek Jona(s), Genesis of het H. Evangelie. Het moet kleingesneden en gewogen kunnen worden, en opgegeten, anders geloven ze het niet: de Nederlander is door en door al die melk sneeuwblind en daarbij meteen ook meteen maar symboolblind geworden."

Gerard Reve, in Brieven aan Josine M. 1959-1982 Amsterdam/Antwerpen tweede druk 1994 p.356, 357

vrijdag, juli 21, 2006

Reisgebed


*

O God.
Ik sta op het punt op reis te gaan.
Ik weet niet, of het misschien mijn laatste reis is.
Ik wil U liefhebben.
Ik hoop, dat ik onderweg niemand enig ongeluk of ander
kwaad zal berokkenen. Ik wil proberen niet, of veel minder, te drinken.
Ik sta voor U.
Ik weet dat ik, of ik veilig zal aankomen
dan wel onderweg verwonding, ziekte of dood zal vinden,
altijd U toebehoor.
Want in leven en sterven zijt Gij in mij, en ben ik in U. Ik ga nu weg.
Vaarwel, o God.


uit: Gerard Reve, Verzamelde Gedichten, Amsterdam 1987, p.105

* Wereldkaart in twee hemisferen (detail)

woensdag, juli 19, 2006

'Die inertie, die volstrekte dadenloosheid.....'



"Matroos is naar de kampong van Legian-Kelod, net ver van Kuta,.......
Zulk een kampong doet mij zeer nederdrukkend aan. Mensen die gejaagd leven boezemen mij weerzin in, maar die inertie, die volstrekte dadenloosheid, met overal halfnaakte vrouwen met drie kinderen aan haar lijven gekleefd, de mannen alleen maar vechthanen strelend en vertroetelend -ik kan mij met de beste wil van de wereld in zulk een bestaan niet inleven. De (letterlijke) atmosfeer vam de broeikas van de Victoria Regia, en de (figuurlijke) atmosfeer van het Volkenkundig Museum. Iets van die sfeer proef je al, als je in Nederland een boerenerf betreedt, en verloren staat rond te koekeloeren, niet wetend wie de boer, de knecht of de buurjongen is, terwijl iedereen zwijgend afwacht wat je wilt en gaat doen."

Gerard Reve, in Klein gebrek geen bezwaar Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p. 157 in Brief aan Rob Nieuwenhuys 18 juni 1978

dinsdag, juli 18, 2006

'Neen: nooit, nooit komt het meer goed.'


* Kevelaer Gnadenkapel

"Ik was vrijdagmiddag met Henk in Kevelaer. We zaten op één van de banken vóór de Gnadenkapel, en keken naar de schrijn tussen de twee eeuwige rode lampen: olievlammetjes, drijvend in geweldige, gelobte hangplantschalen van bloedrood glas, in vorm gelijkend op de eeuwige, aan drie kettinkjes in gangen en serres hangende omgekeerde stompe kaboutermutsen van mijn jeugd, meestal van matglas of bobbelglas, met er in een bloempot waarin de gul neergroeiende, sappige gestreepte waterplant op het droge, waarvan ik de naam niet meer weet. (Zulke hangpotten hingen altijd in de gangen van de benedenhuizen waarvan de voordeuren opengingen als mijn moeder met kommunistiese geschriften kolporteerde: ze wiegden en draaiden op de tocht van de natte, wanhoopverwekkende etenslucht. Neen: nooit, nooit komt het meer goed.)"

Gerard Reve, in Klein gebrek geen bezwaar Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p. 107, 108 in Brief aan Simon C. 27 september 1971

* Kevelaer

zaterdag, juli 15, 2006

'En dacht...dat een piano alleen was om droevige muziek te spelen..'



"Ik was als klein kind voor het eerst ergens waar er op een piano gespeeld werd, en dacht daarna jaren lang, dat een piano alleen was om droevige muziek te spelen: dat het daartoe een speciaal instrument was, bedoel ik. Ik heb wel een erg onvolledige kijk op het leven, vind je niet?"

Gerard Reve, in Klein gebrek geen bezwaar Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p. 128 in Brief aan Simon C. 20 juni 1972

vrijdag, juli 14, 2006

'Zulk een klein orgel van massaal verdriet..'



"In het Tuindorp Watergraafsmeer, het zogeheten Betondorp (Concrete Village in internationale leedvertalingen), bestond een mondharmonicaclub voor Jongens, waar ik natuurlijk lid van was. Op zomeravonden marcheerde die club wel eens, in uniformen van flanelachtige, keurig geperste sneeuwwitte katoen, met riemen en lange broeken, musicerend door het dorp. Sommige Jongens bespeelden met de mond zulk een klein orgel van massaal verdriet, dat reeds oorlog en konsentraatsiekamp en van alles aankondigde, zonder dat ze het zelf vasthielden, want het zat bevestigd aan een muziekstandaard, die op de rug vastzat van de voorgaande Jongen. Zo had de mondorgelende Jongen de handen vrij, nee, niet om de Jongen vóór hem te bevoelen en te kneden en te strelen en hem zijn hunkerende jongensliefde kenbaar te maken, maar om de bladen van de partituur om te slaan en tevens af en toe een tik uit te kunnen delen aan de triangel. het orkest liet in de straten een onzichtbaar spoor achter van ontroostbare droefheid, dat uren bleef hangen. "

Gerard Reve, in Klein gebrek geen bezwaar Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p. 127 in Brief aan Simon C. 20 juni 1972

donderdag, juli 13, 2006

'Het revisme overwoekert alles'

"Wat me nog enigszins troost, is de overweging: 'Kijk, dat en dat heb je al geschreven, zo en zoveel hoofdstukken. En dat is goed en mooi. Ook als je nooit meer één leesbaar woord schrijft, blijft dat, want het is er. Ect. 'En dan worstel ik weer voort. Het revisme overwoekert alles, en God weet, of mijn Geliefd Publiek daar wel van gediend is. "

Gerard Reve, in Klein gebrek geen bezwaar Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p. 112 in Brief aan Wim B.. 20 october 1971

woensdag, juli 12, 2006

'Het is wel eenzaam, wat ik schrijf..'

"Het is wel eenzaam, wat ik schrijf. Dat staat ook in mijn Horoskoop: dat ik altijd aanstoot zal geven. Nietzsche zegt, dat het produktieve, het werkelijk scheppende, altijd aanstoot geeft. De herrie, het schandaal, het eeuwige defensief: het is de prijs, die ik moet betalen."

Gerard Reve, in Klein gebrek geen bezwaar Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p. 107 in Brief aan Simon C. 27 september 1971

dinsdag, juli 11, 2006

Goede Raad hoeft niet duur te zijn



"In de schil gekookte bintjes, daar zit alles in wat de mens nodig heeft. Een eitje of een stukje vis erbij voor de eiwitten en je bent klaar. Zonder ironie hoor."

Het Parool, 27-02-1993

Zie op deze plek meer Goede Raad van de Volksschrijver.
voor een Fatsoenlijk & Gezond Leven.

maandag, juli 10, 2006

'De Liefde..een Geheim, en onbegrijpelijk, en onuitputtelijk, en vol troost.'

" Over sommige dingen maak ik me razend. Meestal is het de kunst, of de politiek, of beide. Over de Liefde nooit, want die is een Geheim, en onbegrijpelijk, en onuitputtelijk, en vol troost."

Gerard Reve, in Klein gebrek geen bezwaar Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p. 89 in Brief aan Wim B. 27 april 1970

zondag, juli 09, 2006



Goede wijn, met mate, dat is gunstig voor de Sappen,
daarvan ben ik overtuigd.


Gerard Reve, in Klein gebrek geen bezwaar Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p. 81 in Brief aan Wim B. 6 mei 1969

zaterdag, juli 08, 2006

"Zindelijkheid is een grote deugd, maar ze moet niet ontaarden in hygiëne."

Gerard Reve, in Klein gebrek geen bezwaar Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p. 76 in Brief aan Bernard S. 4 mei 1969

maandag, juli 03, 2006

'..waar de Ongeschonden Roos voor eeuwig bloeit..'



15 augustus 1970

Eens zal ik gaan tot waar de Ongeschonden Roos voor eeuwig bloeit,
en schouwen in Haar hart, tot waar de zee van bloed
zwart wordt van diepte: Mysterie, van Zichzelf gedragen,
dat uit Zichzelf geboren wordt.


Gerard Reve in Het Zingend Hart Amsterdam 1973 p.10

zondag, juli 02, 2006

'Bloemen vol Troost, en vol Geheime Wetenschap Gods.'


foto E.H. 2 juli 2006

"Ik zie en spreek niemand, tenzij ik anders wil, en kan mijn tijd zelf indelen. Voor het huis ligt een smalle, ommuurde tuin van nog geen 50 m2 .., schijnbaar leeg, maar vol nieuw geplante rozen, die uitlopen en over een paar maanden uitbundig zullen bloeien. (Naar rozen kan ik uren lang zitten kijken: het zijn bloemen vol Troost, en vol Geheime Wetenschap Gods). "

Gerard Reve, in Klein gebrek geen bezwaar Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p, 61
Brief aan Jan H. 20 februari 1968

vrijdag, juni 30, 2006

Geachte trouwe lezers van deze Reve Kalender

In de komende maanden juli en augustus lukt het me niet -i.v.m. andere werkzaamheden en afwezigheid- dagelijks een citaat te plaatsten. Met enige onregelmatigheid plaats ik hier af en toe tussen de bedrijven door een citaat uit: Gerard Reve, Klein gebrek geen bezwaar, een keuze uit zijn brieven.

Schroom intussen niet, indien u mooie citaten weet, deze in mijn gastenboek te schrijven. Graag, indien mogelijk, met bronvermelding.

Daarna weer moedig voorwaarts, opdat we niet vergeten, ondanks Reve's uitspraak:



"Na mijn dood word ik op de scholen tien jaar vrijwillig gelezen
en daarna nog eens tien jaar verplicht.
Dan noemen ze een straat naar me.
En dan ben ik helemaal vergeten.
Niemand weet toch meer wie Tweede van der Helst was?"


Gerard Reve In gesprek 1983

woensdag, juni 28, 2006

Een droom (II)
'Ik zag, dat het God was..'


"Ik heb een wonderlijke droom gehad, enige tijd geleden, één van die drie, vier dromen van profetische, aangrijpende helderheid, die in een mensenleven kunnen voorkomen. Ik bevond me op een of ander feestje of partijtje. Laat in de nacht, toen het feest half opgebroken was, & de nablijvers zichzelf in de keuken uit de ijskast slordig bedienden, zag ik een Jongeman van ongeveer 25 jaar, met zijn schouder tegen de muur geleund, 'eenzaam' staan met een glas in de hand. Ik zag, dat het God was, ik weet niet waarom of waardoor. Ik kwam nader, maar dorst niet dichterbij te komen dan op omstreeks een meter afstand. Ik keek hem aan, en, in een hatelijk en verachtelijk mengsel van ontzag & spot, zei ik zoiets als: 'En, hoe maakt het de Heer der heerscharen?' Hij glimlachte en antwoordde: 'Gaat wel, gaat wel. Mijn bevrijding is begonnen.'De droom betekent natuurlijk een aantal dingen tegelijk: de bevrijding van God Zelf, de bevrijding van de mensheid door God, & de bevrijding van de homoseksueel.'"

Gerard Reve in Brieven aan kandidaat katholiek A. 1962-1969 Amsterdam 1976 p.43, 44

dinsdag, juni 27, 2006

Een droom (I)
'Een Jongeman van ongelooflijke aantrekkelijkheid'




"Een paar dagen geleden had ik een vreemde droom, die misschien een Gezicht was. Ik was bij mensen op bezoek, kennelijk ergens waar feest werd gevierd. Tegen de post van de deuropening tussen de keuken, waar de dranken werden ingeschonken en de kamer waar de gasten zich met elkaar onderhielden. stond onbevangen leunend, met Zijn glas in de hand, een Jongeman van ongelooflijke aantrekkelijkheid, geen jongen meer, maar een man van tussen de 25 en 30 jaar. Ik wist dat Hij God was; ik ging op Hem af, maar dorst niet dichterbij dan op ongeveer een meter afstand te komen. In dat vreemde mengsel van mijn verachting van alle autoriteit en van mijn hunkering echte autoriteit te gehoorzamen, zei ik iets uitdagends in de trant van: 'Hoe maakt het de Onveroorzaakte Oorzaak?'of iets dergelijks. De jongeman antwoordde, met een zwaarmoedige glimlach, die elk gewond hart moest genezen: 'Ik ben erg gelukkig. Mijn bevrijding is begonnen.' Volgens mij kunnen er twee dingen -het een met uitsluiting van het ander, of beide tegelijkertijd geldig- bedoeld zijn. Het kan betekenen: de bevrijding die Ik schenk, veroorzaak en ben, is begonnen; of: de bevrijding van Mij Zelf, Mijn Eigen bevrijding dus, is begonnen. Dit laatste moet het voor mij betekenen, al wil ik daarbij de eerste betekenis alle ruimte laten: het tweede houdt natuurlijk het eerste in. (maar verder: alles geestelijk, en generlei kwetsing van andersdenkenden beoogd.)

Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders Utrecht/Antwerpen MCMXXXV p. 148, 149

maandag, juni 26, 2006

"Ons leven is een sterven."

Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders Utrecht/Antwerpen MCMXXXV p. 145

zondag, juni 25, 2006

'Een onstilbaar verlangen'



'Ik heb een onstilbaar verlangen naar vervoering, roes, naar iets dat mij zou kunnen betoveren en meevoeren: iets, waarvan ik zou kunnen erkennen, dat het groter was dan ik zelf. (En toch is het Koninkrijk binnen in U en 'reeds temidden van Ulieden').

Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.34

zaterdag, juni 24, 2006

Kunstbroeders (4)
'Als een gedicht goed is, dan is het toch geweldig,
dat het door een miljoen mensen wordt gelezen?'


"Ik ben telefonisch niet te bereiken, maar ik krijg wel veel aangrijpende post. Ook veel van vrouwen; zeventig procent van mijn lezers zijn huisvrouwen met twee, drie kinderen..
Ik herinner me dat een jaar of wat geleden een damesblad vroeg om een hoofdstuk of een fragment. Ik voel me door dat soort dingen gevleid en dan zoek ik met de grootste zorg een representatief hoofdstuk uit, dat bovendien buiten het verband van het boek begrepen kan worden. Ik stel er een eer in dat die mensen een schrijver aanzoeken om een tekst te leveren voor een blad dat door een miljoen mensen gelezen wordt. Maar een hoop schrijvers zeggen dan: ik een verhaal in Panorama. Een gedicht in de Libelle? Maar waarom in godsnaam niet? Als een gedicht goed is, dan is het toch geweldig, dat het door een miljoen mensen wordt gelezen?

Gerard Reve & S.Carmiggelt in Gesprek , opgetekend door Max van Rooy en de redactie van het tijdschrift Menuett Amsterdam 1980 p.41, 43

vrijdag, juni 23, 2006

Kunstbroeders (3)


Hollands Diep 8 november 1975

"Kijk, je schrijft een boek en een aantal mensen kopen dat boek niet voor hun verdriet. Ze willen leesgenot verwerven en betalen daarvoor veertien-negentig. Dat is altijd nog twaalf à vijftien liter superbenzine, tenminste...Niet als Den Uyl zijn zin krijgt, dan is het twee liter. Maar die mensen willen niet gesticht worden; die willen gewoon genot hebben en ik stel er een eer in dat te bieden en meteen mijn hele ideeënwereld, mijn hele problematiek, mijn hele troep, want die moet ik toch ook kwijt. Anders word ik gek.

Gerard Reve & S.Carmiggelt in Gesprek , opgetekend door Max van Rooy en de redactie van het tijdschrift Menuett Amsterdam 1980 p.40

donderdag, juni 22, 2006

Kunstbroeders (2)


Omslagfoto In Gesprek van Philip Mechanicus

"Ik maak mijn werk toegankelijk voor iedereen die toegang wil hebben. Er zijn mensen die bewust de toegang voor de gewone man onmogelijk maken; die dat beneden hun waardigheid vinden. Maar ik vind het een geweldige winst als mijn boek in de trein gelezen wordt door een aantal mensen dat elke bladzijde, na gelezen te hebben, eruit scheurt en uit het raampje naar buiten gooit."

Gerard Reve & S.Carmiggelt in Gesprek , opgetekend door Max van Rooy en de redactie van het tijdschrift Menuett Amsterdam 1980 p.38

woensdag, juni 21, 2006

Kunstbroeders (1)


Foto: George Verkuil 1975

'Dat clownschap, snap je. De mensen moeten aan vermaak wáár voor hun geld krijgen, maar de Nederlandse mentaliteit is, dat de mensen gesticht willen worden en dat is niks voor de kunst. Als je gesticht wilt worden, moet je naar de kerk gaan.'

Gerard Reve & S.Carmiggelt in Gesprek , opgetekend door Max van Rooy en de redactie van het tijdschrift Menuett Amsterdam 1980 p.42

dinsdag, juni 20, 2006

'God is, en gaat alle verstand te boven.'

" 'God is, en gaat alle verstand te boven', begon ik Bul na enig zwijgen uit te leggen. 'Het is een teken -zo mag je het best opvatten, op mijn verantwoording. Misschien is de tijd zeer nabij.' Ik ontkurkte zuchtend de vierde fles. Een ongehoord zware golf van schaamteloze sentimentaliteit was in mij omhoog gestegen. Ik keek stil naar buiten...'

In: Gerard Reve 'Veertien etsen van Lodewijk Pannekoek voor Arbeiders verklaard', in Een Eigen Huis, Amsterdam/Brussel, MDMLXXIX, p.66

maandag, juni 19, 2006

'Men hoorde reeds het fluisteren van een langzaam zich verheffende avondbries..'



"Ons leven was een sterven. Het namiddaglicht, dat uit het grote, door goeroe B. boven de drankkast aangebrachte dakraam neerstroomde, was merkbaar begonnen te dalen en men hoorde reeds het fluisteren van een langzaam zich verheffende avondbries, die zong van een nutteloos en verspild leven, waarin niets gebeurd was."

In: Gerard Reve 'Veertien etsen van Lodewijk Pannekoek voor Arbeiders verklaard', in Een Eigen Huis, Amsterdam/Brussel, MDMLXXIX, p.64

zondag, juni 18, 2006

'..waar Liefde en Dood één worden in een eeuwig Geheim'



'Ik had ten zeerste gedachten, dat weet ik nog goed. Ik dacht eerst ik weet dat mijn Verlosser leeft. Daar begon het mede. En toen dacht ik ik weet dat mijn Bruine Liefdesprins op mij zal wachten en ik op hem, hier of aan gene zijde, waar Liefde en Dood één worden in een eeuwig Geheim. En het zal gezien worden hoe de engelen ons wassen tot wij wederom jong en schoon zijn, en ons rijstepap voeren met zilveren lepels. En de hemel gaat toe.'

Gerard Reve in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p. 86

zaterdag, juni 17, 2006

'Schaduw', 'geheim', 'heimwee'

" 'Schaduw', 'geheim', 'heimwee', jawel daar gaat hij weder zult U zeggen, wat een woorden allemaal; ik vind dat die man, die schrijver dus, dat die het zijn eigen af en toe wel erg moeilijk maakt. Maar daar antwoord ik, schrijver als zodanig, op: "Is dat niet gewoon mijn plicht? Ik bedoel dus de plicht van mij om een groot, een machtig boek te schrijven, van het licht maar ook van de schaduw? En van de liefde, of is die geen ernstige zaak? "

Gerard Reve, in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.196

vrijdag, juni 16, 2006

’Eeuwige onderwerping in liefde'



'Het Cliché is een Godsgeschenk. Als de lezer moede begint te raken van het al te verfijnd uit de doeken doen van liefdesleed, herinneringen en schuldbesef van de held, en van al die geuren, kleuren, adjectieven en gelukte of mislukte vergelijkingen, schrijft U dan eens gewoon neder: Zoude hij dit aanbiddelijke wezen, deze duizelingwekkende blonde zeeprins ooit, al ware het slechts voor één ogenblik, mogen terugzien om dan, ja dan, in een allerlaatste kans, hem zijn eeuwige onderwerping in liefde aan te bieden?...'

Gerard Reve, Verzameld Werk deel 4 in: Zelf schrijver worden, Amsterdam/Antwerpen 2000 p.453

donderdag, juni 15, 2006

'Ik kniel wel eens neer, als niemand me ziet'



'Ik kniel wel eens neer, als niemand me ziet, sprakeloos, want ik weet niet, wat te zeggen of bij mezelf te denken. Ik zal nooit, in leven of dood, God zien 'van aangezicht tot aangezicht', en die wetenschap valt mij zwaar -soms tè zwaar.'

Gerard Reve, Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p.181

woensdag, juni 14, 2006

'Mooi is de natuur....'..

"Als het wonder geschied was, en je hield dan toch nog iets van iemand, dan was dat een nog groter wonder. Tranen kreeg ik ervan in mijn ogen.
'Mooi is de natuur, Woelrat.' "

Gerard Kornelis van het Reve, in De Taal der Liefde Amsterdam 1972 p.183

zondag, juni 11, 2006

Nooit was ik zo dicht bij hem geweest



'Slechts enkele meters scheidden mij van het wezen, dat ik zou willen aanbidden en waarvoor ik zou willen knielen: nooit was ik zo dicht bij hem geweest, maar nooit, in alle tijd en eeuwigheid, zou het mij vergund zijn dichter bij hem te geraken dan ik nu was.'

Gerard Reve in Oud en Eenzaam Amsterdam/Brussel MCMLXXVIII p.265
 
Tweets van @Revetwalender