“Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de twee en twintigste December
Simon van het Reve, De Avonden, een winterverhaal, Amsterdam eerste druk 1947 p. 5
“Er zijn dingen die men niet beschrijven kan, tenminste niet adequaat, want de taal is een zeer beperkt en te verstandelijk uitdrukkingsmiddel. De zeer elementaire menselijke aandoeningen zoals bijvoorbeeld eenzaamheid, honger, dorst, geilheid, heimwee, die zijn niet rechtstreeks te beschrijven op een wijze die de lezer werkelijk raakt. Men kan die alleen oproepen door een opstapeling van de juiste attributen.
“Hoe dan?”
Iemand bevindt zich in een hotelkamer en voelde zich eenzaam. Men kan schrijven:”Hij bevindt zich in de hotelkamer en voelde zich eenzaam.” Dat kan voldoende zijn als die eenzaamheid in het verhaal geen belangrijke functie heeft, geen drijfveer voor een handeling is. Maar als die eenzaamheid van essentiele betekenis is, dan heeft die enkele regel onvoldoende kracht. Het is dan soms veel beter om het woord eenzaamheid of eenzaam in het geheel niet te noemen, doch simpelweg de kamer, de lichtinval, de geur, het meubilair, de lampjes, op de juiste wijze te beschrijven. De gezamenlijke attributen roepen dan de eenzaamheid vanzelf op, zonder dat de lezer zelfs een ogenblik aan het woord denkt, en met veel duurzamer en indringender effect, want bij een reeks attributen zijn er beslist wel een paar die de lezer vasthoudt en, onbewust, als diep geldig erkent.”
"Ik schrijf voor mensen en ook voor vele dieren die zelf niet lezen. Dus het moet begrijpelijk zijn wat ik schrijf, als het maar mooi is en troost schenkt aan allen die deze van node hebben."
Gerard Reve in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.158
"Het verleden, dat weet wat. We kunnen ons bij veel dingen beter neerleggen. Ik weet, dat het zo heeft moeten zijn, dat het Geld gekomen is, nu het me als bron van genietingen niets meer zegt - er is eigenlijk niets meer, dat ik werkelijk begeer, behalve om ergens te kunnen zitten waar ik niet kan worden verdreven en waar ik kan schrijven, en waar ik alleen maar wind, dreunend en trekkend als een eb, door de zware bomen van het kerkhof behoef te horen, en niet Ado Broodboom met het vocaal ensemble De Blauwbaardjes. Dat is alles, en ik neem nu afscheid. Vaarwel, vaarwel!"Gerard Reve in Nader tot U Amsterdam 1966 Brief uit het verleden slot p.33







Remi en Bambi
"De winter is hier wel weemoedig. Joop kan er soms niet goed tegen.
Nu schiet mij iets te binnen. Bij het signeren in de boekhandel Allert de Lange in Amsterdam zag ik opeens op een afstandje twee jongens staan, 14 en 12 ongeveer. Dat zijn ze, dacht ik: Remi en Bambi! Ik gaf ze een Wolf met de opdracht: Voor Remi en Bambi. Van Wolf en Vos. Remi kwam een week later in Schiedam, om een vraaggesprek met mij te maken voor zijn schoolkrant. Hij heette in het leven niet Remi, maar Raymond. Toch wel eigenaardig. Zijn broertje heette niet Bambi, maar de gelatiniseerde vorm daarvan: Armand!
Ja, er sterven veel mensen, de laatste tijd. Je kunt wel opbellen of schrijven naar de Autoriteiten, maar wat kunnen die er aan doen?"
Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter Amsterdam/Antwerpen 1993 p.223