Treurig & eenzaam
Ameland was treurig & eenzaam, zonder schoonheid met overal bungalowtjes onder de naam van 'Sonnevanck', 'Bosrand', 'Zomers Buiten', 'De Wijde Blik', 'Duinzicht' of 'Eldorado'. Bij de terugkomst bleek, dat je je auto moest laten boeken voor de overvaart, & het scheelde weinig, of we waren de hele nacht op het eiland gevangen gebleven.'
Gerard Reve in: Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p.104
dinsdag, oktober 21, 2003
maandag, oktober 20, 2003
Niemand kan mij ooit beletten hem lief te hebben
'Ik zie overal God, hoe zal ik het zeggen, hij openbaart zich eigenlijk in alles, en niemand kan mij ooit beletten hem lief te hebben, die gedachte schenkt mij diepe troost. (Alles geestelijk.)
Gerard Reve in: Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p.104
'Ik zie overal God, hoe zal ik het zeggen, hij openbaart zich eigenlijk in alles, en niemand kan mij ooit beletten hem lief te hebben, die gedachte schenkt mij diepe troost. (Alles geestelijk.)
Gerard Reve in: Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p.104
zondag, oktober 19, 2003
Het laatste woord...Liefde..God
Ik zou willen sterven aan mijn schrijftafel, met mijn pen in de hand. En het laatste woord, dat ik nog op het papier heb neergeschreven, zou moeten luiden:
liefde...
of, als het nog korter zou moeten luiden:
God.
Gerard Reve, in Verzameld Werk deel 6, Amsterdam/Antwerpen 2001, p. 467
Ik zou willen sterven aan mijn schrijftafel, met mijn pen in de hand. En het laatste woord, dat ik nog op het papier heb neergeschreven, zou moeten luiden:
liefde...
of, als het nog korter zou moeten luiden:
God.
Gerard Reve, in Verzameld Werk deel 6, Amsterdam/Antwerpen 2001, p. 467
zaterdag, oktober 18, 2003
"En schouwde om mij heen"
Alleen
Ver weg het donkre water op
ging ik eens in een kleine boot;
de wind lag stil en zonder stoot
van golfslag voer ik zwijgend voort
en schouwde om mij heen:
een vis die door het water schoof
een vogel die de lucht in stoof
en ik zat in mijn boot en dacht:
een vis die door het water schuift
een vogel die de lucht in stuift
en ik hier in mijn boot.
Gerard Reve (1938), in: Verzamelde Gedichten Amsterdam 1987 p.23
Alleen
Ver weg het donkre water op
ging ik eens in een kleine boot;
de wind lag stil en zonder stoot
van golfslag voer ik zwijgend voort
en schouwde om mij heen:
een vis die door het water schoof
een vogel die de lucht in stoof
en ik zat in mijn boot en dacht:
een vis die door het water schuift
een vogel die de lucht in stuift
en ik hier in mijn boot.
Gerard Reve (1938), in: Verzamelde Gedichten Amsterdam 1987 p.23
vrijdag, oktober 17, 2003
'Deze moerasdelta'
Het is nu eenmaal zo: deze door theologisch fanatisme doorwoekerde moerasdelta gonst en zwermt van godsdienst, maar volwassen religiositeit is er nog heel ver te zoeken: men weet in dit land, om het wat populair te zeggen, van God geen zure peren.
Ware dit wel het geval, dan zou men toch mijn vermeend vergrijp niet zwaarder doen wegen dan dat van de Amerikaanse ruimtevaarder, die, uit de kosmos op aarde teruggekeerd, beweert in de ruimte God te hebben ontmoet, en die op de vraag, hoe God er dan wel uitziet, antwoordt: 'She is black.'
Niemand heeft ooit god gezien, dat is de lering van deze ontroerende anekdote,
die ons deemoedig zou moeten stemmen.
Gerard Reve, Een eigen huis blz. 175, (Slotwoord voor de rechtbank)
Het is nu eenmaal zo: deze door theologisch fanatisme doorwoekerde moerasdelta gonst en zwermt van godsdienst, maar volwassen religiositeit is er nog heel ver te zoeken: men weet in dit land, om het wat populair te zeggen, van God geen zure peren.
Ware dit wel het geval, dan zou men toch mijn vermeend vergrijp niet zwaarder doen wegen dan dat van de Amerikaanse ruimtevaarder, die, uit de kosmos op aarde teruggekeerd, beweert in de ruimte God te hebben ontmoet, en die op de vraag, hoe God er dan wel uitziet, antwoordt: 'She is black.'
Niemand heeft ooit god gezien, dat is de lering van deze ontroerende anekdote,
die ons deemoedig zou moeten stemmen.
Gerard Reve, Een eigen huis blz. 175, (Slotwoord voor de rechtbank)
donderdag, oktober 16, 2003
Heimwee en verlangen
' Tenslotte hoorde ik een stem, die mij vroeg: " Wat zoek je eigenlijk? " (Ik denk dat het Gods stem was). Ik antwoordde: "Ik zoek het Mysterie, waarvan ik geloof, dat het de Liefde is." De stem vroeg; "En wat wil je dan doen, als je die vindt?" Ik antwoordde: " Er voor knielen." Toen werd ik wakker, in tranen. Ik heb deze droom aan niemand verteld, behalve aan Tijger. "Knielen" : al mijn strijd, al mijn agressie & al mijn veroveringszucht vertolken in laatste instantsie slechts mijn diep & onstilbaar heimwee & verlangen naar overgave.'
Gerard Reve, in: Brieven aan Josine M. 1959-1975
' Tenslotte hoorde ik een stem, die mij vroeg: " Wat zoek je eigenlijk? " (Ik denk dat het Gods stem was). Ik antwoordde: "Ik zoek het Mysterie, waarvan ik geloof, dat het de Liefde is." De stem vroeg; "En wat wil je dan doen, als je die vindt?" Ik antwoordde: " Er voor knielen." Toen werd ik wakker, in tranen. Ik heb deze droom aan niemand verteld, behalve aan Tijger. "Knielen" : al mijn strijd, al mijn agressie & al mijn veroveringszucht vertolken in laatste instantsie slechts mijn diep & onstilbaar heimwee & verlangen naar overgave.'
Gerard Reve, in: Brieven aan Josine M. 1959-1975
dinsdag, oktober 14, 2003
De 'tweede Eva'
'De 'tweede Eva', Maria komt zondevrij ter wereld, en wordt bij haar sterven lichamelijk ten hemel opgenomen. in Haar wordt de materie verlost, de vijandschap tussen ziel en lichaam opgeheven. Alweer een consolidatie, door een Vrouw, van duizenden jaren denkwerk van mannen.'
Gerard Reve, in: Brieven aan mijn lijfarts 1963-1980 Amsterdam/Antwerpen p.93
'De 'tweede Eva', Maria komt zondevrij ter wereld, en wordt bij haar sterven lichamelijk ten hemel opgenomen. in Haar wordt de materie verlost, de vijandschap tussen ziel en lichaam opgeheven. Alweer een consolidatie, door een Vrouw, van duizenden jaren denkwerk van mannen.'
Gerard Reve, in: Brieven aan mijn lijfarts 1963-1980 Amsterdam/Antwerpen p.93
Eva
Albrecht Dürer, Eva, 1507
'Eva is meer dan de brave ratio. Ze heeft daarnaast toegang tot het a-morele, verbodene en onbeperkte, en praat met de Slang. Zij brengt de zonde in de wereld, waardoor de mens een afgerond geheel vormt , van wit en zwart, goed en kwaadt ect. Alweer: de consolidatie tot een geheel.'
Gerard Reve, in: Brieven aan mijn lijfarts 1963-1980 Amsterdam/Antwerpen p.93
Albrecht Dürer, Eva, 1507
'Eva is meer dan de brave ratio. Ze heeft daarnaast toegang tot het a-morele, verbodene en onbeperkte, en praat met de Slang. Zij brengt de zonde in de wereld, waardoor de mens een afgerond geheel vormt , van wit en zwart, goed en kwaadt ect. Alweer: de consolidatie tot een geheel.'
Gerard Reve, in: Brieven aan mijn lijfarts 1963-1980 Amsterdam/Antwerpen p.93
maandag, oktober 13, 2003
'Jij hebt niemand meer boven je'
'Jij hebt nog veel meer problematiek dan ik aanroerde. De ellende is, dat jij dokter bent, wat zo ongeveer wil zeggen: God zelf. Jij hebt niemand meer boven je. Jij kunt je praatjes en je magie aan jezelf niet kwijt. Je kunt natuurlijk je spreekkamer uitgaan en een toonband: 'Komt u maar' laten roepen en dan naar binnen gaan, maar daarna moet je het zelf weer doen. Bij alle middelen, die je jezelf toedient. ontbreken de geruststellende woorden en de lulpraat, die er absoluut bij horen, zonder welke geen enkel medicijn helpt.'
Gerard Reve, in: Brieven aan mijn lijfarts 1963-1980 Amsterdam/Antwerpen p.79
'Jij hebt nog veel meer problematiek dan ik aanroerde. De ellende is, dat jij dokter bent, wat zo ongeveer wil zeggen: God zelf. Jij hebt niemand meer boven je. Jij kunt je praatjes en je magie aan jezelf niet kwijt. Je kunt natuurlijk je spreekkamer uitgaan en een toonband: 'Komt u maar' laten roepen en dan naar binnen gaan, maar daarna moet je het zelf weer doen. Bij alle middelen, die je jezelf toedient. ontbreken de geruststellende woorden en de lulpraat, die er absoluut bij horen, zonder welke geen enkel medicijn helpt.'
Gerard Reve, in: Brieven aan mijn lijfarts 1963-1980 Amsterdam/Antwerpen p.79
zondag, oktober 12, 2003
Niemand wil gek zijn
'De mens wil zich onderscheiden van alle anderen, maar evenzeer wil hij zich conformeren. Hij wil zo 'apart' en uniek mogelijk zijn, maar tegelijkertijd verlangt hij, dat zijn uniekheid toch nog 'ergens bij aansluit': niemand wil gek zijn.'
Gerard Reve, in: Brieven aan mijn lijfarts 1963-1980 Amsterdam/Antwerpen p.161
'De mens wil zich onderscheiden van alle anderen, maar evenzeer wil hij zich conformeren. Hij wil zo 'apart' en uniek mogelijk zijn, maar tegelijkertijd verlangt hij, dat zijn uniekheid toch nog 'ergens bij aansluit': niemand wil gek zijn.'
Gerard Reve, in: Brieven aan mijn lijfarts 1963-1980 Amsterdam/Antwerpen p.161
zaterdag, oktober 11, 2003
Icare! Icare!
'We staarden, terwijl het snel donkerder begon te worden, lange tijd voor ons uit, zonder iets te zeggen. De mens kon plannen maken zoveel hij wilde, maar je kon erop rekenen dat er niets van terecht kwam. Het revisme had weer een gevoelige klap gekregen: ook hij was mij ontsnapt, voorgoed, die zeer ondeugende, gevleugelde lieveling en stouterd (Icare! Icare!), zoals na hem nog wel deze en gene zouden volgen, al wist niemand wie het zouden zijn. '
Gerard Reve in: Nader tot U, Amsterdam 2001, p.133
'We staarden, terwijl het snel donkerder begon te worden, lange tijd voor ons uit, zonder iets te zeggen. De mens kon plannen maken zoveel hij wilde, maar je kon erop rekenen dat er niets van terecht kwam. Het revisme had weer een gevoelige klap gekregen: ook hij was mij ontsnapt, voorgoed, die zeer ondeugende, gevleugelde lieveling en stouterd (Icare! Icare!), zoals na hem nog wel deze en gene zouden volgen, al wist niemand wie het zouden zijn. '
Gerard Reve in: Nader tot U, Amsterdam 2001, p.133
vrijdag, oktober 10, 2003
maandag, oktober 06, 2003
zondag, oktober 05, 2003
"In Hem bewoog en leefde ik"
'God had het zo gesteld, dat ik veroordeeld of geroepen was, de enig werkelijke Liefde en geen andere te zoeken, waarbij ik haar nooit anders dan uit de verte zoude mogen zien, onherkenbaar vervormd 'in de spiegel van een duistere rede', en nooit 'van aangezicht tot aangezicht', en haar nooit zoude mogen aanraken, net zo min als enig mens God kon zien of aanraken en kon leven. Zo zat het en niet anders. Het was min of meer mijn hel, of op zijn minst mijn vagevuur, en onbegrijpelijk, mijn begrip en dat van ieder mens te boven gaand, maar Hij had het, in Zijn onmetelijke genade jegens mij, aldus beschikt, en daarom was het goed...In Hem 'bewoog' -ik grinnikte even bij dit woord, dubbelzinnig als het op dit ogenblik was- 'en leefde' ik, uitverkoren om op volmaakte wijze te mogen gehoorzamen aan Zijn wil. "Geloofd weze Zijn naam'..'
Gerard Reve, in Moeder en Zoon, Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.182
'God had het zo gesteld, dat ik veroordeeld of geroepen was, de enig werkelijke Liefde en geen andere te zoeken, waarbij ik haar nooit anders dan uit de verte zoude mogen zien, onherkenbaar vervormd 'in de spiegel van een duistere rede', en nooit 'van aangezicht tot aangezicht', en haar nooit zoude mogen aanraken, net zo min als enig mens God kon zien of aanraken en kon leven. Zo zat het en niet anders. Het was min of meer mijn hel, of op zijn minst mijn vagevuur, en onbegrijpelijk, mijn begrip en dat van ieder mens te boven gaand, maar Hij had het, in Zijn onmetelijke genade jegens mij, aldus beschikt, en daarom was het goed...In Hem 'bewoog' -ik grinnikte even bij dit woord, dubbelzinnig als het op dit ogenblik was- 'en leefde' ik, uitverkoren om op volmaakte wijze te mogen gehoorzamen aan Zijn wil. "Geloofd weze Zijn naam'..'
Gerard Reve, in Moeder en Zoon, Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.182
zaterdag, oktober 04, 2003
Opdat Hij leve
'De eenzamen schrijf ik, als troost, dat God meer lijdt dan alle mensen tezamen, maar dat begrijpen ze maar zelden. Ook schrijf ik ze, dat niemand hen kan beletten een ander wezen lief te hebben -maar ook dat komt hen voor als een slag in de lucht. Dan schrijf ik ze -als ze zeuren over ouderdom en Dood - dat onze sterfelijkheid voorwaarde is van Gods eeuwigheid, en dat wij moeten sterven, opdat Hij leve.
Dat vinden ze nog maller, maar als ik ze, als toegift op al die onzin nog schrijf dat niets en niemand hen kan scheiden van de liefde Gods, dat wil zeggen dat niemand, ooit, hen kan beletten God lief te hebben, dan is de maat vol, en vinden ze me een fantast en verkondiger van beuzelpraat. '
Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders,
in de brief aan professor C.J.B.J. Trimbos van 11 februari 1966
Utrecht/Antwerpen 1985 p. 111
'De eenzamen schrijf ik, als troost, dat God meer lijdt dan alle mensen tezamen, maar dat begrijpen ze maar zelden. Ook schrijf ik ze, dat niemand hen kan beletten een ander wezen lief te hebben -maar ook dat komt hen voor als een slag in de lucht. Dan schrijf ik ze -als ze zeuren over ouderdom en Dood - dat onze sterfelijkheid voorwaarde is van Gods eeuwigheid, en dat wij moeten sterven, opdat Hij leve.
Dat vinden ze nog maller, maar als ik ze, als toegift op al die onzin nog schrijf dat niets en niemand hen kan scheiden van de liefde Gods, dat wil zeggen dat niemand, ooit, hen kan beletten God lief te hebben, dan is de maat vol, en vinden ze me een fantast en verkondiger van beuzelpraat. '
Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders,
in de brief aan professor C.J.B.J. Trimbos van 11 februari 1966
Utrecht/Antwerpen 1985 p. 111
vrijdag, oktober 03, 2003
Herfstdraden
'Kijk al dat stof eens dat naar beneden komt! Ze nemen niet eens de moeite om te kijken of iemand zijn ramen of deuren openstaan.' Opnieuw daalde er een aantal van dezelfde grijze, dunne draden neer. John volgde ze met zijn ogen.
'Dat is geen stof, Mana, ' zei hij, scherp naar buiten turend. 'Het is dat spul dat van de bomen komt.'
G.K. Van het Reve, in Herfstdraden, Amsterdam 1967
'Kijk al dat stof eens dat naar beneden komt! Ze nemen niet eens de moeite om te kijken of iemand zijn ramen of deuren openstaan.' Opnieuw daalde er een aantal van dezelfde grijze, dunne draden neer. John volgde ze met zijn ogen.
'Dat is geen stof, Mana, ' zei hij, scherp naar buiten turend. 'Het is dat spul dat van de bomen komt.'
G.K. Van het Reve, in Herfstdraden, Amsterdam 1967
donderdag, oktober 02, 2003
Was er maar iemand....
DRINKLIED VOOR DE HERFST
Alles moet weer worden zoals vroeger.
Er is geen God meer, bijvoorbeeld.
Ja, toen we Indië nog hadden,
en een dubbeltje nog een dubbeltje was!
Maar dat bestaat niet meer.
Was er maar iemand die me uit allerlei sprookjesboeken voorlas.
Gerard Reve, in Verzamelde gedichten, Amsterdam 1987
DRINKLIED VOOR DE HERFST
Alles moet weer worden zoals vroeger.
Er is geen God meer, bijvoorbeeld.
Ja, toen we Indië nog hadden,
en een dubbeltje nog een dubbeltje was!
Maar dat bestaat niet meer.
Was er maar iemand die me uit allerlei sprookjesboeken voorlas.
Gerard Reve, in Verzamelde gedichten, Amsterdam 1987
woensdag, oktober 01, 2003
Alles of niets
'Het is een histories huis. Jij mag gaan zitten werken in het kleine dakkamertje, waar Nader tot U geschreven is. De penhouder waarmede dat ontroerende boek op het papier is gesteld, die is gestolen. Ik weet niet door wie, maar het kamertje is er nog, en het dakraam, waarboven de wolken zich voortspoeden. Of je schrijft er absoluut niets, òf iets dat de gehele bewoonde wereld verbaast. Zo is dat mijn gehele verscheurde leven tot nu toe geweest, kunstbroeder: alles of niets.'
"Gerard Reve, in Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988. p.53
'Het is een histories huis. Jij mag gaan zitten werken in het kleine dakkamertje, waar Nader tot U geschreven is. De penhouder waarmede dat ontroerende boek op het papier is gesteld, die is gestolen. Ik weet niet door wie, maar het kamertje is er nog, en het dakraam, waarboven de wolken zich voortspoeden. Of je schrijft er absoluut niets, òf iets dat de gehele bewoonde wereld verbaast. Zo is dat mijn gehele verscheurde leven tot nu toe geweest, kunstbroeder: alles of niets.'
"Gerard Reve, in Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988. p.53
maandag, september 29, 2003
Het grote, diepe woud dat geen einde kent..
Het grote, diepe woud dat geen einde kent, en de eindeloze zee die in de diepte zwart wordt, daaruit komt alles voort, maar het is zoveel dat het je dreigt te overspoelen: de struiken grijpen je en houden je vast, en boven je sluiten zich de wateren. Maar geef het een naam en het zal je, dankbaar voor die naam, voortaan dienen en voeden. Ik noem het M., en brand er kaarsen voor, terwijl ik werk. Laat, heel laat ontdekte ik dit alles. Toch is mij heel veel gegeven geworden.
"Gerard Reve, in Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988. p.87
Het grote, diepe woud dat geen einde kent, en de eindeloze zee die in de diepte zwart wordt, daaruit komt alles voort, maar het is zoveel dat het je dreigt te overspoelen: de struiken grijpen je en houden je vast, en boven je sluiten zich de wateren. Maar geef het een naam en het zal je, dankbaar voor die naam, voortaan dienen en voeden. Ik noem het M., en brand er kaarsen voor, terwijl ik werk. Laat, heel laat ontdekte ik dit alles. Toch is mij heel veel gegeven geworden.
"Gerard Reve, in Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988. p.87
zondag, september 28, 2003
Geef het een naam
'Alles is een kwestie van namen geven. (' Om aan 't vergaan te geven duizend namen/ Schoonheid te vieren met een blijvend lied'. Herman Gorter: De School der Poëzie, dacht ik.) Deze tijd kent geen namen meer. Zodra iets een naam heeft, is het bezworen. Ik vocht vele, vele jaren tegen de fles, maar ik wist niet hoe die heette, en daarom kon ik de strijd niet winnen. Ik kon niet achter de naam komen. Tot ik besefte dat het de Satan was, de ongelukkige, die mij in zijn wanhoop scheiden wilde van God, en mij aan Hem wilde doen twijfelen. Nu ik zijn naam ken, heeft hij geen macht meer over me
"Gerard Reve, in Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988. p.87
'Alles is een kwestie van namen geven. (' Om aan 't vergaan te geven duizend namen/ Schoonheid te vieren met een blijvend lied'. Herman Gorter: De School der Poëzie, dacht ik.) Deze tijd kent geen namen meer. Zodra iets een naam heeft, is het bezworen. Ik vocht vele, vele jaren tegen de fles, maar ik wist niet hoe die heette, en daarom kon ik de strijd niet winnen. Ik kon niet achter de naam komen. Tot ik besefte dat het de Satan was, de ongelukkige, die mij in zijn wanhoop scheiden wilde van God, en mij aan Hem wilde doen twijfelen. Nu ik zijn naam ken, heeft hij geen macht meer over me
"Gerard Reve, in Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988. p.87
Abonneren op:
Posts (Atom)