woensdag, november 12, 2003

Bent U Wel Goed Voor Poes?



'Vrijwel alle mensen, die er een kat op na houden, zullen u desgevraagd mededelen, dat zij dit doen omdat zij in de aanwezigheid van het dier behagen scheppen -ik laat hier het gebruik van een kat als muizen- en rattenvanger buiten beschouwing- en hun verklaring zal meestal hierop meerkomen, dat zij van het beest houden. Ik heb nog nooit iemand gesproken, die een kat hield en niet verzekerde op een of andere wijze aan zijn huisdier gehecht te zijn.'

Gerard Reve, in Verzameld werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.192

dinsdag, november 11, 2003

De vrouw vertolkt het geheel



'De vrouw vertolkt het geheel. Het moet uit de lengte of uit de breedte. De man is oneindig, maar betaalt daarvoor één dimensie: hij is een lijn. De vrouw is eindig, maar heeft een dimensie meer. Psychisch is de vrouw ongetwijfeld beter af dan de man. Ik meen opgemerkt te hebben, dat een vrouw psychies hechter in elkaar zit, en wat haar ziel betreft niet zo snel bezwijkt als een man.

Gerard Reve in Brieven aan mijn lijfarts 1963-1980 Amsterdam/Antwerpen 1991 p.93

maandag, november 10, 2003

Moge God ook U zegenen


zondag, november 09, 2003

Van de ene bevoogding in de andere

'Het verleden van elk mens herhaalde zich domweg in het heden. Ik gevoelde mij bedreigd en verlaten, nu in mijn volwassenheid minstens in dezelfde mate als toen, in mijn gehele jeugd, en ik zocht nog steeds naar bescherming, geborgenheid en veiligheid. Ik moest mijzelf niets wijsmaken. Men zocht in het leven het verwante en het vertrouwde uit het verleden, en geeszins het andere en vreemde van een onbekende toekomst. Bijna iedere worsteling om ontplooiing bleef vruchteloos omdat men, meestal zonder het zelf te beseffen, van de ene bevoogding in de andere stapte.'

Gerard Reve, in Moeder en Zoon, Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.108

donderdag, november 06, 2003

'Tegenover het geheim...'



'De mens bezit noch kennis, noch macht. Alle menselijke kennis en alle menselijke macht zijn, tegenover het Geheim, volstrekte onwetendheid en volstrekte onmacht.'
...
'Ik kan, geloof ik, niet beter doen dan met al mijn kracht voortwerken, ook al weet ik niet -zoals Samuel Beckett het zo aangrijpend heeft verwoord- 'wat ik doe, wie ik ben, waar ik ben, en of ik ben'.


Gerard Reve, in Verzameld Werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001, p.460/461

woensdag, november 05, 2003

Naarmate je ouder wordt

'Naarmate je ouder wordt,...word je iets minder ijdel. Tot je veertigste leef je van je geboorte af, jezelf ontplooiend. De dood is iets dat een ander overkomt. Daarna komt alles in het teken van de dood te staan. Je krijgt in de je toegemeten tijd een leven van herinnering en bespiegeling.'

In: Tom Rooduijn, Revelaties, Gerard Reve over zijn Werk & Leven Conserve-Schoorl 2002, p.67

dinsdag, november 04, 2003

Gedicht voor mijn 47ste verjaardag



De dag zelf vreemd en grijs. De dag erna
zes zwanen zeilend tot de voetbrug
waar ik met gulle hand het feestgebak te water werp
dat niemand gisteren door zijn strot heeft kunnen krijgen
en dat de vogels evenmin begeren:
hun koninklijke halzen buigen niet,
terwijl het ongewone voedsel zinkt.

Gerard Reve, in Verzamelde Gedichten, Amsterdam 1987 p.67

maandag, november 03, 2003

'Rechtstreeks of langs een omweg'

Zulk een praatje was voor mij geen kleinigheid, want ik kan eigenlijk met niemand ergens over praten. Iets zeggen kan ik wel, maar ik kom altijd, rechtstreeks of langs een omweg, terecht bij het Lijden en de Dood, en vele dingen die daarmede te maken hebben.

Gerard Reve, Het Boek van Violet en Dood, Amsterdam/Antwerpen 1996 p.10

zondag, november 02, 2003

Allerzielen



Nadat we bij die en die gezeten hadden,
gingen we bij je weet wel nog wat drinken.
Dinges was er ook, en zong een lied
over een naamloos Graf van eeuwigheid.

Gerard Reve in Verzamelde Gedichten, Amsterdam 1987 p.54

zaterdag, november 01, 2003

Onzalige okeren gloed



'Het licht, het licht was er weder. die onzalige okeren gloed des daags die ik al eerder heb beschreven, die elke hoop of verwachting futiel maakte. Geen syndroom in een psychisch verrekijkprogramma maar gewoon moeder waarom leven wij. Dit licht beroofde alle dingen van elke betekenis. Welke zin en welk doel konden dit land en dit volk nog hebben? "

Gerard Reve, in Het Boek Van Violet En Dood, Amsterdam/Antwerpen 1996, p.103

vrijdag, oktober 31, 2003

Uit de diepten..



Uit de Diepten. O Geest, Gij die nooit te vergeefs gezocht wordt, ook indien Gij nimmer gevonden wordt, wil u toch aan mij openbaren. Indien het uw stem is, zal ik hem herkennen en weten, dat Gij het zijt, die spreekt.

Gerad Reve: in Nader tot U, Amsterdam 2001

donderdag, oktober 30, 2003

Niet mislukt, maar ontsnapt.

Maar intussen heb ik een droevige jeugd gehad. Mislukt op school, te weten het gymnasium, wat overigens geen sportschool is. In sport en balspel was ik trouwens ook niets waard. Het besef van mislukt te zijn, is mij heel lang blijven achtervolgen. Pas heel laat zag ik in, dat een academische carrière mijn ondergang zoude hebben betekend.
Ik ben niet mislukt, geloof ik, maar ontsnapt.

Gerard Reve, Het boek van violet en dood Amsterdam/Antwerpen 1996, p.19

woensdag, oktober 29, 2003

Verborgenheid..

"Verborgenheid Verzegeld Onuitsprekelijk
Onmetelijk De Stilte Offer
De Diepten Weerloos De Nacht
met deze en geen andere woorden moet dit boek aanvangen...""

in: Gerard Reve Verzameld Werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.412


dinsdag, oktober 28, 2003

Verlangen



" 't Hijgend hert der jacht ontkomen,
Dorst niet sterker naar 't genot
Van de frisse waterstromen,
Dan mijn ziel verlangt naar God"


"Als titel van mijn jongste liefdes- en avonturenroman heb ik enkele woorden gekozen uit Gods Eeuwig Woord,
te weten uit de berijmde versie van de beroemde psalm 42.."

G.R. in: Het hijgend hert, Amsterdam/Antwerpen 1998, in Verantwoording van een roman


maandag, oktober 27, 2003

Troost Mij in Mijn lijden, blijf bij Mij in Mijn eenzaamheid

'Waait het zo hard?' vroeg ik.
'Het waait helemaal niet, Gerard', zeide Lambert S., even zijdelings naar mij opblikkend. 'Heb je het koud?'
'Ja...'Maar het waaide toch wel degelijk?...Ik gevoelde een felle bries langs mijn gezicht en door mijn haren strijken...En ik hóórde de wind...Ik keek rond...Noch in de toppen van de struiken, noch in de wilgen aan de slootkant, noch hoog in de populieren verderop was enige beweging of slechts trilling waar te nemen...En toch hoorde ik iets...Het knapte en ruiste in mijn oren...Ergens in mijn hoofd nam het gedruis toe...Er sprak iemand...Ik?.. Lambert S.?..
Neen, geen van ons beiden deed een mond open...
In mijn strottenhoofd, of in mijn keel, trilde het...: 'Troost Mij in Mijn lijden, blijf bij Mij in mijn eenzaamheid', sprak een stem..Wat gebeurde er?..Wie was dat..?

In Gerard Reve,Moeder en Zoon Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX , p.274

zondag, oktober 26, 2003

'We zijn allemaal maar gewone mensen'



' "Zou God echt bestaan, vraag ik volledigheidshalve..." "Dat soort dingen..." antwoordt Vader Bel, terwijl hij lichtelijk afwijzend het hoofd schudt. "Dat soort dingen, daar bemoei ik me niet mee. Je hebt je werk, en de zon zchijnt. En we zijn allemaal maar gewone mensen."
Inderdaad, bedenk ik, nadat ik ietwat beschaamd afscheid heb genomen: ik heb mijn werk, want ik moet wederom met gezwinde spoed voortarbeiden aan mijn nieuwe wereldboek en liefdesroman; en inderdaad daalt de weldadige straling ener milde herfstzon op ons neder, en wie weet, zijn wij allemaal maar gewone mensen.'

Gerard Reve in: Een eigen huis Amsterdam/Brussel MCMLXXIX p.126

zaterdag, oktober 25, 2003

"Maar wel geloof ik in het Licht.."

Of de duisternis het Licht ooit wel zal begrijpen, daaraan moet ik diep en bitter twijfelen. Maar wel geloof ik in het Licht, en dat het schijnt in de duisternis, in alle eeuwigheid.

Gerard Reve, in Verzameld Werk , deel 6, Amsterdam/Antwerpen 2001, p. 437 (Een mooi feest)

vrijdag, oktober 24, 2003

Een herfstlied, of avondzang



Voor de orkestmeester. Een herfstlied, of avondzang. Ik zou wel willen, dat deze brief vol zachtheid en tederheid kon zijn, met somtijds huiveringen van stilte en Aandacht, en geheel zonder gramschap jegens enig schepsel; ik zou willen dat hij een ieder die hem leest stil moge maken, en sommigen zelfs aan het schreien moge maken - want dat is het hoogste. Daar verlang en hoop ik naar terwijl ik aan het raam zit en naar buiten staar. Het is helder weer, en windstil, maar toch is het soms, of ik van verre en ijle, klagende stem hoor, als van de wind door de toppen van een duister naaldwoud. (Kom je gauw? Ja hoor, ik kom zo. Warte nur, warte nur.)

In Gerard Reve, Nader tot U, in Brief door tranen uitgewist Amsterdam 2001 p.41,42

donderdag, oktober 23, 2003

Elk danspasje.. gewantrouwd



'Het calvinisme biedt ontroerende aspekten van menselijke inzet en moed, maar het heeft van ons land, eens een wereldcentrum van kunst, een puriteinse provincie gemaakt, waar nog steeds elke maat muziek en elk danspasje worden gewantrouwd, en heeft een volk van mistieke wijndrinkers veranderd in een meute van twistzieke lepelaars van giftige graanboeljon.'

Gerard Reve in: Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p.164



woensdag, oktober 22, 2003

Misterie

'God is, in mijn visie, almachtig & toch weerloos, en diep afhankelijk van onze hulp en Liefde, op een wijze die een Misterie is, dat onuitsprekelijk groot, onuitsprekelijk verschrikkelijk, en onuitsprekelijk troostrijk is. God lijdt meer dan alle mensen die lijden, tezamen.

Gerard Reve in: Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p.131