dinsdag, december 02, 2003

'Ongelooflijk treurig, maar toch ook erg gelukkig'



'Ik werd ongelooflijk treurig, maar toch ook erg gelukkig, terwijl ik bedacht dat ik zonder einde de Meedogenloze Jongen zou moeten nareizen, maar steeds zijn trein juist het station uit zien stomen, of ik zou aan de kade staan en hij, alweer met een op het punt zich te ontvouwen glimlach, zou aan de reling staan van het schip dat al te ver van de wal zou zijn, en ik zou voelen, hoe mij het hart, als in een verstikkende pijn, langzaam maar grondig uit de borstkas werd gescheurd.'

Gerard Reve, Nader tot U, Amsterdam 2001 53, 54

zaterdag, november 29, 2003

'Het zal wel ergens goed voor zijn'

'Soms denk ik wel eens, dat het niet rechtvaardig is, dat God mij niet, maar anderen wel, tot onwetendheid heeft veroordeeld. Het zal wel ergens goed voor zijn, want God is onmetelijke & grenzeloze Liefde"

uit: G.Reve, Brieven aan Josine M. 1959-1975, Amsterdam 1981, p.168

vrijdag, november 28, 2003

'De één hoort, de ander ziet, weer een ander raakt aan'



Ik heb overigens nog nooit iets gezien. Ik heb wel God gehoord, als Stem, in dromen en dat klopt ook wel, omdat het Woord voor mij belangrijker is dan het beeld. Ik bedoel: de één hoort, de ander ziet, weer een ander raakt aan, of is. (Antonius van Padua droeg dag en nacht het kind op de arm). Iedereen moet maar doen en denken naar zijn vermogen. Een Haas kan niet veel denken, maar loopt wel heel hard. Vanmorgen stoof er één voor mijn automobiel over de weg, en hipte moeiteloos over de sloot, waar ik allang te stijf voor ben."

Gerard Reve in Brieven aan Wim B. Utrecht MCMLXXXIII p.58

maandag, november 24, 2003

De wet van de kompensatie

"Hoe feller en compromislozer de bewuste afwijzing van een bekende mythe, hoe onvoorwaardelijker en dieper de onbewuste overgave aan diezelfde mythe in een andere gedaante, waarin hij door de betrokkene niet meer als mythe wordt herkend."

Gerard Reve, in Verzameld Werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.391

zondag, november 23, 2003

Credo

Niets te verwachten, niets te hopen:
er rest mij niets dan duisternis en Dood.
Ik zie het, maar ik wankel niet: wie Gij ook zijt,
U heb ik lief, met heel mijn hart, met al mijn Bloed.

Gerard Reve in: Een eigen huis, Amsterdam/Brussel MCMLXXIX

zaterdag, november 22, 2003

Hoe kan dat nou Gerard..?

'Gerard, ik heb geen verstand van literatuur.'
'Ik ook niet vader'.
'Nee, maar in dat artikel van jou in dat blad'..'daar schrijf je over een jongen, die jij zal ik maar zeggen heel erg sympathiek vindt, en dat jij je zusje van 15 of 16 aan die jongen wilt geven met de bedoeling dat die jongen dan, ja hoe schrijf je dat, met zijn, met zijn...'
'Ik weet wat u bedoelt, vader'.
'Maar dat is toch verschrikkelijk, Gerard! Je eigen zuster!'
'Ja schandelijk vader.'
'En een eindje verderop lees ik van je, dat God liefde is, en waarom dat zo is, en dat schrijf je zo mooi, misschien wel mooier dan beschreven bij Johannes, in het evangelie, dat ik er tranen in mijn ogen van krijg. Hoe kan dat nou Gerard, in één en hetzelfde boek?...'
'U moet rekenen, dat het maar literatuur is, vader. En ik moet tenslotte aan de kost komen.'
'Ja goed, maar dat zusje dan?...'
'Ik heb helemaal geen zusters, vader.'
'Oh. Op die manier.'

Gerard Reve, in Brieven aan Frans P. 1965-1969Utrecht MCMLXXXIV p.14, 15

vrijdag, november 21, 2003

Het is alles groots en grenzeloos



'Snachts is hier de hemel onuitsprekelijk schoon: de Melkweg is een wolk van koud vuur, en Venus is duidelijk een bolletje, met volume, en niet alleen maar een betraand flikkerlicht. Toen we hier kwamen was de Maan nog bijna vol, en kon men bij haar licht de tekst van een niet al te klein gedrukt boek lezen. Het is alles groots en grenzeloos, maar wat God ermee bedoeld kan hebben, dat kan ik niet begrijpen. Laten we maar niet tobben. '

Gerard Reve, in Brieven aan Bernard S. Utrecht/Antwerpen MCMLXXXI p.40

maandag, november 17, 2003

"Daarbij komt, dat Schopenhauer ongehoord mooi schrijft.."




"Vreemd, dat van geschriften van pessimisten altijd een diepe troost uitgaat, en dat de optimisten je tot zelfmoord brengen. Je wordt er beroerd van, van Schopenhauer, en toch kikker je er helemaal van op"

Gerard Reve, in Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1982 p.260

zaterdag, november 15, 2003

'Ik kan alle dingen als symbool zien'



'Ik vrees, dat symboolblinde mensen niet te veranderen zijn. Ik kan alle dingen als symbool zien- hoe kan men ze ooit anders beschouwen? Ik las laatst, met zekere ontroering, de legende van St. Christofoor, een geheel legendarische heilige. Hij was een reus, die gaarne God, de wereld & de mensen op een of andere wijze wilde dienen.
God raadde hem aan, mensen op zekere plek in een rivier, van de ene oever naar de andere te dragen. Christofoor deed dit welgemoed. Op zekere dag kwam een klein kind aan de oever, dat naar de overkant wilde, maar dat geen geld had. Dit kon de goedige Christofoor niet schelen, & hij zette het nietige, kleine kindje op zijn schouders. Bij zijn voortschrijden door de rivier merkte hij, dat het kind steeds zwaarder werd. In het midden van de rivier was de last haast ondraaglijk geworden, & tenslotte wist Christofoor met alleruiterste inspanning, volkomen uitgeput, op het nippertje nog de andere oever te bereiken. Hier maakte het kind zich als Christus bekend. 'Ik had dat kind een rotklap gegeven', was Hanny haar kommentaar. Ik vind het verhaal even ontroerend als duidelijk in zijn betekenis: het wil zeggen, dat wie Christus wil dragen (uitdragen) in de wereld, zelfs als lichamelijke reus & moreel superieur mens (gratis overzetten) door de stroom des levens wordt overspoeld & bedreigd.

Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975, Amsterdam 1981 p. 220,221

vrijdag, november 14, 2003

Huisvrouwen lazen vroeger veel boeken

"Huisvrouwen lazen vroeger veel boeken,..De kinderen gingen om kwart voor twee naar school, die vrouw schilde de aardappels, zette ze onder water en had dan nog twee of drie uur om te lezen. Daarom waren ook zestig of zeventig procent van mijn lezers vrouwen. Daar kreeg ik voornamelijk brieven van. Dat is nu voorbij door de televisie."

In: Tom Rooduijn, Revelaties, Gerard Reve over zijn Werk & Leven Schoorl 2002 p.126

woensdag, november 12, 2003

Bent U Wel Goed Voor Poes?



'Vrijwel alle mensen, die er een kat op na houden, zullen u desgevraagd mededelen, dat zij dit doen omdat zij in de aanwezigheid van het dier behagen scheppen -ik laat hier het gebruik van een kat als muizen- en rattenvanger buiten beschouwing- en hun verklaring zal meestal hierop meerkomen, dat zij van het beest houden. Ik heb nog nooit iemand gesproken, die een kat hield en niet verzekerde op een of andere wijze aan zijn huisdier gehecht te zijn.'

Gerard Reve, in Verzameld werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.192

dinsdag, november 11, 2003

De vrouw vertolkt het geheel



'De vrouw vertolkt het geheel. Het moet uit de lengte of uit de breedte. De man is oneindig, maar betaalt daarvoor één dimensie: hij is een lijn. De vrouw is eindig, maar heeft een dimensie meer. Psychisch is de vrouw ongetwijfeld beter af dan de man. Ik meen opgemerkt te hebben, dat een vrouw psychies hechter in elkaar zit, en wat haar ziel betreft niet zo snel bezwijkt als een man.

Gerard Reve in Brieven aan mijn lijfarts 1963-1980 Amsterdam/Antwerpen 1991 p.93

maandag, november 10, 2003

Moge God ook U zegenen


zondag, november 09, 2003

Van de ene bevoogding in de andere

'Het verleden van elk mens herhaalde zich domweg in het heden. Ik gevoelde mij bedreigd en verlaten, nu in mijn volwassenheid minstens in dezelfde mate als toen, in mijn gehele jeugd, en ik zocht nog steeds naar bescherming, geborgenheid en veiligheid. Ik moest mijzelf niets wijsmaken. Men zocht in het leven het verwante en het vertrouwde uit het verleden, en geeszins het andere en vreemde van een onbekende toekomst. Bijna iedere worsteling om ontplooiing bleef vruchteloos omdat men, meestal zonder het zelf te beseffen, van de ene bevoogding in de andere stapte.'

Gerard Reve, in Moeder en Zoon, Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.108

donderdag, november 06, 2003

'Tegenover het geheim...'



'De mens bezit noch kennis, noch macht. Alle menselijke kennis en alle menselijke macht zijn, tegenover het Geheim, volstrekte onwetendheid en volstrekte onmacht.'
...
'Ik kan, geloof ik, niet beter doen dan met al mijn kracht voortwerken, ook al weet ik niet -zoals Samuel Beckett het zo aangrijpend heeft verwoord- 'wat ik doe, wie ik ben, waar ik ben, en of ik ben'.


Gerard Reve, in Verzameld Werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001, p.460/461

woensdag, november 05, 2003

Naarmate je ouder wordt

'Naarmate je ouder wordt,...word je iets minder ijdel. Tot je veertigste leef je van je geboorte af, jezelf ontplooiend. De dood is iets dat een ander overkomt. Daarna komt alles in het teken van de dood te staan. Je krijgt in de je toegemeten tijd een leven van herinnering en bespiegeling.'

In: Tom Rooduijn, Revelaties, Gerard Reve over zijn Werk & Leven Conserve-Schoorl 2002, p.67

dinsdag, november 04, 2003

Gedicht voor mijn 47ste verjaardag



De dag zelf vreemd en grijs. De dag erna
zes zwanen zeilend tot de voetbrug
waar ik met gulle hand het feestgebak te water werp
dat niemand gisteren door zijn strot heeft kunnen krijgen
en dat de vogels evenmin begeren:
hun koninklijke halzen buigen niet,
terwijl het ongewone voedsel zinkt.

Gerard Reve, in Verzamelde Gedichten, Amsterdam 1987 p.67

maandag, november 03, 2003

'Rechtstreeks of langs een omweg'

Zulk een praatje was voor mij geen kleinigheid, want ik kan eigenlijk met niemand ergens over praten. Iets zeggen kan ik wel, maar ik kom altijd, rechtstreeks of langs een omweg, terecht bij het Lijden en de Dood, en vele dingen die daarmede te maken hebben.

Gerard Reve, Het Boek van Violet en Dood, Amsterdam/Antwerpen 1996 p.10

zondag, november 02, 2003

Allerzielen



Nadat we bij die en die gezeten hadden,
gingen we bij je weet wel nog wat drinken.
Dinges was er ook, en zong een lied
over een naamloos Graf van eeuwigheid.

Gerard Reve in Verzamelde Gedichten, Amsterdam 1987 p.54

zaterdag, november 01, 2003

Onzalige okeren gloed



'Het licht, het licht was er weder. die onzalige okeren gloed des daags die ik al eerder heb beschreven, die elke hoop of verwachting futiel maakte. Geen syndroom in een psychisch verrekijkprogramma maar gewoon moeder waarom leven wij. Dit licht beroofde alle dingen van elke betekenis. Welke zin en welk doel konden dit land en dit volk nog hebben? "

Gerard Reve, in Het Boek Van Violet En Dood, Amsterdam/Antwerpen 1996, p.103