maandag, december 22, 2003

'Hoei boei, de kachel'



'Hoei boei, de kachel,' zei zijn moeder. Ze keek in het vuur en zei: 'Hij brandt goed. Denk eraan, dat jullie hem zo laat staan. Met de ketel ertussen.' Ze deed voor, hoe de aluminium waterketel tegen de bovenkant van de vulklep gezet moest blijven, zodat deze een eindje open stond. 'Anders vliegt alles er in een uur door, ' zei ze.


Gerard Kornelis van het Reve, De Avonden, een Winterverhaal, Amsterdam 1971 p.12

zondag, december 21, 2003

Een lied van overgave

'Opnieuw dus: Uit de diepten. En alweer: nadat hij een zeer groot aantal dagen onafgebroken aan de kruik was geweest, nog steeds echter zonder dat je veel bizonders aan hem kon zien. Een zang ook, terwijl hij ferm bleef doorstappen in de richting van de Duisternis, en weer: voor de orkestmeester. Wederom: een Nachtlied. En meer dan ooit een lied van overgave, want nimmer was mijn heimwee naar U zo fel, en zo mateloos.'

Gerard Reve, Nader tot U Amsterdam 2001 p.109

zaterdag, december 20, 2003

'Ik was geboren voor het lijden'

'Ik was dus nog niet te laat, maar wat wilde dat nu eigenlijk zeggen: 'nog niet te laat'? Zelfs als ik de jongen in of bij de verlaten hoeve zou aantreffen, wat had ik dan nog bewerkstelligd? Wat joeg ik na, wat was ik mijzelve aan het voorspiegelen? Wat was er in mijn leven, wat de liefde betrof, ooit op iets anders dan ellende en vernedering uitgelopen? Ik was geboren voor het lijden, dacht ik enigszins plechtig. Mijn ziel en mijn karakter waren ziek en verminkt; wat ik zocht, zou ik nergens op aarde ooit vinden, zo was dat.'

Gerard Reve, Oud en Eenzaam Amsterdam/Brussel MCMLXXVIII p.39,40

vrijdag, december 19, 2003

Het tijdstip scheen eeuwig te zijn.'


Russell Chatham
"Winter Light" 1999


'Er heerste een bijna volkomen windstilte, en uit een nagenoeg wolkenloze hemel, scheen met milddadige of genadeloze helderheid, al naar men het wenste te zien, een felle najaarszon.
Het licht was zo scherp en zo overvloedig, dat men zich ook in het midden van de zomer had kunnen wanen; slechts de lage stand van de zon, de naaktheid der verweerde platanen op het dorpsplein en de gesloten luiken en het gesloten terras van het kleine toeristenhotel gaven aan, dat het winter was: het tijdstip scheen eeuwig te zijn.'

Gerard Reve, Oud en Eenzaam Amsterdam/Brussel MCMLXXVIII p.20

donderdag, december 18, 2003

'Mensen, die zich in ernstige mate bezighouden met
God, de Liefde en de Dood...die zijn uitgezonderd'


'Iedereen was dus slecht, ook al woonde er in deze of gene nog wel iets goeds. Waar ging het ook al weder over? O ja, dat arme mensen slecht waren, omdat ze anders immers niet arm zouden zijn. Neen, daar viel niets aan te tornen: de waarheid was evident, empirisch bewezen zelfs, zoude men kunnen zeggen. Maar hij zelf, Treger, en Eenhoorn, die waren toch ook arm? 'Zijn wij dan ook slecht?' vroeg Treger zich af. Hij meende dat men ruimte moest scheppen voor gunstige uitzonderingen.
'Mensen, die zich in ernstige mate bezighouden met God, de Liefde en de Dood,' dacht hij, zelfs in gedachten de verschuldigde hoofdletters niet vergetend, 'die zijn uitgezonderd. En mensen die bijvoorbeeld achting hebben voor dieren. Daarom zijn er ook katholieke dieren, want die bestaan.'

Gerard Reve, Bezorgde Ouders Utrecht/Antwerpen 1989, vijfde druk p.57

woensdag, december 17, 2003

Dat was ongehoord droevig



'Men kon zich in bespiegelingen begeven en de vraag stellen waarom men zich de Geboorte en Menswording van God vierde door miljoenen bomen te kappen en die stervende bomen nog voor veel geld te verkopen ook. Dat was ongehoord droevig meende Treger, maar niemand scheen het ongewoon te vinden behalve hij. 'Het is noodlot', dacht hij. 'Je ziet het voor je ogen gebeuren, maar je kunt niets doen.'

Gerard Reve, Bezorgde Ouders Utrecht/Antwerpen 1989, vijfde druk p.139

dinsdag, december 16, 2003

"omdat ik eenvoudigweg gebiologeerd ben"

'Ik luister altijd naar gesprekken in treinen, dat wil zeggen niet uit vrije wil, of omdat ik het zo leerzaam zou vinden dat een Scheppend Kunstenaar Naar De Mensen Weet Te Luisteren (van de illusie dat je op die manier ooit een medeling zoudt kunnen opvangen die het overwegen gedurende langer dan acht seconden waard zou zijn, ben ik al lang af), maar omdat ik eenvoudigweg gebiologeerd ben, en nu eenmaal gedwongen word, zelfs als men ternauwernood van een gedachtenwisseling kan spreken, elk woord te registreren tot ik bijna begin te kreunen.'

Gerard Kornelis van het Reve, in Op weg naar het einde Amsterdam 1966 p.76

maandag, december 15, 2003

'Want het is ijdelheid, alles.'

'Nu, ik hoop dat jullie niet treurig bent, want er zijn toch ook veel mooie dingen in het leven, als je ze maar zien wilt. Ik kan me met de beste wil van de wereld vrijwel nergens echte kopzorg om maken, want vroeg of laat is het afgelopen en heb je je kwaadgemaakt over onzin en hersenschimmen, want het is ijdelheid, alles.'

Gerard Reve, in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam eerste druk 1981 p.81

zondag, december 14, 2003

Zo wij zeer sterk zijn tachtig jaren


'Aangaande de dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren, of, zo wij zeer sterk zijn, tachtig jaren; en het uitnemendste van die is moeite en verdriet; want het wordt snellijk afgesneden, en wij vliegen daarheen.'

Psalm 90 vs 10

14 december 1963:

"Wij vieren vandaag onze verjaardag in gepaste Soberheid & Eenvoud"

in: brief vanuit Londen aan de "Lieve Mensen V."
Tom Rooduijn, Revelaties, Uitgeverij Conserve 2003, p.175

zaterdag, december 13, 2003

Angst

"Voor de fundamentalistiese Freudianen is angst een aanwijzing, dat een seksuele begeerte verdrongen wordt. Maar dan zou iedereen verteerd moeten worden door angst, want er is niemand, die niet een of ander seksueel verlangen moet intomen.
Angst wijst er volgens mij op, dat men op een drempel staat, of aan de afgrond, en de opdracht heeft, naar binnen te gaan respektievelijk in de diepte van het onbegrensde onbekende te springen. Wordt de opdracht bewust gemaakt, en vervuld, dan verdwijnt de angst."

Gerard Reve in Brieven aan Geschoolde Arbeiders Utrecht/Antwerpen MCMLXXXV p. 127

vrijdag, december 12, 2003

Lettera Amorosa

'De jongens hebben voor mij in de Muziekbibliotheek Lettera Amorosa van Monteverdi gevonden, en het nu op de cassetterecorder gezet...
Ik vesta alles. Wat kan de zanger anders zingen dan: 'Ach, toen men mij die kus gundet, hadde ik toen mogen sterven!...'

Gerard Reve, in Brieven aan Wim B. Utrecht MCMLXXXIII p.59

woensdag, december 10, 2003

'Men blijft onderaan de trap van het leven'



J.D.Hayward,
Plantation Staircase 1989

'Hoe hoog of hoe gering men zich op de maatschappelijke ladder heeft weten te verheffen, men blijft onderaan de trap van het leven. Dat leert ons deze comedie* van de ontoereikendheid der menselijke liefde, van de onttakeling van alle illusies door de ouderdom en van de alomtegenwoordige, onbekende God, de Dood

* Charles Dyers, Staircase

Gerard Reve, in Verzameld Werk deel 6, Amsterdam/Antwerpen 2001, p.410, 411

zondag, december 07, 2003

'Met minder neem ik geen genoegen'

'De ergste menselijke zonde is de bereidheid zich in een hoek te laten trappen. Ik wil niet in een hoek of in een verborgen kelder leven. Dat kan ik niet. Zoiets geweldigs is het leven nu ook weer niet: ik bedoel, wanneer ik in zedelijk opzicht niet waardig, met opgeheven hoofd kan leven, dan maak ik er een eind aan, want met minder neem ik geen genoegen, al neemt het hele leger fluweeldragende kirders er wel genoegen mee.
Ik ben een schepsel Gods, en geen karikatuur'.'

Gerard Kornelis vanhet Reve, in Op weg naar het einde, Amsterdam 1966, p.136

zaterdag, december 06, 2003

'Het nemende en het gevende'

"Want ik houd op mijn eigen eenvoudige wijze wel degelijk van de dood. Het klinkt nieuw maar is het allerminst, als ik wijs op het verband tussen Eros en Thanatos, waarvan Schopenhauer zeer kernachtig gewag maakt. Eros (de lichamelijke erotiek) houdt door de sexuele voortplanting Thanatos (de dood) in stand, die de dode in een volgend bestaan duwt, zodat deze vroeg of laat terugkomt bij Eros. Het rijk van Thanatos, schimmenrijk of Orkus geheten, werd door de Grieken 'het nemende en het gevende' genoemd, en is dus het reservoir van alle leven. Alles wat leeft heeft ooit reeds in die Orkus vertoefd"

Gerard Reve in Het Boek van Violet en Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p. 106

woensdag, december 03, 2003

Zou God enig schepsel buiten zich sluiten?

"Welke lering kunnen we uit het voorafgaande trekken? ", begon ik, maar Tweede Prijsdier schonk mij geen aandacht meer. Toch begon ik, ook zonder dat hij nog luisterde, hem te vertellen over een nacht, vele weken geleden, waarin ik, alweer wakker gelegen, opeens gedacht had dat God mij misschien buiten zich had gesloten, en waarin mijn hart, uren lang, beklemd en geperst was geworden totdat ik, tegen de ochtend, begrepen had dat het niet mogelijk was, omdat God nimmer enig schepsel buiten Zich zou sluiten: Hij kon het wel, krachtens zijn Almacht, maar die andere, zijn allerwezenlijkste eigenschap, de Liefde, maakte het onmogelijk. Aldus was God niet in staat iets te doen wat Hij wel degelijk kon, en dit was het Misterie, waarin ook de Voltooiing en Terugkeer van Alle dingen besloten lag: het was een kwestie van zien, want een kind kon de was doen.

Gerard Reve, in Nader tot U , Amsterdam 2001 p.104, 105

dinsdag, december 02, 2003

'Ongelooflijk treurig, maar toch ook erg gelukkig'



'Ik werd ongelooflijk treurig, maar toch ook erg gelukkig, terwijl ik bedacht dat ik zonder einde de Meedogenloze Jongen zou moeten nareizen, maar steeds zijn trein juist het station uit zien stomen, of ik zou aan de kade staan en hij, alweer met een op het punt zich te ontvouwen glimlach, zou aan de reling staan van het schip dat al te ver van de wal zou zijn, en ik zou voelen, hoe mij het hart, als in een verstikkende pijn, langzaam maar grondig uit de borstkas werd gescheurd.'

Gerard Reve, Nader tot U, Amsterdam 2001 53, 54

zaterdag, november 29, 2003

'Het zal wel ergens goed voor zijn'

'Soms denk ik wel eens, dat het niet rechtvaardig is, dat God mij niet, maar anderen wel, tot onwetendheid heeft veroordeeld. Het zal wel ergens goed voor zijn, want God is onmetelijke & grenzeloze Liefde"

uit: G.Reve, Brieven aan Josine M. 1959-1975, Amsterdam 1981, p.168

vrijdag, november 28, 2003

'De één hoort, de ander ziet, weer een ander raakt aan'



Ik heb overigens nog nooit iets gezien. Ik heb wel God gehoord, als Stem, in dromen en dat klopt ook wel, omdat het Woord voor mij belangrijker is dan het beeld. Ik bedoel: de één hoort, de ander ziet, weer een ander raakt aan, of is. (Antonius van Padua droeg dag en nacht het kind op de arm). Iedereen moet maar doen en denken naar zijn vermogen. Een Haas kan niet veel denken, maar loopt wel heel hard. Vanmorgen stoof er één voor mijn automobiel over de weg, en hipte moeiteloos over de sloot, waar ik allang te stijf voor ben."

Gerard Reve in Brieven aan Wim B. Utrecht MCMLXXXIII p.58

maandag, november 24, 2003

De wet van de kompensatie

"Hoe feller en compromislozer de bewuste afwijzing van een bekende mythe, hoe onvoorwaardelijker en dieper de onbewuste overgave aan diezelfde mythe in een andere gedaante, waarin hij door de betrokkene niet meer als mythe wordt herkend."

Gerard Reve, in Verzameld Werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.391

zondag, november 23, 2003

Credo

Niets te verwachten, niets te hopen:
er rest mij niets dan duisternis en Dood.
Ik zie het, maar ik wankel niet: wie Gij ook zijt,
U heb ik lief, met heel mijn hart, met al mijn Bloed.

Gerard Reve in: Een eigen huis, Amsterdam/Brussel MCMLXXIX
 
Tweets van @Revetwalender