De enige zekerheid
'...-hoe ouder ik word en hoe hartstochtelijker ik honger en dorst naar Gods Uiteindelijke Gerechtigheid, hoe onzinniger mij tevens elke concrete heilsverwachting voorkomt, en ook, hoe meer ik neig naar de overtuiging, dat de enige zekerheid die het leven ons biedt, die is van de Dood.'
Gerard Kornelis van het Reve, in Op Weg Naar Het Einde Amsterdam 1966 p.51
zondag, januari 18, 2004
woensdag, januari 14, 2004
'Die vogel zong gewoon Pro Deo'
'De aria van de merel deed Wessel aan een hymne denken van een beroemd buitenlands dichter, maar Wessel kon niet op diens naam komen. Was dat dan nodig? Die vogel wist toch zelf wel voor wie of wat hij zong? Die vogel zong gewoon Pro Deo, zonder betaling dus, om eenzame mensen te troosten.'
Gerard Reve, in Het hijgend hert, Amsterdam/Antwerpen 1989 p.178
'De aria van de merel deed Wessel aan een hymne denken van een beroemd buitenlands dichter, maar Wessel kon niet op diens naam komen. Was dat dan nodig? Die vogel wist toch zelf wel voor wie of wat hij zong? Die vogel zong gewoon Pro Deo, zonder betaling dus, om eenzame mensen te troosten.'
Gerard Reve, in Het hijgend hert, Amsterdam/Antwerpen 1989 p.178
zondag, januari 11, 2004
De Liefde is sterker dan de Dood
"De liefde was sterker dan de dood, dat stond zelfs in Gods eeuwig Woord, dus het was waar, maar de dood won altijd, dat leerde de ervaring. Alleen wanneer hij kwam dat wist je niet. Het was een soort levend voetbal."
Gerard Reve, Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.33
"De liefde was sterker dan de dood, dat stond zelfs in Gods eeuwig Woord, dus het was waar, maar de dood won altijd, dat leerde de ervaring. Alleen wanneer hij kwam dat wist je niet. Het was een soort levend voetbal."
Gerard Reve, Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.33
zaterdag, januari 10, 2004
In de zekerheid des Doods, maar in de onzekerheid van de ure van dien
afbeelding: astronomische klok kathedraal Notre-Dame in Straatsburg
In de zekerheid des Doods, maar in de onzekerheid van de ure van dien, heb ik besloten dat ik niet langer mag wachten, maar dat ik vandaag nog, op ditzelfde ogenblik, te kwart over één in de namiddag, bij een zoemende wind en een telkens tot 'het weer van alle mensen' openscheurende hemel, door het neerschrijven van deze en geen andere zin, Het Boek Van Het Violet En De Dood moet beginnen, opdat, wanneer de Dood mij zal hebben ingehaald, er misschien van alles wat ik eens zou moeten bekennen, althans iets, zij het een allergeringst, onduidelijk en ternauwernood begrijpelijk deel, op schrift gesteld zal zijn.
Gerard Kornelis van het Reve, Nader tot u Amsterdam 1966 p. 13, in Brief uit het verleden
afbeelding: astronomische klok kathedraal Notre-Dame in Straatsburg
In de zekerheid des Doods, maar in de onzekerheid van de ure van dien, heb ik besloten dat ik niet langer mag wachten, maar dat ik vandaag nog, op ditzelfde ogenblik, te kwart over één in de namiddag, bij een zoemende wind en een telkens tot 'het weer van alle mensen' openscheurende hemel, door het neerschrijven van deze en geen andere zin, Het Boek Van Het Violet En De Dood moet beginnen, opdat, wanneer de Dood mij zal hebben ingehaald, er misschien van alles wat ik eens zou moeten bekennen, althans iets, zij het een allergeringst, onduidelijk en ternauwernood begrijpelijk deel, op schrift gesteld zal zijn.
Gerard Kornelis van het Reve, Nader tot u Amsterdam 1966 p. 13, in Brief uit het verleden
woensdag, januari 07, 2004
dinsdag, januari 06, 2004
De dood kan het leven niet vatten
Gustav Klimt Death and Life
1916
'Het leven kan de dood begrijpen, maar de dood kan het leven niet vatten.'
context:
'De marxistiese geschiedschrijving kan de idee van de religie niet begrijpen, omdat zij zelve, als leer, een hersenloze tautologie is die geen enkele werkelijke idee bevat: het leven kan de dood begrijpen, maar de dood kan het leven niet vatten.'
Gerard Reve Moeder en Zoon Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.57
Gustav Klimt Death and Life
1916
'Het leven kan de dood begrijpen, maar de dood kan het leven niet vatten.'
context:
'De marxistiese geschiedschrijving kan de idee van de religie niet begrijpen, omdat zij zelve, als leer, een hersenloze tautologie is die geen enkele werkelijke idee bevat: het leven kan de dood begrijpen, maar de dood kan het leven niet vatten.'
Gerard Reve Moeder en Zoon Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.57
maandag, januari 05, 2004
Het één of het ander (3)
Of je bent een halve meeloper, of je beukt genadeloos op elke communist, derde wegman en capitulant los.
...
Nogmaals, ik bedoel het zo: ik geloof niet dat je iets bereikt door het publiek met een elck wat wils politiek te paaien. De principiële mensen vervreemd je van je, terwijl je nergens gezag verwerft.
Gerard Reve, in Brieven aan geschoolde arbeiders, brief aan Sal Tas 18 october 1959 Utrecht/Antwerpen MCMLXXXV p.12
Of je bent een halve meeloper, of je beukt genadeloos op elke communist, derde wegman en capitulant los.
...
Nogmaals, ik bedoel het zo: ik geloof niet dat je iets bereikt door het publiek met een elck wat wils politiek te paaien. De principiële mensen vervreemd je van je, terwijl je nergens gezag verwerft.
Gerard Reve, in Brieven aan geschoolde arbeiders, brief aan Sal Tas 18 october 1959 Utrecht/Antwerpen MCMLXXXV p.12
zondag, januari 04, 2004
Het één of het ander (2)
Of je bent politiek bewust en hebt zin je ermee te bemoeien, of je wijst elke politieke bemoeienis af. Of je besluit zonder aanzien des persoons te gaan recenseren, of je maakt er een Het Boek Van NU van.
Gerard Reve, in Brieven aan geschoolde arbeiders, brief aan Sal Tas 18 october 1959 Utrecht/Antwerpen MCMLXXXV p.12
Of je bent politiek bewust en hebt zin je ermee te bemoeien, of je wijst elke politieke bemoeienis af. Of je besluit zonder aanzien des persoons te gaan recenseren, of je maakt er een Het Boek Van NU van.
Gerard Reve, in Brieven aan geschoolde arbeiders, brief aan Sal Tas 18 october 1959 Utrecht/Antwerpen MCMLXXXV p.12
zaterdag, januari 03, 2004
Het één of het ander (1)
Ik ben altijd iemand die de dingen graag in tweeën of drieën deelt, beslissingen wil en geen gelul. Ik bedoel: altijd het een of het ander, en geen halfslachtigheid. Of je gaat met de mode mee, en er komt een blad vol gekke vlekken en snobistische onzin en een omslag waarvan de letters niet te lezen zijn en op zijn minst diagonaal neergezet zijn, maar dan moet je het goed en geraffineerd doen -of je komt alleen met gedrukte tekst zonder grafiek.
Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders, brief aan Sal Tas 18 october 1959 Utrecht/Antwerpen MCMLXXXV p. 11,12
Ik ben altijd iemand die de dingen graag in tweeën of drieën deelt, beslissingen wil en geen gelul. Ik bedoel: altijd het een of het ander, en geen halfslachtigheid. Of je gaat met de mode mee, en er komt een blad vol gekke vlekken en snobistische onzin en een omslag waarvan de letters niet te lezen zijn en op zijn minst diagonaal neergezet zijn, maar dan moet je het goed en geraffineerd doen -of je komt alleen met gedrukte tekst zonder grafiek.
Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders, brief aan Sal Tas 18 october 1959 Utrecht/Antwerpen MCMLXXXV p. 11,12
vrijdag, januari 02, 2004
Vier is een mooi getal
2004
Vier is trouwens een mooi getal. Het is het getal van het Leven, en van het Kruis. En wij kennen niet drie, of vijf, maar vier elementen, vier temperamenten, vier windstreken, vier jaargetijden, vier evangeliën, enzovoorts.
Gerard Reve in Verzameld werk deel 4, Amsterdam/Antwerpen 2000, p.433
2004
Vier is trouwens een mooi getal. Het is het getal van het Leven, en van het Kruis. En wij kennen niet drie, of vijf, maar vier elementen, vier temperamenten, vier windstreken, vier jaargetijden, vier evangeliën, enzovoorts.
Gerard Reve in Verzameld werk deel 4, Amsterdam/Antwerpen 2000, p.433
woensdag, december 31, 2003
'Vermorsing van veel kostbare tijd'
'Steeds duidelijker is het mij geworden, dat ik een dwaas, dwalend en zondig leven heb geleid, maar het onvergeeflijkste van alles is de vermorsing van zo veel kostbare tijd. Ik heb er zeer veel domme meningen op na gehouden, die nu hebben afgedaan.'
Gerard Kornelis van het Reve in Op weg naar het einde, Amsterdam 1966 p.135
'Steeds duidelijker is het mij geworden, dat ik een dwaas, dwalend en zondig leven heb geleid, maar het onvergeeflijkste van alles is de vermorsing van zo veel kostbare tijd. Ik heb er zeer veel domme meningen op na gehouden, die nu hebben afgedaan.'
Gerard Kornelis van het Reve in Op weg naar het einde, Amsterdam 1966 p.135
'Het is gezien..het is niet onopgemerkt gebleven.'
'Ik leef,' fluisterde hij, 'ik adem, ik beweeg, dus ik leef. Wat kan er nog gebeuren? Er kunnen rampen komen, pijnen, verschrikkingen. Maar ik leef. Ik kan opgesloten zijn, of door gruwelijke ziekten worden bezocht. Maar steeds adem ik, en beweeg ik. En ik leef.' Hij liep terug naar de keuken, voltooide het poetsen en betrad zijn slaapkamer.
'Konijn,' zei hij, het konijn op de arm nemend, 'je straf is ingetrokken, gezien je grootste verdiensten voor de zaak. 'Hij zette het dier op de schrijftafel, sloot de grodijnen en begon zich uit te kleden. Toen hij gereed was, trommelde hij zich met de vuisten op de borst, en betastte zijn lichaam. Hij kneep in het vel van de nek, in de buik, de kuiten en de dijen. 'Alles is voorbij,' fluisterde hij, 'het is overgegaan. Het jaar is er niet meer. Konijn, ik ben levend. Ik adem, en ik beweeg, dus ik leef. Is dat duidelijk? Welke beproevingen ook komen, ik leef.'
Hij zoog de borst vol adem en stapte in bed. 'Het is gezien,' mompelde hij, 'het is niet onopgemerkt gebleven.' Hij strekte zich uit en viel in een diepe slaap.
Gerard Kornelis van het Reve, De Avonden, een Winterverhaal, 1947
Amsterdam 1971, eenentwintgste druk p.196
'Ik leef,' fluisterde hij, 'ik adem, ik beweeg, dus ik leef. Wat kan er nog gebeuren? Er kunnen rampen komen, pijnen, verschrikkingen. Maar ik leef. Ik kan opgesloten zijn, of door gruwelijke ziekten worden bezocht. Maar steeds adem ik, en beweeg ik. En ik leef.' Hij liep terug naar de keuken, voltooide het poetsen en betrad zijn slaapkamer.
'Konijn,' zei hij, het konijn op de arm nemend, 'je straf is ingetrokken, gezien je grootste verdiensten voor de zaak. 'Hij zette het dier op de schrijftafel, sloot de grodijnen en begon zich uit te kleden. Toen hij gereed was, trommelde hij zich met de vuisten op de borst, en betastte zijn lichaam. Hij kneep in het vel van de nek, in de buik, de kuiten en de dijen. 'Alles is voorbij,' fluisterde hij, 'het is overgegaan. Het jaar is er niet meer. Konijn, ik ben levend. Ik adem, en ik beweeg, dus ik leef. Is dat duidelijk? Welke beproevingen ook komen, ik leef.'
Hij zoog de borst vol adem en stapte in bed. 'Het is gezien,' mompelde hij, 'het is niet onopgemerkt gebleven.' Hij strekte zich uit en viel in een diepe slaap.
Gerard Kornelis van het Reve, De Avonden, een Winterverhaal, 1947
Amsterdam 1971, eenentwintgste druk p.196
dinsdag, december 30, 2003
Een 'draaglijker soort eenzaamheid'
'Over een paar uur vertrekt het schip, en het is mij zeer droefgeestig te moede, al heb ik het gevoel, dat de genomen beslissing de juiste is.
...
In ieder geval heb ik me nog nooit in mijn leven met enig ander levend wezen verwant gevoeld. Waarschijnlijk is het beter, dat ik van nu af aan in afzondering leef, dat is een draaglijker soort eenzaamheid dan die, ondergaan in het gezelschap van een ander.'
Gerard Kornelis van het Reve in Op weg naar het einde, Amsterdam 1966 p.134
'Over een paar uur vertrekt het schip, en het is mij zeer droefgeestig te moede, al heb ik het gevoel, dat de genomen beslissing de juiste is.
...
In ieder geval heb ik me nog nooit in mijn leven met enig ander levend wezen verwant gevoeld. Waarschijnlijk is het beter, dat ik van nu af aan in afzondering leef, dat is een draaglijker soort eenzaamheid dan die, ondergaan in het gezelschap van een ander.'
Gerard Kornelis van het Reve in Op weg naar het einde, Amsterdam 1966 p.134
maandag, december 29, 2003
'Ach alles is zo ver, en zo moe'
Het is voor de zoveelste keer 'het weer van alle mensen'. Soms, als de wind bijna geheel is gaan liggen en het zonlicht, zeer stil en oud, doorbreekt, en ik door de patrijspoort kijk naar de lelijke automobielen op de kade en, heel in de verte, tussen de huizen door, een klein boompje zie, misschien een smal esdoorntje of berkje, waarvan de honderden blaadjes als evenzovele groene spiegeltjes, enzovoorts; ach, alles is zo ver en zo moe.
Gerard Kornelis van het Reve in Op weg naar het einde, Amsterdam 1966 p.134
Het is voor de zoveelste keer 'het weer van alle mensen'. Soms, als de wind bijna geheel is gaan liggen en het zonlicht, zeer stil en oud, doorbreekt, en ik door de patrijspoort kijk naar de lelijke automobielen op de kade en, heel in de verte, tussen de huizen door, een klein boompje zie, misschien een smal esdoorntje of berkje, waarvan de honderden blaadjes als evenzovele groene spiegeltjes, enzovoorts; ach, alles is zo ver en zo moe.
Gerard Kornelis van het Reve in Op weg naar het einde, Amsterdam 1966 p.134
zondag, december 28, 2003
Niet omkeerbaar
'Kind,' zei hij tegen Joosje, 'hetzij je met dit, hetzij je met dat binnenkomt, zet het even neer en doe de deur dicht. Tocht is wind in huis.' 'Tocht is wind in huis, ' herhaalde hij, zich tot Chris wendend, 'is dat zo of niet? '
'Ja, ' antwoordde deze, 'tocht is wind in huis. Je hebt gelijk. Maar de definitie is niet omkeerbaar. Dat is een kwaad teken. Ik bedoel: wind in huis is nog geen tocht. '
Gerard Kornelis van het Reve, De Avonden, een Winterverhaal, 1947
Amsterdam 1971, eenentwintgste druk p.100
'Kind,' zei hij tegen Joosje, 'hetzij je met dit, hetzij je met dat binnenkomt, zet het even neer en doe de deur dicht. Tocht is wind in huis.' 'Tocht is wind in huis, ' herhaalde hij, zich tot Chris wendend, 'is dat zo of niet? '
'Ja, ' antwoordde deze, 'tocht is wind in huis. Je hebt gelijk. Maar de definitie is niet omkeerbaar. Dat is een kwaad teken. Ik bedoel: wind in huis is nog geen tocht. '
Gerard Kornelis van het Reve, De Avonden, een Winterverhaal, 1947
Amsterdam 1971, eenentwintgste druk p.100
zaterdag, december 27, 2003
Dat gaat vanzelf
'Je wordt oud en ziek en dan sterf je. Zo moest het ook, en gelukkig gaat het ook zo. Dat ziek worden en sterven, daar behoeven we ons niet mede te bemoeien, want dat gaat vanzelf. Maar de ouderdom is interessant. Je wordt vrij. Je kunt steeds vrijer spreken, naarmate je dichter bij de Dood komt. Nu ja, zo zie ik het natuurlijk niet de gehele dag, maar vanmorgen wel.'
Gerard Reve, Klein gebrek geen bezwaar, Een keuze uit zijn brieven
Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p.175,176
'Je wordt oud en ziek en dan sterf je. Zo moest het ook, en gelukkig gaat het ook zo. Dat ziek worden en sterven, daar behoeven we ons niet mede te bemoeien, want dat gaat vanzelf. Maar de ouderdom is interessant. Je wordt vrij. Je kunt steeds vrijer spreken, naarmate je dichter bij de Dood komt. Nu ja, zo zie ik het natuurlijk niet de gehele dag, maar vanmorgen wel.'
Gerard Reve, Klein gebrek geen bezwaar, Een keuze uit zijn brieven
Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p.175,176
vrijdag, december 26, 2003
donderdag, december 25, 2003
'Kerstmis, het is gauw voorbij, voorbij, voorbij...
'Kerstmis, het is gauw voorbij, voorbij, voorbij...' meende ze te horen zeggen. 'Ach, Kerstmis, eenmaal in het jaar, eenmaal maar, en de geschenken, en allerlei presentjes...' hoorde ze duidelijk zeggen. De stem verdween en ze hoorde, als van verre, een lied....
Nu was het haar te moede, alsof ze zich ergens bevond waar ze lang, vol verwachting op een of andere verrassing moest wachten.
Gerard Reve in Tien vrolijke verhalen: De Kerstavond van Zuster Magnussen Amsterdam/Antwerpen 1993 p.56
'Kerstmis, het is gauw voorbij, voorbij, voorbij...' meende ze te horen zeggen. 'Ach, Kerstmis, eenmaal in het jaar, eenmaal maar, en de geschenken, en allerlei presentjes...' hoorde ze duidelijk zeggen. De stem verdween en ze hoorde, als van verre, een lied....
Nu was het haar te moede, alsof ze zich ergens bevond waar ze lang, vol verwachting op een of andere verrassing moest wachten.
Gerard Reve in Tien vrolijke verhalen: De Kerstavond van Zuster Magnussen Amsterdam/Antwerpen 1993 p.56
woensdag, december 24, 2003
'Iets van de weemoed '
'Zuster Magnussen mocht nuchter zijn, juist op dit ogenblik, nu het gezoem om haar heen was verstomd, en ze het getingel van de klokjes en het gezang uit de winkels niet meer hoorde, maakte zich iets van de weemoed van haar meester, waarvan elke Kerstviering doortrokken is: vrede op aarde, de geboorte van Gods Zoon, lange treinreizen, druilerig donker weer, dat de mensen in fel verwarmde vertrekken bijeendreef, schittering van verzilverd glas, gemorste kunstsneeuw, bergen verfrommeld pakpapier en de geheime geur, droevig als een jeugdherinnering -de geur van kaarsvet en warm geworden dennenaalden.
Gerard Reve in Tien vrolijke verhalen: De Kerstavond van Zuster Magnussen Amsterdam/Antwerpen 1993 p.56
'Zuster Magnussen mocht nuchter zijn, juist op dit ogenblik, nu het gezoem om haar heen was verstomd, en ze het getingel van de klokjes en het gezang uit de winkels niet meer hoorde, maakte zich iets van de weemoed van haar meester, waarvan elke Kerstviering doortrokken is: vrede op aarde, de geboorte van Gods Zoon, lange treinreizen, druilerig donker weer, dat de mensen in fel verwarmde vertrekken bijeendreef, schittering van verzilverd glas, gemorste kunstsneeuw, bergen verfrommeld pakpapier en de geheime geur, droevig als een jeugdherinnering -de geur van kaarsvet en warm geworden dennenaalden.
Gerard Reve in Tien vrolijke verhalen: De Kerstavond van Zuster Magnussen Amsterdam/Antwerpen 1993 p.56
dinsdag, december 23, 2003
Tom te tom tom
'Tom te tom tom, tom te tom, ' zong Frits in zichzelf,
'het gaat slecht, verder gaat het goed.'
'Het gymnasium bestaat twintig jaar. Ik ga er heen, voor mijn plezier'.'
'Wij deinzen voor niets terug,' zei hij hardop. 'Het zou kinderachtig zijn, weg te blijven. De beproevingen dienen in het gelaat gezien te worden.'
Gerard Kornelis van het Reve, De Avonden, een Winterverhaal, Amsterdam 1971 p.24, 25
'Tom te tom tom, tom te tom, ' zong Frits in zichzelf,
'het gaat slecht, verder gaat het goed.'
'Het gymnasium bestaat twintig jaar. Ik ga er heen, voor mijn plezier'.'
'Wij deinzen voor niets terug,' zei hij hardop. 'Het zou kinderachtig zijn, weg te blijven. De beproevingen dienen in het gelaat gezien te worden.'
Gerard Kornelis van het Reve, De Avonden, een Winterverhaal, Amsterdam 1971 p.24, 25
Abonneren op:
Posts (Atom)