donderdag, maart 11, 2004

'Niet bizonder, maar wel ongewoon'

'Al met al heb ik een raar leven gehad, als ik erover nadenk. Niet bizonder, maar wel ongewoon, dat is misschien het juiste woord. Er schijnt in dat leven een voorzienigheid op te treden, niet een die mij ergens naar toe helpt of raad geeft, maar die mij steeds opnieuw aan iets doet ontsnappen zonder dat ik dat zelf weet. Vrolijker heeft die voorzienigheid mijn bestaan niet gemaakt, maar er misschien wel richting aan gegeven. Niettemin staan wij voor een raadsel; wij zien in de spiegel van duistere rede, en ik denk dat het ook zo moet zijn.'

Gerard Reve in: Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.71, 72

woensdag, maart 10, 2004

"Eigenlijk geloof ik maar één ding..."

' 'Eigenlijk", sprak ik langzaam, "eigenlijk geloof ik maar één ding... Ik geloof maar één enkel ding...'
'En dat is?..' vroeg professor Hemelsoet.
'Ik geloof maar één ding', herhaalde ik langzaam. Eén enkel ding...dat, nou ja...
"mijn hoop is in leven en sterven", zo heet dat toch...Eén enkel ding...Maar dat kan ik niet uitspreken...' Ik gevoelde mij duizelig worden. Er viel een zwijgen.'

Gerard Reve in Moeder en Zoon, Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.289

zondag, maart 07, 2004

'Noch hij noch ik hadden dat beschikt'

'Het was te veel, alles wat ik in deze twee laatste sekonden dacht en gevoelde en tot een slotsom wilde voeren, maar op het bijna allerlaatste ogenblik, voordat ik de jongen zoude zien, en terwijl hij de laatste overloop onder mij reeds was gepasseerd, kwam er een wondere kalmte over mij, bijna weldadig als een vrede: er viel niets te besluiten, want het was noch de jongen zelf, die de beslissing had genomen mij te komen opzoeken, net zo min als het mijn eigen wil was geweest, die mij bewogen had op het station op het allerlaatste moment uit het treinportier mijn visitekaartje aan te reiken. Neen: hij was gekomen, en hij zoude weggaan -en heel misschien ooit, en naar alle waarschijnlijkheid nimmer meer terugkomen- maar noch hij noch ik hadden dat beschikt of zouden thans iets beschiken, omdat alles reeds, vóór alle tijden, door Iemand anders beschikt was geworden.'

Gerard Reve in Moeder en Zoon, Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.198,199

vrijdag, maart 05, 2004

'Het einde der tijden schijnt wel op handen te zijn'

'Het wordt, denk ik, steeds moeilijker over enig ernstig onderwerp een gesprek te voeren, waarin de ander na acht seconden nog weet wat hij zojuist heeft gezegd. Het einde der tijden schijnt wel op handen te zijn.'

Gerard Reve in Verzameld Werk Deel 1 Amsterdam/Antwerpen 1998 p.647

vrijdag, februari 27, 2004

'Ergens op een stenen brug



'In die nacht had ik opnieuw, als zo dikwijls, vastgesteld dat van huis uit mij nooit veel gelukt was. Als ik mijn jeugd opnieuw moest samenvatten, dan was dit het beeld: er was schraal, rossig zonlicht, laat in de namiddag, en ik stond ergens op een stenen brug, en het woei, fel en koud, zonder ophouden -misschien was daar wel de eigenlijke geschiedenis van mijn leven begonnen.'

Gerard Reve in Verzameld Werk Deel 3, Een Circusjongen Amsterdam/Antwerpen 1999 p. 45

donderdag, februari 26, 2004

Je doel bereiken

'Je moest doen wat je kon doen, ja, dat was zo, en je moest datgene doen waarmede je de meeste kans had om je doel te bereiken. deed je méér, dan bereikte je niets méér, maar schoot je bijna altijd het doel voorbij.'

Gerard Reve, in Verzameld Werk deel 5 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.331


woensdag, februari 25, 2004

'Ik behoef niets te verzinnen'

'Ik behoef niets te verzinnen. Wel heb ik in mijn werk de werkelijkheid wel eens moeten afzwakken, omdat zij ongeloofwaardiger kan zijn dan de stoutste fantasie.'

Gerard Reve, in Verzameld Werk Deel 5 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.485

dinsdag, februari 24, 2004

'Alles betekende iets'

'Alles betekende iets, meende Treger, en alles had met elkaar te maken. Was het waar dat iets wat geweest was niet meer bestond, zoals iedereen behalve hij geloofde? "De naam," dacht hij. "Wat is daarvan de naam?" Hij wist niet wat die plotselinge gedachte betekende.'

Gerard Reve in Bezorgde Ouders Utrecht/Antwerpen 1989 p. 51

maandag, februari 23, 2004

Een probaat middel



'Ik weet een middel om van een oude kop nog een betrekkelijk nieuwe te maken. Je wast des avonds je gezicht, wrijft het dan in met lanolinekrem, en gaat er dan mede voor een warmtelamp zitten. Dan naar bed. 's Morgens goed wassen en het resultaat valt werkelijk mede.'

Gerard Reve/Willem Nijholt Met niks begonnen Amsterdam/Antwerpen, tweede druk p.29, 30

vrijdag, februari 20, 2004

Reisgebed



'O God. Ik sta op het punt op reis te gaan. Ik weet niet, of het misschien mijn laatste reis is. Ik wil U liefhebben. Ik hoop, dat ik onderweg niemand enig ongeluk of ander kwaad zal berokkenen. Ik wil proberen niet, of veel minder, te drinken. Ik sta voor U. Ik weet dat ik, of ik veilig zal aankomen dan wel onderweg verwonding, ziekte of dood zal vinden, altijd U toebehoor. Want in leven en sterven zijt Gij in mij, en ben ik in U. Ik ga nu weg. Vaarwel, o God'

uit: Gerard Reve, Brieven van een aardappeleter, Amsterdam 1993, vierde druk, p.94

donderdag, februari 19, 2004

'Eén lange vlucht voor de Dood'

'Een mens kon zijn eigen zo gek maken als hij zelf wilde, maar wat had men daaraan? Gevaren, ja, die waren er, want het gehele leven was immers één lange en gevaarlijke reis, één bange vlucht dus, ja voor wat? Had ik dat ergens gelezen? Eén Bange Vlucht Voor De Dood? Waarschijnlijk wel, want zoiets bedacht je zelf niet, als je goed bij je verstand was.'

Gerard Reve in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.225,226

woensdag, februari 18, 2004

'Gode welgevallig'

'Ook het leven van een oude man of vrouw met een poes en geraniums achter het raam, die twee maal per dag een blokje om wandelt, en verder alleen maar wat leest en peinst, is Gode welgevallig'.

Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders Utrecht/Antwerpen MCMLXXXV p.239



dinsdag, februari 17, 2004

'In den beginne was het Woord'

"Voor mij is het schrijven van een lange brief een magiese noodzaak. Alles boezemt mij angst en verlatenheid in, waar ik ook ben, maar ik kan de 'werkelijkheid' om mij heen door het schrijven bezweren. Zo enige regel uit de Schrift, dan is deze voor mij absoluut waar: 'In den beginne was het Woord.' "

Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders Utrecht/Antwerpen MCMLXXXV p.149

maandag, februari 16, 2004

'Alles is één'

'(Alles is één, III) of men zich nu Parijs, Lissabon, Sevilla of Harrow & Wheelstone bevindt: het ledikant met de koperen ballen, immer de vrees oproepend van eenzaam te zullen sterven; het nachtkastje met marmeren blad erop en sinaasappelschillen erin; het voor schrijven te lage en ook verder nutteloze, opklapbare tafeltje, dat hup-hup doet, omdat de vierde poot een flink eind boven de vloer blijft, wat altijd, bij het klandestien inschenken van het eerste glas rode wijn, een fikse gulp over de kledij doet gaan; het kabinetje dat noch tafel, noch burootje is, en waaraan dan ook schrijven eveneens onmogelijk is; de dubbeldeurige hangkast met spiegels, die via depressies tot reeksen van overmatige masturbatie leidt; de twee lampjes, één boven het bed en een ander aan het plafond, met soms nog een derde boven de wastafel 'die vrijwel nooit met hun drieën tegelijk kunnen branden, hoewel ze samen zelden de 75 Watt te boven gaan; en tenslotte, de reeds eerder genoemde vitrage waardoorheen, in alle steden der aarde, hetzelfde gezeefde licht naar binnen valt, waardoor Vastgebonden Jongens gemarteld zouden moeten worden, die er natuurlijk niet zijn, zeker niet in een derdeklashotel...'

Gerard kornelis van het Reve, Op Weg naar het Einde Amsterdam 1966 p.154

zondag, februari 15, 2004

Alles wat ik over dat Ene heb gezegd...



'Dat denk ik ook,' beaam ik. 'God gaat de ene Zondag naar de katholieke kerk, en de andere Zondag gaat Hij naar de protestantse kerk.'
Terwijl ik dit zeg, bevangen mij een onbegrijpelijk verdriet, en angst, en twijfel, en ik moet denken aan alles wat ik over dat Ene heb gezegd en geschreven en geloofd en verworpen heb, in mijn verspilde leven van opgejaagde clown; wat weet ik ervan af: wie, en waar, en hoe, en òf Hij is, en naar welke kerk Hij gaat?...'

Gerard Reve in Verzameld Werk deel 3 Amsterdam/Antwerpen 1999 p.189

zaterdag, februari 14, 2004

Een nog groter wonder..

"Als het wonder geschied was, en je hield dan toch nog iets van iemand, dan was dat een nog groter wonder. Tranen kreeg ik ervan in mijn ogen.
'Mooi is de natuur, Woelrat.' "

Gerard Kornelis van het Reve, in De Taal der Liefde Amsterdam 1972 p.183

vrijdag, februari 13, 2004

Nooit was ik zo dicht bij hem geweest

'Slechts enkele meters scheidden mij van het wezen, dat ik zou willen aanbidden en waarvoor ik zou willen knielen: nooit was ik zo dicht bij hem geweest, maar nooit, in alle tijd en eeuwigheid, zou het mij vergund zijn dichter bij hem te geraken dan ik nu was.'

Gerard Reve in Oud en Eenzaam Amsterdam/Brussel MCMLXXVIII p.265

woensdag, februari 11, 2004

Een ongelukkige jeugd...maar ik maak er nooit misbruik van '

'Men spreekt van de onbezorgde jongenstijd,' mijmerde Treger voort. 'Bestaat zoiets?' Waar halen de mensen dat vandaan? Treger verzette zich zo lang mogelijk regen de zich aandienende herinneringen aan lang geleden, maar hij kon ze niet altijd het zwijgen opleggen. 'Nee, geen erg gelukkige tijd', mompelde hij. 'Ik was eigenlijk een erg ongelukkig kind. Een ongelukkige jeugd, zo heet dat toch? Maar ik maak er nooit misbruik van '

Gerard Reve in Bezorgde ouders Utrecht/Antwerpen 1989 p.102

dinsdag, februari 10, 2004

'Want God Die zat heus niet stil'

'Ik kom hem tegen, ik zie hem terug, het kan kort of het kan lang duren,' hield Treger zich voor. 'De dingen gaan een keer nemen, eindelijk, en een keer ten goede.'
Ja op den duur gingen de dingen de goede kant uit, als je maar geduld en vertrouwen had, want God Die zat heus niet stil.'

Gerard Reve in Bezorgde ouders Utrecht/Antwerpen 1989 p.218

zondag, februari 08, 2004

Tobben



'Men moet niet nodeloos tobben.'

Gerad Reve in Moeder en Zoon Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.261
 
Tweets van @Revetwalender