'Dat is het revisme'
'Mijn liefde heeft te maken met macht, verering, onderwerping, angst, zowel als een diep, koortsig verlangen jou te horen hijgen bij het stoeien met een klein liefdesdier. Misschien denk je dat je mij daardoor zoudt kunnen verliezen,maar het tegendeel is waar. Dat is het revisme, dat je toch uit mijn boeken moet kennen.'
Gerard Reve, in Brieven aan Matroos Vosch 1975-1992 Amsterdam/Antwerpen 1997 p.226
maandag, augustus 16, 2004
zondag, augustus 15, 2004
In de stilte van de nacht
'In de stilte van de nacht. Uit de diepten. Nadat hij 9 dagen aan één stuk door gedronken had, maar je kon niets aan hem zien. Een zang, terwijl hij naar de duisternis ging. Voor de orkestmeester. Een nachtlied. Een lied van overgave, want op U wacht ik, Eeuwige, en op U alleen.
Gerad Kornelis van het Reve, Nader tot U, Amsterdam 1966 p.87
'In de stilte van de nacht. Uit de diepten. Nadat hij 9 dagen aan één stuk door gedronken had, maar je kon niets aan hem zien. Een zang, terwijl hij naar de duisternis ging. Voor de orkestmeester. Een nachtlied. Een lied van overgave, want op U wacht ik, Eeuwige, en op U alleen.
Gerad Kornelis van het Reve, Nader tot U, Amsterdam 1966 p.87
vrijdag, augustus 13, 2004
Wandelen (2)
'Wandelen is -en hier ligt de sleutel tot elk waardeoordeel 'als zodanig'- Vrijwillige beweging, terwijl reizen Gedwongen, of liever gezegd Noodzakelijke Verplaatsing is - als ik hiermede één en ander nog niet afdoende duidelijk heb gemaakt, heeft het ook geen zin om nog verdere moeite tot uitleg te doen.'
Gerard Kornelis van het Reve in Op Weg naar het Einde Amsterdam 1966 p. 99, 100
'Wandelen is -en hier ligt de sleutel tot elk waardeoordeel 'als zodanig'- Vrijwillige beweging, terwijl reizen Gedwongen, of liever gezegd Noodzakelijke Verplaatsing is - als ik hiermede één en ander nog niet afdoende duidelijk heb gemaakt, heeft het ook geen zin om nog verdere moeite tot uitleg te doen.'
Gerard Kornelis van het Reve in Op Weg naar het Einde Amsterdam 1966 p. 99, 100
donderdag, augustus 12, 2004
woensdag, augustus 11, 2004
dinsdag, augustus 10, 2004
'Ieder verhaal heeft een vervolg'(2)
'Van de dag af, dat ik begon te schrijven, heeft dit besef mij steeds met ontzetting vervuld, en dikwijls verlamd: in te moeten zien, dat geen door enig mensenkind verteld of neergeschreven verhaal ooit iets anders kan zijn dan de bloedig uit de regenworm gespitte middenmoot, of de afgeknotte zuil op het duur en lelijk graf -van boven moedwillig afgebroken, van onderen zich slechts tot enkele decimeters onder het aardoppervlak voortzettend: versteende kokon, waar nooit meer iets uitkruipt.'
Gerard Reve in Verzameld werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.413
'Van de dag af, dat ik begon te schrijven, heeft dit besef mij steeds met ontzetting vervuld, en dikwijls verlamd: in te moeten zien, dat geen door enig mensenkind verteld of neergeschreven verhaal ooit iets anders kan zijn dan de bloedig uit de regenworm gespitte middenmoot, of de afgeknotte zuil op het duur en lelijk graf -van boven moedwillig afgebroken, van onderen zich slechts tot enkele decimeters onder het aardoppervlak voortzettend: versteende kokon, waar nooit meer iets uitkruipt.'
Gerard Reve in Verzameld werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.413
maandag, augustus 09, 2004
'Ieder verhaal heeft een vervolg....' (1)
'Ieder verhaal heeft een vervolg, waarop weer, in eindeloze voortzetting, ontelbare naspelen elkaar moeten blijven opvolgen, en ook heeft het een voorgeschiedenis, waaraan een oneindige keten van voorspelen moet zijn voorafgegaan.'
Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6, Amsterdam/Antwerpen 2001 p.413
'Ieder verhaal heeft een vervolg, waarop weer, in eindeloze voortzetting, ontelbare naspelen elkaar moeten blijven opvolgen, en ook heeft het een voorgeschiedenis, waaraan een oneindige keten van voorspelen moet zijn voorafgegaan.'
Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6, Amsterdam/Antwerpen 2001 p.413
zondag, augustus 08, 2004
'Niet anders..dan zichelf te openen voor God'
'Mij staat een religie voor ogen, waarvan de belijder niet anders zal beogen dan zichzelf te openen voor God, inplaats van God te willen bemachtigen en dienstbaar te willen maken aan de vervulling van infantiele begeerten; een geloof, dat misschien eens zal mogen heersen, en waarin de mens de moed zal vinden zijn Godsbegrip los te maken van elke hoop en elke verwachting van welk heil dan ook; een geloof dat de noodzaak van de Dood zal willen inzien, en begrippen als verlossing en Eeuwig Leven niet zal interpreteren als een zich na de Dood voortzettend, altijddurend heden.'
Gerard Reve in Verzameld Werk, deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p. 380
uit: 'Bij mijn intrede in de Rooms Katholieke Kerk' in Tirade, juli-augustus 1966
'Mij staat een religie voor ogen, waarvan de belijder niet anders zal beogen dan zichzelf te openen voor God, inplaats van God te willen bemachtigen en dienstbaar te willen maken aan de vervulling van infantiele begeerten; een geloof, dat misschien eens zal mogen heersen, en waarin de mens de moed zal vinden zijn Godsbegrip los te maken van elke hoop en elke verwachting van welk heil dan ook; een geloof dat de noodzaak van de Dood zal willen inzien, en begrippen als verlossing en Eeuwig Leven niet zal interpreteren als een zich na de Dood voortzettend, altijddurend heden.'
Gerard Reve in Verzameld Werk, deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p. 380
uit: 'Bij mijn intrede in de Rooms Katholieke Kerk' in Tirade, juli-augustus 1966
zondag, augustus 01, 2004
'Over een paar uur vertrekt het schip'
'Over een paar uur vertrekt het schip, en het is mij zeer droefgeestig te moede......
In ieder geval heb ik mij nog nooit in mijn leven met enig ander wezen verwant gevoeld. Waarschijnlijk is het beter, dat ik van nu af aan in afzondering leef, dat is een draaglijker soort eenzaamheid dan die, ondergaan in het gezelschap van de ander.'
Gerard Kornelis van het Reve in Op Weg naar het Einde, Amsterdam 1966 p.134
'Over een paar uur vertrekt het schip, en het is mij zeer droefgeestig te moede......
In ieder geval heb ik mij nog nooit in mijn leven met enig ander wezen verwant gevoeld. Waarschijnlijk is het beter, dat ik van nu af aan in afzondering leef, dat is een draaglijker soort eenzaamheid dan die, ondergaan in het gezelschap van de ander.'
Gerard Kornelis van het Reve in Op Weg naar het Einde, Amsterdam 1966 p.134
zondag, juli 18, 2004
"Het koor zingt en de muziek ruist als een zee"
'De Waarheid is dubbelzinnig, dat begin ik nu zeer goed in te zien. We gaan naar de Kerk, en vragen de Grote Godin: "Wanneer?" En Zij glimlacht schier onmerkbaar met Haar zeer schone gelaat en Zij antwoordt: "Eens..." En wij weten niet of dat woord betrekking heeft op het sprookje uit het verleden of het luchtspiegelbeeld in de glazen piskijkersbol van de toekomst. Was het reeds, of zal het zijn? De kaarsen branden, de wierook stijgt op, het koor zingt en de muziek ruist als een zee, en wij weten slechts, dat het antwoord, en de muziek, en het koor, schoon zijn. Mooi is het, vind je niet, het volle leven, wat jij kunstbroeder? '
Gerard Reve, Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p. 125
'De Waarheid is dubbelzinnig, dat begin ik nu zeer goed in te zien. We gaan naar de Kerk, en vragen de Grote Godin: "Wanneer?" En Zij glimlacht schier onmerkbaar met Haar zeer schone gelaat en Zij antwoordt: "Eens..." En wij weten niet of dat woord betrekking heeft op het sprookje uit het verleden of het luchtspiegelbeeld in de glazen piskijkersbol van de toekomst. Was het reeds, of zal het zijn? De kaarsen branden, de wierook stijgt op, het koor zingt en de muziek ruist als een zee, en wij weten slechts, dat het antwoord, en de muziek, en het koor, schoon zijn. Mooi is het, vind je niet, het volle leven, wat jij kunstbroeder? '
Gerard Reve, Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p. 125
zaterdag, juli 17, 2004
Waar het om gaat
'Weet je wat ik dacht -al dat principiële gelul over gevoelens, dat leidt tot niets. Waar het om gaat, tenminste op dit ogenblik, dat zijn praktiese dingen, ik bedoel die instelling, waarbij iedereen een concreet, gemeenschappelijk doel voor ogen houdt, en dat doel is, volgens mij, een tot op zekere hoogte draaglijk, en menswaardig bestaan.
Gerard Reve in Brieven aan Wimie 1959-1963 Utrecht MCMLXXX p.132
'Weet je wat ik dacht -al dat principiële gelul over gevoelens, dat leidt tot niets. Waar het om gaat, tenminste op dit ogenblik, dat zijn praktiese dingen, ik bedoel die instelling, waarbij iedereen een concreet, gemeenschappelijk doel voor ogen houdt, en dat doel is, volgens mij, een tot op zekere hoogte draaglijk, en menswaardig bestaan.
Gerard Reve in Brieven aan Wimie 1959-1963 Utrecht MCMLXXX p.132
woensdag, juli 14, 2004
'Dat kan nooit toevallig wezen: er moet een God zijn.'
“Wat is alles toch wonderlijk! Als je bijvoorbeeld nagaat, dat ijs precies bij 0 graden Celsius overgaat in water, en dat datzelfde water weer bij precies 100 graden kookt, geen graad meer of minder! Dat kan nooit toevallig wezen: er moet een God zijn.”
Gerard Reve in Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p.42
“Wat is alles toch wonderlijk! Als je bijvoorbeeld nagaat, dat ijs precies bij 0 graden Celsius overgaat in water, en dat datzelfde water weer bij precies 100 graden kookt, geen graad meer of minder! Dat kan nooit toevallig wezen: er moet een God zijn.”
Gerard Reve in Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p.42
dinsdag, juli 13, 2004
De verzoening met het leven
'Je bent vóór en na Lourdes niet meer dezelfde mens. Het is de verzoening met het leven, met de Aarde, met het lichaam, met de sterflijkheid. Graf en schoot is het, die Grot, en je kunt de mensgrote kaarsen zien als Roeden of als kaarsen in een altijddurende sterfkamer, net naar wat je wilt: het kan vermoedelijk beide tegelijk, want alles wordt één in Lourdes.'
Gerard Reve in Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p.174
'Je bent vóór en na Lourdes niet meer dezelfde mens. Het is de verzoening met het leven, met de Aarde, met het lichaam, met de sterflijkheid. Graf en schoot is het, die Grot, en je kunt de mensgrote kaarsen zien als Roeden of als kaarsen in een altijddurende sterfkamer, net naar wat je wilt: het kan vermoedelijk beide tegelijk, want alles wordt één in Lourdes.'
Gerard Reve in Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p.174
maandag, juli 12, 2004
'..alleen geleefd.. uit hoop hem te ontmoeten en hem aan te raken..'
'Het is heel zonderling, maar ik heb een zekere distantie gekregen van veel dingen, ik bedoel ik kan een aantal zaken niet meer belangrijk vinden, en wil alleen maar schrijven & dichten, aan de zee, in vrede, over dingen van vroeger, maar vooral over God, wat een schier onuitputtelijk onderwerp is. "Dit is nu al 's jongelings vierde gedicht over God, en steeds heeft hij nieuwe denkbeelden over dat onderwerp." Ik wil nog eens een ingrijpend gedicht schrijven als een getuigenis dat ik van alles gedaan heb, tijdvermorsing, stompzinnig genaai, ontucht op middagen, slechte daden jegens mensen, misleiding, bedrog en ontrouw, maar dat ik hem gezocht heb, anders niets en niemand, nooit, dat ik alleen geleefd heb uit hoop hem te ontmoeten en hem aan te raken en met hem mee te gaan, dat alles dwaasheid is en ijdelheid en stof en kaf en dat ik alleen maar naar hem verlang, hongerende en dorstende naar zijn Voltooiing. Nu ja.'
Gerard Reve in Brieven aan Wimie 1959-1963 Utrecht MCMLXXX p. 142
'Het is heel zonderling, maar ik heb een zekere distantie gekregen van veel dingen, ik bedoel ik kan een aantal zaken niet meer belangrijk vinden, en wil alleen maar schrijven & dichten, aan de zee, in vrede, over dingen van vroeger, maar vooral over God, wat een schier onuitputtelijk onderwerp is. "Dit is nu al 's jongelings vierde gedicht over God, en steeds heeft hij nieuwe denkbeelden over dat onderwerp." Ik wil nog eens een ingrijpend gedicht schrijven als een getuigenis dat ik van alles gedaan heb, tijdvermorsing, stompzinnig genaai, ontucht op middagen, slechte daden jegens mensen, misleiding, bedrog en ontrouw, maar dat ik hem gezocht heb, anders niets en niemand, nooit, dat ik alleen geleefd heb uit hoop hem te ontmoeten en hem aan te raken en met hem mee te gaan, dat alles dwaasheid is en ijdelheid en stof en kaf en dat ik alleen maar naar hem verlang, hongerende en dorstende naar zijn Voltooiing. Nu ja.'
Gerard Reve in Brieven aan Wimie 1959-1963 Utrecht MCMLXXX p. 142
zondag, juli 11, 2004
'Ja, dat leven dus'
'Ja, dat leven dus: men behoort het leven monter en met een lied op de lippen tegemoet te treden, maar ik heb altijd de indruk gehad dat het leven mij achtervolgde, achternazat als het ware, en mij steeds sneller voor zich uit wilde voortjagen: "Opschieten jij! Hoe eerder het afgelopen is hoe beter."
Gerard Reve in Verzameld Werk Deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.670
'Ja, dat leven dus: men behoort het leven monter en met een lied op de lippen tegemoet te treden, maar ik heb altijd de indruk gehad dat het leven mij achtervolgde, achternazat als het ware, en mij steeds sneller voor zich uit wilde voortjagen: "Opschieten jij! Hoe eerder het afgelopen is hoe beter."
Gerard Reve in Verzameld Werk Deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.670
zaterdag, juli 10, 2004
vrijdag, juli 09, 2004
Zij
'Wat zou het bestaan zijn zo Zij er niet was, kunstbroeder, de Troosteres, de Verloste, de Verheerlijkte en Gekroonde?....
Ik verlaat me maar meer en meer op Haar, dan zit het altijd goed. Zij is mij om een of andere duistere reden uitzonderlijk goed gezind, vermoedelijk omdat zij niet geheel goed bij het hoofd is. Maar waarom, vroeg ik me dikwijls af, wordt nu juist Zij het meest van alles en iedereen in de Kerk vereerd? "Omdat Zij alleeen maar helpt en troost", zegt Jakhals. "Zij oordeelt niet. Zij is geen rechter."
Dat zal het zijn.'
Gerard Reve, Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p.208
'Wat zou het bestaan zijn zo Zij er niet was, kunstbroeder, de Troosteres, de Verloste, de Verheerlijkte en Gekroonde?....
Ik verlaat me maar meer en meer op Haar, dan zit het altijd goed. Zij is mij om een of andere duistere reden uitzonderlijk goed gezind, vermoedelijk omdat zij niet geheel goed bij het hoofd is. Maar waarom, vroeg ik me dikwijls af, wordt nu juist Zij het meest van alles en iedereen in de Kerk vereerd? "Omdat Zij alleeen maar helpt en troost", zegt Jakhals. "Zij oordeelt niet. Zij is geen rechter."
Dat zal het zijn.'
Gerard Reve, Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p.208
zondag, juli 04, 2004
Stad en Land (2)
'Stadsmensen zijn mensen die door een stekker gevoed worden; trek je de stekker uit het stopkontakt, dan sterven ze. Een wereld van stilte, zonder electriciteit, kunnen ze zich niet eens voorstellen. Ze weten niet, welk kwartier van de maan is. Ze geloven niet in God, omdat er nooit stilte is, waar ze zijn, en omdat de krant en de Verrekijk alles weten, of anders de encyclopaedie wel.'
Gerard Reve, Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p.269
'Stadsmensen zijn mensen die door een stekker gevoed worden; trek je de stekker uit het stopkontakt, dan sterven ze. Een wereld van stilte, zonder electriciteit, kunnen ze zich niet eens voorstellen. Ze weten niet, welk kwartier van de maan is. Ze geloven niet in God, omdat er nooit stilte is, waar ze zijn, en omdat de krant en de Verrekijk alles weten, of anders de encyclopaedie wel.'
Gerard Reve, Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p.269
vrijdag, juli 02, 2004
Stad en Land(1)
'De wezenlijke tegenstelling is niet die tussen ontwikkeling en ongeletterdheid; niet die tussen links en rechts; niet die tussen kunst en maatschappij; niet die tussen jeugd en ouderdom; niet die tussen schrijvers en hen die niet schrijven. De wezenlijke tegenstelling is die tussen Stad en Land. Ik ben geen stadmens, en ben het nooit geweest. De stadsmens is de vijand van de ware inspiraatsie, en van de echte creativiteit.
De stad is een schijnbare orde, en in werkelijkheid een chaos.'
Gerad Reve, Brieven aan Simon C. Utrecht MCMLXXXII p.269
'De wezenlijke tegenstelling is niet die tussen ontwikkeling en ongeletterdheid; niet die tussen links en rechts; niet die tussen kunst en maatschappij; niet die tussen jeugd en ouderdom; niet die tussen schrijvers en hen die niet schrijven. De wezenlijke tegenstelling is die tussen Stad en Land. Ik ben geen stadmens, en ben het nooit geweest. De stadsmens is de vijand van de ware inspiraatsie, en van de echte creativiteit.
De stad is een schijnbare orde, en in werkelijkheid een chaos.'
Gerad Reve, Brieven aan Simon C. Utrecht MCMLXXXII p.269
zondag, juni 27, 2004
Primitief
'Het zijn angstwekkende tijden, gekenmerkt door een tot een karikatuur uitgegroeid bijgeloof: de Dood zal binnen afzienbare tijd ongedaan gemaakt worden door de mediese wetenschap; het heelal is 'gewoon uit een ammoniawolk ontstaan' (en dat gepresenteerd als een verklaring voor het zijn van het heelal!), kortom eenn pseudo-rationeel denken, dat in werkelijkheid even primitief is als het geloof van een kind in de ooievaar. Voorlopig vind ik een Schepping uit het niets, door Gods Wil, een heel wat aanvaardbaarder visie, al kan men zich daarbij niets feitelijks voorstellen. (Vandaar dat de Kerk spreekt van een mysterie.) Enfin, niet tobben.
Gerard Reve in Brieven van een aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p. 229, 230
'Het zijn angstwekkende tijden, gekenmerkt door een tot een karikatuur uitgegroeid bijgeloof: de Dood zal binnen afzienbare tijd ongedaan gemaakt worden door de mediese wetenschap; het heelal is 'gewoon uit een ammoniawolk ontstaan' (en dat gepresenteerd als een verklaring voor het zijn van het heelal!), kortom eenn pseudo-rationeel denken, dat in werkelijkheid even primitief is als het geloof van een kind in de ooievaar. Voorlopig vind ik een Schepping uit het niets, door Gods Wil, een heel wat aanvaardbaarder visie, al kan men zich daarbij niets feitelijks voorstellen. (Vandaar dat de Kerk spreekt van een mysterie.) Enfin, niet tobben.
Gerard Reve in Brieven van een aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p. 229, 230
Abonneren op:
Posts (Atom)