donderdag, december 14, 2006

14 december 2006
Onthulling Gerard Reve monument



"In de lantaarn, aan de bankzijde, zijn drie luikjes aangebracht. Bij opening wordt achter elk een compartiment zichtbaar, van binnen verlicht als de lantaarn brandt. Deze tekst uit Nader tot U is te zien achter het bovenste luikje

foto © E.H. 14-12-2006
14 december 2006



Gerard Reve 14 december 1923-8 april 2006

Credo

Niets te verwachten, niets te hopen:
er rest mij niets dan duisternis en Dood.
Ik zie het, maar ik wankel niet: wie Gij ook zijt.
U heb ik lief, met heel mijn hart, met al mijn bloed.


Gerard Reve in Verzamelde Gedichten Amsterdam 1987 p.63

woensdag, december 13, 2006

'Als er zo een stilte geweest is, moet ik erover schrijven.'



"Ik ben, dat heb ik al eerder opgemerkt helemaal niet dol op het verleden, dat trouwens ook zonder korrespondentie en zonder gesprekken al vaak genoeg, en met verpletterende kracht komt opzetten: zoals een week of wat geleden, toen we bij Bullie van der K., in het naburige dorp P., op bezoek waren: een hele tijd lang zei niemand iets, en keek ik stil uit over het landschap dat daar zo leeg is dat er niet eens iemand in de verte, net als ik, ook aan een raam zou kunnen zitten, e.d., geen sprake van. Als er zo een stilte geweest is, moet ik erover schrijven, altijd weer, tot aan de Dood toe, dat weet ik nu, want het is niet anders."

Gerard Kornelis van het Reve in Nader tot U Amsterdam 1966 p. 63

dinsdag, december 12, 2006

‘Een huisje met uitzicht op het kerkhof’


Greonterp Huize Het Gras foto E.H. juli 2006

“Mijn kunstbroeder Remco C. vermeldt in weer een ander interview, dat ik ‘een huisje gekocht (heb) met uitzicht’ (lacht) ‘op een kerkhof. Dat klopt, maar onze nationale kronikeur zal toch niet bedoeld hebben, dat zijn kortelings betrokken villaatje in de –straat te Antwerpen nièt op een kerkhof uitkijkt? “Hoe houd je het uit,’ was zijn commentaar, toen ik hem de ligging van huize Algra uiteenzette. Ik moet zeggen dat ik het hier, in de stilte van de natuur, uitstekend kan uithouden (‘Ach niemand weet toch hoe prachtig dat kan zijn. Al die kleine miertjes, kevertjes en ratjes die over een miljoenenlaag mos met naalden kruipen. En die geur! Dat deed me altijd denken aan het badzout van de vrouw van de cafébaas.”

Gerard Kornelis van het Reve in Nader tot U Amsterdam 1966 p.22

maandag, december 11, 2006

‘Het moet zoiets als Genade zijn.’

“Er is zo eindeloos veel dat verklaard moet worden: waarom ik de enige was, die mij over de teksten van alle liedjes op school schaamde, en wel wilde schreeuwen van haat en verdriet en vernedering, maar, onmachtig, me beperkte tot een voorgewend meezingen, met geluidloze mondbewegingen. De dichter of schrijver (‘of allebei, of geen van beide’) Simon V. zegt in een interview dat hem kort geleden is afgenomen, dat ik een ‘gestoorde persoonlijkheid ben, maar ik moet dat in twijfel trekken. Het ligt anders, geloof ik. Nu ik hier op de spoordijk zit, op de zuidelijke rand ervan, dicht bij de rails en op achttien passen voorbij een rechtop in de grond gehamerd stuk spoorrail waarop een ijzeren bord met vrijwel onleesbaar opschrift misschien 31 7 vermeldt, besef ik opeens, terwijl ik naar de Geheime Schrijfsteen kijk, die ik op mijn 39ste verjaardag in Londen van het Loodgietend Prijsdier M. heb gekregen, en die helemaal met me mee is gereisd, eerst naar Lissabon, toen naar Algericas en Tanger en nu, via Amsterdam naar hier, dat het, wat Simon V. zich niet heeft gerealiseerd, waarschijnlijk allemaal komt, omdat ik een revist ben. De schrijver of dichter (‘of”ect) Simon V. is geen revist. Als je het niet bent, kan je het niet worden ook, geloof ik – het moet zoiets als Genade zijn.”

Gerard Kornelis van het Reve in Nader tot U Amsterdam 1966 p. 21,22

zondag, december 10, 2006

'O weemoed van een verloren jeugd..'



"Dan zal ik weten, wie de Soldaat was op wie ik, vier en dertig jaar geleden, verliefd was, en die misschien werkelijk bestaan heeft; wat de hoefsmederij betekent waarachter, in een keuken, onder het gepleisterd licht van een binnenplaatsje, een oude vrouw, dun als een stervende vogel een rode kool in tweeën snijdt; wie de jongen was, die de mondharmonika speelde en water uit de vaart dronk omdat hij dorst had en de sleutel niet had en niet bij de buren wou aanbellen, en daarna gestorven is; o, weemoed van een verloren jeugd die nooit geweest is, en die voor eeuwig stilstaat in de tijd."

Gerard Kornelis van het Reve in Nader tot U Amsterdam 1966 p.21

zaterdag, december 09, 2006

"De verschrikking die 'dit rampzalig leven'inhoudt."



"Huize Algra, vrijdagmiddag 17 juli 1964. Ik weet, dat ik nog veel verder, zo ver als maar enigszins mogelijk is, zou moeten terugkeren in het Verleden, en dat ik tenslotte zelfs zou moeten proberen de grens van de nog gestalte hebbende herinnnering te overschrijden, want daarachter moet, van de verschrikking die 'dit rampzalig leven' inhoudt, de verklaring te vinden zijn.' Misschien zal het me, als ik nog lang genoeg leef, en blijf volhouden, eens gelukken, zodat ik eindelijk de verregende, donkere beelden -soms nog in het per ongeluk tot stilstand gekomen apparaat door de gloeiende projeksielamp bijna geheel in druipende stroop veranderd- zal kunnen duiden."

Gerard Kornelis van het Reve in Nader tot U Amsterdam 1966 p.21

tekst Reve monument Westerpark

woensdag, december 06, 2006

De sociale positie van Sinterklaas (2)



'Het begon in mijn jeugd, toen hij op een middag na schooltijd op bezoek kwam. Ik had de gewoonte de korsten van mijn brood niet op te eten en toen hij binnenkwam, propte ik alles in mijn mond. Hij bracht snoepgoed en een speelgoeddraaimolen. Later begreep ik, dat hij in dienst van een winkel stond en de door ouders of andere familieleden gekochte geschenken aan huis bezorgde. Volgens het beginsel dus: niets voor niets. Dit is waarschijnlijk de koopbare, kapitalistische Sinterklaas, waarvan hierboven sprake was.
Eeen andere vorm is die, waarbij een oom als Sinterklaas optreedt bij de kinderen; hij is vol vrees, dat zijn stem herkend zal worden. Dit is een alleszins aanvaardbare Sinterklaas. Zijn optreden is een daad van vrijwilligheid en goedhartigheid, vrij vam zucht naar geldelijk gewin. Voordat hij komt, zingen de kinderen voor een schoorsteengat en zo het een huis met centrale verwarming is, voor een betraliede luchtkoker. Onverwachts werpt moeder uit een papieren puntzak het snoepgoed met een zwaaiende beweging over de vloer uit, zelf weer achter de deur wegschietend.
Deze beide verschijningsvormen zijn belangrijke uitersten. '

Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p. 89,90

maandag, december 04, 2006

De sociale positie van Sinterklaas (1)



'Voor fanatieke aanhangers van het Russische regeringssysteem zou het feit, dat in de Sovjetunie geen Sinterklaas in onze zin bestaat, een aanwijzing kunnen zijn om zonder moeite vast te stellen, dat Sinterklaas een voze, onwaarachtige, reformistische, tot verzoening der tegenstellingen tussen de klassen in het leven gehouden figuur is.'

Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p. 89

woensdag, november 29, 2006

Roem



'U bent', zegt de groenteman,
'wel zo ongeveer de beste schrijver die we hebben.'
Die man zegt niet zo maar wat. Ik bedoel:
hij zou zoiets niet zeggen als het niet waar was.
Ik zwijg, en kijk stil voor mij uit,
en denk: 'Waarheen? Waarvoor? Waarom?'

Dutch Crossing, maart 1981

Gerard Reve in Schoon Schip 1945-1984
Amsterdam MCMXXXIV p.287

maandag, november 20, 2006

'Het is alles groots en grenzeloos'



" Snachts is hier de hemel onuitsprekelijk schoon: de Melkweg is een wolk van koud vuur, en Venus is duidelijk een bolletje, met volume, en niet alleen maar een betraand flikkerlicht. Toen we hier kwamen was de Maan nog bijna vol, en kon men bij haar licht de tekst van een niet al te klein gedrukt boek lezen. Het is alles groots en grenzeloos, maar wat God ermee bedoeld kan hebben, dat kan ik niet begrijpen. Laten we maar niet tobben. "

Gerard Reve, in Brieven aan Bernard S. Utrecht/Antwerpen MCMLXXXI p.40

woensdag, november 15, 2006

Wiegelied



Jakob's Kampf am Pniel (1637)Theobaldikapelle Wernigerode

Wiegelied

Ik ging nuchter naar bed, en kon niet slapen.
Toen ik tenslotte sliep, dreunde het huis
en worstelde ik met iemand.
Niet tot de ochtend: toen ik weer wakker werd, was het
nog nacht.
Ook wist ik niets meer van een zegen.


Gerard Kornelis van het Reve in Nader tot U Amsterdam 1966 p. 146

"Het begin van het fragment is eenvoudig: de held van het verhaal is dronken en strompelt naar huis, terwijl hij, vol goede voornemens, zichzelf moed inspreekt: 'Ik moest vechten - met God en mensen zou ik worstelen, en ik zou overwinnen, zag ik nu.' Een heel oud, bijbels beeld*, waarbij men onmiddellijk denkt aan Jacob, die een gehele nacht strijdt met iemand die in sommige vertalingen een engel, in andere een man en in weer andere een mens wordt genoemd. Er is veel duisters in deze Bijbelplaats, maar één van de geldige betekenissen moet toch zijn, dat Jacob hier met God strijdt als met een immanent, onbewust want de nachtzijde van de ziel vertolkend Wezen, dat van Meester Slaaf moet worden om ten slotte, als Broeder, Jacob te zegenen."

Gerard Kornelis van het Reve in Vier Pleidooien, "Pleitrede Voor Het Hof" Amsterdam 1972, tweede druk p. 29

*Gen.32:22-32

woensdag, november 08, 2006

Niet voor niets geleefd

Als iemand door niets en niemand getroost kan worden... Niet door de grote Trooster, "Die met U zal zijn tot het einde der wereld", en niet door de grote Troosteres, ik bedoel de Moeder van God, als iemand er zo aan toe is...Ik uit geen kritiek op die goddelijke instanties, die nooit kunnen falen, maar het kan gebeuren. dat iemand de weg daarheen, en de toegang niet vinden kan... Maar als zo iemand dan door een boek van mij, door iets wat ik geschreven heb, getroost en gesterkt zou kunnen worden...Als dát mogelijk is, ja dan moet ik wel zeggen: "Ik heb niet voor niets geschreven. Ik heb niet voor niets geleefd."

Gerard Reve in: NRC Handelsblad 1 februari 1985

donderdag, november 02, 2006

Allerzielen


Kerkhof Blauwhuis foto © E.H.

Nadat we bij die en die gezeten hadden,
gingen we bij je weet wel nog wat drinken.
Dinges was er ook, en zong een lied
over een naamloos Graf van eeuwigheid.


Gerard Reve in Verzamelde Gedichten, Amsterdam 1987 p.54

dinsdag, oktober 24, 2006

'Een of ander verdriet, gemis of verlatenheid'



"In het midden van de boot, op de zeer ondiepe bodem, zat een jongen van naar schatting de leeftijd van Wallie. Noch de roerganger, noch de op het boord gezeten man keurde ons ook maar één blik waardig, maar de in het midden van de boot, met gekruiste handen over zijn opgetrokken knieën gezeten jongen keek ons aan. Hij was niet gekleed als de beide anderen, maar droeg een grijs met wit geblokte pullover, waaronder een kaki, openstaand hemd, en een bruine korte broek.
Het kon zijn, dat ik mij wederom van alles verbeeldde, maar de blik waarmede hij mij aankeek, en de trekken van zijn schuwe, bleke gezicht drukte, zo wilde het mij voorkomen, een of ander verdriet, gemis of verlatenheid uit. En bij die indruk, die op niets anders gegrond was dan op de korte flits van beschouwen terwijl we elkaar passeerden, voegde zich de gedachte dat hij, net als ik in de kano, zich tegen zijn zin in de boot bevond, en tegen zijn eigenlijke wil er zich met de beide anderen mede op het water begeven had."

Gerard Reve in Oud en Eenzaam Amsterdam/Brussel MCMLXXVIII p.229

zaterdag, oktober 21, 2006

Dagsluiting

maandag, oktober 16, 2006

'Wat valt er bij jou af te luisteren? '



Structureel geweld

Terwijl hij zijn 14de flesje pils uit de krat trekt
en met de wipper, zonder te kijken, kreunend openduwt
-zoals de orang oetan, zonder zijn blik van het publiek te wenden,
een pinda tussen duim en dierenvinger knappend pelt-
klaagt Hugo R. luid tot mij voort:
'Mijn lijn wordt afgetapt. Al maanden.'
'Je wàt wordt afgetapt?'
'Mijn telefoon. Ik word afgeluisterd: het klikt.'
'Ongehoord,' zeg ik, terwijl ik denk:
'Wat valt er bij jou af te luisteren? '


Gerard Reve in Het Zingend Hart Amsterdam 1973 p.35

woensdag, oktober 11, 2006

"In de spiegel van een duistere rede"



'God had het zo gesteld, dat ik veroordeeld of geroepen was, de enig werkelijke Liefde en geen andere te zoeken, waarbij ik haar nooit anders dan uit de verte zoude mogen zien, onherkenbaar vervormd 'in de spiegel van een duistere rede', en nooit 'van aangezicht tot aangezicht', en haar nooit zoude mogen aanraken, net zo min als enig mens God kon zien of aanraken en kon leven. Zo zat het en niet anders. Het was min of meer mijn hel, of op zijn minst mijn vagevuur, en onbegrijpelijk, mijn begrip en dat van ieder mens te boven gaand, maar Hij had het, in Zijn onmetelijke genade jegens mij, aldus beschikt, en daarom was het goed...In Hem 'bewoog' -ik grinnikte even bij dit woord, dubbelzinnig als het op dit ogenblik was- 'en leefde' ik, uitverkoren om op volmaakte wijze te mogen gehoorzamen aan Zijn wil. "Geloofd weze Zijn naam'..'

Gerard Reve, in Moeder en Zoon, Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.182

dinsdag, oktober 10, 2006

'Ik ben wel thuis, maar houd de deur op slot.'

Oost, West

Ik ben wel thuis, maar houd de deur op slot.
Zodoende denken ze, als ze aan de deur komen,
dat ik niet thuis ben.
Maar ik ben er wel.
Het is waarlijk juist en passend
dat ze denken dat ik niet thuis ben,
want ik wil alleen zijn, met U,
en tegen U praten en schreeuwen, al geeft U geen antwoord.

(1965)

Gerard Reve in Verzamelde Gedichten Amsterdam 1987 p.48

zondag, oktober 08, 2006

8 april 2006-8 oktober 2006
'De dood is een poort..'




"De dood is een poort. MENEER. En als je me vraagt: waarheen, dan weet ik het niet. De dood is geen zinloze ondergang, dat niet. Het klinkt mooi om te zeggen, dat door de dood het leven weer perspectief en diepte krijgt -ja. tel uit je winst. Misschien zijn de zuiverste gedachten over de dood ook wel de ellendigste en onverdraaglijkste, terwijl het toch de juiste gedachten zijn.
....
HET GAAT MIJ OM EEN ENKEL DING, maar het is toch vrij diep verborgen, wordt nog vrij diep verstopt... De joden mochten de naam niet uitspreken.
...
...
God
...
..."

Gerard Reve In Gesprek Interviews, Baarn 1983 p. 144, 146
Interview Jouke Mulders met G.K. van het Reve, "Ik moet werken, anders word ik gek" in Elseviers Magazine, 29 april 1972
 
Tweets van @Revetwalender