"Maar wel geloof ik in het Licht.."
Of de duisternis het Licht ooit wel zal begrijpen, daaraan moet ik diep en bitter twijfelen. Maar wel geloof ik in het Licht, en dat het schijnt in de duisternis, in alle eeuwigheid.
Gerard Reve, in Verzameld Werk , deel 6, Amsterdam/Antwerpen 2001, p. 437 (Een mooi feest)
zaterdag, oktober 25, 2003
vrijdag, oktober 24, 2003
Een herfstlied, of avondzang
Voor de orkestmeester. Een herfstlied, of avondzang. Ik zou wel willen, dat deze brief vol zachtheid en tederheid kon zijn, met somtijds huiveringen van stilte en Aandacht, en geheel zonder gramschap jegens enig schepsel; ik zou willen dat hij een ieder die hem leest stil moge maken, en sommigen zelfs aan het schreien moge maken - want dat is het hoogste. Daar verlang en hoop ik naar terwijl ik aan het raam zit en naar buiten staar. Het is helder weer, en windstil, maar toch is het soms, of ik van verre en ijle, klagende stem hoor, als van de wind door de toppen van een duister naaldwoud. (Kom je gauw? Ja hoor, ik kom zo. Warte nur, warte nur.)
In Gerard Reve, Nader tot U, in Brief door tranen uitgewist Amsterdam 2001 p.41,42
Voor de orkestmeester. Een herfstlied, of avondzang. Ik zou wel willen, dat deze brief vol zachtheid en tederheid kon zijn, met somtijds huiveringen van stilte en Aandacht, en geheel zonder gramschap jegens enig schepsel; ik zou willen dat hij een ieder die hem leest stil moge maken, en sommigen zelfs aan het schreien moge maken - want dat is het hoogste. Daar verlang en hoop ik naar terwijl ik aan het raam zit en naar buiten staar. Het is helder weer, en windstil, maar toch is het soms, of ik van verre en ijle, klagende stem hoor, als van de wind door de toppen van een duister naaldwoud. (Kom je gauw? Ja hoor, ik kom zo. Warte nur, warte nur.)
In Gerard Reve, Nader tot U, in Brief door tranen uitgewist Amsterdam 2001 p.41,42
donderdag, oktober 23, 2003
Elk danspasje.. gewantrouwd
'Het calvinisme biedt ontroerende aspekten van menselijke inzet en moed, maar het heeft van ons land, eens een wereldcentrum van kunst, een puriteinse provincie gemaakt, waar nog steeds elke maat muziek en elk danspasje worden gewantrouwd, en heeft een volk van mistieke wijndrinkers veranderd in een meute van twistzieke lepelaars van giftige graanboeljon.'
Gerard Reve in: Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p.164
'Het calvinisme biedt ontroerende aspekten van menselijke inzet en moed, maar het heeft van ons land, eens een wereldcentrum van kunst, een puriteinse provincie gemaakt, waar nog steeds elke maat muziek en elk danspasje worden gewantrouwd, en heeft een volk van mistieke wijndrinkers veranderd in een meute van twistzieke lepelaars van giftige graanboeljon.'
Gerard Reve in: Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p.164
woensdag, oktober 22, 2003
Misterie
'God is, in mijn visie, almachtig & toch weerloos, en diep afhankelijk van onze hulp en Liefde, op een wijze die een Misterie is, dat onuitsprekelijk groot, onuitsprekelijk verschrikkelijk, en onuitsprekelijk troostrijk is. God lijdt meer dan alle mensen die lijden, tezamen.
Gerard Reve in: Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p.131
'God is, in mijn visie, almachtig & toch weerloos, en diep afhankelijk van onze hulp en Liefde, op een wijze die een Misterie is, dat onuitsprekelijk groot, onuitsprekelijk verschrikkelijk, en onuitsprekelijk troostrijk is. God lijdt meer dan alle mensen die lijden, tezamen.
Gerard Reve in: Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p.131
dinsdag, oktober 21, 2003
Treurig & eenzaam
Ameland was treurig & eenzaam, zonder schoonheid met overal bungalowtjes onder de naam van 'Sonnevanck', 'Bosrand', 'Zomers Buiten', 'De Wijde Blik', 'Duinzicht' of 'Eldorado'. Bij de terugkomst bleek, dat je je auto moest laten boeken voor de overvaart, & het scheelde weinig, of we waren de hele nacht op het eiland gevangen gebleven.'
Gerard Reve in: Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p.104
Ameland was treurig & eenzaam, zonder schoonheid met overal bungalowtjes onder de naam van 'Sonnevanck', 'Bosrand', 'Zomers Buiten', 'De Wijde Blik', 'Duinzicht' of 'Eldorado'. Bij de terugkomst bleek, dat je je auto moest laten boeken voor de overvaart, & het scheelde weinig, of we waren de hele nacht op het eiland gevangen gebleven.'
Gerard Reve in: Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p.104
maandag, oktober 20, 2003
Niemand kan mij ooit beletten hem lief te hebben
'Ik zie overal God, hoe zal ik het zeggen, hij openbaart zich eigenlijk in alles, en niemand kan mij ooit beletten hem lief te hebben, die gedachte schenkt mij diepe troost. (Alles geestelijk.)
Gerard Reve in: Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p.104
'Ik zie overal God, hoe zal ik het zeggen, hij openbaart zich eigenlijk in alles, en niemand kan mij ooit beletten hem lief te hebben, die gedachte schenkt mij diepe troost. (Alles geestelijk.)
Gerard Reve in: Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p.104
zondag, oktober 19, 2003
Het laatste woord...Liefde..God
Ik zou willen sterven aan mijn schrijftafel, met mijn pen in de hand. En het laatste woord, dat ik nog op het papier heb neergeschreven, zou moeten luiden:
liefde...
of, als het nog korter zou moeten luiden:
God.
Gerard Reve, in Verzameld Werk deel 6, Amsterdam/Antwerpen 2001, p. 467
Ik zou willen sterven aan mijn schrijftafel, met mijn pen in de hand. En het laatste woord, dat ik nog op het papier heb neergeschreven, zou moeten luiden:
liefde...
of, als het nog korter zou moeten luiden:
God.
Gerard Reve, in Verzameld Werk deel 6, Amsterdam/Antwerpen 2001, p. 467
zaterdag, oktober 18, 2003
"En schouwde om mij heen"
Alleen
Ver weg het donkre water op
ging ik eens in een kleine boot;
de wind lag stil en zonder stoot
van golfslag voer ik zwijgend voort
en schouwde om mij heen:
een vis die door het water schoof
een vogel die de lucht in stoof
en ik zat in mijn boot en dacht:
een vis die door het water schuift
een vogel die de lucht in stuift
en ik hier in mijn boot.
Gerard Reve (1938), in: Verzamelde Gedichten Amsterdam 1987 p.23
Alleen
Ver weg het donkre water op
ging ik eens in een kleine boot;
de wind lag stil en zonder stoot
van golfslag voer ik zwijgend voort
en schouwde om mij heen:
een vis die door het water schoof
een vogel die de lucht in stoof
en ik zat in mijn boot en dacht:
een vis die door het water schuift
een vogel die de lucht in stuift
en ik hier in mijn boot.
Gerard Reve (1938), in: Verzamelde Gedichten Amsterdam 1987 p.23
vrijdag, oktober 17, 2003
'Deze moerasdelta'
Het is nu eenmaal zo: deze door theologisch fanatisme doorwoekerde moerasdelta gonst en zwermt van godsdienst, maar volwassen religiositeit is er nog heel ver te zoeken: men weet in dit land, om het wat populair te zeggen, van God geen zure peren.
Ware dit wel het geval, dan zou men toch mijn vermeend vergrijp niet zwaarder doen wegen dan dat van de Amerikaanse ruimtevaarder, die, uit de kosmos op aarde teruggekeerd, beweert in de ruimte God te hebben ontmoet, en die op de vraag, hoe God er dan wel uitziet, antwoordt: 'She is black.'
Niemand heeft ooit god gezien, dat is de lering van deze ontroerende anekdote,
die ons deemoedig zou moeten stemmen.
Gerard Reve, Een eigen huis blz. 175, (Slotwoord voor de rechtbank)
Het is nu eenmaal zo: deze door theologisch fanatisme doorwoekerde moerasdelta gonst en zwermt van godsdienst, maar volwassen religiositeit is er nog heel ver te zoeken: men weet in dit land, om het wat populair te zeggen, van God geen zure peren.
Ware dit wel het geval, dan zou men toch mijn vermeend vergrijp niet zwaarder doen wegen dan dat van de Amerikaanse ruimtevaarder, die, uit de kosmos op aarde teruggekeerd, beweert in de ruimte God te hebben ontmoet, en die op de vraag, hoe God er dan wel uitziet, antwoordt: 'She is black.'
Niemand heeft ooit god gezien, dat is de lering van deze ontroerende anekdote,
die ons deemoedig zou moeten stemmen.
Gerard Reve, Een eigen huis blz. 175, (Slotwoord voor de rechtbank)
donderdag, oktober 16, 2003
Heimwee en verlangen
' Tenslotte hoorde ik een stem, die mij vroeg: " Wat zoek je eigenlijk? " (Ik denk dat het Gods stem was). Ik antwoordde: "Ik zoek het Mysterie, waarvan ik geloof, dat het de Liefde is." De stem vroeg; "En wat wil je dan doen, als je die vindt?" Ik antwoordde: " Er voor knielen." Toen werd ik wakker, in tranen. Ik heb deze droom aan niemand verteld, behalve aan Tijger. "Knielen" : al mijn strijd, al mijn agressie & al mijn veroveringszucht vertolken in laatste instantsie slechts mijn diep & onstilbaar heimwee & verlangen naar overgave.'
Gerard Reve, in: Brieven aan Josine M. 1959-1975
' Tenslotte hoorde ik een stem, die mij vroeg: " Wat zoek je eigenlijk? " (Ik denk dat het Gods stem was). Ik antwoordde: "Ik zoek het Mysterie, waarvan ik geloof, dat het de Liefde is." De stem vroeg; "En wat wil je dan doen, als je die vindt?" Ik antwoordde: " Er voor knielen." Toen werd ik wakker, in tranen. Ik heb deze droom aan niemand verteld, behalve aan Tijger. "Knielen" : al mijn strijd, al mijn agressie & al mijn veroveringszucht vertolken in laatste instantsie slechts mijn diep & onstilbaar heimwee & verlangen naar overgave.'
Gerard Reve, in: Brieven aan Josine M. 1959-1975
dinsdag, oktober 14, 2003
De 'tweede Eva'
'De 'tweede Eva', Maria komt zondevrij ter wereld, en wordt bij haar sterven lichamelijk ten hemel opgenomen. in Haar wordt de materie verlost, de vijandschap tussen ziel en lichaam opgeheven. Alweer een consolidatie, door een Vrouw, van duizenden jaren denkwerk van mannen.'
Gerard Reve, in: Brieven aan mijn lijfarts 1963-1980 Amsterdam/Antwerpen p.93
'De 'tweede Eva', Maria komt zondevrij ter wereld, en wordt bij haar sterven lichamelijk ten hemel opgenomen. in Haar wordt de materie verlost, de vijandschap tussen ziel en lichaam opgeheven. Alweer een consolidatie, door een Vrouw, van duizenden jaren denkwerk van mannen.'
Gerard Reve, in: Brieven aan mijn lijfarts 1963-1980 Amsterdam/Antwerpen p.93
Eva
Albrecht Dürer, Eva, 1507
'Eva is meer dan de brave ratio. Ze heeft daarnaast toegang tot het a-morele, verbodene en onbeperkte, en praat met de Slang. Zij brengt de zonde in de wereld, waardoor de mens een afgerond geheel vormt , van wit en zwart, goed en kwaadt ect. Alweer: de consolidatie tot een geheel.'
Gerard Reve, in: Brieven aan mijn lijfarts 1963-1980 Amsterdam/Antwerpen p.93
Albrecht Dürer, Eva, 1507
'Eva is meer dan de brave ratio. Ze heeft daarnaast toegang tot het a-morele, verbodene en onbeperkte, en praat met de Slang. Zij brengt de zonde in de wereld, waardoor de mens een afgerond geheel vormt , van wit en zwart, goed en kwaadt ect. Alweer: de consolidatie tot een geheel.'
Gerard Reve, in: Brieven aan mijn lijfarts 1963-1980 Amsterdam/Antwerpen p.93
maandag, oktober 13, 2003
'Jij hebt niemand meer boven je'
'Jij hebt nog veel meer problematiek dan ik aanroerde. De ellende is, dat jij dokter bent, wat zo ongeveer wil zeggen: God zelf. Jij hebt niemand meer boven je. Jij kunt je praatjes en je magie aan jezelf niet kwijt. Je kunt natuurlijk je spreekkamer uitgaan en een toonband: 'Komt u maar' laten roepen en dan naar binnen gaan, maar daarna moet je het zelf weer doen. Bij alle middelen, die je jezelf toedient. ontbreken de geruststellende woorden en de lulpraat, die er absoluut bij horen, zonder welke geen enkel medicijn helpt.'
Gerard Reve, in: Brieven aan mijn lijfarts 1963-1980 Amsterdam/Antwerpen p.79
'Jij hebt nog veel meer problematiek dan ik aanroerde. De ellende is, dat jij dokter bent, wat zo ongeveer wil zeggen: God zelf. Jij hebt niemand meer boven je. Jij kunt je praatjes en je magie aan jezelf niet kwijt. Je kunt natuurlijk je spreekkamer uitgaan en een toonband: 'Komt u maar' laten roepen en dan naar binnen gaan, maar daarna moet je het zelf weer doen. Bij alle middelen, die je jezelf toedient. ontbreken de geruststellende woorden en de lulpraat, die er absoluut bij horen, zonder welke geen enkel medicijn helpt.'
Gerard Reve, in: Brieven aan mijn lijfarts 1963-1980 Amsterdam/Antwerpen p.79
zondag, oktober 12, 2003
Niemand wil gek zijn
'De mens wil zich onderscheiden van alle anderen, maar evenzeer wil hij zich conformeren. Hij wil zo 'apart' en uniek mogelijk zijn, maar tegelijkertijd verlangt hij, dat zijn uniekheid toch nog 'ergens bij aansluit': niemand wil gek zijn.'
Gerard Reve, in: Brieven aan mijn lijfarts 1963-1980 Amsterdam/Antwerpen p.161
'De mens wil zich onderscheiden van alle anderen, maar evenzeer wil hij zich conformeren. Hij wil zo 'apart' en uniek mogelijk zijn, maar tegelijkertijd verlangt hij, dat zijn uniekheid toch nog 'ergens bij aansluit': niemand wil gek zijn.'
Gerard Reve, in: Brieven aan mijn lijfarts 1963-1980 Amsterdam/Antwerpen p.161
zaterdag, oktober 11, 2003
Icare! Icare!
'We staarden, terwijl het snel donkerder begon te worden, lange tijd voor ons uit, zonder iets te zeggen. De mens kon plannen maken zoveel hij wilde, maar je kon erop rekenen dat er niets van terecht kwam. Het revisme had weer een gevoelige klap gekregen: ook hij was mij ontsnapt, voorgoed, die zeer ondeugende, gevleugelde lieveling en stouterd (Icare! Icare!), zoals na hem nog wel deze en gene zouden volgen, al wist niemand wie het zouden zijn. '
Gerard Reve in: Nader tot U, Amsterdam 2001, p.133
'We staarden, terwijl het snel donkerder begon te worden, lange tijd voor ons uit, zonder iets te zeggen. De mens kon plannen maken zoveel hij wilde, maar je kon erop rekenen dat er niets van terecht kwam. Het revisme had weer een gevoelige klap gekregen: ook hij was mij ontsnapt, voorgoed, die zeer ondeugende, gevleugelde lieveling en stouterd (Icare! Icare!), zoals na hem nog wel deze en gene zouden volgen, al wist niemand wie het zouden zijn. '
Gerard Reve in: Nader tot U, Amsterdam 2001, p.133
vrijdag, oktober 10, 2003
maandag, oktober 06, 2003
zondag, oktober 05, 2003
"In Hem bewoog en leefde ik"
'God had het zo gesteld, dat ik veroordeeld of geroepen was, de enig werkelijke Liefde en geen andere te zoeken, waarbij ik haar nooit anders dan uit de verte zoude mogen zien, onherkenbaar vervormd 'in de spiegel van een duistere rede', en nooit 'van aangezicht tot aangezicht', en haar nooit zoude mogen aanraken, net zo min als enig mens God kon zien of aanraken en kon leven. Zo zat het en niet anders. Het was min of meer mijn hel, of op zijn minst mijn vagevuur, en onbegrijpelijk, mijn begrip en dat van ieder mens te boven gaand, maar Hij had het, in Zijn onmetelijke genade jegens mij, aldus beschikt, en daarom was het goed...In Hem 'bewoog' -ik grinnikte even bij dit woord, dubbelzinnig als het op dit ogenblik was- 'en leefde' ik, uitverkoren om op volmaakte wijze te mogen gehoorzamen aan Zijn wil. "Geloofd weze Zijn naam'..'
Gerard Reve, in Moeder en Zoon, Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.182
'God had het zo gesteld, dat ik veroordeeld of geroepen was, de enig werkelijke Liefde en geen andere te zoeken, waarbij ik haar nooit anders dan uit de verte zoude mogen zien, onherkenbaar vervormd 'in de spiegel van een duistere rede', en nooit 'van aangezicht tot aangezicht', en haar nooit zoude mogen aanraken, net zo min als enig mens God kon zien of aanraken en kon leven. Zo zat het en niet anders. Het was min of meer mijn hel, of op zijn minst mijn vagevuur, en onbegrijpelijk, mijn begrip en dat van ieder mens te boven gaand, maar Hij had het, in Zijn onmetelijke genade jegens mij, aldus beschikt, en daarom was het goed...In Hem 'bewoog' -ik grinnikte even bij dit woord, dubbelzinnig als het op dit ogenblik was- 'en leefde' ik, uitverkoren om op volmaakte wijze te mogen gehoorzamen aan Zijn wil. "Geloofd weze Zijn naam'..'
Gerard Reve, in Moeder en Zoon, Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.182
zaterdag, oktober 04, 2003
Opdat Hij leve
'De eenzamen schrijf ik, als troost, dat God meer lijdt dan alle mensen tezamen, maar dat begrijpen ze maar zelden. Ook schrijf ik ze, dat niemand hen kan beletten een ander wezen lief te hebben -maar ook dat komt hen voor als een slag in de lucht. Dan schrijf ik ze -als ze zeuren over ouderdom en Dood - dat onze sterfelijkheid voorwaarde is van Gods eeuwigheid, en dat wij moeten sterven, opdat Hij leve.
Dat vinden ze nog maller, maar als ik ze, als toegift op al die onzin nog schrijf dat niets en niemand hen kan scheiden van de liefde Gods, dat wil zeggen dat niemand, ooit, hen kan beletten God lief te hebben, dan is de maat vol, en vinden ze me een fantast en verkondiger van beuzelpraat. '
Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders,
in de brief aan professor C.J.B.J. Trimbos van 11 februari 1966
Utrecht/Antwerpen 1985 p. 111
'De eenzamen schrijf ik, als troost, dat God meer lijdt dan alle mensen tezamen, maar dat begrijpen ze maar zelden. Ook schrijf ik ze, dat niemand hen kan beletten een ander wezen lief te hebben -maar ook dat komt hen voor als een slag in de lucht. Dan schrijf ik ze -als ze zeuren over ouderdom en Dood - dat onze sterfelijkheid voorwaarde is van Gods eeuwigheid, en dat wij moeten sterven, opdat Hij leve.
Dat vinden ze nog maller, maar als ik ze, als toegift op al die onzin nog schrijf dat niets en niemand hen kan scheiden van de liefde Gods, dat wil zeggen dat niemand, ooit, hen kan beletten God lief te hebben, dan is de maat vol, en vinden ze me een fantast en verkondiger van beuzelpraat. '
Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders,
in de brief aan professor C.J.B.J. Trimbos van 11 februari 1966
Utrecht/Antwerpen 1985 p. 111
vrijdag, oktober 03, 2003
Herfstdraden
'Kijk al dat stof eens dat naar beneden komt! Ze nemen niet eens de moeite om te kijken of iemand zijn ramen of deuren openstaan.' Opnieuw daalde er een aantal van dezelfde grijze, dunne draden neer. John volgde ze met zijn ogen.
'Dat is geen stof, Mana, ' zei hij, scherp naar buiten turend. 'Het is dat spul dat van de bomen komt.'
G.K. Van het Reve, in Herfstdraden, Amsterdam 1967
'Kijk al dat stof eens dat naar beneden komt! Ze nemen niet eens de moeite om te kijken of iemand zijn ramen of deuren openstaan.' Opnieuw daalde er een aantal van dezelfde grijze, dunne draden neer. John volgde ze met zijn ogen.
'Dat is geen stof, Mana, ' zei hij, scherp naar buiten turend. 'Het is dat spul dat van de bomen komt.'
G.K. Van het Reve, in Herfstdraden, Amsterdam 1967
Abonneren op:
Posts (Atom)