Waar het om gaat
'Weet je wat ik dacht -al dat principiële gelul over gevoelens, dat leidt tot niets. Waar het om gaat, tenminste op dit ogenblik, dat zijn praktiese dingen, ik bedoel die instelling, waarbij iedereen een concreet, gemeenschappelijk doel voor ogen houdt, en dat doel is, volgens mij, een tot op zekere hoogte draaglijk, en menswaardig bestaan.
Gerard Reve in Brieven aan Wimie 1959-1963 Utrecht MCMLXXX p.132
zaterdag, juli 17, 2004
woensdag, juli 14, 2004
'Dat kan nooit toevallig wezen: er moet een God zijn.'
“Wat is alles toch wonderlijk! Als je bijvoorbeeld nagaat, dat ijs precies bij 0 graden Celsius overgaat in water, en dat datzelfde water weer bij precies 100 graden kookt, geen graad meer of minder! Dat kan nooit toevallig wezen: er moet een God zijn.”
Gerard Reve in Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p.42
“Wat is alles toch wonderlijk! Als je bijvoorbeeld nagaat, dat ijs precies bij 0 graden Celsius overgaat in water, en dat datzelfde water weer bij precies 100 graden kookt, geen graad meer of minder! Dat kan nooit toevallig wezen: er moet een God zijn.”
Gerard Reve in Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p.42
dinsdag, juli 13, 2004
De verzoening met het leven
'Je bent vóór en na Lourdes niet meer dezelfde mens. Het is de verzoening met het leven, met de Aarde, met het lichaam, met de sterflijkheid. Graf en schoot is het, die Grot, en je kunt de mensgrote kaarsen zien als Roeden of als kaarsen in een altijddurende sterfkamer, net naar wat je wilt: het kan vermoedelijk beide tegelijk, want alles wordt één in Lourdes.'
Gerard Reve in Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p.174
'Je bent vóór en na Lourdes niet meer dezelfde mens. Het is de verzoening met het leven, met de Aarde, met het lichaam, met de sterflijkheid. Graf en schoot is het, die Grot, en je kunt de mensgrote kaarsen zien als Roeden of als kaarsen in een altijddurende sterfkamer, net naar wat je wilt: het kan vermoedelijk beide tegelijk, want alles wordt één in Lourdes.'
Gerard Reve in Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p.174
maandag, juli 12, 2004
'..alleen geleefd.. uit hoop hem te ontmoeten en hem aan te raken..'
'Het is heel zonderling, maar ik heb een zekere distantie gekregen van veel dingen, ik bedoel ik kan een aantal zaken niet meer belangrijk vinden, en wil alleen maar schrijven & dichten, aan de zee, in vrede, over dingen van vroeger, maar vooral over God, wat een schier onuitputtelijk onderwerp is. "Dit is nu al 's jongelings vierde gedicht over God, en steeds heeft hij nieuwe denkbeelden over dat onderwerp." Ik wil nog eens een ingrijpend gedicht schrijven als een getuigenis dat ik van alles gedaan heb, tijdvermorsing, stompzinnig genaai, ontucht op middagen, slechte daden jegens mensen, misleiding, bedrog en ontrouw, maar dat ik hem gezocht heb, anders niets en niemand, nooit, dat ik alleen geleefd heb uit hoop hem te ontmoeten en hem aan te raken en met hem mee te gaan, dat alles dwaasheid is en ijdelheid en stof en kaf en dat ik alleen maar naar hem verlang, hongerende en dorstende naar zijn Voltooiing. Nu ja.'
Gerard Reve in Brieven aan Wimie 1959-1963 Utrecht MCMLXXX p. 142
'Het is heel zonderling, maar ik heb een zekere distantie gekregen van veel dingen, ik bedoel ik kan een aantal zaken niet meer belangrijk vinden, en wil alleen maar schrijven & dichten, aan de zee, in vrede, over dingen van vroeger, maar vooral over God, wat een schier onuitputtelijk onderwerp is. "Dit is nu al 's jongelings vierde gedicht over God, en steeds heeft hij nieuwe denkbeelden over dat onderwerp." Ik wil nog eens een ingrijpend gedicht schrijven als een getuigenis dat ik van alles gedaan heb, tijdvermorsing, stompzinnig genaai, ontucht op middagen, slechte daden jegens mensen, misleiding, bedrog en ontrouw, maar dat ik hem gezocht heb, anders niets en niemand, nooit, dat ik alleen geleefd heb uit hoop hem te ontmoeten en hem aan te raken en met hem mee te gaan, dat alles dwaasheid is en ijdelheid en stof en kaf en dat ik alleen maar naar hem verlang, hongerende en dorstende naar zijn Voltooiing. Nu ja.'
Gerard Reve in Brieven aan Wimie 1959-1963 Utrecht MCMLXXX p. 142
zondag, juli 11, 2004
'Ja, dat leven dus'
'Ja, dat leven dus: men behoort het leven monter en met een lied op de lippen tegemoet te treden, maar ik heb altijd de indruk gehad dat het leven mij achtervolgde, achternazat als het ware, en mij steeds sneller voor zich uit wilde voortjagen: "Opschieten jij! Hoe eerder het afgelopen is hoe beter."
Gerard Reve in Verzameld Werk Deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.670
'Ja, dat leven dus: men behoort het leven monter en met een lied op de lippen tegemoet te treden, maar ik heb altijd de indruk gehad dat het leven mij achtervolgde, achternazat als het ware, en mij steeds sneller voor zich uit wilde voortjagen: "Opschieten jij! Hoe eerder het afgelopen is hoe beter."
Gerard Reve in Verzameld Werk Deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.670
zaterdag, juli 10, 2004
vrijdag, juli 09, 2004
Zij
'Wat zou het bestaan zijn zo Zij er niet was, kunstbroeder, de Troosteres, de Verloste, de Verheerlijkte en Gekroonde?....
Ik verlaat me maar meer en meer op Haar, dan zit het altijd goed. Zij is mij om een of andere duistere reden uitzonderlijk goed gezind, vermoedelijk omdat zij niet geheel goed bij het hoofd is. Maar waarom, vroeg ik me dikwijls af, wordt nu juist Zij het meest van alles en iedereen in de Kerk vereerd? "Omdat Zij alleeen maar helpt en troost", zegt Jakhals. "Zij oordeelt niet. Zij is geen rechter."
Dat zal het zijn.'
Gerard Reve, Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p.208
'Wat zou het bestaan zijn zo Zij er niet was, kunstbroeder, de Troosteres, de Verloste, de Verheerlijkte en Gekroonde?....
Ik verlaat me maar meer en meer op Haar, dan zit het altijd goed. Zij is mij om een of andere duistere reden uitzonderlijk goed gezind, vermoedelijk omdat zij niet geheel goed bij het hoofd is. Maar waarom, vroeg ik me dikwijls af, wordt nu juist Zij het meest van alles en iedereen in de Kerk vereerd? "Omdat Zij alleeen maar helpt en troost", zegt Jakhals. "Zij oordeelt niet. Zij is geen rechter."
Dat zal het zijn.'
Gerard Reve, Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p.208
zondag, juli 04, 2004
Stad en Land (2)
'Stadsmensen zijn mensen die door een stekker gevoed worden; trek je de stekker uit het stopkontakt, dan sterven ze. Een wereld van stilte, zonder electriciteit, kunnen ze zich niet eens voorstellen. Ze weten niet, welk kwartier van de maan is. Ze geloven niet in God, omdat er nooit stilte is, waar ze zijn, en omdat de krant en de Verrekijk alles weten, of anders de encyclopaedie wel.'
Gerard Reve, Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p.269
'Stadsmensen zijn mensen die door een stekker gevoed worden; trek je de stekker uit het stopkontakt, dan sterven ze. Een wereld van stilte, zonder electriciteit, kunnen ze zich niet eens voorstellen. Ze weten niet, welk kwartier van de maan is. Ze geloven niet in God, omdat er nooit stilte is, waar ze zijn, en omdat de krant en de Verrekijk alles weten, of anders de encyclopaedie wel.'
Gerard Reve, Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p.269
vrijdag, juli 02, 2004
Stad en Land(1)
'De wezenlijke tegenstelling is niet die tussen ontwikkeling en ongeletterdheid; niet die tussen links en rechts; niet die tussen kunst en maatschappij; niet die tussen jeugd en ouderdom; niet die tussen schrijvers en hen die niet schrijven. De wezenlijke tegenstelling is die tussen Stad en Land. Ik ben geen stadmens, en ben het nooit geweest. De stadsmens is de vijand van de ware inspiraatsie, en van de echte creativiteit.
De stad is een schijnbare orde, en in werkelijkheid een chaos.'
Gerad Reve, Brieven aan Simon C. Utrecht MCMLXXXII p.269
'De wezenlijke tegenstelling is niet die tussen ontwikkeling en ongeletterdheid; niet die tussen links en rechts; niet die tussen kunst en maatschappij; niet die tussen jeugd en ouderdom; niet die tussen schrijvers en hen die niet schrijven. De wezenlijke tegenstelling is die tussen Stad en Land. Ik ben geen stadmens, en ben het nooit geweest. De stadsmens is de vijand van de ware inspiraatsie, en van de echte creativiteit.
De stad is een schijnbare orde, en in werkelijkheid een chaos.'
Gerad Reve, Brieven aan Simon C. Utrecht MCMLXXXII p.269
zondag, juni 27, 2004
Primitief
'Het zijn angstwekkende tijden, gekenmerkt door een tot een karikatuur uitgegroeid bijgeloof: de Dood zal binnen afzienbare tijd ongedaan gemaakt worden door de mediese wetenschap; het heelal is 'gewoon uit een ammoniawolk ontstaan' (en dat gepresenteerd als een verklaring voor het zijn van het heelal!), kortom eenn pseudo-rationeel denken, dat in werkelijkheid even primitief is als het geloof van een kind in de ooievaar. Voorlopig vind ik een Schepping uit het niets, door Gods Wil, een heel wat aanvaardbaarder visie, al kan men zich daarbij niets feitelijks voorstellen. (Vandaar dat de Kerk spreekt van een mysterie.) Enfin, niet tobben.
Gerard Reve in Brieven van een aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p. 229, 230
'Het zijn angstwekkende tijden, gekenmerkt door een tot een karikatuur uitgegroeid bijgeloof: de Dood zal binnen afzienbare tijd ongedaan gemaakt worden door de mediese wetenschap; het heelal is 'gewoon uit een ammoniawolk ontstaan' (en dat gepresenteerd als een verklaring voor het zijn van het heelal!), kortom eenn pseudo-rationeel denken, dat in werkelijkheid even primitief is als het geloof van een kind in de ooievaar. Voorlopig vind ik een Schepping uit het niets, door Gods Wil, een heel wat aanvaardbaarder visie, al kan men zich daarbij niets feitelijks voorstellen. (Vandaar dat de Kerk spreekt van een mysterie.) Enfin, niet tobben.
Gerard Reve in Brieven van een aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p. 229, 230
zondag, juni 13, 2004
'’Eeuwige onderwerping in liefde
'Het Cliché is een Godsgeschenk. Als de lezer moede begint te raken van het al te verfijnd uit de doeken doen van liefdesleed, herinneringen en schuldbesef van de held, en van al die geuren, kleuren, adjectieven en gelukte of mislukte vergelijkingen, schrijft U dan eens gewoon neder: Zoude hij dit aanbiddelijke wezen, deze duizelingwekkende blonde zeeprins ooit, al ware het slechts voor één ogenblik, mogen terugzien om dan, ja dan, in een allerlaatste kans, hem zijn eeuwige onderwerping in liefde aan te bieden?...'
Gerard Reve, Verzameld Werk deel 4 in: Zelf schrijver worden, Amsterdam/Antwerpen 2000 p.453
'Het Cliché is een Godsgeschenk. Als de lezer moede begint te raken van het al te verfijnd uit de doeken doen van liefdesleed, herinneringen en schuldbesef van de held, en van al die geuren, kleuren, adjectieven en gelukte of mislukte vergelijkingen, schrijft U dan eens gewoon neder: Zoude hij dit aanbiddelijke wezen, deze duizelingwekkende blonde zeeprins ooit, al ware het slechts voor één ogenblik, mogen terugzien om dan, ja dan, in een allerlaatste kans, hem zijn eeuwige onderwerping in liefde aan te bieden?...'
Gerard Reve, Verzameld Werk deel 4 in: Zelf schrijver worden, Amsterdam/Antwerpen 2000 p.453
donderdag, juni 10, 2004
'Tragiek versterkt door humor'
Ik geef U een paar voorbeelden.
'Wat vind je van de ouderdom?' vraagt men mij. 'Het leven krijgt diepte, Mevrouw,' antwoord ik. En daar laat ik op volgen: 'Het is een afgrond, wil ik maar zeggen.' Of ik antwoord monter: 'Mijnheer, de ouderdom is de kroon op het leven,' om daar na enkele seconden pauze op te laten volgen: 'zij het een doornenkroon.' Of, bij verlies, voegt men mij toe: 'Het leven gaat door, meneer Reve!' 'Zo is het,' beaam ik volmondig, er vlak daarna aan toevoegend: 'Tenminste, als het niet ophoudt.'
Gerard Reve, Verzameld Werk deel 4 in: Zelf schrijver worden, Amsterdam/Antwerpen 2000 p.453
Ik geef U een paar voorbeelden.
'Wat vind je van de ouderdom?' vraagt men mij. 'Het leven krijgt diepte, Mevrouw,' antwoord ik. En daar laat ik op volgen: 'Het is een afgrond, wil ik maar zeggen.' Of ik antwoord monter: 'Mijnheer, de ouderdom is de kroon op het leven,' om daar na enkele seconden pauze op te laten volgen: 'zij het een doornenkroon.' Of, bij verlies, voegt men mij toe: 'Het leven gaat door, meneer Reve!' 'Zo is het,' beaam ik volmondig, er vlak daarna aan toevoegend: 'Tenminste, als het niet ophoudt.'
Gerard Reve, Verzameld Werk deel 4 in: Zelf schrijver worden, Amsterdam/Antwerpen 2000 p.453
maandag, juni 07, 2004
De wind (2)
'We geven onze klacht mede aan de wind, wij worden gejaagd door de wind, wij verstuiven de as op de wind, de wind voert het voorjaar aan, de wind zingt van dit en van dat, een oud lied of een nieuw geluid, ziet U maar wat U er mede doet.'
Gerard Reve, Verzameld Werk deel 4, in Zelf schrijver worden, Amsterdam/Antwerpen 2000 p. 462
'We geven onze klacht mede aan de wind, wij worden gejaagd door de wind, wij verstuiven de as op de wind, de wind voert het voorjaar aan, de wind zingt van dit en van dat, een oud lied of een nieuw geluid, ziet U maar wat U er mede doet.'
Gerard Reve, Verzameld Werk deel 4, in Zelf schrijver worden, Amsterdam/Antwerpen 2000 p. 462
zondag, juni 06, 2004
De wind (1)
'Ben ik juist ingelicht, dan is er in het Hebreeuws één woord, dat zowel wind, adem, geest als rook kan betekenen.
Dat zegt reeds iets.
De wind doet het zelfgemaakte molentje van het kind draaien en snorren dat het een lieve lust is, maar diezelfde wind zendt ook het schip vol lieve zeejongens, ver van huis en roepende om hunne moeder, de ijzige, eeuwige diepte in. De wind is het Leven en de Dood: twee halen, één betalen.
"Hoor je die wind? Wel een gezellig geluid, vind je niet?'
Gerard Reve, Verzameld Werk deel 4, in Zelf schrijver worden, Amsterdam/Antwerpen 2000 p. 462
'Ben ik juist ingelicht, dan is er in het Hebreeuws één woord, dat zowel wind, adem, geest als rook kan betekenen.
Dat zegt reeds iets.
De wind doet het zelfgemaakte molentje van het kind draaien en snorren dat het een lieve lust is, maar diezelfde wind zendt ook het schip vol lieve zeejongens, ver van huis en roepende om hunne moeder, de ijzige, eeuwige diepte in. De wind is het Leven en de Dood: twee halen, één betalen.
"Hoor je die wind? Wel een gezellig geluid, vind je niet?'
Gerard Reve, Verzameld Werk deel 4, in Zelf schrijver worden, Amsterdam/Antwerpen 2000 p. 462
zaterdag, juni 05, 2004
'Alle liefde is medelijden'
'Als de uitspraak van Arthur Schopenhauer: 'Alle liefde is medelijden', waar is, dan is die uitspraak misschien wel omkeerbaar: 'Alle medelijden is liefde.'
Want dat medelijden gevoelen wij: medelijden met het onschuldige, immers zondenvrij geboren dier; medelijden met de schuldeloos in de aarde gekluisterde boom; medelijden met de in de boeien der zonde geketende mens; medelijden met God.'
Gerard Reve, Verzameld werk deel 4 in Zelf schrijver worden Amsterdam/Antwerpen 2000 p. 450
'Als de uitspraak van Arthur Schopenhauer: 'Alle liefde is medelijden', waar is, dan is die uitspraak misschien wel omkeerbaar: 'Alle medelijden is liefde.'
Want dat medelijden gevoelen wij: medelijden met het onschuldige, immers zondenvrij geboren dier; medelijden met de schuldeloos in de aarde gekluisterde boom; medelijden met de in de boeien der zonde geketende mens; medelijden met God.'
Gerard Reve, Verzameld werk deel 4 in Zelf schrijver worden Amsterdam/Antwerpen 2000 p. 450
dinsdag, april 27, 2004
zondag, april 25, 2004
Eric verklaart de vogeltekenen (2)
Zie maar eens hoe de zon schijnt
'Als we ons in een kelderachtig vertrek bevonden, dacht hij, donker, armoedig en vochtig, en het was nacht, en de regen raasde en de wind loeide, en we zaten te wachten op een verschrikkelijke boodschap, te wachten tot ze iemand die verdronken was, druipend kwamen binnendragen, dan zouden we dicht bijeen zitten en niemand zou hard durven spreken. Maar het is helemaal geen nacht, en er is helemaal geen regen of storm. Zie maar eens hoe de zon schijnt.
Hij keek naar buiten. De zon stond nog hoog genoeg om, over het huis heen, het achterste gedeelte van de tuin te beschijnen. Een merel, of althans een vogel van gelijke grootte, huppelde daar over wat eens een grindpad was geweest, pikte driftig rond in de door regens verharde bodem en wandelde onder een groen geverfd, maar vreselijk verroest tafeltje door.
Het is wel een weemoedig gezicht, zulk een ruïneachtige tuin, dacht hij. Maar van storm of duisternis is geen sprake. Er is ook niemand verdronken, voor zover dat...'
Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 , Amsterdam/Antwerpen 2001 p.123, 124
Zie maar eens hoe de zon schijnt
'Als we ons in een kelderachtig vertrek bevonden, dacht hij, donker, armoedig en vochtig, en het was nacht, en de regen raasde en de wind loeide, en we zaten te wachten op een verschrikkelijke boodschap, te wachten tot ze iemand die verdronken was, druipend kwamen binnendragen, dan zouden we dicht bijeen zitten en niemand zou hard durven spreken. Maar het is helemaal geen nacht, en er is helemaal geen regen of storm. Zie maar eens hoe de zon schijnt.
Hij keek naar buiten. De zon stond nog hoog genoeg om, over het huis heen, het achterste gedeelte van de tuin te beschijnen. Een merel, of althans een vogel van gelijke grootte, huppelde daar over wat eens een grindpad was geweest, pikte driftig rond in de door regens verharde bodem en wandelde onder een groen geverfd, maar vreselijk verroest tafeltje door.
Het is wel een weemoedig gezicht, zulk een ruïneachtige tuin, dacht hij. Maar van storm of duisternis is geen sprake. Er is ook niemand verdronken, voor zover dat...'
Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 , Amsterdam/Antwerpen 2001 p.123, 124
zaterdag, april 24, 2004
Eric verklaart de vogeltekenen (1)
'Meeuwen in de stad in deze tijd van het jaar, dacht hij. Men moet zich wel afvragen wat dat te betekenen heeft. Hij tuurde aandachtig om zeker te zijn dat hij zich niet vergiste, maar de lange vleugels en trage vliegbewegingen lieten geen twijfel bestaan dat het zeemeeuwen waren. Hij telde er acht. Misschien waren ze door een storm of een onweer gedwongen in de richting van de stad te vliegen, maar het leek hem toch weer onwaarschijnlijk.
De meeuwen begonnen lager te vliegen en kwamen dichterbij.
Ik had toch liever dat jullie wegbleven, zei Eric bij zichzelf, omhoog ziend naar de vogels, die nu vlakbij, boven de straat, in steeds kleiner wordende kringen vlogen.........
De zeilende bewegingen van de vogels die hij nog kon zien, veranderden nu in geklapwiek, en het volgende moment hoorde hij de tikkende en schurende geluidjes van vogelpoten in de dakgoot en op het zink van het dak.
Ze zijn gedaald, dacht hij. Zou het een teken kunnen zijn?
Maar als het een teken is, wie kan het dan uitleggen?...'
Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 , Amsterdam/Antwerpen 2001 p.113
'Meeuwen in de stad in deze tijd van het jaar, dacht hij. Men moet zich wel afvragen wat dat te betekenen heeft. Hij tuurde aandachtig om zeker te zijn dat hij zich niet vergiste, maar de lange vleugels en trage vliegbewegingen lieten geen twijfel bestaan dat het zeemeeuwen waren. Hij telde er acht. Misschien waren ze door een storm of een onweer gedwongen in de richting van de stad te vliegen, maar het leek hem toch weer onwaarschijnlijk.
De meeuwen begonnen lager te vliegen en kwamen dichterbij.
Ik had toch liever dat jullie wegbleven, zei Eric bij zichzelf, omhoog ziend naar de vogels, die nu vlakbij, boven de straat, in steeds kleiner wordende kringen vlogen.........
De zeilende bewegingen van de vogels die hij nog kon zien, veranderden nu in geklapwiek, en het volgende moment hoorde hij de tikkende en schurende geluidjes van vogelpoten in de dakgoot en op het zink van het dak.
Ze zijn gedaald, dacht hij. Zou het een teken kunnen zijn?
Maar als het een teken is, wie kan het dan uitleggen?...'
Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 , Amsterdam/Antwerpen 2001 p.113
vrijdag, april 23, 2004
HoejoejoejoejoejoePidee!
'Doch luister! Het kan begrepen worden. De dans. Oudste kunst der mensheid!
Jawel! Zoek het op! Lees het na! Ziel en lichaam! Ziel hunkert naar het licht! (Hij hief, al voorttrappelend, beide armen plechtig omhoog.) Lichaam gekluisterd aan de aarde! Wij willen niet sterven! Joeppie! Joeppie! HoejoejoejoejoejoePidee! Hoei! Hoei! '
Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 , Amsterdam/Antwerpen 2001 p.133
'Doch luister! Het kan begrepen worden. De dans. Oudste kunst der mensheid!
Jawel! Zoek het op! Lees het na! Ziel en lichaam! Ziel hunkert naar het licht! (Hij hief, al voorttrappelend, beide armen plechtig omhoog.) Lichaam gekluisterd aan de aarde! Wij willen niet sterven! Joeppie! Joeppie! HoejoejoejoejoejoePidee! Hoei! Hoei! '
Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 , Amsterdam/Antwerpen 2001 p.133
woensdag, april 21, 2004
'De verdediging van het boek is het boek zelf.'
"Mijn werk heeft voor eerlijke, volgroeide mensen eigenlijk geen verdediging van buiten het werk van node. Ik wil terzake refereren aan de woorden van mijn illustere kollega, Wladimir Nabokov, die over zijn schitterende roman Lolita, door zowel de wit-gele als de rode clerus gelijkelijk als obsceen veroordeeld, gezegd heeft: 'De verdediging van het boek is het boek zelf.' "
Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 , Amsterdam/Antwerpen 2001 p.461
"Mijn werk heeft voor eerlijke, volgroeide mensen eigenlijk geen verdediging van buiten het werk van node. Ik wil terzake refereren aan de woorden van mijn illustere kollega, Wladimir Nabokov, die over zijn schitterende roman Lolita, door zowel de wit-gele als de rode clerus gelijkelijk als obsceen veroordeeld, gezegd heeft: 'De verdediging van het boek is het boek zelf.' "
Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 , Amsterdam/Antwerpen 2001 p.461
Abonneren op:
Posts (Atom)