vrijdag, augustus 27, 2004

Een ademtocht...

'Misschien ligt ergens in de komende etappe op weg naar het einde voor mij een waarachtig bestaan, waarin ik niets meer verwacht, en elke oppervlakkige genieting en illusie zal wegwerpen, en eindelijk waardig zal kunnen leven en sterven, God erend en liefhebbend, en me bij de zinledigheid van het bestaan neerleggend, maar wetend, dat ik in het werk, als ik met al mijn wanhoop en kracht probeer te schrijven, wellicht enkele ogenblikken een schaduw zal zien, een ademtocht zal voelen, een vaag, wegstervend geluid zal horen van hem die ik hoop eens in mijn leven, al is het maar enkele tientallen seconden, te mogen zien ' van aangezicht tot aangezicht'. Ik hoop, dat ik u niet treurig heb gemaakt, want ik houd van u allemaal, op mijn eigen, eenvoudige manier.'

Gerard Reve in: Op weg naar het einde Amsterdam 1966 p. 137

woensdag, augustus 25, 2004

Alles is uit Liefde ontstaan

"Alles is uit de Liefde ontstaan", begon ik Tweede Prijsdier uit te leggen. "Het is niet zo, dat de Liefde één van Gods atrributen is, maar de Liefde is God zelf. Toen er nog niets was, was reeds de Liefde. Uit haar is alles ontstaan, en niets is ontstaan dat niet uit haar ontstaan is. Als niets meer zal zijn, zal nog de Liefde zijn, want de Liefde, en God, dat zijn twee woorden voor één en hetzelfde, onderling vervangbaar, en identiek. Als je het opschrijft, staat het meteen op papier ook."

Gerard Reve, in Nader tot U Amsterdam 1966 p.85,86

zaterdag, augustus 21, 2004

'Talent hebben is een twijfelachtig voorrecht'

'Maar talent hebben is een twijfelachtig voorrecht. De medemens trapt je dan het liefste dood. Zolang je het nog niet geklaard hebt, en nog onder ligt, vinden ze je geweldig. Maar verkoop maar eens goed, en verdien maar eens, na een half of 3/4 of 4/5 leven van armoed, een paar centen: dát zullen ze je nooit vergeven.'

Gerard Reve in Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p.206

vrijdag, augustus 20, 2004

Uit de lengte of uit de breedte

'Het is wel eens niet zo leuk, als je dingen ziet die niemand anders schijnt op te merken, maar het is toch een voorrecht.
Het moet uit de lengte of uit de breedte.'

Gerard Reve, Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p. 100

donderdag, augustus 19, 2004

'Iemand ergens een kaars voor je laten ontsteken
is een heel oud en eerbiedwaardig gebruik'.




'Iemand ergens een kaars voor je laten ontsteken is een heel oud en eerbiedwaardig gebruik. Het heeft een geweldig effekt. Maar geen mens meer, die dat weet. Al deze gebruiken worden niet of nauwelijks meer onderhouden en voor de altaren van de Waarheid doven, overal ter wereld, de lampen, die volgens allerlei geloftes, in eeuwigheid brandend zouden moeten worden gehouden.'

Gerard Reve, Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p. 100

maandag, augustus 16, 2004

'Dat is het revisme'

'Mijn liefde heeft te maken met macht, verering, onderwerping, angst, zowel als een diep, koortsig verlangen jou te horen hijgen bij het stoeien met een klein liefdesdier. Misschien denk je dat je mij daardoor zoudt kunnen verliezen,maar het tegendeel is waar. Dat is het revisme, dat je toch uit mijn boeken moet kennen.'

Gerard Reve, in Brieven aan Matroos Vosch 1975-1992 Amsterdam/Antwerpen 1997 p.226

zondag, augustus 15, 2004

In de stilte van de nacht

'In de stilte van de nacht. Uit de diepten. Nadat hij 9 dagen aan één stuk door gedronken had, maar je kon niets aan hem zien. Een zang, terwijl hij naar de duisternis ging. Voor de orkestmeester. Een nachtlied. Een lied van overgave, want op U wacht ik, Eeuwige, en op U alleen.

Gerad Kornelis van het Reve, Nader tot U, Amsterdam 1966 p.87

vrijdag, augustus 13, 2004

Wandelen (2)

'Wandelen is -en hier ligt de sleutel tot elk waardeoordeel 'als zodanig'- Vrijwillige beweging, terwijl reizen Gedwongen, of liever gezegd Noodzakelijke Verplaatsing is - als ik hiermede één en ander nog niet afdoende duidelijk heb gemaakt, heeft het ook geen zin om nog verdere moeite tot uitleg te doen.'

Gerard Kornelis van het Reve in Op Weg naar het Einde Amsterdam 1966 p. 99, 100

donderdag, augustus 12, 2004

Wandelen 1

'Wandelen is wel Beweging, maar niet Verplaatsing in de strikte zin des woords, ook al begeeft men zich -en dit is, ik geef het graag toe, zeker bedrieglijk- ogenschijnlijk van de ene plek naar de andere.'

Gerard Kornelis van het Reve in Op Weg naar het Einde Amsterdam 1966 p.99

woensdag, augustus 11, 2004

'Waar of niet'?

'Als je leeft, dan neem je risikoos, waar of niet;
maar je hoeft heus niet bang te zijn.'

Gerard Reve in Op Weg naar het Einde Amsterdam 1966 p. 81

dinsdag, augustus 10, 2004

'Ieder verhaal heeft een vervolg'(2)

'Van de dag af, dat ik begon te schrijven, heeft dit besef mij steeds met ontzetting vervuld, en dikwijls verlamd: in te moeten zien, dat geen door enig mensenkind verteld of neergeschreven verhaal ooit iets anders kan zijn dan de bloedig uit de regenworm gespitte middenmoot, of de afgeknotte zuil op het duur en lelijk graf -van boven moedwillig afgebroken, van onderen zich slechts tot enkele decimeters onder het aardoppervlak voortzettend: versteende kokon, waar nooit meer iets uitkruipt.'

Gerard Reve in Verzameld werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.413

maandag, augustus 09, 2004

'Ieder verhaal heeft een vervolg....' (1)

'Ieder verhaal heeft een vervolg, waarop weer, in eindeloze voortzetting, ontelbare naspelen elkaar moeten blijven opvolgen, en ook heeft het een voorgeschiedenis, waaraan een oneindige keten van voorspelen moet zijn voorafgegaan.'

Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6, Amsterdam/Antwerpen 2001 p.413

zondag, augustus 08, 2004

'Niet anders..dan zichelf te openen voor God'

'Mij staat een religie voor ogen, waarvan de belijder niet anders zal beogen dan zichzelf te openen voor God, inplaats van God te willen bemachtigen en dienstbaar te willen maken aan de vervulling van infantiele begeerten; een geloof, dat misschien eens zal mogen heersen, en waarin de mens de moed zal vinden zijn Godsbegrip los te maken van elke hoop en elke verwachting van welk heil dan ook; een geloof dat de noodzaak van de Dood zal willen inzien, en begrippen als verlossing en Eeuwig Leven niet zal interpreteren als een zich na de Dood voortzettend, altijddurend heden.'

Gerard Reve in Verzameld Werk, deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p. 380
uit: 'Bij mijn intrede in de Rooms Katholieke Kerk' in Tirade, juli-augustus 1966

zondag, augustus 01, 2004

'Over een paar uur vertrekt het schip'

'Over een paar uur vertrekt het schip, en het is mij zeer droefgeestig te moede......
In ieder geval heb ik mij nog nooit in mijn leven met enig ander wezen verwant gevoeld. Waarschijnlijk is het beter, dat ik van nu af aan in afzondering leef, dat is een draaglijker soort eenzaamheid dan die, ondergaan in het gezelschap van de ander.'

Gerard Kornelis van het Reve in Op Weg naar het Einde, Amsterdam 1966 p.134

zondag, juli 18, 2004

"Het koor zingt en de muziek ruist als een zee"

'De Waarheid is dubbelzinnig, dat begin ik nu zeer goed in te zien. We gaan naar de Kerk, en vragen de Grote Godin: "Wanneer?" En Zij glimlacht schier onmerkbaar met Haar zeer schone gelaat en Zij antwoordt: "Eens..." En wij weten niet of dat woord betrekking heeft op het sprookje uit het verleden of het luchtspiegelbeeld in de glazen piskijkersbol van de toekomst. Was het reeds, of zal het zijn? De kaarsen branden, de wierook stijgt op, het koor zingt en de muziek ruist als een zee, en wij weten slechts, dat het antwoord, en de muziek, en het koor, schoon zijn. Mooi is het, vind je niet, het volle leven, wat jij kunstbroeder? '

Gerard Reve, Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p. 125

zaterdag, juli 17, 2004

Waar het om gaat
 
'Weet je wat ik dacht -al dat principiële gelul over gevoelens, dat leidt tot niets. Waar het om gaat, tenminste op dit ogenblik, dat zijn praktiese dingen, ik bedoel die instelling, waarbij iedereen een concreet, gemeenschappelijk doel  voor ogen houdt, en dat doel is, volgens mij, een tot op zekere hoogte draaglijk, en menswaardig bestaan.
 
Gerard Reve in Brieven aan Wimie 1959-1963 Utrecht MCMLXXX p.132

woensdag, juli 14, 2004

'Dat kan nooit toevallig wezen: er moet een God zijn.'



“Wat is alles toch wonderlijk! Als je bijvoorbeeld nagaat, dat ijs precies bij 0 graden Celsius overgaat in water, en dat datzelfde water weer bij precies 100 graden kookt, geen graad meer of minder! Dat kan nooit toevallig wezen: er moet een God zijn.”

Gerard Reve in Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p.42

dinsdag, juli 13, 2004

De verzoening met het leven

'Je bent vóór en na Lourdes niet meer dezelfde mens. Het is de verzoening met het leven, met de Aarde, met het lichaam, met de sterflijkheid. Graf en schoot is het, die Grot, en je kunt de mensgrote kaarsen zien als Roeden of als kaarsen in een altijddurende sterfkamer, net naar wat je wilt: het kan vermoedelijk beide tegelijk, want alles wordt één in Lourdes.'

Gerard Reve in Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p.174

maandag, juli 12, 2004

'..alleen geleefd.. uit hoop hem te ontmoeten en hem aan te raken..'

'Het is heel zonderling, maar ik heb een zekere distantie gekregen van veel dingen, ik bedoel ik kan een aantal zaken niet meer belangrijk vinden, en wil alleen maar schrijven & dichten, aan de zee, in vrede, over dingen van vroeger, maar vooral over God, wat een schier onuitputtelijk onderwerp is. "Dit is nu al 's jongelings vierde gedicht over God, en steeds heeft hij nieuwe denkbeelden over dat onderwerp." Ik wil nog eens een ingrijpend gedicht schrijven als een getuigenis dat ik van alles gedaan heb, tijdvermorsing, stompzinnig genaai, ontucht op middagen, slechte daden jegens mensen, misleiding, bedrog en ontrouw, maar dat ik hem gezocht heb, anders niets en niemand, nooit, dat ik alleen geleefd heb uit hoop hem te ontmoeten en hem aan te raken en met hem mee te gaan, dat alles dwaasheid is en ijdelheid en stof en kaf en dat ik alleen maar naar hem verlang, hongerende en dorstende naar zijn Voltooiing. Nu ja.'

Gerard Reve in Brieven aan Wimie 1959-1963 Utrecht MCMLXXX p. 142

zondag, juli 11, 2004

'Ja, dat leven dus'

'Ja, dat leven dus: men behoort het leven monter en met een lied op de lippen tegemoet te treden, maar ik heb altijd de indruk gehad dat het leven mij achtervolgde, achternazat als het ware, en mij steeds sneller voor zich uit wilde voortjagen: "Opschieten jij! Hoe eerder het afgelopen is hoe beter."

Gerard Reve in Verzameld Werk Deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.670
 
Tweets van @Revetwalender