donderdag, mei 04, 2006

Gerard Reve en de dieren (7)
'Een vogel die eigenlijk een geveerde vlinder is'




"Wie van nabij de triomf wil zien van de over alle verstand en nut zegevierende Geest, bezoeke het kleine tropiese vogelhuis om daar, een paar decimeter van zijn gezicht, ongehinderd door tralies want door een vernuftig ontworpen lichtval gevangen houden, de kolibri in de lucht te zien stilstaan. Dan, en niet eerder, begrijpt men waarom dit dierken in het Engels humming bird heet. Een vogel die eigenlijk een geveerde vlinder is, zo teer, dat het aanpakken reeds de dood zou veroorzaken, en in gevangenschap slechts te houden, indien men bereid is er bananenvliegjes voor te kweken. Als men de ademstokkende, zilverpapieren kleuren van het rompje, dunner dan een kinderpinkje, en het licht gebogen, injectienaaldfijne snaveltje, ter tanking van misschien dauw, in de bloemkolk gestoken ziet, alles zo roerloos, dat alleen het neuriën van de onzichtbare vleugels verraadt dat het dier intussen vliegt en niet ergens op zit of hangt, dan beseft men, dat het goed en juist is dat dit wezentje bestaat, al kan men het niet begrijpen."

Gerard Kornelis van het Reve, in Op Weg Naar het Einde Amsterdam 1966 p.85. 86

Even een korte pauze wegens vakantie
E.H.

woensdag, mei 03, 2006

'Het zonnetje in huis'

"Helaas is het de waarheid, en de waarheid is niet altijd het zonnetje in huis."

Gerard Reve, in Het Boek van Violet en Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p. 224

dinsdag, mei 02, 2006

'Intussen: volhouden hoor!'

"Intussen: volhouden hoor!
Nog een klein eindje, en dan zijn we in de hemel."


Gerard Kornelis van het Reve in DeTaal der Liefde Amsterdam 1971 p.78

maandag, mei 01, 2006

'Waarheen'?

" We moeten voort, maar de vraag luidt: "Waarheen"? "

Gerard Kornelis van het Reve, in De Taal der Liefde Amsterdam 1971 p.40

zondag, april 30, 2006

'The ship, the ship, he sang'



‘He opened his mouth and let the shirt drop to the floor.
"I ‘m the prince", he said.
He took the banjo out of the suitcase and plucked the strings. They made short, dull tones, and he began singing under his breath.
"The ship, the ship", he sang."The ship isn’t going to sail".

Gerard Kornelis van het Reve in: The acrobat and other stories Amsterdam London 1956 p.153

zaterdag, april 29, 2006

Zou waarachtige liefde ooit vergeefs kunnen zijn?

'De liefde...,' sprak de Vorstin zachtjes voor zich heen als in een mijmering.
'Zij is immers het enige waarin ik geloof,' fluisterde ik.
Opnieuw was er een zwijgen.
'Wat denkt Uwe Genade?' begon ik te spreken. 'Zou echte liefde, zou waarachtige liefde ooit...vergeefs kunnen zijn...als ware zij nimmer geweest...'
'De liefde vergaat nimmermeer, Mijnheer'.
'Gelooft Uwe Genade dat?'
Het staat toch geschreven, Mijnheer..in eeuwigheid?
Twijfelt u daaraan?

Gerard Reve, Een Circusjongen, Amsterdam/Brussel MCMLXXXV p.142

vrijdag, april 28, 2006

'De Vorstin keek peinzend, in diepe aandacht'



'De Vorstin keek peinzend, in diepe aandacht. Buiten, in de paleistuin, had de invallende schemering zich wederom verdicht; een tedere schaduw was over alles in het vertrek nedergedaald, en de zachte, milde trekken van het gelaat van Hare Genade waren nog maar deels te onderscheiden. Het was, alsof de vallende schemer mij als het ware bevrijdde door mij onzichtbaar te maken, zodat ik vrijmoediger zou durven spreken, uit het diepst van mijn hart, zonder schaamte... Hoe moest ik Hare Genade het uitleggen, en samenvatten, mijn leven...Een soort acrobaat was ik, ja...het was waar...een trapeze-artiest en waaghals, mateloos bewonderd en aanbeden, maar ook fel benijd en gehaat...door tallozen...'

Gerard Reve, Een Circusjongen, Amsterdam/Brussel MCMLXXXV p.178,179

donderdag, april 27, 2006

Gerard Reve en de dieren (6)
'Een katholiek dier bij uitstek is de papegaai'




"Welnu: een katholiek dier bij uitstek is de papegaai. Op gezag van het handboek van Ripa is deze fraai gevederde mensenvriend door de R.K. Kerk leerstellig als katholieke vogel erkend, onder andere omdat het naast de mens het enige dier is dat Ave kan zeggen. Vandaar ook, dat die oergezellige kerk in de Kalverstraat te Amsterdam De Papegaai heet, waar alles nog in het Latijn gaat en de vernieuwers (lees: vernielers) geen poot aan de grond krijgen."

Gerard Reve in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.95

woensdag, april 26, 2006

Gerard Reve en de dieren (5)
'Bent U Wel Goed Voor Poes?'




'Vrijwel alle mensen, die er een kat op na houden, zullen u desgevraagd mededelen, dat zij dit doen omdat zij in de aanwezigheid van het dier behagen scheppen -ik laat hier het gebruik van een kat als muizen- en rattenvanger buiten beschouwing- en hun verklaring zal meestal hierop meerkomen, dat zij van het beest houden. Ik heb nog nooit iemand gesproken, die een kat hield en niet verzekerde op een of andere wijze aan zijn huisdier gehecht te zijn.'

Gerard Reve, in Verzameld werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.192

dinsdag, april 25, 2006

'Vlinder in de jeugd, larf op het eind'


Paul Cézanne, Man in a Room

Ik kon de boel van alle kanten bekijken. Hij moest eens een jonge god geweest zijn, maar hij was al een tijd bezig zwaarder te worden. Dat zwaarder worden gaf aan bepaalde achterste delen van zijn lichaam, onder het zwarte fluweel van een onmodieuze broek, een smartelijke luister. 'Vlinder in de jeugd, larf op het eind', viel mij in. Ik wilde hem troosten, maar hoe?

in: Gerard Reve in Roomse Heisa 1985, blz 28.

zondag, april 23, 2006

Gerard Reve en de dieren(3)
De vleermuis, een "luchtreptiel"




'Waar valt de vleermuis onder? Volgens mij is hij een luchtreptiel. Maman wil hem, zij het na veel aarzeling, voorlopig bij een soort vogels onderbrengen. Zij gaat van het behaviourisme uit, denk ik. De taal heeft ongehoorde verwarring gesticht: 'Vleermuis', 'walvis', 'mensaap', en dergelijke.
Is de vleermuis zeer vruchtbaar? Dat moet haast wel, als je dat diertje zo monter en onvermoeibaar door de lucht ziet zwalken zonder zich ooit te stoten. Vruchtbaarheid en aanpassing zijn volgens mij nauw verbonden. Ik bedoel: een weinig of matig vruchtbaar dier kan zich niet aanpassen'.

Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.72

zaterdag, april 22, 2006

Gerard Reve en de dieren (2)
een vlinder met twee slurven




'Gisteren zag ik in de tuin een grijze nachtachtige vlinder met twee slurven driftig de bloesems van Afrikaantjes van honig ledigen. Ik bedacht dat die vlinder om kwart vóór zes al van Drees zou trekken, en om veertien minuten voor tienen al naar Westerveld zou moeten.'

Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.70

vrijdag, april 21, 2006

Gerard Reve en de dieren(1)
De 'haardkrekel' en andere 'enge torren'




'Er zijn veel kleindieren. Tijger noemt alles een 'enge tor', die ik moet wegdoen of doodslaan. Er loopt af en toe een soort zwarte kraanwagen ter lengte van een lucifersdoosje door het gras, met grote tangen, maar het is geen schorpioen. Een ander dier, dat veel in onze bagage wil en dat door Tijger ook 'tor' wordt genoemd, is een niet vliegende, dikke pikzwarte krekel, die plechtig alle gemorste suiker opeet, als een insectoïde eekhoorntje, zich krabt, tsjilpt, zijn gebit schoonmaakt, en dan weer aan een volgend hoopje suiker begint. Er is wel één soort insect, dat mij bedenkingen geeft en dat, God zij dank, nogal klein is: een soort Delta of Vliegende Vleugel, een Concorde in het klein, met neuswiel en met bommenrek onder elke vleugel, alles met aluminumverf en oranje lak of menie afgewerkt. Met het blote oog zie je gelukkig niet alles tot in het uiterste detail, maar het is echt een insect voor een politiestaat.'

Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.18, 19

donderdag, april 20, 2006

"Nimmer was mijn heimwee naar U zo fel, en zo mateloos."




'Opnieuw dus: Uit de diepten. En alweer: nadat hij een zeer groot aantal dagen onafgebroken aan de kruik was geweest, nog steeds echter zonder dat je veel bizonders aan hem kon zien. Een zang ook, terwijl hij ferm bleef doorstappen in de richting van de Duisternis, en weer: voor de orkestmeester. Wederom: een Nachtlied. En meer dan ooit een lied van overgave, want nimmer was mijn heimwee naar U zo fel, en zo mateloos.'

Gerard Reve, Nader tot U Amsterdam 1966 p.91

woensdag, april 19, 2006

"Onsterfelijk en eeuwig"

'Wij zijn onsterfelijk en eeuwig, maar we hebben daar in ons leven weinig aan, behalve dat je het wat kalmer aan kunt doen dan iemand die denkt dat hij echt bestaat en daarom ook echt moet sterven.'

Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.78

Wim B.(Bergmans)was zaterdag één van de sprekers in de dienst van gebed, voorafgaand aan de begrafenis van Gerard Reve

dinsdag, april 18, 2006

"Warte nur, warte nur"



Voor de orkestmeester. Een herfstlied, of avondzang. Ik zou wel willen, dat deze brief vol zachtheid en tederheid kon zijn, met somtijds huiveringen van stilte en Aandacht, en geheel zonder gramschap jegens enig schepsel; ik zou willen dat hij een ieder die hem leest stil moge maken, en sommigen zelfs aan het schreien moge maken - want dat is het hoogste. Daar verlang en hoop ik naar terwijl ik aan het raam zit en naar buiten staar. Het is helder weer, en windstil, maar toch is het soms, of ik van verre en ijle, klagende stem hoor, als van de wind door de toppen van een duister naaldwoud. (Kom je gauw? Ja hoor, ik kom zo. Warte nur, warte nur.)

In Gerard Reve, Nader tot U, in Brief door tranen uitgewist Amsterdam 2001 p.41,42

maandag, april 17, 2006

'Het werkelijke probleem is de verlatenheid.'

'Verder ben ik niet tegen de dood, zoals veel domme mensen. Het werkelijke probleem is de verlatenheid. Alleen zijn is meestal nog te dragen, het zich verlaten weten nooit. Ik vroeg mij af hoe God Zich gevoelde, en of God ooit een mens of enig ander schepsel zoude verlaten. Maar ik liet die vragen wederom rusten, want ik had er geen verstand van.'

Gerard Reve in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p. 29

zondag, april 16, 2006

Dood en Leven


Foto E.H. 15-04-2006

Het huis van Gerard Reve en Joop Schafthuizen aan de Posthoornweg te Machelen aan de Leie op de dag van de begrafenis.

De luiken zijn gesloten en verwijzen naar de dood.
De magnolia staat in bloei als een verwijzing naar het leven.

Ik dacht kijk. Wat is in de natuur toch alles mooi gemaakt
(Denk maar aan al die sterren met hun lichtjaren.)


uit Een nieuw Paaslied in Verzamelde Gedichten Amsterdam 1987 p. 47
Zingende oceanen



Daar is in de wereld niets, mijn God,
dan de ruimten om ons,
dan de zingende oceanen,
dan de zonnen en 't gegons
der zwermen in den avond laat,
daar is niets dan wat hol gepraat
en mijn verlangen dat vecht naar U.


Richard Minne, in Drieluik, deel 3

Opgenomen als motto in Gerard Reve Verzamelde gedichten Amsterdam 1987

Dit gedicht stond op het bidprentje, dat werd uitgereikt tijdens de afscheidsdienst in de St Corneliuskerk in Machelen aan de Leie.



Zie voor een fotoimpressie van de begrafenis op mijn

Gerard Reve Weblog

zaterdag, april 15, 2006

Stille Zaterdag

 
Tweets van @Revetwalender