zondag, december 31, 2006

De Avonden (10)
Ik vind het heerlijk om te horen,’
‘je komt ervan in een goede stemming, vind ik.’




“Hij ging naar de huiskamer. Zijn vader lag op de divan te lezen. Hij deed de radio aan. Een orgel speelde een slepende melodie. Zijn moeder kwam binnen met een schaal oliebollen………..

Het orgelspel hield op. ‘met enkele variaties van Franck besloot Piet karwiel dit orgelconcert,’ zei de omroeper. ‘U hoort nu tot negen uur een nonstopprogramma van de Hawianmelodieën.’ ‘Zachter kan in het in ieder geval,’ zei zijn vader, stond op en dempte het geluid. ‘Dat is zoiets verkeerds,’ zei Frits, ‘dat doen ze overal. Er is iets op de radio; ze moeten iets anders doen, of ze voeren een gesprek. Dan zetten ze het zachter. Ik vind: je moet luisteren of niet. Als je luistert, moet je het flink laten spelen. Net als wanneer je het zelf in de zaal hoorde.’ ‘Ik druk me heel stom en slordig uit,’ dacht hij. ‘Ben je het niet daarmee eens, vader?’ vroeg hij.
‘Wat zei je?’ vroeg zijn vader. ‘Ik vind dat de radio een wonder van techniek is,’ zei Frits. Zijn vader zweeg……..

‘Hier is Hilversum Een, de Ensejervee,’ zei een andere stem. ‘Goedenavond, waarde luisteraars. Wij verbinden u met de kerk van de Opnieuw Gevormde Gemeente te Den Haag. Voorganger is dominee K.W.Twijgzang.’
Het toestel ruiste even. Een ogenblik was er geen enkel gerucht te horen. Daarop klonk een knappend geluid en opeens dreunde het psalmgezang van een volle kerk door de kamer. ‘Ik schrik me een beroerte,’ zei zijn moeder. ‘laten we daar even een eind aan maken,’ zei zijn vader.
‘Ik vind het heerlijk om te horen,’ zei Frits, ‘je komt ervan in een goede stemming, vind ik.’

Zie ook:
Het gebed van Frits voor zijn ouders op het weblog 'De Avonden'

Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.181,182,183

zaterdag, december 30, 2006

De Avonden 9
'Vrede. Vanavond is het vrede.'




"Een koor zette langzame zang in; op het doek verschenen de namen van de medewerkers. 'Dit is het heerlijkste,' dacht hij, 'de namen en de opsommingen. Het is begonnen, hoewel het eigenlijk nog beginnen moet.' 'Geestelijke negerliederen,' las hij achter de naam van het koor. De stemmen, die juist een snelle psalm zongen, namen in kracht toe. Frits kon de Amerikaanse psalmtekst niet volgen, maar verstond aan het eind van iedere zin; 'Ja, heer.' Ja, heer,' herhaalde hij bij zichzelf.....

Toen de film eindigde met luide, diepe koorzang, veegde hij snel met zijn jasmouw over zijn gezicht, wrong zich uit de rij en werkte zich snel naar buiten. 'Ik wil niemand spreken,' dacht hij. 'Vrede. Vanavond is het vrede.' Hij sloeg zijn jaskraag op, holde de hoek om en liep in gewone pas verder. 'Halleluja,' zei hij zacht."

Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.153, 154

vrijdag, december 29, 2006

De Avonden (8)
'Laat alleen het allerbeste doorkomen.'




" 'Er staan boterhammen voor je in het buffet,' zei zijn moeder. 'Dank je wel,' zei hij. Ze schakelde de radio in. 'Geen landbouw, geen veeteelt, geen slechte muziek, geen geoudehoer,' zei Frits. geen walsen van Strauss, geen illustratieve muziek. Laat alleen het allerbeste doorkomen. Toon, desnoods een gebrekkige, maar vooruitstrevende smaak.' 'Ik krijg er hoofdpijn bij,' dacht hij.
'Je bent niet aleen in huis,' zei ze. 'Je moet ook eens aan iemand anders denken. Het wordt tijd, dat je eens met anderen rekening houdt.' De radio was warm geworden en begon geluid te geven. 'Ik ben zo alleen en denk steeds aan jou,' zong een tenor. Zijn vader draaide de knop naar links, maar juist nog niet uit. Men kon horen, dat er gezongen werd, maar verder niets onderscheiden. 'Zo wordt het toestel gesmoord,' dacht Frits, kwam naderbij en zocht de schaal af. Tenslotte draaide hij de knop af."

Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.119

donderdag, december 28, 2006

De Avonden (7)
'Iedereen heeft zijn geschiedenis,' zei hij, 'maar het is zelden een belangrijke.'




" 'Het was nacht,' zei hij, 'stikdonkere nacht.' 'Ik kan natuurlijk de radio aanzetten,' dacht hij, 'maar of ik er verstandig aan doe, is de vraag.'
Hij schakelde het toestel in.
'U hoort de tweede romance van Schumann,' zei de omroepster. Frits wachtte en liet de rook van de sigaret langs zijn nagels strijken. 'Hoort, hoort,' dacht hij, toen de muziek begonnen was. Hij legde de sigaret op de zakpijp, hield de toppen van duim en ringvinger op de ooghoeken en haalde voorzichtig adem. 'Zo is het,' fluisterde hij..........

Een dame ging aan een vleugel zitten, die dicht bij hen stond. De pick-up hield op en de dansparen wachtten. 'Vooruit,' werd er geroepen. 'Dit is het cowboylied Sluit Me Niet Op,' zei Jaap, toen de pianiste begon. Hij maakte met hoofd en hals de bewegingen van een drinkende vogel. 'Toen ik klein was,' zei Frits, 'kon ik nooit tegen pianomuziek. Een mens is een gevoelig wezen.' Jaap was tegen Joosje aan gaan leunen en bewoog zich niet meer.
'Luister,' zei Frits tot Viktor en sloeg een arm om zijn schouder. 'Ben ik te ernstig?' 'Ernst op zijn tijd kan geen kwaad,' antwoordde Viktor.
'Geloof je, dat wetenschap wezenlijke betekenis heeft' vroeg Frits.
Viktor zweeg.
De pianiste begon een andere melodie. 'Die ken ik,' zei Frits, 'dat is Geef Mij Nog Vijf Minuten. Een verrukkelijke wijs.' Hij boog zich voorover en klopte met zijn vuisten de maat op zijn knieën. 'Iedereen heeft zijn geschiedenis,' zei hij, 'maar het is zelden een belangrijke.' "

Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.98, 111

woensdag, december 27, 2006

De Avonden (6)
'Frits kneep zich op de maat van de melodie in de linkerwang.'


" 'Als laatste plaat van dit verzoekplatenprogramma hoort u Grootvaders klok in de bewerking van Tulleman,' zei de radio, 'voor het personeel van de radiocentrale in Rotterdam en de heer en mevrouw Blijding in Hilversum.' Frits kneep zich op de maat van de melodie in de linkerwang. 'Ik moet goed alles overdenken,' dacht hij, 'ik moet eens goed kunnen nadenken.' "

Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.88,89

dinsdag, december 26, 2006

De Avonden (5)
'Nu ben ik gelukkig', zei hij hardop...'




"Om negen uur, toen het goed licht was geworden, werd hij wakker. 'De tweede dag van Christus is aangebroken,' dacht hij. 'Het is vrijwel zeker,' zei hij hardop, toen hij de hemel boven de huizen bekeek, 'dat het helder, droog weer wordt. Laat ik niet te lang blijven liggen.' ...

'Het lijkt wel.' zei hij zacht, de radio inschakelend en aan het raam tredend 'of de zon doorkomt.' U hoort thans de cantate voor de tweede kerstdag van Johan Sebastiaan Bach,' zei de omroeper. Frits stelde het toestel zuiver af, holde naar zijn slaapkamer, kwam met zijn shagdoos terug en rolde, op de divan gezeten, zo snel een sigaret, dat hij deze kon aansteken op het ogenblik, dat het onregelmatige geraas van het stemmen van de muziekinstrumenten had opgehouden. ' Nu ben ik gelukkig, ' zei hij hardop en grinnikte.
Het concert zette in met een voorspel van violen en trompetten*. 'Als er nu maar niet gebeld wordt,' dacht hij, ging voorover zitten en keek zijdelings, door de mika ruit, naar de vlammen en vonken.
Na de cantate volgden drie liederen voor sopraan, viool en orgel. Toen deze voorbij waren zei de omroeper: 'Tot kwart voor twaalf luistert u naar het Lunagezelschap."

* Bach Weinachtsoratorium cantate II Sinfonia - Hirtenmusik

Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.67, 68, 69

maandag, december 25, 2006

De Avonden (4)
'De Zwervers gaan verder met Sensatie Nummer Een'


"De radio was warm geworden. 'De Zwervers gaan verder met Sensatie Nummer Een,' zei de omroeper. 'Tuut tuut te tuut tuut,' zei zijn moeder, toen het nummer begon, 'verschrikkelijk.'
'Je moet jazzmuziek proberen te volgen,' zei Frits. Hij zat op een stoel dichtbij het toestel. 'Kan dat gemier niet af?' vroeg zijn vader en richtte zich op. 'Nee,' zei Frits, 'je moet eens luisteren, dan zal je horen, dat het geen onsamenhangend lawaai is. Het orkest geeft het ritme aan, de saxofoon speelt de melodie en de improvisaties.'"

Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.62

zondag, december 24, 2006

De Avonden(3)
‘De korte pauze is geëindigd. U hoort de quickstep Dokter Jazz.’


“In de huiskamer zag hij licht branden. Zijn vader zat aan tafel. Zijn ogen waren rood, alsof er veel in gewreven was en er liep een vuile veeg over zijn rechterwang. Af en toe snoof hij zijn slijm op. ‘Kijk,’ zei hij, toen Frits aarzelend in de kamer bleef staan, ‘hier staat het.’ Hij wees op een plaats in een boek met een zwarte band, dat open voor hem op tafel lag. ‘De rechten van de graven van Egters dateren reeds van 1384,’ las Frits. ‘Waarmee heeft dat te maken?’ dacht hij. ‘Heel interessant,’ zei hij, ‘dat moet ik morgen eens lezen.’ ‘Dat is niet voldoende,’ dacht hij. ‘Ik zal het morgen eens diepgaand bestuderen,’ voegde hij eraan toe. De radio bleek ingeschakeld te staan, want opeens zei een stem: ‘De korte pauze is geëindigd. U hoort de quickstep Dokter Jazz.’
Frits verliet de kamer. ‘Ik moet mijn gedachten stopzetten,’ herhaalde hij telkens in zichzelf bij het tandenpoetsen en uitkleden. “

Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.50

zaterdag, december 23, 2006

De Avonden (2)
'Alles is te begrijpen, wanneer men er moeite toe doet.'




"Het programma werd voortgezet met een kort concert in drie delen. Toen dit was geëindigd, was het tien voor tien. Het volgende nummer was het Impromptu van Schubert. De tere, doordringende muziek steeg langzaam op.
'Drieëntwintig jaar ben ik nu,' dacht hij. 'Het eerste jaar, dat was in zevenendertig of in zesendertig?' Hij hield zijn linkeroor losjes vast. 'Het tweede jaar,' fluisterde hij, 'hoe was het? Hoe is het geweest? Is alles te begrijpen? Waarom is er toen niet een briefje verzonden? ' Hij sloot zijn ogen, die hij aldoor half dichtgeknepen had gehouden, geheel. De muziek bereikte een luid en snel gedeelte. 'Toch moet ik het nauwkeurig me kunnen herinneren en weten, waarom het zo was,' zei hij bij zichzelf. 'Alles is te begrijpen, wanneer men er moeite toe doet.'
De muziek eindigde. Hij stond op, liep nog tijdens het applaus de zaal uit, schoot zijn jas aan, holde de trap af en stond buiten. Stilstaand, hoorde hij violen stemmen. Hij spuugde op de grond en liep in een flinke pas naar huis. "

Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.35

vrijdag, december 22, 2006

De Avonden (1)
'Muziek, dat helpt. '



"Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de tweeëntwintigste december 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte. Hij keek op zijn lichtgevend horloge, dat aan een spijker hing. 'Kwart voor zes, 'mompelde hij, 'het is nog nacht. 'Hij wreef zich in zijn gezicht. 'Wat een ellendige droom,' dacht hij. 'waar ging het over?' Langzaam kon hij zich de inhoud te binnen brengen. Hij had gedroomd, dat de huiskamer vol bezoek was. 'Het wordt dit weekend goed weer,' zei iemand. Op hetzelfde ogenblik kwam een man met een bolhoed binnen. Niemand lette op hem en hij werd door niemand begroet, maar Frits bekeek hem scherp. Opeens viel de bezoeker met een zware bons op de grond.
'Was dat alles?' dacht hij. 'wat gebeurde er verder? Niets, geloof ik.' Hij sliep weer in. De droom ging voort, waar hij was opgehouden. De man lag, met de bolhoed over zijn gezicht gedrukt, in een zware doodskist, die in een hoek van de kamer op een lage tafel stond. 'Die tafel ken ik niet,' dacht hij, 'zou die geleend zijn?' Hij keek in de kist en zei luid: 'Daar zitten we in ieder geval morgen mee opgescheept.' 'Dat hoeft niet,' zei een man met een kaal hoofd, een rood gezicht en een bril, 'wedden, dat ik de begrafenis nog op vanmiddag twee uur geregeld kan krijgen?'
Hij werd opnieuw wakker. Het was twintig minuten over zes. 'Ik ben al uitgeslapen,' zei hij bij zichzelf, 'daarom word ik zo vroeg wakker. Ik heb nog een flink uur.'
Hij sluimerde langzaam in en trad voor de derde maal de huiskamer binnen. Er was niemand. Hij liep op de kist toe, keek erin en dacht: 'Hij is dood en begint te bederven.' Opeens was de gestalte bedekt met allerlei timmermanswerktuigen, die tot de rand van de kist lagen opgestapeld: hamers, grote boren, zagen, waterpassen, schaven, zakjes met spijker en tangen. Alleen de rechterhand van de dode stak er bovenuit.
'Er is geen mens,' dacht hij, 'in het hele huis is niemand; wat moet ik doen?
Muziek, dat helpt.' "

Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.5

woensdag, december 20, 2006

'Die zonderlinge wereld van licht en leven die wij toneel en drama noemen..'



"Wat er van haar geworden mag zijn, en waar zij zich ter wereld bevinde, als zij nog leeft: mogen Gods genade en liefde haar pad verlichten; en zo zij niet meer in dit leven is: mogen haar dan, uit die zonderlinge wereld van licht en leven die wij toneel en drama noemen, de engelen geleiden naar het eeuwig Licht, en tot het eeuwig Leven."

Gerard Reve, Oud en Eenzaam Amsterdam/Brussel MCMLXXXVIII p.122
(slot van de Jane Raleigh-episode hfst 5 t/m 13)

maandag, december 18, 2006

Als een zoeken op de tast...

"Ik weet nog steeds niet, hoe alles gekomen is. Als ik terugdenk aan het verleden, dan moet ik vaststellen dat mijn leven zich altijd min of meer blindelings heeft afgespeeld, als een zoeken op de tast, zonder systeem, waarbij ik mij in de bizarste situaatsies heb laten voeren."

Gerard Reve Oud en Eenzaam Amsterdam MCMlXXXIV p.42

zondag, december 17, 2006

'Morgen zal ik wederom wandelen. Cras ambulabo'



"De bok aan de overkant genoot volop, van het fraaie weder en van al die grappige vierkante dingen op wielen, die zo maar en voor niets voorbijgingen. Het leven was nog niet zo kwaad...Welneen, het was een vrolijke boel, een komedie...Of een tragedie? Betekende overigens het woord tragedie eigenlijk niet 'bokkenzang'? Ik had niet voor niets Voorbereidend Hoger Onderwijs genoten. De onvergetelijke woorden van mijn leraar Vreeken, op het gymnasium, vielen mij in, bij wie ik één vol schooljaar lang een 10 (tien) voor Latijn had gekregen, en die ons eens, op zijn eigen onnavolgbare wijze het nut van de studie der klassieke talen had uiteengezet. 'Als je van school afkomt' -het was de tijd van de Grote Crisis en de massale werkloosheid- dan kun je in het Latijn zeggen:"Ik wandel. Ambulo. Morgen zal ik wederom wandelen. Cras ambulabo."'

Gerard Reve Oud en Eenzaam Amsterdam MLXXXIV p.284,285 (slotregels)

zaterdag, december 16, 2006

'Nooit zou ik weten wie hij was..'



"Terwijl Teigetje ons nachtleger in volmaakte gereedheid aan het brengen was, zag ik al starend, de beperkingen van het bestaan van de kinderen der mensheid duidelijk voor me, en de gestalte van Thommy smolt nu samen met die van een donkerblonde jongen die ik, zeg maar zes of zeven maanden tevoren, een jaar of 16, 17 jaar oud, zo goed als zeker een Duitsertje, zonnebadend aan de luwe zijde, zo lang had staan beloeren tot ik er een droge keel van gekregen had. Nooit zou ik weten wie hij was, hoe hij heette, waar hij woonde en wat hij deed, want hij was natuurlijk, na zijn 12 of 15 dagen vakantsie, met zijn dikke ouders weer teruggekeerd naar Hamburg, of Bremen, of Oldenburg, waar hij, in tegenstelling tot Thommy stellig nog in leven was en bijvoorbeeld gewoon naar school ging, niet eens wetend wat een mooie jongen hij eigenlijk wel was, en voor eeuwig onvindbaar was geworden: toch stelde ik mij, terwijl ik nog steeds voor mij uitstaarde, voor dat ik hem nog één laatste maal zou mogen zien, nadat hij, bij het zwemmen verdronken en kort daarop aangespoeld door mij in de doodstille namiddag gevonden zou worden, waarop ik hem van zijn zilveren zwembroekje zou ontdoen om hem zeer lamngdurig te bezitten. Man, Vrouw, of Dode - de uitnemendheid van het een boven het ander was gene, want ze hadden enerlei adem."

Gerard Kornelis van het Reve, Nader tot U Amsterdam 1966 p. 77,78

donderdag, december 14, 2006

14 december 2006
Onthulling Gerard Reve monument



"In de lantaarn, aan de bankzijde, zijn drie luikjes aangebracht. Bij opening wordt achter elk een compartiment zichtbaar, van binnen verlicht als de lantaarn brandt. Deze tekst uit Nader tot U is te zien achter het bovenste luikje

foto © E.H. 14-12-2006
14 december 2006



Gerard Reve 14 december 1923-8 april 2006

Credo

Niets te verwachten, niets te hopen:
er rest mij niets dan duisternis en Dood.
Ik zie het, maar ik wankel niet: wie Gij ook zijt.
U heb ik lief, met heel mijn hart, met al mijn bloed.


Gerard Reve in Verzamelde Gedichten Amsterdam 1987 p.63

woensdag, december 13, 2006

'Als er zo een stilte geweest is, moet ik erover schrijven.'



"Ik ben, dat heb ik al eerder opgemerkt helemaal niet dol op het verleden, dat trouwens ook zonder korrespondentie en zonder gesprekken al vaak genoeg, en met verpletterende kracht komt opzetten: zoals een week of wat geleden, toen we bij Bullie van der K., in het naburige dorp P., op bezoek waren: een hele tijd lang zei niemand iets, en keek ik stil uit over het landschap dat daar zo leeg is dat er niet eens iemand in de verte, net als ik, ook aan een raam zou kunnen zitten, e.d., geen sprake van. Als er zo een stilte geweest is, moet ik erover schrijven, altijd weer, tot aan de Dood toe, dat weet ik nu, want het is niet anders."

Gerard Kornelis van het Reve in Nader tot U Amsterdam 1966 p. 63

dinsdag, december 12, 2006

‘Een huisje met uitzicht op het kerkhof’


Greonterp Huize Het Gras foto E.H. juli 2006

“Mijn kunstbroeder Remco C. vermeldt in weer een ander interview, dat ik ‘een huisje gekocht (heb) met uitzicht’ (lacht) ‘op een kerkhof. Dat klopt, maar onze nationale kronikeur zal toch niet bedoeld hebben, dat zijn kortelings betrokken villaatje in de –straat te Antwerpen nièt op een kerkhof uitkijkt? “Hoe houd je het uit,’ was zijn commentaar, toen ik hem de ligging van huize Algra uiteenzette. Ik moet zeggen dat ik het hier, in de stilte van de natuur, uitstekend kan uithouden (‘Ach niemand weet toch hoe prachtig dat kan zijn. Al die kleine miertjes, kevertjes en ratjes die over een miljoenenlaag mos met naalden kruipen. En die geur! Dat deed me altijd denken aan het badzout van de vrouw van de cafébaas.”

Gerard Kornelis van het Reve in Nader tot U Amsterdam 1966 p.22

maandag, december 11, 2006

‘Het moet zoiets als Genade zijn.’

“Er is zo eindeloos veel dat verklaard moet worden: waarom ik de enige was, die mij over de teksten van alle liedjes op school schaamde, en wel wilde schreeuwen van haat en verdriet en vernedering, maar, onmachtig, me beperkte tot een voorgewend meezingen, met geluidloze mondbewegingen. De dichter of schrijver (‘of allebei, of geen van beide’) Simon V. zegt in een interview dat hem kort geleden is afgenomen, dat ik een ‘gestoorde persoonlijkheid ben, maar ik moet dat in twijfel trekken. Het ligt anders, geloof ik. Nu ik hier op de spoordijk zit, op de zuidelijke rand ervan, dicht bij de rails en op achttien passen voorbij een rechtop in de grond gehamerd stuk spoorrail waarop een ijzeren bord met vrijwel onleesbaar opschrift misschien 31 7 vermeldt, besef ik opeens, terwijl ik naar de Geheime Schrijfsteen kijk, die ik op mijn 39ste verjaardag in Londen van het Loodgietend Prijsdier M. heb gekregen, en die helemaal met me mee is gereisd, eerst naar Lissabon, toen naar Algericas en Tanger en nu, via Amsterdam naar hier, dat het, wat Simon V. zich niet heeft gerealiseerd, waarschijnlijk allemaal komt, omdat ik een revist ben. De schrijver of dichter (‘of”ect) Simon V. is geen revist. Als je het niet bent, kan je het niet worden ook, geloof ik – het moet zoiets als Genade zijn.”

Gerard Kornelis van het Reve in Nader tot U Amsterdam 1966 p. 21,22

zondag, december 10, 2006

'O weemoed van een verloren jeugd..'



"Dan zal ik weten, wie de Soldaat was op wie ik, vier en dertig jaar geleden, verliefd was, en die misschien werkelijk bestaan heeft; wat de hoefsmederij betekent waarachter, in een keuken, onder het gepleisterd licht van een binnenplaatsje, een oude vrouw, dun als een stervende vogel een rode kool in tweeën snijdt; wie de jongen was, die de mondharmonika speelde en water uit de vaart dronk omdat hij dorst had en de sleutel niet had en niet bij de buren wou aanbellen, en daarna gestorven is; o, weemoed van een verloren jeugd die nooit geweest is, en die voor eeuwig stilstaat in de tijd."

Gerard Kornelis van het Reve in Nader tot U Amsterdam 1966 p.21
 
Tweets van @Revetwalender