'Wie begreep dat? Wie wilde dat lezen?'
"En dan die vermenging en ineenvloeiing van de lichamelijke en religieuze erotiek, een eenheid die ik niet gezocht en ook niet uitgevonden heb, maar waarvan ik moest getuigen. Waarom? Wie begreep dat? Wie wilde dat lezen?
Het zoude nog heel lang duren voordat ik ontdekte dat al dat verschrikkelijke wat ik schreef niets nieuws en niets origineels was, maar in een traditie rustte van vele eeuwen. Alles wat nieuw en origineel is, weet ik nu, is slecht en waardeloos."
Gerard Reve, in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.44
zaterdag, januari 13, 2007
woensdag, januari 10, 2007
dinsdag, januari 09, 2007
‘Heel groot is die zon, kunstbroeder.’

“Jaren geleden zat ik op het balkon van mijn Franse kasteel, dat ik door een oppassend leven en door eigen arbeid en vlijt heb verworven, en ik keek naar de zon.
Heel groot is die zon, kunstbroeder, en in het binnenste van die zon vinden atoomeksplosies plaats, die ik weet niet hoeveel tijd nodig hebben om de oppervlakte te bereiken. Binnen heersen temperaturen van miljoenen graden (Celsius). Toch heeft God de zon eigenhandig gemaakt. Ga er maar eens tegenaan staan.”
Gerard Reve in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.78
“Jaren geleden zat ik op het balkon van mijn Franse kasteel, dat ik door een oppassend leven en door eigen arbeid en vlijt heb verworven, en ik keek naar de zon.
Heel groot is die zon, kunstbroeder, en in het binnenste van die zon vinden atoomeksplosies plaats, die ik weet niet hoeveel tijd nodig hebben om de oppervlakte te bereiken. Binnen heersen temperaturen van miljoenen graden (Celsius). Toch heeft God de zon eigenhandig gemaakt. Ga er maar eens tegenaan staan.”
Gerard Reve in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.78
maandag, januari 08, 2007
'De wind in de boomtoppen zingt: 'Voorbij...Voorbij...
voor eeuwig...?'

"Mijn worsteling is nooit geweest om een inhoud te vinden: ik had veeleer een teveel op het hart dan te weinig. Neen, het is altijd de vorm geweest, waarmede ik worstelde, als dat de juiste uitdrukking is. Inhoud heb ik altijd volop gehad, maar het was te veel tegelijk dat zich aandiende, en bijna alles daarvan joeg mij angst aan. Was ik gek? Zoude iemand anders het kunnen begrijpen? De geur van een Jongen zijn kleren; de tover van diens lichtval op diens haar; uniformen; het ruisen der zee; het ondoordringbare Woud, waar de Meedogenloze Jongen woont, alleen met zijn iets oudere broertje dat een vrome houthakker is en iets vermoedt van mijn mateloos verlangen.
Troost is er nergens. De wind in de boomtoppen zingt: 'Voorbij...Voorbij...voor eeuwig...? 'En ik kan het woud nooit meer uit want de stukjes brood die ik achter mij gestrooid heb zijn alle door de vogeltjes opgegeten."
Gerard Reve in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.43,44
voor eeuwig...?'
"Mijn worsteling is nooit geweest om een inhoud te vinden: ik had veeleer een teveel op het hart dan te weinig. Neen, het is altijd de vorm geweest, waarmede ik worstelde, als dat de juiste uitdrukking is. Inhoud heb ik altijd volop gehad, maar het was te veel tegelijk dat zich aandiende, en bijna alles daarvan joeg mij angst aan. Was ik gek? Zoude iemand anders het kunnen begrijpen? De geur van een Jongen zijn kleren; de tover van diens lichtval op diens haar; uniformen; het ruisen der zee; het ondoordringbare Woud, waar de Meedogenloze Jongen woont, alleen met zijn iets oudere broertje dat een vrome houthakker is en iets vermoedt van mijn mateloos verlangen.
Troost is er nergens. De wind in de boomtoppen zingt: 'Voorbij...Voorbij...voor eeuwig...? 'En ik kan het woud nooit meer uit want de stukjes brood die ik achter mij gestrooid heb zijn alle door de vogeltjes opgegeten."
Gerard Reve in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.43,44
zondag, januari 07, 2007
‘Het lot is niet uitsluitend een beperking.
Het is ook: bevrijding.’
“Lang geleden kreeg ik een boek in handen, dat diepe indruk op mij maakte. Het jaar van de Genade was 1952 of 1953, het boek heette Homosexuality en de auteur West, wiens voornaam slechts door de initiaal H. aangegeven, als ik het wel heb.
......................
Ik denk nog vaak met dankbaarheid aan West zijn boek, al ben ik het kwijtgeraakt. Want, zo dacht ik, als mijn homo zijn een genetisch gegeven is waar ik noch iemand anders wat aan veranderen kan, dan heb ik mijzelve niets te verwijten, en ben ik slechts verantwoordelijk voor mijn daden.
Het lot is niet uitsluitend een beperking. Het is ook: bevrijding. (De gewilligen laten zich door het lot leiden, de onwilligen worden door het lot medegesleurd. Dat zegt Horatius, een beroemd Romeins dichter.)"
Gerard Reve in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p. 23, 26
Het is ook: bevrijding.’
“Lang geleden kreeg ik een boek in handen, dat diepe indruk op mij maakte. Het jaar van de Genade was 1952 of 1953, het boek heette Homosexuality en de auteur West, wiens voornaam slechts door de initiaal H. aangegeven, als ik het wel heb.
......................
Ik denk nog vaak met dankbaarheid aan West zijn boek, al ben ik het kwijtgeraakt. Want, zo dacht ik, als mijn homo zijn een genetisch gegeven is waar ik noch iemand anders wat aan veranderen kan, dan heb ik mijzelve niets te verwijten, en ben ik slechts verantwoordelijk voor mijn daden.
Het lot is niet uitsluitend een beperking. Het is ook: bevrijding. (De gewilligen laten zich door het lot leiden, de onwilligen worden door het lot medegesleurd. Dat zegt Horatius, een beroemd Romeins dichter.)"
Gerard Reve in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p. 23, 26
woensdag, januari 03, 2007
'Niet te geloven. Waar hebben we het aan verdiend.'
"Hiernaast is een christelijke school, met een meester-bijbelverteller, die geweldig schreeuwt, een half huizenblok ver. Hij loeit nu: EN JEZUS DIE GING DUS NAAR DIE TOLLENAAR TOE!!! HIJ KWAM BIJ DIE TOLLENAAR THUIS!!! EN DE MENSEN ZEIDEN NATUURLIIJK ALLEMAAL HOE KAN HIJ NAAR DIE MAN TOEGAAN!!! Soms wordt dit gebrul afgewisseld door hymnen, niet door de meester-bijbelverteller gezongen, maar door de klas. Per koeplet zakt dat jongkelige koor ongeveer een heel oktaaf, al heb ik geen verstand van muziek. Het zijn meest liederen over de Heer, dankbaarheid, en dat die Heer zich over ons onophoudelijk enorm kopzorg maakt. Niet te geloven. Waar hebben we het aan verdiend. Ik moet het schoolbestuur eens schrijven, dat ik die hymnen en psalmen zeer op prijs stel om te horen, maar dat ik het zo fijn zou vinden als ze eens het Ave Maria zongen van Schubert, of van Gounaud. Daar moeten toch eenvoudige zettingen van te krijgen zijn."
Gerard Kornelis van het Reve in: De Taal der Liefde, Amsterdam 1972 p.55, 56
"Hiernaast is een christelijke school, met een meester-bijbelverteller, die geweldig schreeuwt, een half huizenblok ver. Hij loeit nu: EN JEZUS DIE GING DUS NAAR DIE TOLLENAAR TOE!!! HIJ KWAM BIJ DIE TOLLENAAR THUIS!!! EN DE MENSEN ZEIDEN NATUURLIIJK ALLEMAAL HOE KAN HIJ NAAR DIE MAN TOEGAAN!!! Soms wordt dit gebrul afgewisseld door hymnen, niet door de meester-bijbelverteller gezongen, maar door de klas. Per koeplet zakt dat jongkelige koor ongeveer een heel oktaaf, al heb ik geen verstand van muziek. Het zijn meest liederen over de Heer, dankbaarheid, en dat die Heer zich over ons onophoudelijk enorm kopzorg maakt. Niet te geloven. Waar hebben we het aan verdiend. Ik moet het schoolbestuur eens schrijven, dat ik die hymnen en psalmen zeer op prijs stel om te horen, maar dat ik het zo fijn zou vinden als ze eens het Ave Maria zongen van Schubert, of van Gounaud. Daar moeten toch eenvoudige zettingen van te krijgen zijn."
Gerard Kornelis van het Reve in: De Taal der Liefde, Amsterdam 1972 p.55, 56
dinsdag, januari 02, 2007
'Een z-z-z-zonsondergang in een s-s-s-sneeuwlandschap.'

"Scheppend kunstenaar, dat valt niet mede. Ik sprak heel vroeger wel eens vader Klatser die aan een betere samenleving bouwt, als hij nog niet in zijn hese geschreeuw gestikt is, tenminste. Hij zei een keer tegen me: 'Weet jij, wat of heel moeilijk is om te schilderen?' 'Nee?' 'Een s-s-s-sneeuwlandschap. En weet je wat of ook heel erg moeilijk is om te schilderen? Een z-z-z-zonsondergang.' (Hij stotterde ook nog) 'En weet je, wat ik nou aan het schilderen ben?' (Sprakeloze stilte) 'Een z-z-z-zonsondergang in een s-s-s-sneeuwlandschap.' "
Gerard Kornelis van het Reve in: De Taal der Liefde, Amsterdam 1972 p.55
"Scheppend kunstenaar, dat valt niet mede. Ik sprak heel vroeger wel eens vader Klatser die aan een betere samenleving bouwt, als hij nog niet in zijn hese geschreeuw gestikt is, tenminste. Hij zei een keer tegen me: 'Weet jij, wat of heel moeilijk is om te schilderen?' 'Nee?' 'Een s-s-s-sneeuwlandschap. En weet je wat of ook heel erg moeilijk is om te schilderen? Een z-z-z-zonsondergang.' (Hij stotterde ook nog) 'En weet je, wat ik nou aan het schilderen ben?' (Sprakeloze stilte) 'Een z-z-z-zonsondergang in een s-s-s-sneeuwlandschap.' "
Gerard Kornelis van het Reve in: De Taal der Liefde, Amsterdam 1972 p.55
maandag, januari 01, 2007
'Een gelukkig nieuwjaar'
Ik wens alle lezers van deze Reve Kalender
een gelukkig nieuwjaar toe. E.H
" 'Zeven, acht, negen,' telde hij bij zichzelf. Langzaam vielen de tonen van het voorspel. Daarna was er twee tellen stilte. De slagen begonnen. Buiten gingen sirenes loeien. 'Een gelukkig nieuwjaar, jongen,' zei zijn moeder, zijn vader bij de hand vattend. 'Gelukkig nieuwjaar,' zei deze. Ze kusten elkaar. 'Een gelukkig nieuwjaar, moeder,' zei Frits, toen zijn ouders elkaar hadden losgelaten. Zijn moeder trok hem aan zijn arm naar zich toe en gaf hem een kus op zijn wang en een in zijn nek. 'Een gelukkig nieuwjaar,' zei ze. Hij zoende haar op de hoek van haar mond. Terwijl ze hem nog vasthield, stak hij zijn hand uit naar zijn vader. 'Een gelukkig nieuwjaar, vader,' zei hij. "Gelukkig nieuwjaar, mijn jongen,' zei de man en drukte hem krachtig de hand, de arm fors op en neer schuddend.
Zodra Frits los was, nam hij zijn glaasje op. Zijn ouders volgden zijn voorbeeld. Ze brachten ze bij elkaar, lieten ze voorzichtig botsen en dronken. 'Appelbessen,' dacht Frits. 'Het is voorbij.' Zijn ouders gingen zitten. De radio zette een mars in."
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.191
Ik wens alle lezers van deze Reve Kalender
een gelukkig nieuwjaar toe. E.H
" 'Zeven, acht, negen,' telde hij bij zichzelf. Langzaam vielen de tonen van het voorspel. Daarna was er twee tellen stilte. De slagen begonnen. Buiten gingen sirenes loeien. 'Een gelukkig nieuwjaar, jongen,' zei zijn moeder, zijn vader bij de hand vattend. 'Gelukkig nieuwjaar,' zei deze. Ze kusten elkaar. 'Een gelukkig nieuwjaar, moeder,' zei Frits, toen zijn ouders elkaar hadden losgelaten. Zijn moeder trok hem aan zijn arm naar zich toe en gaf hem een kus op zijn wang en een in zijn nek. 'Een gelukkig nieuwjaar,' zei ze. Hij zoende haar op de hoek van haar mond. Terwijl ze hem nog vasthield, stak hij zijn hand uit naar zijn vader. 'Een gelukkig nieuwjaar, vader,' zei hij. "Gelukkig nieuwjaar, mijn jongen,' zei de man en drukte hem krachtig de hand, de arm fors op en neer schuddend.
Zodra Frits los was, nam hij zijn glaasje op. Zijn ouders volgden zijn voorbeeld. Ze brachten ze bij elkaar, lieten ze voorzichtig botsen en dronken. 'Appelbessen,' dacht Frits. 'Het is voorbij.' Zijn ouders gingen zitten. De radio zette een mars in."
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.191
zondag, december 31, 2006
De Avonden (10)
Ik vind het heerlijk om te horen,’
‘je komt ervan in een goede stemming, vind ik.’

“Hij ging naar de huiskamer. Zijn vader lag op de divan te lezen. Hij deed de radio aan. Een orgel speelde een slepende melodie. Zijn moeder kwam binnen met een schaal oliebollen………..
Het orgelspel hield op. ‘met enkele variaties van Franck besloot Piet karwiel dit orgelconcert,’ zei de omroeper. ‘U hoort nu tot negen uur een nonstopprogramma van de Hawianmelodieën.’ ‘Zachter kan in het in ieder geval,’ zei zijn vader, stond op en dempte het geluid. ‘Dat is zoiets verkeerds,’ zei Frits, ‘dat doen ze overal. Er is iets op de radio; ze moeten iets anders doen, of ze voeren een gesprek. Dan zetten ze het zachter. Ik vind: je moet luisteren of niet. Als je luistert, moet je het flink laten spelen. Net als wanneer je het zelf in de zaal hoorde.’ ‘Ik druk me heel stom en slordig uit,’ dacht hij. ‘Ben je het niet daarmee eens, vader?’ vroeg hij.
‘Wat zei je?’ vroeg zijn vader. ‘Ik vind dat de radio een wonder van techniek is,’ zei Frits. Zijn vader zweeg……..
‘Hier is Hilversum Een, de Ensejervee,’ zei een andere stem. ‘Goedenavond, waarde luisteraars. Wij verbinden u met de kerk van de Opnieuw Gevormde Gemeente te Den Haag. Voorganger is dominee K.W.Twijgzang.’
Het toestel ruiste even. Een ogenblik was er geen enkel gerucht te horen. Daarop klonk een knappend geluid en opeens dreunde het psalmgezang van een volle kerk door de kamer. ‘Ik schrik me een beroerte,’ zei zijn moeder. ‘laten we daar even een eind aan maken,’ zei zijn vader.
‘Ik vind het heerlijk om te horen,’ zei Frits, ‘je komt ervan in een goede stemming, vind ik.’
Zie ook:
Het gebed van Frits voor zijn ouders op het weblog 'De Avonden'
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.181,182,183
Ik vind het heerlijk om te horen,’
‘je komt ervan in een goede stemming, vind ik.’
“Hij ging naar de huiskamer. Zijn vader lag op de divan te lezen. Hij deed de radio aan. Een orgel speelde een slepende melodie. Zijn moeder kwam binnen met een schaal oliebollen………..
Het orgelspel hield op. ‘met enkele variaties van Franck besloot Piet karwiel dit orgelconcert,’ zei de omroeper. ‘U hoort nu tot negen uur een nonstopprogramma van de Hawianmelodieën.’ ‘Zachter kan in het in ieder geval,’ zei zijn vader, stond op en dempte het geluid. ‘Dat is zoiets verkeerds,’ zei Frits, ‘dat doen ze overal. Er is iets op de radio; ze moeten iets anders doen, of ze voeren een gesprek. Dan zetten ze het zachter. Ik vind: je moet luisteren of niet. Als je luistert, moet je het flink laten spelen. Net als wanneer je het zelf in de zaal hoorde.’ ‘Ik druk me heel stom en slordig uit,’ dacht hij. ‘Ben je het niet daarmee eens, vader?’ vroeg hij.
‘Wat zei je?’ vroeg zijn vader. ‘Ik vind dat de radio een wonder van techniek is,’ zei Frits. Zijn vader zweeg……..
‘Hier is Hilversum Een, de Ensejervee,’ zei een andere stem. ‘Goedenavond, waarde luisteraars. Wij verbinden u met de kerk van de Opnieuw Gevormde Gemeente te Den Haag. Voorganger is dominee K.W.Twijgzang.’
Het toestel ruiste even. Een ogenblik was er geen enkel gerucht te horen. Daarop klonk een knappend geluid en opeens dreunde het psalmgezang van een volle kerk door de kamer. ‘Ik schrik me een beroerte,’ zei zijn moeder. ‘laten we daar even een eind aan maken,’ zei zijn vader.
‘Ik vind het heerlijk om te horen,’ zei Frits, ‘je komt ervan in een goede stemming, vind ik.’
Zie ook:
Het gebed van Frits voor zijn ouders op het weblog 'De Avonden'
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.181,182,183
zaterdag, december 30, 2006
De Avonden 9
'Vrede. Vanavond is het vrede.'

"Een koor zette langzame zang in; op het doek verschenen de namen van de medewerkers. 'Dit is het heerlijkste,' dacht hij, 'de namen en de opsommingen. Het is begonnen, hoewel het eigenlijk nog beginnen moet.' 'Geestelijke negerliederen,' las hij achter de naam van het koor. De stemmen, die juist een snelle psalm zongen, namen in kracht toe. Frits kon de Amerikaanse psalmtekst niet volgen, maar verstond aan het eind van iedere zin; 'Ja, heer.' Ja, heer,' herhaalde hij bij zichzelf.....
Toen de film eindigde met luide, diepe koorzang, veegde hij snel met zijn jasmouw over zijn gezicht, wrong zich uit de rij en werkte zich snel naar buiten. 'Ik wil niemand spreken,' dacht hij. 'Vrede. Vanavond is het vrede.' Hij sloeg zijn jaskraag op, holde de hoek om en liep in gewone pas verder. 'Halleluja,' zei hij zacht."
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.153, 154
'Vrede. Vanavond is het vrede.'
"Een koor zette langzame zang in; op het doek verschenen de namen van de medewerkers. 'Dit is het heerlijkste,' dacht hij, 'de namen en de opsommingen. Het is begonnen, hoewel het eigenlijk nog beginnen moet.' 'Geestelijke negerliederen,' las hij achter de naam van het koor. De stemmen, die juist een snelle psalm zongen, namen in kracht toe. Frits kon de Amerikaanse psalmtekst niet volgen, maar verstond aan het eind van iedere zin; 'Ja, heer.' Ja, heer,' herhaalde hij bij zichzelf.....
Toen de film eindigde met luide, diepe koorzang, veegde hij snel met zijn jasmouw over zijn gezicht, wrong zich uit de rij en werkte zich snel naar buiten. 'Ik wil niemand spreken,' dacht hij. 'Vrede. Vanavond is het vrede.' Hij sloeg zijn jaskraag op, holde de hoek om en liep in gewone pas verder. 'Halleluja,' zei hij zacht."
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.153, 154
vrijdag, december 29, 2006
De Avonden (8)
'Laat alleen het allerbeste doorkomen.'

" 'Er staan boterhammen voor je in het buffet,' zei zijn moeder. 'Dank je wel,' zei hij. Ze schakelde de radio in. 'Geen landbouw, geen veeteelt, geen slechte muziek, geen geoudehoer,' zei Frits. geen walsen van Strauss, geen illustratieve muziek. Laat alleen het allerbeste doorkomen. Toon, desnoods een gebrekkige, maar vooruitstrevende smaak.' 'Ik krijg er hoofdpijn bij,' dacht hij.
'Je bent niet aleen in huis,' zei ze. 'Je moet ook eens aan iemand anders denken. Het wordt tijd, dat je eens met anderen rekening houdt.' De radio was warm geworden en begon geluid te geven. 'Ik ben zo alleen en denk steeds aan jou,' zong een tenor. Zijn vader draaide de knop naar links, maar juist nog niet uit. Men kon horen, dat er gezongen werd, maar verder niets onderscheiden. 'Zo wordt het toestel gesmoord,' dacht Frits, kwam naderbij en zocht de schaal af. Tenslotte draaide hij de knop af."
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.119
'Laat alleen het allerbeste doorkomen.'
" 'Er staan boterhammen voor je in het buffet,' zei zijn moeder. 'Dank je wel,' zei hij. Ze schakelde de radio in. 'Geen landbouw, geen veeteelt, geen slechte muziek, geen geoudehoer,' zei Frits. geen walsen van Strauss, geen illustratieve muziek. Laat alleen het allerbeste doorkomen. Toon, desnoods een gebrekkige, maar vooruitstrevende smaak.' 'Ik krijg er hoofdpijn bij,' dacht hij.
'Je bent niet aleen in huis,' zei ze. 'Je moet ook eens aan iemand anders denken. Het wordt tijd, dat je eens met anderen rekening houdt.' De radio was warm geworden en begon geluid te geven. 'Ik ben zo alleen en denk steeds aan jou,' zong een tenor. Zijn vader draaide de knop naar links, maar juist nog niet uit. Men kon horen, dat er gezongen werd, maar verder niets onderscheiden. 'Zo wordt het toestel gesmoord,' dacht Frits, kwam naderbij en zocht de schaal af. Tenslotte draaide hij de knop af."
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.119
donderdag, december 28, 2006
De Avonden (7)
'Iedereen heeft zijn geschiedenis,' zei hij, 'maar het is zelden een belangrijke.'

" 'Het was nacht,' zei hij, 'stikdonkere nacht.' 'Ik kan natuurlijk de radio aanzetten,' dacht hij, 'maar of ik er verstandig aan doe, is de vraag.'
Hij schakelde het toestel in.
'U hoort de tweede romance van Schumann,' zei de omroepster. Frits wachtte en liet de rook van de sigaret langs zijn nagels strijken. 'Hoort, hoort,' dacht hij, toen de muziek begonnen was. Hij legde de sigaret op de zakpijp, hield de toppen van duim en ringvinger op de ooghoeken en haalde voorzichtig adem. 'Zo is het,' fluisterde hij..........
Een dame ging aan een vleugel zitten, die dicht bij hen stond. De pick-up hield op en de dansparen wachtten. 'Vooruit,' werd er geroepen. 'Dit is het cowboylied Sluit Me Niet Op,' zei Jaap, toen de pianiste begon. Hij maakte met hoofd en hals de bewegingen van een drinkende vogel. 'Toen ik klein was,' zei Frits, 'kon ik nooit tegen pianomuziek. Een mens is een gevoelig wezen.' Jaap was tegen Joosje aan gaan leunen en bewoog zich niet meer.
'Luister,' zei Frits tot Viktor en sloeg een arm om zijn schouder. 'Ben ik te ernstig?' 'Ernst op zijn tijd kan geen kwaad,' antwoordde Viktor.
'Geloof je, dat wetenschap wezenlijke betekenis heeft' vroeg Frits.
Viktor zweeg.
De pianiste begon een andere melodie. 'Die ken ik,' zei Frits, 'dat is Geef Mij Nog Vijf Minuten. Een verrukkelijke wijs.' Hij boog zich voorover en klopte met zijn vuisten de maat op zijn knieën. 'Iedereen heeft zijn geschiedenis,' zei hij, 'maar het is zelden een belangrijke.' "
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.98, 111
'Iedereen heeft zijn geschiedenis,' zei hij, 'maar het is zelden een belangrijke.'
" 'Het was nacht,' zei hij, 'stikdonkere nacht.' 'Ik kan natuurlijk de radio aanzetten,' dacht hij, 'maar of ik er verstandig aan doe, is de vraag.'
Hij schakelde het toestel in.
'U hoort de tweede romance van Schumann,' zei de omroepster. Frits wachtte en liet de rook van de sigaret langs zijn nagels strijken. 'Hoort, hoort,' dacht hij, toen de muziek begonnen was. Hij legde de sigaret op de zakpijp, hield de toppen van duim en ringvinger op de ooghoeken en haalde voorzichtig adem. 'Zo is het,' fluisterde hij..........
Een dame ging aan een vleugel zitten, die dicht bij hen stond. De pick-up hield op en de dansparen wachtten. 'Vooruit,' werd er geroepen. 'Dit is het cowboylied Sluit Me Niet Op,' zei Jaap, toen de pianiste begon. Hij maakte met hoofd en hals de bewegingen van een drinkende vogel. 'Toen ik klein was,' zei Frits, 'kon ik nooit tegen pianomuziek. Een mens is een gevoelig wezen.' Jaap was tegen Joosje aan gaan leunen en bewoog zich niet meer.
'Luister,' zei Frits tot Viktor en sloeg een arm om zijn schouder. 'Ben ik te ernstig?' 'Ernst op zijn tijd kan geen kwaad,' antwoordde Viktor.
'Geloof je, dat wetenschap wezenlijke betekenis heeft' vroeg Frits.
Viktor zweeg.
De pianiste begon een andere melodie. 'Die ken ik,' zei Frits, 'dat is Geef Mij Nog Vijf Minuten. Een verrukkelijke wijs.' Hij boog zich voorover en klopte met zijn vuisten de maat op zijn knieën. 'Iedereen heeft zijn geschiedenis,' zei hij, 'maar het is zelden een belangrijke.' "
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.98, 111
woensdag, december 27, 2006
De Avonden (6)
'Frits kneep zich op de maat van de melodie in de linkerwang.'
" 'Als laatste plaat van dit verzoekplatenprogramma hoort u Grootvaders klok in de bewerking van Tulleman,' zei de radio, 'voor het personeel van de radiocentrale in Rotterdam en de heer en mevrouw Blijding in Hilversum.' Frits kneep zich op de maat van de melodie in de linkerwang. 'Ik moet goed alles overdenken,' dacht hij, 'ik moet eens goed kunnen nadenken.' "
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.88,89
'Frits kneep zich op de maat van de melodie in de linkerwang.'
" 'Als laatste plaat van dit verzoekplatenprogramma hoort u Grootvaders klok in de bewerking van Tulleman,' zei de radio, 'voor het personeel van de radiocentrale in Rotterdam en de heer en mevrouw Blijding in Hilversum.' Frits kneep zich op de maat van de melodie in de linkerwang. 'Ik moet goed alles overdenken,' dacht hij, 'ik moet eens goed kunnen nadenken.' "
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.88,89
dinsdag, december 26, 2006
De Avonden (5)
'Nu ben ik gelukkig', zei hij hardop...'

"Om negen uur, toen het goed licht was geworden, werd hij wakker. 'De tweede dag van Christus is aangebroken,' dacht hij. 'Het is vrijwel zeker,' zei hij hardop, toen hij de hemel boven de huizen bekeek, 'dat het helder, droog weer wordt. Laat ik niet te lang blijven liggen.' ...
'Het lijkt wel.' zei hij zacht, de radio inschakelend en aan het raam tredend 'of de zon doorkomt.' U hoort thans de cantate voor de tweede kerstdag van Johan Sebastiaan Bach,' zei de omroeper. Frits stelde het toestel zuiver af, holde naar zijn slaapkamer, kwam met zijn shagdoos terug en rolde, op de divan gezeten, zo snel een sigaret, dat hij deze kon aansteken op het ogenblik, dat het onregelmatige geraas van het stemmen van de muziekinstrumenten had opgehouden. ' Nu ben ik gelukkig, ' zei hij hardop en grinnikte.
Het concert zette in met een voorspel van violen en trompetten*. 'Als er nu maar niet gebeld wordt,' dacht hij, ging voorover zitten en keek zijdelings, door de mika ruit, naar de vlammen en vonken.
Na de cantate volgden drie liederen voor sopraan, viool en orgel. Toen deze voorbij waren zei de omroeper: 'Tot kwart voor twaalf luistert u naar het Lunagezelschap."
* Bach Weinachtsoratorium cantate II Sinfonia - Hirtenmusik
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.67, 68, 69
'Nu ben ik gelukkig', zei hij hardop...'
"Om negen uur, toen het goed licht was geworden, werd hij wakker. 'De tweede dag van Christus is aangebroken,' dacht hij. 'Het is vrijwel zeker,' zei hij hardop, toen hij de hemel boven de huizen bekeek, 'dat het helder, droog weer wordt. Laat ik niet te lang blijven liggen.' ...
'Het lijkt wel.' zei hij zacht, de radio inschakelend en aan het raam tredend 'of de zon doorkomt.' U hoort thans de cantate voor de tweede kerstdag van Johan Sebastiaan Bach,' zei de omroeper. Frits stelde het toestel zuiver af, holde naar zijn slaapkamer, kwam met zijn shagdoos terug en rolde, op de divan gezeten, zo snel een sigaret, dat hij deze kon aansteken op het ogenblik, dat het onregelmatige geraas van het stemmen van de muziekinstrumenten had opgehouden. ' Nu ben ik gelukkig, ' zei hij hardop en grinnikte.
Het concert zette in met een voorspel van violen en trompetten*. 'Als er nu maar niet gebeld wordt,' dacht hij, ging voorover zitten en keek zijdelings, door de mika ruit, naar de vlammen en vonken.
Na de cantate volgden drie liederen voor sopraan, viool en orgel. Toen deze voorbij waren zei de omroeper: 'Tot kwart voor twaalf luistert u naar het Lunagezelschap."
* Bach Weinachtsoratorium cantate II Sinfonia - Hirtenmusik
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.67, 68, 69
maandag, december 25, 2006
De Avonden (4)
'De Zwervers gaan verder met Sensatie Nummer Een'
"De radio was warm geworden. 'De Zwervers gaan verder met Sensatie Nummer Een,' zei de omroeper. 'Tuut tuut te tuut tuut,' zei zijn moeder, toen het nummer begon, 'verschrikkelijk.'
'Je moet jazzmuziek proberen te volgen,' zei Frits. Hij zat op een stoel dichtbij het toestel. 'Kan dat gemier niet af?' vroeg zijn vader en richtte zich op. 'Nee,' zei Frits, 'je moet eens luisteren, dan zal je horen, dat het geen onsamenhangend lawaai is. Het orkest geeft het ritme aan, de saxofoon speelt de melodie en de improvisaties.'"
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.62
'De Zwervers gaan verder met Sensatie Nummer Een'
"De radio was warm geworden. 'De Zwervers gaan verder met Sensatie Nummer Een,' zei de omroeper. 'Tuut tuut te tuut tuut,' zei zijn moeder, toen het nummer begon, 'verschrikkelijk.'
'Je moet jazzmuziek proberen te volgen,' zei Frits. Hij zat op een stoel dichtbij het toestel. 'Kan dat gemier niet af?' vroeg zijn vader en richtte zich op. 'Nee,' zei Frits, 'je moet eens luisteren, dan zal je horen, dat het geen onsamenhangend lawaai is. Het orkest geeft het ritme aan, de saxofoon speelt de melodie en de improvisaties.'"
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.62
zondag, december 24, 2006
De Avonden(3)
‘De korte pauze is geëindigd. U hoort de quickstep Dokter Jazz.’
“In de huiskamer zag hij licht branden. Zijn vader zat aan tafel. Zijn ogen waren rood, alsof er veel in gewreven was en er liep een vuile veeg over zijn rechterwang. Af en toe snoof hij zijn slijm op. ‘Kijk,’ zei hij, toen Frits aarzelend in de kamer bleef staan, ‘hier staat het.’ Hij wees op een plaats in een boek met een zwarte band, dat open voor hem op tafel lag. ‘De rechten van de graven van Egters dateren reeds van 1384,’ las Frits. ‘Waarmee heeft dat te maken?’ dacht hij. ‘Heel interessant,’ zei hij, ‘dat moet ik morgen eens lezen.’ ‘Dat is niet voldoende,’ dacht hij. ‘Ik zal het morgen eens diepgaand bestuderen,’ voegde hij eraan toe. De radio bleek ingeschakeld te staan, want opeens zei een stem: ‘De korte pauze is geëindigd. U hoort de quickstep Dokter Jazz.’
Frits verliet de kamer. ‘Ik moet mijn gedachten stopzetten,’ herhaalde hij telkens in zichzelf bij het tandenpoetsen en uitkleden. “
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.50
‘De korte pauze is geëindigd. U hoort de quickstep Dokter Jazz.’
“In de huiskamer zag hij licht branden. Zijn vader zat aan tafel. Zijn ogen waren rood, alsof er veel in gewreven was en er liep een vuile veeg over zijn rechterwang. Af en toe snoof hij zijn slijm op. ‘Kijk,’ zei hij, toen Frits aarzelend in de kamer bleef staan, ‘hier staat het.’ Hij wees op een plaats in een boek met een zwarte band, dat open voor hem op tafel lag. ‘De rechten van de graven van Egters dateren reeds van 1384,’ las Frits. ‘Waarmee heeft dat te maken?’ dacht hij. ‘Heel interessant,’ zei hij, ‘dat moet ik morgen eens lezen.’ ‘Dat is niet voldoende,’ dacht hij. ‘Ik zal het morgen eens diepgaand bestuderen,’ voegde hij eraan toe. De radio bleek ingeschakeld te staan, want opeens zei een stem: ‘De korte pauze is geëindigd. U hoort de quickstep Dokter Jazz.’
Frits verliet de kamer. ‘Ik moet mijn gedachten stopzetten,’ herhaalde hij telkens in zichzelf bij het tandenpoetsen en uitkleden. “
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.50
zaterdag, december 23, 2006
De Avonden (2)
'Alles is te begrijpen, wanneer men er moeite toe doet.'

"Het programma werd voortgezet met een kort concert in drie delen. Toen dit was geëindigd, was het tien voor tien. Het volgende nummer was het Impromptu van Schubert. De tere, doordringende muziek steeg langzaam op.
'Drieëntwintig jaar ben ik nu,' dacht hij. 'Het eerste jaar, dat was in zevenendertig of in zesendertig?' Hij hield zijn linkeroor losjes vast. 'Het tweede jaar,' fluisterde hij, 'hoe was het? Hoe is het geweest? Is alles te begrijpen? Waarom is er toen niet een briefje verzonden? ' Hij sloot zijn ogen, die hij aldoor half dichtgeknepen had gehouden, geheel. De muziek bereikte een luid en snel gedeelte. 'Toch moet ik het nauwkeurig me kunnen herinneren en weten, waarom het zo was,' zei hij bij zichzelf. 'Alles is te begrijpen, wanneer men er moeite toe doet.'
De muziek eindigde. Hij stond op, liep nog tijdens het applaus de zaal uit, schoot zijn jas aan, holde de trap af en stond buiten. Stilstaand, hoorde hij violen stemmen. Hij spuugde op de grond en liep in een flinke pas naar huis. "
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.35
'Alles is te begrijpen, wanneer men er moeite toe doet.'
"Het programma werd voortgezet met een kort concert in drie delen. Toen dit was geëindigd, was het tien voor tien. Het volgende nummer was het Impromptu van Schubert. De tere, doordringende muziek steeg langzaam op.
'Drieëntwintig jaar ben ik nu,' dacht hij. 'Het eerste jaar, dat was in zevenendertig of in zesendertig?' Hij hield zijn linkeroor losjes vast. 'Het tweede jaar,' fluisterde hij, 'hoe was het? Hoe is het geweest? Is alles te begrijpen? Waarom is er toen niet een briefje verzonden? ' Hij sloot zijn ogen, die hij aldoor half dichtgeknepen had gehouden, geheel. De muziek bereikte een luid en snel gedeelte. 'Toch moet ik het nauwkeurig me kunnen herinneren en weten, waarom het zo was,' zei hij bij zichzelf. 'Alles is te begrijpen, wanneer men er moeite toe doet.'
De muziek eindigde. Hij stond op, liep nog tijdens het applaus de zaal uit, schoot zijn jas aan, holde de trap af en stond buiten. Stilstaand, hoorde hij violen stemmen. Hij spuugde op de grond en liep in een flinke pas naar huis. "
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.35
vrijdag, december 22, 2006
De Avonden (1)
'Muziek, dat helpt. '
"Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de tweeëntwintigste december 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte. Hij keek op zijn lichtgevend horloge, dat aan een spijker hing. 'Kwart voor zes, 'mompelde hij, 'het is nog nacht. 'Hij wreef zich in zijn gezicht. 'Wat een ellendige droom,' dacht hij. 'waar ging het over?' Langzaam kon hij zich de inhoud te binnen brengen. Hij had gedroomd, dat de huiskamer vol bezoek was. 'Het wordt dit weekend goed weer,' zei iemand. Op hetzelfde ogenblik kwam een man met een bolhoed binnen. Niemand lette op hem en hij werd door niemand begroet, maar Frits bekeek hem scherp. Opeens viel de bezoeker met een zware bons op de grond.
'Was dat alles?' dacht hij. 'wat gebeurde er verder? Niets, geloof ik.' Hij sliep weer in. De droom ging voort, waar hij was opgehouden. De man lag, met de bolhoed over zijn gezicht gedrukt, in een zware doodskist, die in een hoek van de kamer op een lage tafel stond. 'Die tafel ken ik niet,' dacht hij, 'zou die geleend zijn?' Hij keek in de kist en zei luid: 'Daar zitten we in ieder geval morgen mee opgescheept.' 'Dat hoeft niet,' zei een man met een kaal hoofd, een rood gezicht en een bril, 'wedden, dat ik de begrafenis nog op vanmiddag twee uur geregeld kan krijgen?'
Hij werd opnieuw wakker. Het was twintig minuten over zes. 'Ik ben al uitgeslapen,' zei hij bij zichzelf, 'daarom word ik zo vroeg wakker. Ik heb nog een flink uur.'
Hij sluimerde langzaam in en trad voor de derde maal de huiskamer binnen. Er was niemand. Hij liep op de kist toe, keek erin en dacht: 'Hij is dood en begint te bederven.' Opeens was de gestalte bedekt met allerlei timmermanswerktuigen, die tot de rand van de kist lagen opgestapeld: hamers, grote boren, zagen, waterpassen, schaven, zakjes met spijker en tangen. Alleen de rechterhand van de dode stak er bovenuit.
'Er is geen mens,' dacht hij, 'in het hele huis is niemand; wat moet ik doen?
Muziek, dat helpt.' "
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.5
'Muziek, dat helpt. '
"Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de tweeëntwintigste december 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte. Hij keek op zijn lichtgevend horloge, dat aan een spijker hing. 'Kwart voor zes, 'mompelde hij, 'het is nog nacht. 'Hij wreef zich in zijn gezicht. 'Wat een ellendige droom,' dacht hij. 'waar ging het over?' Langzaam kon hij zich de inhoud te binnen brengen. Hij had gedroomd, dat de huiskamer vol bezoek was. 'Het wordt dit weekend goed weer,' zei iemand. Op hetzelfde ogenblik kwam een man met een bolhoed binnen. Niemand lette op hem en hij werd door niemand begroet, maar Frits bekeek hem scherp. Opeens viel de bezoeker met een zware bons op de grond.
'Was dat alles?' dacht hij. 'wat gebeurde er verder? Niets, geloof ik.' Hij sliep weer in. De droom ging voort, waar hij was opgehouden. De man lag, met de bolhoed over zijn gezicht gedrukt, in een zware doodskist, die in een hoek van de kamer op een lage tafel stond. 'Die tafel ken ik niet,' dacht hij, 'zou die geleend zijn?' Hij keek in de kist en zei luid: 'Daar zitten we in ieder geval morgen mee opgescheept.' 'Dat hoeft niet,' zei een man met een kaal hoofd, een rood gezicht en een bril, 'wedden, dat ik de begrafenis nog op vanmiddag twee uur geregeld kan krijgen?'
Hij werd opnieuw wakker. Het was twintig minuten over zes. 'Ik ben al uitgeslapen,' zei hij bij zichzelf, 'daarom word ik zo vroeg wakker. Ik heb nog een flink uur.'
Hij sluimerde langzaam in en trad voor de derde maal de huiskamer binnen. Er was niemand. Hij liep op de kist toe, keek erin en dacht: 'Hij is dood en begint te bederven.' Opeens was de gestalte bedekt met allerlei timmermanswerktuigen, die tot de rand van de kist lagen opgestapeld: hamers, grote boren, zagen, waterpassen, schaven, zakjes met spijker en tangen. Alleen de rechterhand van de dode stak er bovenuit.
'Er is geen mens,' dacht hij, 'in het hele huis is niemand; wat moet ik doen?
Muziek, dat helpt.' "
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.5
woensdag, december 20, 2006
'Die zonderlinge wereld van licht en leven die wij toneel en drama noemen..'

"Wat er van haar geworden mag zijn, en waar zij zich ter wereld bevinde, als zij nog leeft: mogen Gods genade en liefde haar pad verlichten; en zo zij niet meer in dit leven is: mogen haar dan, uit die zonderlinge wereld van licht en leven die wij toneel en drama noemen, de engelen geleiden naar het eeuwig Licht, en tot het eeuwig Leven."
Gerard Reve, Oud en Eenzaam Amsterdam/Brussel MCMLXXXVIII p.122
(slot van de Jane Raleigh-episode hfst 5 t/m 13)
"Wat er van haar geworden mag zijn, en waar zij zich ter wereld bevinde, als zij nog leeft: mogen Gods genade en liefde haar pad verlichten; en zo zij niet meer in dit leven is: mogen haar dan, uit die zonderlinge wereld van licht en leven die wij toneel en drama noemen, de engelen geleiden naar het eeuwig Licht, en tot het eeuwig Leven."
Gerard Reve, Oud en Eenzaam Amsterdam/Brussel MCMLXXXVIII p.122
(slot van de Jane Raleigh-episode hfst 5 t/m 13)
maandag, december 18, 2006
Als een zoeken op de tast...
"Ik weet nog steeds niet, hoe alles gekomen is. Als ik terugdenk aan het verleden, dan moet ik vaststellen dat mijn leven zich altijd min of meer blindelings heeft afgespeeld, als een zoeken op de tast, zonder systeem, waarbij ik mij in de bizarste situaatsies heb laten voeren."
Gerard Reve Oud en Eenzaam Amsterdam MCMlXXXIV p.42
"Ik weet nog steeds niet, hoe alles gekomen is. Als ik terugdenk aan het verleden, dan moet ik vaststellen dat mijn leven zich altijd min of meer blindelings heeft afgespeeld, als een zoeken op de tast, zonder systeem, waarbij ik mij in de bizarste situaatsies heb laten voeren."
Gerard Reve Oud en Eenzaam Amsterdam MCMlXXXIV p.42
Abonneren op:
Posts (Atom)