Minuten-geluk
Ik zit, m'n benen bunglend, op de waterkant
En in een bootje hoor ik ginds een tango spelen;
Verdomd! Ik wist niet, dat er in dit land
Nog zoveel aards geluk viel weg te stelen.
In Terugkeer, Gedichten van Gerard K. van het Reve (1940)
zaterdag, februari 03, 2007
maandag, januari 29, 2007
‘Ik dacht aan de kans,… dat er op één zulk een ster net zulk een jongetje woonde als ik…’

Le Petit Prince
“Als de mensen je teleurstellen, kijk je vanzelf naar boven, dat zit erin, en het was heel begrijpelijk, dat je over God begon, ook al door de wijn. Maar het was wel een imposant schouwspel: ik jouw hand vasthouden onder dat vuurwerk van een uitspansel, terwijl ik je moed insprak. Als ik gedronken heb, word ik zwaarmoedig, en als ik niet gedronken heb, word ik soms erg aandachtig. Ik luisterde naar wat je zeide, zo goed als dat in mijn vermogen lag, maar mijn gedachten dwaalden ver weg, omhoog, die wereldruimte in.
Ik dacht aan de kans –nu ja, het was wel zeker- dat er op één zulk een ster net zulk een jongetje woonde als ik, dat net zo naar mij verlangde als ik naar hem, maar dat die eenzame lieverd, ook al zoude hij met een zaklantaren mij in morse zijn liefdesboodschap toezenden, mij nooit zoude bereiken omdat zijn signaal duizenden jaren nodig zoude hebben om de aarde te bereiken, door de traagheid van het licht.”
Gerard Reve in Zondagmorgen zonder zorgen ( Amsterdam/Antwerpen 1995 p.101
(in ‘Koop een Papegaai’, brief aan Rudi Kousbroek)
Le Petit Prince
“Als de mensen je teleurstellen, kijk je vanzelf naar boven, dat zit erin, en het was heel begrijpelijk, dat je over God begon, ook al door de wijn. Maar het was wel een imposant schouwspel: ik jouw hand vasthouden onder dat vuurwerk van een uitspansel, terwijl ik je moed insprak. Als ik gedronken heb, word ik zwaarmoedig, en als ik niet gedronken heb, word ik soms erg aandachtig. Ik luisterde naar wat je zeide, zo goed als dat in mijn vermogen lag, maar mijn gedachten dwaalden ver weg, omhoog, die wereldruimte in.
Ik dacht aan de kans –nu ja, het was wel zeker- dat er op één zulk een ster net zulk een jongetje woonde als ik, dat net zo naar mij verlangde als ik naar hem, maar dat die eenzame lieverd, ook al zoude hij met een zaklantaren mij in morse zijn liefdesboodschap toezenden, mij nooit zoude bereiken omdat zijn signaal duizenden jaren nodig zoude hebben om de aarde te bereiken, door de traagheid van het licht.”
Gerard Reve in Zondagmorgen zonder zorgen ( Amsterdam/Antwerpen 1995 p.101
(in ‘Koop een Papegaai’, brief aan Rudi Kousbroek)
donderdag, januari 25, 2007
Maria (2)
'Zij is bij ons, als het uur gekomen is...'
"Zij is bij ons, als het uur gekomen is, en houdt onze hand vast, en bidt voor ons. Wij sterven in Haar armen, hoe vind je dat? En hoe bang wordt het ons te moede, als wij uitsluitend zouden moeten vertrouwen op Zijn gerechtigheid en oordeel, zonder de beslissende tussenkomst van Haar, Die geen rechter is, Die niet oordeelt, Die nog nooit iemand heeft aangewezen, en aan Wie Hij niets kan weigeren? "
Gerard Reve, in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.73
'Zij is bij ons, als het uur gekomen is...'
"Zij is bij ons, als het uur gekomen is, en houdt onze hand vast, en bidt voor ons. Wij sterven in Haar armen, hoe vind je dat? En hoe bang wordt het ons te moede, als wij uitsluitend zouden moeten vertrouwen op Zijn gerechtigheid en oordeel, zonder de beslissende tussenkomst van Haar, Die geen rechter is, Die niet oordeelt, Die nog nooit iemand heeft aangewezen, en aan Wie Hij niets kan weigeren? "
Gerard Reve, in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.73
woensdag, januari 24, 2007
Maria (1)
'Maar wie helpt ons door de Dood heen, als het zover is?'

foto E.H. augustus 2007
"Wat mijn gevoelens van verering voor Maria (de moeder van God, zoals je weet) betreft, heb ik vaak getwijfeld of ik wel goed bij het hoofd was. Maar tijdens het laatste bedrijf van de diavertoning zag en hoorde ik tot mijn grote geruststelling, dat iemand vele malen gekker kan zijn dan ik, er gezond bij kan blijven, en ook nog hoofd van de R.K. Kerk worden ook. Terzake eerbetoon jegens Haar gaat deze stuurman van de boot van Petrus geen zee te hoog: dit en dat, van alles en nog wat wordt aan de lopende band aan Haar, Haar Allerzuiverste Hart, ect. opgedragen en gewijd en hij staat, geknield of gebogen, om de haverklap in gebed voor Haar schrijn of beeld.
Zo moet het ook, vind ik. Want wat haalt al Zijn verlossingswerk uit zonder Haar? Hij heeft de zonde overwonnen, jawel, maar wie helpt ons door die Dood heen, als het zover is?"
Gerard Reve, in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.72,73
'Maar wie helpt ons door de Dood heen, als het zover is?'
foto E.H. augustus 2007
"Wat mijn gevoelens van verering voor Maria (de moeder van God, zoals je weet) betreft, heb ik vaak getwijfeld of ik wel goed bij het hoofd was. Maar tijdens het laatste bedrijf van de diavertoning zag en hoorde ik tot mijn grote geruststelling, dat iemand vele malen gekker kan zijn dan ik, er gezond bij kan blijven, en ook nog hoofd van de R.K. Kerk worden ook. Terzake eerbetoon jegens Haar gaat deze stuurman van de boot van Petrus geen zee te hoog: dit en dat, van alles en nog wat wordt aan de lopende band aan Haar, Haar Allerzuiverste Hart, ect. opgedragen en gewijd en hij staat, geknield of gebogen, om de haverklap in gebed voor Haar schrijn of beeld.
Zo moet het ook, vind ik. Want wat haalt al Zijn verlossingswerk uit zonder Haar? Hij heeft de zonde overwonnen, jawel, maar wie helpt ons door die Dood heen, als het zover is?"
Gerard Reve, in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.72,73
dinsdag, januari 23, 2007
Geneesmiddelen
Je leest het nergens, zeker niet in een Nederlandse krant, maar knoop maar in je oor, dat zo goed als alle belangrijke geneesmiddelen van katholieke oorsprong zijn, net als het revisme, dat geheel op de katholieke geloofsleer kan worden gegrondvest.
Je kunt je misschien afvragen: waarom maakt hij zich zo druk over geneesmiddelen? Omdat gezondheid de grootste schat is. Daarom benijd ik artsen wel eens, omdat ze nooit ziek zijn, en als ze ziek zijn kunnen ze zichzelf beter maken zonder dat het iets kost.
Gerard Reve, in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.97
Je leest het nergens, zeker niet in een Nederlandse krant, maar knoop maar in je oor, dat zo goed als alle belangrijke geneesmiddelen van katholieke oorsprong zijn, net als het revisme, dat geheel op de katholieke geloofsleer kan worden gegrondvest.
Je kunt je misschien afvragen: waarom maakt hij zich zo druk over geneesmiddelen? Omdat gezondheid de grootste schat is. Daarom benijd ik artsen wel eens, omdat ze nooit ziek zijn, en als ze ziek zijn kunnen ze zichzelf beter maken zonder dat het iets kost.
Gerard Reve, in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.97
zaterdag, januari 20, 2007
woensdag, januari 17, 2007
'Mijn schrijven is altijd voorafgegaan en doortrokken geweest van angst...'
"Mijn schrijven is altijd voorafgegaan en doortrokken geweest van angst: de angst van niet begrepen en opgesloten te worden; de angst voor de waanzin; de angst voor de Liefde; de angst voor de Dood; de angst voor het leven.
'Ja, dat leven dus: men behoort het leven monter en met een lied op de lippen tegemoet te treden, maar ik heb altijd de indruk gehad dat het leven mij achtervolgde, achternazat als het ware, en mij steeds sneller voor zich uit wilde voortjagen: "Opschieten jij! Hoe eerder het afgelopen is hoe beter."
Gerard Reve, in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.46
"Mijn schrijven is altijd voorafgegaan en doortrokken geweest van angst: de angst van niet begrepen en opgesloten te worden; de angst voor de waanzin; de angst voor de Liefde; de angst voor de Dood; de angst voor het leven.
'Ja, dat leven dus: men behoort het leven monter en met een lied op de lippen tegemoet te treden, maar ik heb altijd de indruk gehad dat het leven mij achtervolgde, achternazat als het ware, en mij steeds sneller voor zich uit wilde voortjagen: "Opschieten jij! Hoe eerder het afgelopen is hoe beter."
Gerard Reve, in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.46
dinsdag, januari 16, 2007
'Overigens begrijp ik niet goed, wat je tegen God hebt...'

"Overigens begrijp ik niet goed, wat je tegen God hebt, zeker niet als je al die sterren met hun miljoenen lichtjaren bekijkt, want dat zijn het. Men kan zich niet voorstellen dat die boel eindig is, en evenmin dat die boel oneindig is, dus het zit altijd goed.
God schiep dat allemaal, vermoedelijk opdat Zijn majesteit zoude worden geopenbaard, maar dat moet ik navragen. En denk je eens in wat het gekost zoude hebben als jij dat allemaal zelf had willen maken!"
Gerard Reve, in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.101, 102 (brief aan Rudy Kousbroek)
"Overigens begrijp ik niet goed, wat je tegen God hebt, zeker niet als je al die sterren met hun miljoenen lichtjaren bekijkt, want dat zijn het. Men kan zich niet voorstellen dat die boel eindig is, en evenmin dat die boel oneindig is, dus het zit altijd goed.
God schiep dat allemaal, vermoedelijk opdat Zijn majesteit zoude worden geopenbaard, maar dat moet ik navragen. En denk je eens in wat het gekost zoude hebben als jij dat allemaal zelf had willen maken!"
Gerard Reve, in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.101, 102 (brief aan Rudy Kousbroek)
maandag, januari 15, 2007
'Ik tors drie lasten...'
"Ik tors drie lasten: ik ben homoseksueel, ik ben katholiek, en ik ben blank. Moet ik mij daarvoor schamen? Geenszins! (Goedkeurend gemompel.)
Homoseksueel ben ik bij geboorte, en rooms-katholiek ben ik door genade: aan geen van beide is dus ene moer meer te doen. En kan men mij verwijten dat ik blank ben? Ik zoude niet weten hoe. Ik schaam mij er niet voor dat ik blank ben, en ik houd het ook niet geheim: ik zoude dat niet eens willen. (Geroep: "Die man die heb gelijk!") "
Gerard Reve, in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.29
"Ik tors drie lasten: ik ben homoseksueel, ik ben katholiek, en ik ben blank. Moet ik mij daarvoor schamen? Geenszins! (Goedkeurend gemompel.)
Homoseksueel ben ik bij geboorte, en rooms-katholiek ben ik door genade: aan geen van beide is dus ene moer meer te doen. En kan men mij verwijten dat ik blank ben? Ik zoude niet weten hoe. Ik schaam mij er niet voor dat ik blank ben, en ik houd het ook niet geheim: ik zoude dat niet eens willen. (Geroep: "Die man die heb gelijk!") "
Gerard Reve, in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.29
zondag, januari 14, 2007
God in Friesland
Gij hebt Douwe Altena geschapen
En Sjoerd Brandsma,
En Abe Dooper.
Geloofd weze Uw Naam in alle Eeuwigheid.
Gerard Reve Geert van Oorschot Briefwisseling 1951-1987
Amsterdam eerste druk 2005 p.190
Vanmiddag 14.30 op Nederland 2 de documentaire:
Gerard Reve in Fryslân, deel 3 'Bijna Gelukkig'
Gij hebt Douwe Altena geschapen
En Sjoerd Brandsma,
En Abe Dooper.
Geloofd weze Uw Naam in alle Eeuwigheid.
Gerard Reve Geert van Oorschot Briefwisseling 1951-1987
Amsterdam eerste druk 2005 p.190
Vanmiddag 14.30 op Nederland 2 de documentaire:
Gerard Reve in Fryslân, deel 3 'Bijna Gelukkig'
zaterdag, januari 13, 2007
'Wie begreep dat? Wie wilde dat lezen?'
"En dan die vermenging en ineenvloeiing van de lichamelijke en religieuze erotiek, een eenheid die ik niet gezocht en ook niet uitgevonden heb, maar waarvan ik moest getuigen. Waarom? Wie begreep dat? Wie wilde dat lezen?
Het zoude nog heel lang duren voordat ik ontdekte dat al dat verschrikkelijke wat ik schreef niets nieuws en niets origineels was, maar in een traditie rustte van vele eeuwen. Alles wat nieuw en origineel is, weet ik nu, is slecht en waardeloos."
Gerard Reve, in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.44
"En dan die vermenging en ineenvloeiing van de lichamelijke en religieuze erotiek, een eenheid die ik niet gezocht en ook niet uitgevonden heb, maar waarvan ik moest getuigen. Waarom? Wie begreep dat? Wie wilde dat lezen?
Het zoude nog heel lang duren voordat ik ontdekte dat al dat verschrikkelijke wat ik schreef niets nieuws en niets origineels was, maar in een traditie rustte van vele eeuwen. Alles wat nieuw en origineel is, weet ik nu, is slecht en waardeloos."
Gerard Reve, in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.44
woensdag, januari 10, 2007
dinsdag, januari 09, 2007
‘Heel groot is die zon, kunstbroeder.’

“Jaren geleden zat ik op het balkon van mijn Franse kasteel, dat ik door een oppassend leven en door eigen arbeid en vlijt heb verworven, en ik keek naar de zon.
Heel groot is die zon, kunstbroeder, en in het binnenste van die zon vinden atoomeksplosies plaats, die ik weet niet hoeveel tijd nodig hebben om de oppervlakte te bereiken. Binnen heersen temperaturen van miljoenen graden (Celsius). Toch heeft God de zon eigenhandig gemaakt. Ga er maar eens tegenaan staan.”
Gerard Reve in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.78
“Jaren geleden zat ik op het balkon van mijn Franse kasteel, dat ik door een oppassend leven en door eigen arbeid en vlijt heb verworven, en ik keek naar de zon.
Heel groot is die zon, kunstbroeder, en in het binnenste van die zon vinden atoomeksplosies plaats, die ik weet niet hoeveel tijd nodig hebben om de oppervlakte te bereiken. Binnen heersen temperaturen van miljoenen graden (Celsius). Toch heeft God de zon eigenhandig gemaakt. Ga er maar eens tegenaan staan.”
Gerard Reve in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.78
maandag, januari 08, 2007
'De wind in de boomtoppen zingt: 'Voorbij...Voorbij...
voor eeuwig...?'

"Mijn worsteling is nooit geweest om een inhoud te vinden: ik had veeleer een teveel op het hart dan te weinig. Neen, het is altijd de vorm geweest, waarmede ik worstelde, als dat de juiste uitdrukking is. Inhoud heb ik altijd volop gehad, maar het was te veel tegelijk dat zich aandiende, en bijna alles daarvan joeg mij angst aan. Was ik gek? Zoude iemand anders het kunnen begrijpen? De geur van een Jongen zijn kleren; de tover van diens lichtval op diens haar; uniformen; het ruisen der zee; het ondoordringbare Woud, waar de Meedogenloze Jongen woont, alleen met zijn iets oudere broertje dat een vrome houthakker is en iets vermoedt van mijn mateloos verlangen.
Troost is er nergens. De wind in de boomtoppen zingt: 'Voorbij...Voorbij...voor eeuwig...? 'En ik kan het woud nooit meer uit want de stukjes brood die ik achter mij gestrooid heb zijn alle door de vogeltjes opgegeten."
Gerard Reve in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.43,44
voor eeuwig...?'
"Mijn worsteling is nooit geweest om een inhoud te vinden: ik had veeleer een teveel op het hart dan te weinig. Neen, het is altijd de vorm geweest, waarmede ik worstelde, als dat de juiste uitdrukking is. Inhoud heb ik altijd volop gehad, maar het was te veel tegelijk dat zich aandiende, en bijna alles daarvan joeg mij angst aan. Was ik gek? Zoude iemand anders het kunnen begrijpen? De geur van een Jongen zijn kleren; de tover van diens lichtval op diens haar; uniformen; het ruisen der zee; het ondoordringbare Woud, waar de Meedogenloze Jongen woont, alleen met zijn iets oudere broertje dat een vrome houthakker is en iets vermoedt van mijn mateloos verlangen.
Troost is er nergens. De wind in de boomtoppen zingt: 'Voorbij...Voorbij...voor eeuwig...? 'En ik kan het woud nooit meer uit want de stukjes brood die ik achter mij gestrooid heb zijn alle door de vogeltjes opgegeten."
Gerard Reve in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.43,44
zondag, januari 07, 2007
‘Het lot is niet uitsluitend een beperking.
Het is ook: bevrijding.’
“Lang geleden kreeg ik een boek in handen, dat diepe indruk op mij maakte. Het jaar van de Genade was 1952 of 1953, het boek heette Homosexuality en de auteur West, wiens voornaam slechts door de initiaal H. aangegeven, als ik het wel heb.
......................
Ik denk nog vaak met dankbaarheid aan West zijn boek, al ben ik het kwijtgeraakt. Want, zo dacht ik, als mijn homo zijn een genetisch gegeven is waar ik noch iemand anders wat aan veranderen kan, dan heb ik mijzelve niets te verwijten, en ben ik slechts verantwoordelijk voor mijn daden.
Het lot is niet uitsluitend een beperking. Het is ook: bevrijding. (De gewilligen laten zich door het lot leiden, de onwilligen worden door het lot medegesleurd. Dat zegt Horatius, een beroemd Romeins dichter.)"
Gerard Reve in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p. 23, 26
Het is ook: bevrijding.’
“Lang geleden kreeg ik een boek in handen, dat diepe indruk op mij maakte. Het jaar van de Genade was 1952 of 1953, het boek heette Homosexuality en de auteur West, wiens voornaam slechts door de initiaal H. aangegeven, als ik het wel heb.
......................
Ik denk nog vaak met dankbaarheid aan West zijn boek, al ben ik het kwijtgeraakt. Want, zo dacht ik, als mijn homo zijn een genetisch gegeven is waar ik noch iemand anders wat aan veranderen kan, dan heb ik mijzelve niets te verwijten, en ben ik slechts verantwoordelijk voor mijn daden.
Het lot is niet uitsluitend een beperking. Het is ook: bevrijding. (De gewilligen laten zich door het lot leiden, de onwilligen worden door het lot medegesleurd. Dat zegt Horatius, een beroemd Romeins dichter.)"
Gerard Reve in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p. 23, 26
woensdag, januari 03, 2007
'Niet te geloven. Waar hebben we het aan verdiend.'
"Hiernaast is een christelijke school, met een meester-bijbelverteller, die geweldig schreeuwt, een half huizenblok ver. Hij loeit nu: EN JEZUS DIE GING DUS NAAR DIE TOLLENAAR TOE!!! HIJ KWAM BIJ DIE TOLLENAAR THUIS!!! EN DE MENSEN ZEIDEN NATUURLIIJK ALLEMAAL HOE KAN HIJ NAAR DIE MAN TOEGAAN!!! Soms wordt dit gebrul afgewisseld door hymnen, niet door de meester-bijbelverteller gezongen, maar door de klas. Per koeplet zakt dat jongkelige koor ongeveer een heel oktaaf, al heb ik geen verstand van muziek. Het zijn meest liederen over de Heer, dankbaarheid, en dat die Heer zich over ons onophoudelijk enorm kopzorg maakt. Niet te geloven. Waar hebben we het aan verdiend. Ik moet het schoolbestuur eens schrijven, dat ik die hymnen en psalmen zeer op prijs stel om te horen, maar dat ik het zo fijn zou vinden als ze eens het Ave Maria zongen van Schubert, of van Gounaud. Daar moeten toch eenvoudige zettingen van te krijgen zijn."
Gerard Kornelis van het Reve in: De Taal der Liefde, Amsterdam 1972 p.55, 56
"Hiernaast is een christelijke school, met een meester-bijbelverteller, die geweldig schreeuwt, een half huizenblok ver. Hij loeit nu: EN JEZUS DIE GING DUS NAAR DIE TOLLENAAR TOE!!! HIJ KWAM BIJ DIE TOLLENAAR THUIS!!! EN DE MENSEN ZEIDEN NATUURLIIJK ALLEMAAL HOE KAN HIJ NAAR DIE MAN TOEGAAN!!! Soms wordt dit gebrul afgewisseld door hymnen, niet door de meester-bijbelverteller gezongen, maar door de klas. Per koeplet zakt dat jongkelige koor ongeveer een heel oktaaf, al heb ik geen verstand van muziek. Het zijn meest liederen over de Heer, dankbaarheid, en dat die Heer zich over ons onophoudelijk enorm kopzorg maakt. Niet te geloven. Waar hebben we het aan verdiend. Ik moet het schoolbestuur eens schrijven, dat ik die hymnen en psalmen zeer op prijs stel om te horen, maar dat ik het zo fijn zou vinden als ze eens het Ave Maria zongen van Schubert, of van Gounaud. Daar moeten toch eenvoudige zettingen van te krijgen zijn."
Gerard Kornelis van het Reve in: De Taal der Liefde, Amsterdam 1972 p.55, 56
dinsdag, januari 02, 2007
'Een z-z-z-zonsondergang in een s-s-s-sneeuwlandschap.'

"Scheppend kunstenaar, dat valt niet mede. Ik sprak heel vroeger wel eens vader Klatser die aan een betere samenleving bouwt, als hij nog niet in zijn hese geschreeuw gestikt is, tenminste. Hij zei een keer tegen me: 'Weet jij, wat of heel moeilijk is om te schilderen?' 'Nee?' 'Een s-s-s-sneeuwlandschap. En weet je wat of ook heel erg moeilijk is om te schilderen? Een z-z-z-zonsondergang.' (Hij stotterde ook nog) 'En weet je, wat ik nou aan het schilderen ben?' (Sprakeloze stilte) 'Een z-z-z-zonsondergang in een s-s-s-sneeuwlandschap.' "
Gerard Kornelis van het Reve in: De Taal der Liefde, Amsterdam 1972 p.55
"Scheppend kunstenaar, dat valt niet mede. Ik sprak heel vroeger wel eens vader Klatser die aan een betere samenleving bouwt, als hij nog niet in zijn hese geschreeuw gestikt is, tenminste. Hij zei een keer tegen me: 'Weet jij, wat of heel moeilijk is om te schilderen?' 'Nee?' 'Een s-s-s-sneeuwlandschap. En weet je wat of ook heel erg moeilijk is om te schilderen? Een z-z-z-zonsondergang.' (Hij stotterde ook nog) 'En weet je, wat ik nou aan het schilderen ben?' (Sprakeloze stilte) 'Een z-z-z-zonsondergang in een s-s-s-sneeuwlandschap.' "
Gerard Kornelis van het Reve in: De Taal der Liefde, Amsterdam 1972 p.55
maandag, januari 01, 2007
'Een gelukkig nieuwjaar'
Ik wens alle lezers van deze Reve Kalender
een gelukkig nieuwjaar toe. E.H
" 'Zeven, acht, negen,' telde hij bij zichzelf. Langzaam vielen de tonen van het voorspel. Daarna was er twee tellen stilte. De slagen begonnen. Buiten gingen sirenes loeien. 'Een gelukkig nieuwjaar, jongen,' zei zijn moeder, zijn vader bij de hand vattend. 'Gelukkig nieuwjaar,' zei deze. Ze kusten elkaar. 'Een gelukkig nieuwjaar, moeder,' zei Frits, toen zijn ouders elkaar hadden losgelaten. Zijn moeder trok hem aan zijn arm naar zich toe en gaf hem een kus op zijn wang en een in zijn nek. 'Een gelukkig nieuwjaar,' zei ze. Hij zoende haar op de hoek van haar mond. Terwijl ze hem nog vasthield, stak hij zijn hand uit naar zijn vader. 'Een gelukkig nieuwjaar, vader,' zei hij. "Gelukkig nieuwjaar, mijn jongen,' zei de man en drukte hem krachtig de hand, de arm fors op en neer schuddend.
Zodra Frits los was, nam hij zijn glaasje op. Zijn ouders volgden zijn voorbeeld. Ze brachten ze bij elkaar, lieten ze voorzichtig botsen en dronken. 'Appelbessen,' dacht Frits. 'Het is voorbij.' Zijn ouders gingen zitten. De radio zette een mars in."
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.191
Ik wens alle lezers van deze Reve Kalender
een gelukkig nieuwjaar toe. E.H
" 'Zeven, acht, negen,' telde hij bij zichzelf. Langzaam vielen de tonen van het voorspel. Daarna was er twee tellen stilte. De slagen begonnen. Buiten gingen sirenes loeien. 'Een gelukkig nieuwjaar, jongen,' zei zijn moeder, zijn vader bij de hand vattend. 'Gelukkig nieuwjaar,' zei deze. Ze kusten elkaar. 'Een gelukkig nieuwjaar, moeder,' zei Frits, toen zijn ouders elkaar hadden losgelaten. Zijn moeder trok hem aan zijn arm naar zich toe en gaf hem een kus op zijn wang en een in zijn nek. 'Een gelukkig nieuwjaar,' zei ze. Hij zoende haar op de hoek van haar mond. Terwijl ze hem nog vasthield, stak hij zijn hand uit naar zijn vader. 'Een gelukkig nieuwjaar, vader,' zei hij. "Gelukkig nieuwjaar, mijn jongen,' zei de man en drukte hem krachtig de hand, de arm fors op en neer schuddend.
Zodra Frits los was, nam hij zijn glaasje op. Zijn ouders volgden zijn voorbeeld. Ze brachten ze bij elkaar, lieten ze voorzichtig botsen en dronken. 'Appelbessen,' dacht Frits. 'Het is voorbij.' Zijn ouders gingen zitten. De radio zette een mars in."
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.191
zondag, december 31, 2006
De Avonden (10)
Ik vind het heerlijk om te horen,’
‘je komt ervan in een goede stemming, vind ik.’

“Hij ging naar de huiskamer. Zijn vader lag op de divan te lezen. Hij deed de radio aan. Een orgel speelde een slepende melodie. Zijn moeder kwam binnen met een schaal oliebollen………..
Het orgelspel hield op. ‘met enkele variaties van Franck besloot Piet karwiel dit orgelconcert,’ zei de omroeper. ‘U hoort nu tot negen uur een nonstopprogramma van de Hawianmelodieën.’ ‘Zachter kan in het in ieder geval,’ zei zijn vader, stond op en dempte het geluid. ‘Dat is zoiets verkeerds,’ zei Frits, ‘dat doen ze overal. Er is iets op de radio; ze moeten iets anders doen, of ze voeren een gesprek. Dan zetten ze het zachter. Ik vind: je moet luisteren of niet. Als je luistert, moet je het flink laten spelen. Net als wanneer je het zelf in de zaal hoorde.’ ‘Ik druk me heel stom en slordig uit,’ dacht hij. ‘Ben je het niet daarmee eens, vader?’ vroeg hij.
‘Wat zei je?’ vroeg zijn vader. ‘Ik vind dat de radio een wonder van techniek is,’ zei Frits. Zijn vader zweeg……..
‘Hier is Hilversum Een, de Ensejervee,’ zei een andere stem. ‘Goedenavond, waarde luisteraars. Wij verbinden u met de kerk van de Opnieuw Gevormde Gemeente te Den Haag. Voorganger is dominee K.W.Twijgzang.’
Het toestel ruiste even. Een ogenblik was er geen enkel gerucht te horen. Daarop klonk een knappend geluid en opeens dreunde het psalmgezang van een volle kerk door de kamer. ‘Ik schrik me een beroerte,’ zei zijn moeder. ‘laten we daar even een eind aan maken,’ zei zijn vader.
‘Ik vind het heerlijk om te horen,’ zei Frits, ‘je komt ervan in een goede stemming, vind ik.’
Zie ook:
Het gebed van Frits voor zijn ouders op het weblog 'De Avonden'
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.181,182,183
Ik vind het heerlijk om te horen,’
‘je komt ervan in een goede stemming, vind ik.’
“Hij ging naar de huiskamer. Zijn vader lag op de divan te lezen. Hij deed de radio aan. Een orgel speelde een slepende melodie. Zijn moeder kwam binnen met een schaal oliebollen………..
Het orgelspel hield op. ‘met enkele variaties van Franck besloot Piet karwiel dit orgelconcert,’ zei de omroeper. ‘U hoort nu tot negen uur een nonstopprogramma van de Hawianmelodieën.’ ‘Zachter kan in het in ieder geval,’ zei zijn vader, stond op en dempte het geluid. ‘Dat is zoiets verkeerds,’ zei Frits, ‘dat doen ze overal. Er is iets op de radio; ze moeten iets anders doen, of ze voeren een gesprek. Dan zetten ze het zachter. Ik vind: je moet luisteren of niet. Als je luistert, moet je het flink laten spelen. Net als wanneer je het zelf in de zaal hoorde.’ ‘Ik druk me heel stom en slordig uit,’ dacht hij. ‘Ben je het niet daarmee eens, vader?’ vroeg hij.
‘Wat zei je?’ vroeg zijn vader. ‘Ik vind dat de radio een wonder van techniek is,’ zei Frits. Zijn vader zweeg……..
‘Hier is Hilversum Een, de Ensejervee,’ zei een andere stem. ‘Goedenavond, waarde luisteraars. Wij verbinden u met de kerk van de Opnieuw Gevormde Gemeente te Den Haag. Voorganger is dominee K.W.Twijgzang.’
Het toestel ruiste even. Een ogenblik was er geen enkel gerucht te horen. Daarop klonk een knappend geluid en opeens dreunde het psalmgezang van een volle kerk door de kamer. ‘Ik schrik me een beroerte,’ zei zijn moeder. ‘laten we daar even een eind aan maken,’ zei zijn vader.
‘Ik vind het heerlijk om te horen,’ zei Frits, ‘je komt ervan in een goede stemming, vind ik.’
Zie ook:
Het gebed van Frits voor zijn ouders op het weblog 'De Avonden'
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.181,182,183
zaterdag, december 30, 2006
De Avonden 9
'Vrede. Vanavond is het vrede.'

"Een koor zette langzame zang in; op het doek verschenen de namen van de medewerkers. 'Dit is het heerlijkste,' dacht hij, 'de namen en de opsommingen. Het is begonnen, hoewel het eigenlijk nog beginnen moet.' 'Geestelijke negerliederen,' las hij achter de naam van het koor. De stemmen, die juist een snelle psalm zongen, namen in kracht toe. Frits kon de Amerikaanse psalmtekst niet volgen, maar verstond aan het eind van iedere zin; 'Ja, heer.' Ja, heer,' herhaalde hij bij zichzelf.....
Toen de film eindigde met luide, diepe koorzang, veegde hij snel met zijn jasmouw over zijn gezicht, wrong zich uit de rij en werkte zich snel naar buiten. 'Ik wil niemand spreken,' dacht hij. 'Vrede. Vanavond is het vrede.' Hij sloeg zijn jaskraag op, holde de hoek om en liep in gewone pas verder. 'Halleluja,' zei hij zacht."
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.153, 154
'Vrede. Vanavond is het vrede.'
"Een koor zette langzame zang in; op het doek verschenen de namen van de medewerkers. 'Dit is het heerlijkste,' dacht hij, 'de namen en de opsommingen. Het is begonnen, hoewel het eigenlijk nog beginnen moet.' 'Geestelijke negerliederen,' las hij achter de naam van het koor. De stemmen, die juist een snelle psalm zongen, namen in kracht toe. Frits kon de Amerikaanse psalmtekst niet volgen, maar verstond aan het eind van iedere zin; 'Ja, heer.' Ja, heer,' herhaalde hij bij zichzelf.....
Toen de film eindigde met luide, diepe koorzang, veegde hij snel met zijn jasmouw over zijn gezicht, wrong zich uit de rij en werkte zich snel naar buiten. 'Ik wil niemand spreken,' dacht hij. 'Vrede. Vanavond is het vrede.' Hij sloeg zijn jaskraag op, holde de hoek om en liep in gewone pas verder. 'Halleluja,' zei hij zacht."
Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.153, 154
Abonneren op:
Posts (Atom)