dinsdag, maart 06, 2007
"Alles opgeteld, ben ik toch wel goed gemutst. ik moet van wat doodsangst af, maar dat is een kwestie van tijd, denk ik. Als je veel ouder wordt, gaat de lol er wel af, en verlies je wel iets van die ziekelijke aanbidding van het leven, vermoed ik.
Wijzer word je niet, merk ik. Je ziet parallellen, patronen die zich herhalen, en daar leer je iets van. Maar verder blijf je even geil, naïef, verliefd enz. enz."
Gerard Reve in Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.53
woensdag, februari 28, 2007
Wat ik eigenlijk het moeilijkste in het hele menselijke bestaan vind, is de onmogelijkheid om met iemand ook maar een serieus gesprek te voeren over wat ik zou willen noemen De Uiteindelijke Dingen. Uren, en hele nachten wordt er over schijnproblemen gepraat, maar als je, voorzichtig, begint over de zin van het menselijk bestaan, of over welke precies de relatie van de mens tot God zou kunnen zijn, dan schrikt opeens iedereen, en valt er een onthutst en medelijdend zwijgen. Toch wil je, of liever gezegd, moet je er over praten. Een paar dagen geleden, op een diner bij vrienden in Colchester, deelde ik, helemaal uit mezelf, maar desgevraagd, mede, dat onze Verlosser glorieus herrezen is van de doden en het ons mogelijk heeft gemaakt te leven, alles met een vuurrood hoofd (ik bedoel niet van onze Verlosser, maar van mij) en vol zweetverwekkende schaamte: je kan over dit soort dingen tegenwoordig beter je bek houden.
Gerard Reve in Brieven aan Ludo P. 1962-1980 Amsterdam 1986 tweede druk p.14
dinsdag, februari 27, 2007
maandag, februari 26, 2007

Remi en Bambi
"De winter is hier wel weemoedig. Joop kan er soms niet goed tegen.
Nu schiet mij iets te binnen. Bij het signeren in de boekhandel Allert de Lange in Amsterdam zag ik opeens op een afstandje twee jongens staan, 14 en 12 ongeveer. Dat zijn ze, dacht ik: Remi en Bambi! Ik gaf ze een Wolf met de opdracht: Voor Remi en Bambi. Van Wolf en Vos. Remi kwam een week later in Schiedam, om een vraaggesprek met mij te maken voor zijn schoolkrant. Hij heette in het leven niet Remi, maar Raymond. Toch wel eigenaardig. Zijn broertje heette niet Bambi, maar de gelatiniseerde vorm daarvan: Armand!
Ja, er sterven veel mensen, de laatste tijd. Je kunt wel opbellen of schrijven naar de Autoriteiten, maar wat kunnen die er aan doen?"
Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter Amsterdam/Antwerpen 1993 p.223
woensdag, februari 21, 2007
"Als politiek boek beveel ik Hugo* Moeder en Zoon aan. Daarin, maar ook in Oud en Eenzaam staat veel over staat en revoluutsie. Mijn jeugd is helemaal gedompeld geweest in politiek. Gode zij dank heeft die niets met kunst te maken."
Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p. 223 (* in brief aan Lien en Hugo S. 12 december 1983)
maandag, februari 19, 2007
"Ik heb intussen het 3e Hoofdstuk* voltooid, vol verguldsel, paars licht, Eeeuwig onvervulde liefdesverlangens, Jongens op bromfietsen, motregen en met oude canapé kleden behangen grotten. Het leven is veel groter dan ik het ooit zou kunnen beschrijven. En God is gek op me."
*van Oud en Eenzaam (1978)
Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p. 166, 167
zaterdag, februari 17, 2007
"Het zijn angstwekkende tijden, gekenmerkt door een tot een karikatuur uitgegroeid bijgeloof: de Dood zal binnen afzienbare tijd ongedaan gemaakt worden door de mediese wetenschap; het heelal is 'gewoon uit een ammoniakwolk ontstaan' (en dat gepresenteerd als een verklaring van het zijn van het heelal!), kortom een pseudo-rationeel denken, dat in werkelijkheid even primitief is als het geloof van het kind in de ooievaar. Voorlopig vind ik een Schepping uit het niets, door Gods Wil, een heel wat aanvaardbaarder visie, al kan men zich daarbij niets feitelijks voorstellen. (Vandaar, dat de Kerk spreekt van een mysterie.)
Enfin, niet tobben."
Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p.229, 230
woensdag, februari 14, 2007
"Ik wil het nu over verering hebben. Die ambiëer ik niet, en heb ik nooit geambiëerd. Ik heb wel eens de verdenking, dat de vereerders vaak mijn werk niet of nauwelijks gelezen hebben. Maar wat me wel goed doet, dat is iemand die opeens op straat ietwat schuchter op mij afkomt en mij 'bedankt' voor een bepaald boek van mijn hand, of voor mijn optreden in het Maria-vierluik van de Nos verrekijk."
Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p.255
maandag, februari 12, 2007
"Als iemand door niets en niemand meer getroost kan worden: niet door de Trooster, Die, volgens Zijn toezegging, 'Met U zal zijn tot het einde der wereld',(ik doel hier op de Heilige Geest); en evenmin door de Troosteres, Wier voorspraak bij de Zoon beslissend is (ik doel hier op de Moeder van God), als die beiden dus uitvallen...(Dit is geen critiek op die goddelijke instanties, die nimmer kunnen falen, maar het kan gebeuren, dat iemand de weg naar hen toe niet vinden kan?) Maar indien dan iemand getroost zoude kunnen worden door iets, wat ik geschreven heb, ja, wat is het dan, hoe kan dat? Mag dat?
Ik gaf het piekeren op en dacht: 'Is dat een verdienste? Neen het is een genade van God.' En daarna in vervoering: 'Ik heb niet voor niets geschreven. Ik heb niet voor niets geleefd.'"
Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p.257
vrijdag, februari 09, 2007
"Trooste, verwarme en leide ons de Geest, Die alle verstand te boven gaat, en zonder Wiens Genade wij voor altijd verloren zouden zijn. Enz. 1. geen sigaretten roken; 2. Geen of weinig zout gebruiken; 3. Waken tegen overgewicht; 4. Zorgen voor lichaamsbeweging.
'Zuipen en de rest net als vroeger.'
Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p.120, 121
woensdag, februari 07, 2007
"Het onderwijs is binnen tien, vijftien jaar tijds tot op de grond afgebroken. Niemand van onder de 25 kan nog Nederlands schrijven, en niemand van die generatie spreekt, schrijft of leest nog maar één enkele vreemde taal. Waar gaat dat heen, meneer."
Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p.169
maandag, februari 05, 2007
zondag, februari 04, 2007
Boek van de maand februari op de Gerard Reve Kalender
Vincent van Gogh De Aardappeleters (1885)
'Want wat zien die tevreden eters er allemaal gezond uit.'
"Over de titel Brieven Van Een Aardappeleter nog het volgende: in mijn Violette Periode dronk ik meer dan echt nodig was, en te veel drinken, daar hebben wij niets aan. Maar ik bleef mijzelf verstandig voeden, want elke dag maakte ik tenminste één warme maaltijd bestaande uit in de schil gekookte (en ook genuttigde) kleine blonde aardappeltjes, bintjes dus, rauwe wortelen, en tweedehands eieren.
Ik at dit alles van een uitgespreide krant en achter een juten gordijn gezeten, zodat mijn gezondheid geen enkele schade opliep. Tevens was dit diëet een niet mis te verstane hommage aan mijn grote picturale collega Vincent van Gogh, die met profetische schildersblik het verband tussen aardappel en volksgezondheid heeft onderkend maar ook gevierd, in zijn terecht beroemde, gelijknamige doek. Want wat zien die tevreden eters er allemaal gezond uit."
Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p.12
zaterdag, februari 03, 2007
maandag, januari 29, 2007
Le Petit Prince
“Als de mensen je teleurstellen, kijk je vanzelf naar boven, dat zit erin, en het was heel begrijpelijk, dat je over God begon, ook al door de wijn. Maar het was wel een imposant schouwspel: ik jouw hand vasthouden onder dat vuurwerk van een uitspansel, terwijl ik je moed insprak. Als ik gedronken heb, word ik zwaarmoedig, en als ik niet gedronken heb, word ik soms erg aandachtig. Ik luisterde naar wat je zeide, zo goed als dat in mijn vermogen lag, maar mijn gedachten dwaalden ver weg, omhoog, die wereldruimte in.
Ik dacht aan de kans –nu ja, het was wel zeker- dat er op één zulk een ster net zulk een jongetje woonde als ik, dat net zo naar mij verlangde als ik naar hem, maar dat die eenzame lieverd, ook al zoude hij met een zaklantaren mij in morse zijn liefdesboodschap toezenden, mij nooit zoude bereiken omdat zijn signaal duizenden jaren nodig zoude hebben om de aarde te bereiken, door de traagheid van het licht.”
Gerard Reve in Zondagmorgen zonder zorgen ( Amsterdam/Antwerpen 1995 p.101
(in ‘Koop een Papegaai’, brief aan Rudi Kousbroek)
donderdag, januari 25, 2007
'Zij is bij ons, als het uur gekomen is...'
"Zij is bij ons, als het uur gekomen is, en houdt onze hand vast, en bidt voor ons. Wij sterven in Haar armen, hoe vind je dat? En hoe bang wordt het ons te moede, als wij uitsluitend zouden moeten vertrouwen op Zijn gerechtigheid en oordeel, zonder de beslissende tussenkomst van Haar, Die geen rechter is, Die niet oordeelt, Die nog nooit iemand heeft aangewezen, en aan Wie Hij niets kan weigeren? "
Gerard Reve, in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.73
woensdag, januari 24, 2007
'Maar wie helpt ons door de Dood heen, als het zover is?'
foto E.H. augustus 2007
"Wat mijn gevoelens van verering voor Maria (de moeder van God, zoals je weet) betreft, heb ik vaak getwijfeld of ik wel goed bij het hoofd was. Maar tijdens het laatste bedrijf van de diavertoning zag en hoorde ik tot mijn grote geruststelling, dat iemand vele malen gekker kan zijn dan ik, er gezond bij kan blijven, en ook nog hoofd van de R.K. Kerk worden ook. Terzake eerbetoon jegens Haar gaat deze stuurman van de boot van Petrus geen zee te hoog: dit en dat, van alles en nog wat wordt aan de lopende band aan Haar, Haar Allerzuiverste Hart, ect. opgedragen en gewijd en hij staat, geknield of gebogen, om de haverklap in gebed voor Haar schrijn of beeld.
Zo moet het ook, vind ik. Want wat haalt al Zijn verlossingswerk uit zonder Haar? Hij heeft de zonde overwonnen, jawel, maar wie helpt ons door die Dood heen, als het zover is?"
Gerard Reve, in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.72,73
dinsdag, januari 23, 2007
Je leest het nergens, zeker niet in een Nederlandse krant, maar knoop maar in je oor, dat zo goed als alle belangrijke geneesmiddelen van katholieke oorsprong zijn, net als het revisme, dat geheel op de katholieke geloofsleer kan worden gegrondvest.
Je kunt je misschien afvragen: waarom maakt hij zich zo druk over geneesmiddelen? Omdat gezondheid de grootste schat is. Daarom benijd ik artsen wel eens, omdat ze nooit ziek zijn, en als ze ziek zijn kunnen ze zichzelf beter maken zonder dat het iets kost.
Gerard Reve, in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.97
zaterdag, januari 20, 2007
woensdag, januari 17, 2007
"Mijn schrijven is altijd voorafgegaan en doortrokken geweest van angst: de angst van niet begrepen en opgesloten te worden; de angst voor de waanzin; de angst voor de Liefde; de angst voor de Dood; de angst voor het leven.
'Ja, dat leven dus: men behoort het leven monter en met een lied op de lippen tegemoet te treden, maar ik heb altijd de indruk gehad dat het leven mij achtervolgde, achternazat als het ware, en mij steeds sneller voor zich uit wilde voortjagen: "Opschieten jij! Hoe eerder het afgelopen is hoe beter."
Gerard Reve, in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.46