vrijdag, november 02, 2007


Allerzielen

Nadat we bij die en die gezeten hadden,
gingen we bij je weet wel nog wat drinken.
Dinges was er ook, en zong een lied
over een naamloos Graf van eeuwigheid.

Gerard Reve in Verzamelde Gedichten, Amsterdam 1987 p.54

donderdag, november 01, 2007



60 jarig jubileum van De Avonden
1 november 1947 - 1 november 2007

"Tom te tom tom, tom te tom," zong Frits in zichzelf, "het gaat slecht, verder gaat het goed."

'Waarom hadden die duisternis en die regen een verblijdende betekenis?' dacht hij. 'Daar moet ik achter zien te komen'.'In de vierde klas, bij het begin van de vakantie,' zei hij tegen zichzelf, 'we gingen naar huis en ik had een leeg krijtenkistje gekregen. Ik stond in de gang, te wachten op het eind van de regen, want ik had geen jas bij me. En elke keer snoof ik in het kistje. Het was een lucht van hout, nieuw hout, van hars en krijt. Tot zover is het duidelijk, dat zijn de feiten. Maar de samenhang?' Ik weet het,'dacht hij plotseling, 'het is eenvoudig. De laatste uren van de schooltijd moesten somber zijn, om de overgang naar de vrije dagen des te scherper te laten uitkomen.'

Gerard Kornelis van het Reve, De Avonden, Een Winterverhaal, Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p. 24 en p.85

woensdag, oktober 31, 2007

Minuten-geluk

Ik zit, m'n benen bunglend, op de waterkant
En in een bootje hoor ik ginds een tango spelen;
Verdomd! Ik wist niet, dat er in dit land
Nog zoveel aards geluk viel weg te stelen.

Gerard Reve in Terugkeer Uitgeverij Conserve 1999 p.1947 p. 57
(herdruk uitgave 1940)

dinsdag, juni 26, 2007

Maar er gebeurt in onze moerasdelta toch nooit iets?

"Ik ben een slecht en zondig mens, maar ik heb iets, noem het maar formaat, een bepaalde grootheid van ziel, iets wat boven die door en door verdorven troep uitsteekt hoewel ik me nooit op mijn afkomst beroep of heb laten voorstaan, want er komt toch oorlog. Ja, als ooit al die blonde, even welgevormde als gemotiveerde jongeren tragisch zouden sneuvelen, bloed nederlopend langs hunne fraaie, gulzige, naar Liefde en bevrediging hunkerende monden.
Maar er gebeurt in onze Moerasdelta toch nooit iets? Huisbakken, alles, dat is tot daar aan toe, maar die Verveling! Ons kleine landje zoude eigenlijk Vervelië moeten heten. Het tikt, druppelt, zoemt, gonst er van, het zit in rijen in de wachtkamers van de bevoegde artsen, maar wat kunnen die doen zolang als de Uij Tha Nassie nog niet in het ziekenfondspakket is opgenomen? Niet tobben!"

Gerard Reve, Moedig Voorwaarts, Brieven aan Bert en Netty de Groot (19 juni 1987) Amsterdam 2007 p. 386

woensdag, juni 13, 2007




Hanny Michaelis 1922-12 juni 2007

Op 11 juni overleed op 84 jarige leeftijd Hanny Michaelis. HannyMichaelis en Gerard Reve leerden elkaar kort na de oorlog kennen en zijn van 1948 tot 1959 getrouwd geweest.

Het poesje dat die avond
toen ik nog niet wist
wat ons boven het hoofd hing,
languit op je knie lag
en zich door je liet strelen
terwijl je andere arm
me tegen je aandrukte
zodat er een zonderlinge variant
op de Heilige Familie ontstond,
likt vol toewijding haar vel.
Ze leeft gewoon door,
net als ik trouwens,
maar vermoedelijk zonder geheugen
om haar tot tranen toe te sarren.

Hanny Michaelis in Verzamelde gedichten Amsterdam 1996 p.129

woensdag, april 11, 2007



"Want de mens is ‘als gras, dat gisteren was, en morgen hooi is op de tas.’ "

" De trein, doem, doem, reed rustig voort, van sombre plaats naar droevig oord. De jongen was weg, en ik dacht dat het wel voorgoed zoude zijn. Hij is inderdaad nooit meer teruggekomen, terwijl hij daar tweeënvijftig jaar de tijd voor heeft gehad. Men huivert bij die gedachte, als men er even bij stilstaat. Zoude hij nog in dit leven zijn? Maar dan zoude hij veel minder aantrekkelijk zijn dan toen. Kaal, op zijn kop, bedoel ik, dat is wel het minste, misschien zelfs met allemaal kleine bultjes. O, die gouden jongenslokken! Hoe meer iets schittert en blinkt, hoe sneller het tot stof en as wordt, die verstuiven op de wind. Want de mens is ‘als gras, dat gisteren was, en morgen hooi is op de tas.’ "

Gerard Reve in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p. 189

zondag, april 08, 2007


foto E.H. april 2007

08-04-2006 - 08-04-2007

'Ik weet, dat mijn Verlosser leeft'

Ik had ten zeerste gedachten, dat weet ik nog goed. Ik dacht eerst ik weet dat mijn Verlosser leeft. Daar begon het mede. En toen dacht ik ik weet dat mijn Bruine Liefdesprins op mij zal wachten en ik op hem, hier of aan gene zijde, waar Liefde en Dood één worden in een eeuwig Geheim. En het zal gezien worden hoe de engelen ons wassen tot wij wederom jong en schoon zijn, en ons rijstepap voeren met zilveren lepels. En de hemel gaat toe.

Gerard Reve in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam 1996 p.86

zie ook:
http://gerardreve.web-log.nl/gerardreve/2007/04/een_bezoek_aan_.html

vrijdag, april 06, 2007

Treurzang op Goede Vrijdag

Gedachtig aan Uw Sterven heb ik lang gevast,
en al die tijd niet eens gedronken.
Zo zie je weer: bij God is alles mogelijk.
Maar toon mij toch, als oogst van dit rampzalig leven,
één regel, die de moeite waard en leesbaar was.

(1966)

Gerard Reve in Verzamelde Gedichten Amsterdam 1987 p.70

dinsdag, april 03, 2007



'Over de liefde, het lijden, de grootsheid van de natuur en de schepping..'

"Ik vermijd altijd zo veel mogelijk het onderwerp kunst, want U wilt gewoon een boek lezen, dat U verstrooiing en leesgenot schenkt: over de liefde, het lijden, de grootsheid van de natuur en de schepping, ook van dieren, maar U zit niet op cultuur te wachten, net zo min als ik. (Ziezo: ik ben echt blij dat U en ik het daarover tenminste eens zijn.)"

Gerard Reve Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p 148, 149

woensdag, maart 28, 2007

'Niet bizonder, maar wel ongewoon.'

"Van mijn vroege jeugd is tot nu toe onvoldoende studie gemaakt. Ik heb zelf van de eerste vijf jaren van mijn leven geen herinnering behouden. Uit mijn zesde jaar zijn mij vage beelden bijgebleven van een gang, een uitzicht op een speelplaats en van de balkons van een rij huizen waarin mensen woonden die niet bestonden omdat de muren van gele baksteen waren; en dat is alles.
Decors dus, maar zonder handelende personen of geluiden. Is er in die eerste vijf jaren iets verschrikkelijks gebeurd? Het zoude mij niet verbazen als dat het geval was, maar ik weet er niets van: het onttrekt zich aan historische waarneming. Al met al heb ik een raar leven gehad, als ik erover nadenk. Niet bizonder, maar wel ongewoon, dat is misschien het juiste woord."

Gerard Reve in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.71, 72

dinsdag, maart 27, 2007

' ...want alles gaat vroeg of laat tegen de vlakte.'

"Mijn belangstelling voor dood en lijkbezorging schijn ik al op jonge leeftijd verworven te hebben. Reeds lang voor mijn meerderjarigheid richtte ik de Club Van De Grafkelders op, die bedoeld was om de uitvaaart van overleden vogels en kleine dieren door waardig ritueel te regelen. De graven waren aarden piramiden of kegelvormige verhogingen waarin zich gangen en een luchtkoker dienden te bevinden. Zij zijn verdwenen want alles is omgewoeld, en overal zijn huizen gebouwd die nu gereed zijn voor de sloop, want alles gaat vroeg of laat tegen de vlakte.

Gerard Reve in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.71

maandag, maart 26, 2007

'Zoiets valt nu eenmaal niet mede.'

"Toch kan het zijn dat iemand zich onwillekeurig afvraagt waarom ziet die hoofdpersoon zo tegen die begrafenis op? Is hij er soms bang voor?
Neen, dat is niet het geval, en bang ben ik niet. Het gaat hier alleen maar om rouw, diepe smart dus door het onherroepelijk heengaan van een persoon voor wie men een diepe genegenheid heeft gekoesterd en die men tevens in lichamelijke liefde heeft begeerd. Zoiets valt nu eenmaal niet mede."

Gerard Reve in Het Boek van Violet en Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.70, 71

maandag, maart 12, 2007



Boekenweek 2007*


Afrekening

Het nieuwe prachtboek van de intellectueel H.M.
gaat niet over God, niet over de Liefde,
en niet over de Dood.
Het gaat over een zeepbel die uiteenspat.
Men noemt dit werk: 'sterk autobiografies.'

Gerard Reve in Verzamelde Gedichten, Amsterdam 1987 p.90

* 11 maart verkiezing beste Nederlandstalige boek aller tijden.
Harry Mulisch, De ontdekking van de hemel is verkozen tot nummer één.
Gerard Reve, De Avonden kwam op de negende plaats.

dinsdag, maart 06, 2007

Goed gemutst

"Alles opgeteld, ben ik toch wel goed gemutst. ik moet van wat doodsangst af, maar dat is een kwestie van tijd, denk ik. Als je veel ouder wordt, gaat de lol er wel af, en verlies je wel iets van die ziekelijke aanbidding van het leven, vermoed ik.
Wijzer word je niet, merk ik. Je ziet parallellen, patronen die zich herhalen, en daar leer je iets van. Maar verder blijf je even geil, naïef, verliefd enz. enz."

Gerard Reve in Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.53

woensdag, februari 28, 2007

De Uiteindelijke Dingen

Wat ik eigenlijk het moeilijkste in het hele menselijke bestaan vind, is de onmogelijkheid om met iemand ook maar een serieus gesprek te voeren over wat ik zou willen noemen De Uiteindelijke Dingen. Uren, en hele nachten wordt er over schijnproblemen gepraat, maar als je, voorzichtig, begint over de zin van het menselijk bestaan, of over welke precies de relatie van de mens tot God zou kunnen zijn, dan schrikt opeens iedereen, en valt er een onthutst en medelijdend zwijgen. Toch wil je, of liever gezegd, moet je er over praten. Een paar dagen geleden, op een diner bij vrienden in Colchester, deelde ik, helemaal uit mezelf, maar desgevraagd, mede, dat onze Verlosser glorieus herrezen is van de doden en het ons mogelijk heeft gemaakt te leven, alles met een vuurrood hoofd (ik bedoel niet van onze Verlosser, maar van mij) en vol zweetverwekkende schaamte: je kan over dit soort dingen tegenwoordig beter je bek houden.

Gerard Reve in Brieven aan Ludo P. 1962-1980 Amsterdam 1986 tweede druk p.14

dinsdag, februari 27, 2007

Een zoeker

Ik sta op de rand der wereld
en roep: 'Waar zijt Gij?'
De echo antwoordt: 'Zijt gij? Gij?'

(1968)

Gerard Reve, in Verzamelde gedichten Amsterdam 1987 p. 85

maandag, februari 26, 2007


Remi en Bambi

"De winter is hier wel weemoedig. Joop kan er soms niet goed tegen.
Nu schiet mij iets te binnen. Bij het signeren in de boekhandel Allert de Lange in Amsterdam zag ik opeens op een afstandje twee jongens staan, 14 en 12 ongeveer. Dat zijn ze, dacht ik: Remi en Bambi! Ik gaf ze een Wolf met de opdracht: Voor Remi en Bambi. Van Wolf en Vos. Remi kwam een week later in Schiedam, om een vraaggesprek met mij te maken voor zijn schoolkrant. Hij heette in het leven niet Remi, maar Raymond. Toch wel eigenaardig. Zijn broertje heette niet Bambi, maar de gelatiniseerde vorm daarvan: Armand!
Ja, er sterven veel mensen, de laatste tijd. Je kunt wel opbellen of schrijven naar de Autoriteiten, maar wat kunnen die er aan doen?"

Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter Amsterdam/Antwerpen 1993 p.223

woensdag, februari 21, 2007

'Mijn jeugd is helemaal gedompeld geweest in politiek.'

"Als politiek boek beveel ik Hugo* Moeder en Zoon aan. Daarin, maar ook in Oud en Eenzaam staat veel over staat en revoluutsie. Mijn jeugd is helemaal gedompeld geweest in politiek. Gode zij dank heeft die niets met kunst te maken."

Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p. 223 (* in brief aan Lien en Hugo S. 12 december 1983)

maandag, februari 19, 2007

'En God is gek op me.'

"Ik heb intussen het 3e Hoofdstuk* voltooid, vol verguldsel, paars licht, Eeeuwig onvervulde liefdesverlangens, Jongens op bromfietsen, motregen en met oude canapé kleden behangen grotten. Het leven is veel groter dan ik het ooit zou kunnen beschrijven. En God is gek op me."

*van Oud en Eenzaam (1978)

Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p. 166, 167

zaterdag, februari 17, 2007

'Vandaar, dat de Kerk spreekt van een mysterie.'



"Het zijn angstwekkende tijden, gekenmerkt door een tot een karikatuur uitgegroeid bijgeloof: de Dood zal binnen afzienbare tijd ongedaan gemaakt worden door de mediese wetenschap; het heelal is 'gewoon uit een ammoniakwolk ontstaan' (en dat gepresenteerd als een verklaring van het zijn van het heelal!), kortom een pseudo-rationeel denken, dat in werkelijkheid even primitief is als het geloof van het kind in de ooievaar. Voorlopig vind ik een Schepping uit het niets, door Gods Wil, een heel wat aanvaardbaarder visie, al kan men zich daarbij niets feitelijks voorstellen. (Vandaar, dat de Kerk spreekt van een mysterie.)
Enfin, niet tobben."

Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p.229, 230
 
Tweets van @Revetwalender