Gerard Reve, in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam eerste druk 1981 p.144
woensdag, juni 03, 2015
De Dood en de Liefde
"Maar wat is, volgens jou de kern & essentie van mijn werk? Volgens mij de Dood en de Liefde. Ik zie ook, eerlijk gezegd in het bestaan geen enkele andere problematiek aan te wijzen. De Dood geeft het leven tijdelijkheid, de Liefde maakt het eeuwig - op die manier, & op geen andere, krijgt het leven zijn volledigheid,"
Gerard Reve, in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam eerste druk 1981 p.144
Gerard Reve, in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam eerste druk 1981 p.144
"Ik geloof bijna niets..."
"Ik geloof bijna niets, maar wel dat God Liefde is, & dat de mens die onvoorwaardelijk kan liefhebben, in God & uit God is, & verlost is, en eeuwig is. Alles geestelijk en geen belediging ect."
Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Ansterdam erste druk 1981 p.140
"Evenmin als de kunst, of de religie, kan de psychiatrie mensen veranderen ..."
"Evenmin als de kunst, of de religie, kan de psychiatrie mensen veranderen. Men kan, door elk dan de drie, zichzelf ontdekken. Kort gezegd: de ellende is niet dat de mensen problemen hebben, maar dat ze ze hebben zonder dat ze precies weten wat nu de probleemstelling is."
Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam eerste druk 1981 p.108
Niemand kan mij ooit beletten hem lief te hebben
"Ik zie overal God, hoe zal ik het zeggen, hij openbaart zich eigenlijk in alles, en niemand kan mij ooit beletten hem lief te hebben, die gedachte schenkt mij diepe troost. (Alles geestelijk.)"
Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam eerste druk 1981, p.193, 104
Aan het einde der tijden ligt de bevrijding van alle bestaan
"...om ons onbegrijpelijke redenen -een mysterie- heeft God de mens geschapen als bewuste semi-goddelijke medewerker aan Zijn heilsplan, De mens moet, krachtens zijn afkomst, van Gods geslacht, medewerken aan het grote einddoel, dat merkwaardig genoeg, het einde van de schepping zal zijn. Eens zal alles terugkeren tot het Niets, zoals het eens uit het Niets ontstaan is. Maar de schepping zal pas een einde mogen nemen als de Dingen voltooid zijn. Aldus heeft de mens sociaal en politiek wel rechten, maar religieus, filosofiestudent beschouwd heeft de mens alleen maar plichten, en moet hij leven zonder hoop op enig persoonlijk heil, voortbestaan ect. Zijn enige bevrijding is gelegen in het besef, dat aan het einde der tijden de bevrijding van alle bestaan ligt."
Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam eerste druk 1981, p.77,78
dinsdag, juni 02, 2015
De tragiek van bijna elke schrijver
"Het is de tragiek van bijna elke schrijver, dat hij de goudmijn van zijn eigen, schijnbaar triviale ervaringen en herinneringen, niet kan of wil zien. Ik zie nu eindelijk in, dat de majesteit Gods heel dicht bij huis, gewoonlijk in een met oude fietsbanden volgeworpen achtertuin, te zien en te ervaren is. (Alles geestelijk, en generlei kwetsing van andersdenkenden beoogd.)"
Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Ansterdam eerste druk 1981 p.98
woensdag, mei 27, 2015
"...we zijn deel van het dierenrijk, en tegelijkertijd van Gods geslacht..."
"(Je zal, God beware je, Ghandi bijvoorbeeld als vader gehad
hebben)
We moeten in de dualiteit en in de spanning daarvan leven, dat wil zeggen we zijn deel van het dierenrijk, en tegelijkertijd van Gods geslacht, engelen Gods om zo te zeggen. We moeten het materiële relativeren, zoals onze Verlosser gedaan heeft, maar stof is ook onontbeerlijk voertuig, huis, uitdrukkingsmiddel, kortom een even tijdelijke als onvermijdelijke gevangenschap van de Geest. Alleen door beide polen te willen aanvaarden, kunnen we het Mysterie dienen en zijn. En zo erg is het nu ook weer niet, dat we, wat velen zo smartelijk aandoet, ons hele leven in een halve schemer moeten vertoeven, onmachtig om de objectieve Waarheid, die we vermoeden, anders dan als subjectief te ondergaan. Jullie zien het, ik lul weer een flink eind weg."
Gerard Reve, in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam eerste druk 1981 p. 15,16
We moeten in de dualiteit en in de spanning daarvan leven, dat wil zeggen we zijn deel van het dierenrijk, en tegelijkertijd van Gods geslacht, engelen Gods om zo te zeggen. We moeten het materiële relativeren, zoals onze Verlosser gedaan heeft, maar stof is ook onontbeerlijk voertuig, huis, uitdrukkingsmiddel, kortom een even tijdelijke als onvermijdelijke gevangenschap van de Geest. Alleen door beide polen te willen aanvaarden, kunnen we het Mysterie dienen en zijn. En zo erg is het nu ook weer niet, dat we, wat velen zo smartelijk aandoet, ons hele leven in een halve schemer moeten vertoeven, onmachtig om de objectieve Waarheid, die we vermoeden, anders dan als subjectief te ondergaan. Jullie zien het, ik lul weer een flink eind weg."
Gerard Reve, in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam eerste druk 1981 p. 15,16
donderdag, november 13, 2014
"Deze man begrijpt er een heleboel van, Goddank."
'Zojuist is de dokter weer geweest. Ik heb hem verteld dat ik maar weer verder ga. Ik kan er niet altijd iedereen mee lastig vallen. "Goed komt het toch nooit." "Dat geloof ik ook niet, meneer Van het Reve." Ziedaar. Ik vind dat heel wat beter klinken dan dat geneuzel van "Kop op hoor, meneer van het Reve! Bent u helemaal mal! Iemand als U, zo bekend en beroemd, en dan depressief!" Deze man begrijpt er een heleboel van, Goddank."
Gerard Reve in De Taal der Liefde Amsterdam 1972 vijfde druk p.79
Gerard Reve in De Taal der Liefde Amsterdam 1972 vijfde druk p.79
zaterdag, oktober 25, 2014
Ontmoetingen met Gerard Reve, oproep Schift
"Sinds het derde deel van zijn biografie met de nodige vertraging verscheen, is het leven van Gerard Reve geboekstaafd. Wat overblijft zijn de kleine ontmoetingen, de herinneringen die leven in de hoofden van zijn lezers. Daarom op Schift de serie Ontmoetingen met Reve."
Heeft u ook een interessante of leuke ontmoeting met Gerard Reve gehad? Vertel ons erover: mail naar Schift.
woensdag, oktober 08, 2014
"Het was altijd, van mijn vroegste jeugd af, zo geweest.."
"Het was altijd, van mijn vroegste jeugd af, zo geweest dat ik me schuldig had gevoeld, waar ik mij ook bevond, en nooit in mijn gehele leven had ik een ander besef gekend dan dat ik geen werkelijk recht had te zijn waar ik was: altijd kon men van mij eisen dat ik rekenschap aflegde van het waarom en waartoe van mijn aanwezigheid; het gevoel van opgejaagd te worden was mij tot een tweede natuur geworden."
Gerard Reve in Oud en Eeenzaam Amsterdam 1984, vijfde druk p.127,128
Gerard Reve in Oud en Eeenzaam Amsterdam 1984, vijfde druk p.127,128
woensdag, september 10, 2014
Een waarachtig bestaan
'Misschien ligt ergens in de komende etappe op weg naar het einde voor mij een waarachtig bestaan, waarin ik niets meer verwacht, en elke oppervlakkige genieting en illusie zal wegwerpen, en eindelijk waardig zal kunnen leven en sterven, God erend en liefhebbend, en me bij de zinledigheid van het bestaan neerleggend, maar wetend, dat ik in het werk, als ik met al mijn wanhoop en kracht probeer te schrijven, wellicht enkele ogenblikken een schaduw zal zien, een ademtocht zal voelen, een vaag, wegstervend geluid zal horen van hem die ik hoop eens in mijn leven, al is het maar enkele tientallen seconden, te mogen zien ' van aangezicht tot aangezicht'. Ik hoop, dat ik u niet treurig heb gemaakt, want ik houd van u allemaal, op mijn eigen, eenvoudige manier.'
Gerard Reve in: Op weg naar het einde Amsterdam 1966 p. 137
donderdag, september 04, 2014
"Ik gevoelde een felle bries langs mijn gezicht en door mijn haren strijken..."
'Waait het zo hard?' vroeg ik.
'Het waait helemaal niet, Gerard', zeide Lambert S., even zijdelings naar mij opblikkend. 'Heb je het koud?'
'Ja...'Maar het waaide toch wel degelijk?...Ik gevoelde een felle bries langs mijn gezicht en door mijn haren strijken...En ik hóórde de wind...Ik keek rond...Noch in de toppen van de struiken, noch in de wilgen aan de slootkant, noch hoog in de populieren verderop was enige beweging of slechts trilling waar te nemen...En toch hoorde ik iets...Het knapte en ruiste in mijn oren...Ergens in mijn hoofd nam het gedruis toe...Er sprak iemand...Ik?.. Lambert S.?..
Neen, geen van ons beiden deed een mond open...
In mijn strottenhoofd, of in mijn keel, trilde het...: 'Troost Mij in Mijn lijden, blijf bij Mij in mijn eenzaamheid', sprak een stem..Wat gebeurde er?..Wie was dat..?
In Gerard Reve,Moeder en Zoon Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX , p.274
'Het waait helemaal niet, Gerard', zeide Lambert S., even zijdelings naar mij opblikkend. 'Heb je het koud?'
'Ja...'Maar het waaide toch wel degelijk?...Ik gevoelde een felle bries langs mijn gezicht en door mijn haren strijken...En ik hóórde de wind...Ik keek rond...Noch in de toppen van de struiken, noch in de wilgen aan de slootkant, noch hoog in de populieren verderop was enige beweging of slechts trilling waar te nemen...En toch hoorde ik iets...Het knapte en ruiste in mijn oren...Ergens in mijn hoofd nam het gedruis toe...Er sprak iemand...Ik?.. Lambert S.?..
Neen, geen van ons beiden deed een mond open...
In mijn strottenhoofd, of in mijn keel, trilde het...: 'Troost Mij in Mijn lijden, blijf bij Mij in mijn eenzaamheid', sprak een stem..Wat gebeurde er?..Wie was dat..?
In Gerard Reve,Moeder en Zoon Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX , p.274
Labels:
eenzaamheid,
Gerard Reve,
lijden,
Moeder en Zoon,
troost,
waait
vrijdag, augustus 29, 2014
donderdag, augustus 28, 2014
'In Nederland mag vrijwel alles..'
"In Nederland mag vrijwel alles, als je maar eties bent en er voortdurend geen twijfel aan laat bestaan, dat de problemen van de bestemming van de mens, van de zin van het leven, van het aantal lichtjaren der hemellichamen, dat die je enorm dwarszitten. We zijn een zwaartillend tobberig volk, en wie daar in zijn literaire vormgeving geen rekening mee houdt, of God met geweld zonder hoofdletters moet schrijven, die is een grote stomkop. Het enige, waar je zelf niks aan doen kunt, maar wat ze je in Nederland nooit zullen vergeven, dat is: genoeg geld verdienen met schrijven om ervan te kunnen bestaan."
Gerard Reve in Nader Tot U
Gerard Reve in Nader Tot U
woensdag, augustus 27, 2014
Droom
Droom
Vannacht verscheen mij in een droomgezicht mijn oude moeder,
eindelijk eens goed gekleed:
boven het woud waarin zij met de Dood wandelde
verhief zich een sprakeloze stilte.
Ik was niet bang. Het scheen mij toe dat ze gelukkig was
Gerard Reve (1962) in Verzamelde gedichten Amsterdam 1987 p.34
zaterdag, augustus 23, 2014
"...de mens is ‘als gras, dat gisteren was, en morgen hooi is op de tas.’ "
Hoe meer iets schittert en blinkt, hoe sneller het tot stof
en as wordt, die verstuiven op de wind. Want de mens is ‘als gras, dat gisteren was, en morgen hooi is
op de tas.’ "
Gerard Reve in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p. 189
Gerard Reve in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p. 189
donderdag, augustus 21, 2014
“Denken, dat werkt vroegtijdige kaalhoofdigheid in de hand,..."
“Denken, dat werkt vroegtijdige kaalhoofdigheid in de hand,
door verdroging van de schedelhuid. Ik denk bijna nooit, als het even kan. En
kijk evengoed eens naar dat prachtige pakket inheems haar van me. God heeft ook
prachtig haar, waar ik heel trots op ben. Ik denk, dat God een Vrouw is. Hij
heeft in ieder geval het betoverende van een beeldschone jongen vrouw, die des
morgens water schept uit de rivier.”
Gerard Reve, Verzameld
werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001, p.585
dinsdag, augustus 19, 2014
‘Leerlingen van een middelbare school dienen als volwaardige mensen .. te worden behandeld'.
‘Leerlingen van een middelbare school dienen als volwaardige
mensen en niet als geesteszwakken te worden behandeld. Zij hebben recht op
literatuur in plaats van ontmande rijmpjes of een preek. Wreedheid, leed,
seksualiteit en Dood zijn evenzeer integrale bestanddelen van het leven als van
de literatuur.’
Gerard Reve in Verzameld werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen
2001 p.368
zondag, augustus 17, 2014
Getuigenis
Getuigenis
Ze willen dat ik schrijf
voor de vooruitgang.
Maar ik kan niet schrijven zoals zij,
al stam ik van hen af.
Ik moet de wijken van het volk in
en mijn oor te luisteren leggen:
zo hoor je nog eens wat.
Wat wil het volk?
Niet veel goeds, dat is zeker.
Dus ga ik de straat op,
met mijn eigen vaandel
waarop geschreven staat:
Vrijheid! Ziekte! Ouderdom!
Lang leve de Dood!
Gerard Reve in Verzamelde gedichten Amsterdam 1987 p.125
Abonneren op:
Posts (Atom)
