vrijdag, augustus 01, 2014
Het wezen van de schrijfkunst
dinsdag, juli 29, 2014
Ziek worden en sterven..
Gerard Reve in Klein gebrek geen bezwaar 1986
Dat is het beangstigende van deze tijd
"Dat is het beangstigende van deze tijd, dat niemand meer bereid is, ter wille van een ander iets na te laten, of ergens vanaf te zien."
Gerard Reve in De taal der liefde 1972
maandag, juli 28, 2014
maandag, december 24, 2012
"Maar wel geloof ik in het Licht,.."
Of de duisternis het Licht ooit wel zal begrijpen, daaraan moet ik diep en bitter twijfelen. Maar wel geloof ik in het Licht, en dat het schijnt in de duisternis, in alle eeuwigheid.
Gerard Reve, in Verzameld Werk , deel 6, Amsterdam/Antwerpen 2001, p. 437 (Een mooi feest)
zaterdag, oktober 20, 2012
Gode welgevallig
Gerard Reve in brief aan Ludo Pieters 4 januari 1986
vrijdag, oktober 12, 2012
Toch goed dat er een God is
Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar
verlamde oude mensen wast, in bed verschoont,
en eten voert,
zal nooit haar naam vermeld zien.
Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij
vóór dit, of tegen dat is, het verkeer verspert,
ziet 's avonds reeds zijn smoel op de tee vee.
Toch goed dat er een God is.
Gerard Reve
woensdag, januari 04, 2012
vrijdag, november 04, 2011
" O lieve, lieve mensen, ik houd van u, en ik omhels u allen hartstochtelijk, ondanks de geduchte afstand. Laten we elkaar niet haten, maar integendeel, elkaar liefhebben, gezamenlijk op de Dood wachten, en het ons in de tussentijd aan niets laten ontbreken."
Gerard Kornelis van het Reve, in Op weg naar het einde Amsterdam 1963 p.166
zaterdag, mei 28, 2011
" De tijden zijn heel moeilijk, weet je dat? En onze leeftijden ook. Wij hebben in het geheel niets meer om op te vertrouwen, behalve op Gods Genade, en niemand weet wat en hoeveel of hoe weinig dat is. Maar gewoon kop op hoor."
Gerard Reve in Brieven aan Simon Carmiggelt Amsterdam 1988 p.160
maandag, mei 02, 2011
vrijdag, oktober 08, 2010
"Ware sterkte en moed zijn zachtmoedig, kijk bijvoorbeeld naar mijn patroon, de Olifant, die sterker is dan zowat welk ander dier ook, en nochtans Content is zich te voeden met nederige kruiden des velds, en geen ander wezen Kwaad wil doen, of ze moeten hem sarren, en dan staat hij in het gelijk: meteen van je afslaan, dat zeg ik altijd."
Gerard Reve in: Brieven aan Ludo P. 1962-1980 Amsterdam 1968
woensdag, juni 16, 2010
"Als God eenmaal "alles in allen" zal zijn, moet dat volgens mij inhouden, dat iedereen zich binnen beloopbare afstand zal bevinden, zodat je, bij wijze van spreken, nergens meer naar toe hoeft...
Gerard Kornelis van het Reve in Op weg naar het einde Amsterdam 1963 p.68
donderdag, december 31, 2009
'Ik leef,' fluisterde hij, 'ik adem, ik beweeg, dus ik leef. Wat kan er nog gebeuren? Er kunnen rampen komen, pijnen, verschrikkingen. Maar ik leef. Ik kan opgesloten zijn, of door gruwelijke ziekten worden bezocht. Maar steeds adem ik, en beweeg ik. En ik leef.' Hij liep terug naar de keuken, voltooide het poetsen en betrad zijn slaapkamer. 'Konijn,' zei hij, het konijn op de arm nemend, 'je straf is ingetrokken, gezien je grootste verdiensten voor de zaak. 'Hij zette het dier op de schrijftafel, sloot de gordijnen en begon zich uit te kleden. Toen hij gereed was, trommelde hij zich met de vuisten op de borst, en betastte zijn lichaam. Hij kneep in het vel van de nek, in de buik, de kuiten en de dijen. ' Alles is voorbij,' fluisterde hij, 'het is overgegaan. Het jaar is er niet meer. Konijn, ik ben levend. Ik adem, en ik beweeg, dus ik leef. Is dat duidelijk? Welke beproevingen ook komen, ik leef.' Hij zoog de borst vol adem en stapte in bed. 'Het is gezien,' mompelde hij, 'het is niet onopgemerkt gebleven.' Hij strekte zich uit en viel in een diepe slaap.
Simon van het Reve, De Avonden,een winterverhaal Amsterdam 1947 p.237
" 'Uit de diepten heb ik geroepen,' zei hij bij zichzelf, 'maar mijn stem is niet gehoord. Bessen-appel. Nu ga ik op weg naar huis. Eeuwige, enige, onze God, ik ga naar mijn ouders.' Zijn ogen werden vochtig.
'Eeuwige, enige, almachtige, onze God,' zei hij zacht, 'vestig uw blik op mijn ouders. Zie hen in hun nood. Wend uw blik niet af.' 'Luister,' zei hij, 'mijn vader is doof als de pest. Hij hoort weinig, het is niet de moeite van het noemen waard. Schiet voor de grap een kanon bij zijn oor af. dan vraagt hij, of er gebeld wordt. hij slurpt bij het eten. Hij schept suiker met de dessertlepel. Hij neemt het vlees in zijn vingers. Hij laat winden, zonder dat iemand er een nodig heeft. Hij weet niet, waar de gulden in moet. Als hij een ei pelt, weet hij niet, waar de schaal heen moet. Hij vraagt in het Engels, of er nog nieuws is. Hij mengt het eten op zijn bord door elkaar. Eeuwige God, ik weet, dat het niet ongezien is gebleven.'
Er passeerde hem een groep van zes meisjes, die naast elkaar gearmd, nu eens hard holden, dan weer hun vaart inhielden. 'Hij morst bij het uitkloppen van zijn pijp,' fluisterde hij, toen ze voorbij waren. 'Hij maakt postzegels weg. Niet expres, maar hij maakt ze weg. Je bent ze kwijt, en daar gaat het toch maar om. Hij veegt zijn vingers af aan zijn kleren. Hij zet de radio af. Als ik sol zeg met de vork, denkt hij, dat ik gek ben. En hij prikt in de schalen. Dat is onrein. En vaak heeft hij geen das aan. maar groot is zijn goedheid.' Hij bleef staan en tuur over het water. 'Zie mijn moeder,' zegt hij zacht. 'ze zegt, dat ik gezellig thuis moet blijven. Dat ik de witte slipover aan moet doen. Ze bakt oliebollen met verkeerde stukjes appel. Dat zal ik u bij gelegenheid wel eens uitleggen. Zij maakt de kachel aan met een heleboel rook. En ze heeft de zoldersleutels laten verbranden. Almachtige, eeuwige, ze dacht dat ze wijn kocht, maar het was vruchtensap. De lieve, de goede. Bessen-appel. Ze gaat met haar kop heen en weer. Ze is mijn moeder. Zie haar onmetelijke goedheid.' Hij veegde met zijn mouw een traan uit zijn rechterooghoek en liep verder.
'Duizend jaren zijn voor u als de dag van gisteren,' ging hij voort, 'en als een wake in de nacht. Zie de dagen van mijn ouders. De ouderdom nadert, ziekten nemen bezit van hen, en er is geen hoop. De dood nadert, en het graf gaapt. Een graf is het eigenlijk niet, want ze komen in een urn: daar betalen we elke week voor.' Hij schudde het hoofd.
'Zie hen,' fluisterde hij. 'Er is voor hen geen hoop. Ze leven in eenzaamheid. waar ze om zich heen tasten, is leegte. Hun lichamen zijn een prooi van het verval. Haar heeft hij nog wel op zijn kop, een flinke bos. Nee, kaal is hij niet. Maar dat komt nog wel.'
Hij had de huisdeur bereikt. 'Vrede,' dacht hij, 'het is voorbij. Het is vrede. Een verheven blijmoedigheid stijgt op.' Met voorovergebogen hoofd ging hij naar binnen, klom zacht de trap op en liep langzaam door de gang. in de huiskamer stond zijn vader in ondergoed bij de kachel. 'Goedenavond,' zei Frits. 'Zo, mijn jongen,' antwoordde de man. 'Hoe kan iemand zo'n uitpuilende buik krijgen?' dacht Frits. 'Een zwangere huisknecht.' 'Almachtige God,' zei hij bij zichzelf, 'zie dit. Hoe heet zulk ondergoed met hemd en onderbroek uit één stuk? Hansop, geloof ik.' Hij bekeek de kleding nauwlettend. Aan de achterkant, onder aan de rug, was een lange, vertikale spleet, die open stond. 'Ik kan zijn reet zien,' dacht hij. ' De klep om te kakken staat open.' 'Almachtige God,' zei hij bij zichzelf, 'zie toe: zijn reet is te zien. Zie deze man. Het is mijn vader. behoed hem. Bescherm hem. Leid hem in vrede. Hij is uw kind.' "
Gerard Kornelis van het Reve, De Avonden, Een Winterverhaal, Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p. 194, 195
vrijdag, december 25, 2009
" Ik heb Kerstmis altijd een mooi feest gevonden, maar ook een erg treurig feest. daaraan moet ik wel toevoegen, dat ik geen feest ken, dat niet een treurig feest is.
Over Kerstmis heb ik zelden of nooit iets gelezen, dat niet om de zaak waar het om gaat, dom, handig of huichelachtig heendraaide.
Ik vat de Schrift ernstig op, maar niet letterlijk, en ik acht het vasthouden aan de historiciteit van het evangelie -zoals eertijds aan die van het paradijsverhaal- een ernstige bedreiging van het voortbestaan van het christendom. Wel buig ik mij voor het Mysterie van de onmetelijke en levendmakende waarheid, die in het evangelieverhaal wordt vertolkt.
Het verhaal leert ons, dat de menswording geen geringe opdracht is; dat, wanneer de Waarheid geboren moet worden er voor haar geen plaats is, noch in een huis, noch in een zo onpersoonlijk verblijf als een logement: de bevalling moet plaatsvinden in een stal, in aanwezigheid van de twee nederigste en meest onderworpen dieren. Ik acht het van nog diepere betekenis, dat deze Geboorte bovendien onwettig is en dat God geboren moet worden uit een ongehuwde moeder.
Of de duisternis het Licht ooit zal begrijpen, daaraan moet ik diep en bitter twijfelen. Maar wel geloof ik in het Licht dat schijnt in de duisternis, in alle eeuwigheid."
Gerard Reve Verzameld Werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.436, 437 (oorspronkelijk verschenen in De Strijdkreet, kerst 1969)
*foto E.H. augustus 2006 Notre Dame de Bethleem, Abbatiale de Saint Jean aux Bois
woensdag, december 23, 2009
dinsdag, december 22, 2009
“Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de twee en twintigste December
Simon van het Reve, De Avonden, een winterverhaal, Amsterdam eerste druk 1947 p. 5
maandag, december 14, 2009
Ik ben wel thuis, maar houd de deur op slot.
Zodoende denken ze, als ze aan de deur komen,
Dat ik niet thuis ben.
Maar ik ben er wel.
Het is waarlijk juist en passend
Dat ze denken dat ik niet thuis ben,
Want ik wil alleen zijn, met U,
En tegen U praten en schreeuwen, al geeft U geen antwoord
Gerard Reve in Nader tot U, Amsterdam 1966
donderdag, december 10, 2009
"De pest van onze tijd is die bijna onbestrijdbare, want karakterloze, lof der lamlendigheid en de zogenaamde leutigheid, die gekenmerkt wordt door angst voor vormgeving, angst voor stilering, angst voor interpretaatsie, voor inzet en voor een eigen oordeel...."
Gerard Reve, in Schoon Schip 1945-1984 Amsterdam MCMLXXXIV
donderdag, december 03, 2009
woensdag, december 02, 2009
Dan het weder. Ten eerste komt het van Godt en kan dus nooit slecht zijn; ten tweede is het in een huis, een trein of een automobiel altijd goed weder; ten derde is het weder gratis, dus wat mag men verwachten?
Gerard Reve in Moedig Voorwaarts, Brieven aan Bert en Netty de Groot 1974-1997 Amsterdam/Antwerpen 2007 p.488
woensdag, november 25, 2009
zondag, november 22, 2009
Wat je ook nog kunt doen als uiterste middel is katholiek worden. Je wordt slanker en jonger en je slaapt een stuk beter. Het gelijkt een beetje op het communisme, en laat iedereen met rust. En er is prachtige muziek bij gemaakt.
Gerard Reve, in: Brieven aan Bram P. Amsterdam 2003 p.52
donderdag, november 12, 2009
“Er zijn dingen die men niet beschrijven kan, tenminste niet adequaat, want de taal is een zeer beperkt en te verstandelijk uitdrukkingsmiddel. De zeer elementaire menselijke aandoeningen zoals bijvoorbeeld eenzaamheid, honger, dorst, geilheid, heimwee, die zijn niet rechtstreeks te beschrijven op een wijze die de lezer werkelijk raakt. Men kan die alleen oproepen door een opstapeling van de juiste attributen.
“Hoe dan?”
Iemand bevindt zich in een hotelkamer en voelde zich eenzaam. Men kan schrijven:”Hij bevindt zich in de hotelkamer en voelde zich eenzaam.” Dat kan voldoende zijn als die eenzaamheid in het verhaal geen belangrijke functie heeft, geen drijfveer voor een handeling is. Maar als die eenzaamheid van essentiele betekenis is, dan heeft die enkele regel onvoldoende kracht. Het is dan soms veel beter om het woord eenzaamheid of eenzaam in het geheel niet te noemen, doch simpelweg de kamer, de lichtinval, de geur, het meubilair, de lampjes, op de juiste wijze te beschrijven. De gezamenlijke attributen roepen dan de eenzaamheid vanzelf op, zonder dat de lezer zelfs een ogenblik aan het woord denkt, en met veel duurzamer en indringender effect, want bij een reeks attributen zijn er beslist wel een paar die de lezer vasthoudt en, onbewust, als diep geldig erkent.”
zondag, november 08, 2009
zaterdag, november 07, 2009
"Ik schrijf voor mensen en ook voor vele dieren die zelf niet lezen. Dus het moet begrijpelijk zijn wat ik schrijf, als het maar mooi is en troost schenkt aan allen die deze van node hebben."
Gerard Reve in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.158
"Het verleden, dat weet wat. We kunnen ons bij veel dingen beter neerleggen. Ik weet, dat het zo heeft moeten zijn, dat het Geld gekomen is, nu het me als bron van genietingen niets meer zegt - er is eigenlijk niets meer, dat ik werkelijk begeer, behalve om ergens te kunnen zitten waar ik niet kan worden verdreven en waar ik kan schrijven, en waar ik alleen maar wind, dreunend en trekkend als een eb, door de zware bomen van het kerkhof behoef te horen, en niet Ado Broodboom met het vocaal ensemble De Blauwbaardjes. Dat is alles, en ik neem nu afscheid. Vaarwel, vaarwel!"Gerard Reve in Nader tot U Amsterdam 1966 Brief uit het verleden slot p.33
vrijdag, november 06, 2009
“Ik droom over ons samen, samen leven, samen werken, samen reizen en uiteindelijk samen begraven worden ergens onder oude bomen, op een eenzame plaats, om het Einde der Tijden af te wachten als de sterren een voor een zullen uitdoven en in de leegte zullen vallen, terwijl het heelal gevuld zal worden met wolken as en alle licht zal verdwijnen en de engel met de schalmei zal verschijnen aan de vier uiteinden der aarde om ons op te wekken.”
maandag, november 02, 2009
woensdag, oktober 28, 2009
Ik droom van ons samen, samen leven, samen werken, samen reizen en uiteindelijk samen begraven worden ergens onder oude bomen, op een eenzame plaats, om het Einde der Tijden af te wachten als de sterren een voor een zullen uitdoven en in de leegte zullen vallen, terwijl het heelal gevuld zal worden met wolken as en alle licht zal verdwijnen en de engel met de schalmei zal verschijnen aan de vier uiteinden der aarde om ons op te wekken.
In Gerard Reve's eerste liefdesbrieven, voorpublicatie Hollands Diep november/december 2009
“Voorts: het zijn de olijke broeders, de bonvivants, de grappenmakers die dag en nacht beweren dat alles zo ‘geweldig’ is die zich opeens opknopen. De hypochonder en de pessimist worden niet zelden stokoud…”
Gerard Reve in Brieven aan mijn lijfarts Amsterdam/Antwerpen 1991
zondag, augustus 09, 2009
Reisgebed
O God.
Ik sta op het punt, op reis te gaan.
Ik weet niet, of het misschien mijn laatste reis is.
Ik wil U liefhebben.
Ik hoop, dat ik onderweg niemand enig ongeluk of
kwaad zal berokkenen.
Ik wil proberen niet, of veel minder te drinken.
Ik sta voor U.
Ik weet, dat ik, of ik veilig zal aankomen,
dan wel onderweg verwonding, ziekte of dood zal vinden,
altijd U toebehoor.
Want in leven en sterven zijt Gij in mij en ik ben in U.
Ik ga nu weg.
Vaarwel, o God.
Gerard Reve (1966)
vrijdag, mei 15, 2009
vrijdag, maart 27, 2009
vrijdag, december 14, 2007
Gedicht voor mijn 39ste verjaardag
Soms zijn er dagen dat ik uren lang
niet hoef te denken aan de Dood,
maar bij mijn opstaan al
was ik vanmorgen aan de Dood gedachtig.
De lampen brandden nog--of het al avond was:
zo vroeg reeds dacht ik aan de Doden.
Des middags verscheen Michael. Ik maakte brokken brood voor hem.
Ik keek naar hem terwijl hij at, en zag zijn jeugd.
Toen hij weer weg was, dronk ik uit zijn glas,
en trok mij hijgend af.
Hoor dan mijn stem, o Eeuwige. Gedenk U toch aan mij,
die voortschrijd tussen Dood en Dood, in een begoocheling,
en in Uw tijdloos Graf reeds rust.
Gerard Reve in Verzamelde Gedichten Amsterdam 1987 p. 45
donderdag, december 13, 2007
vrijdag, november 02, 2007
donderdag, november 01, 2007

60 jarig jubileum van De Avonden
1 november 1947 - 1 november 2007
"Tom te tom tom, tom te tom," zong Frits in zichzelf, "het gaat slecht, verder gaat het goed."
'Waarom hadden die duisternis en die regen een verblijdende betekenis?' dacht hij. 'Daar moet ik achter zien te komen'.'In de vierde klas, bij het begin van de vakantie,' zei hij tegen zichzelf, 'we gingen naar huis en ik had een leeg krijtenkistje gekregen. Ik stond in de gang, te wachten op het eind van de regen, want ik had geen jas bij me. En elke keer snoof ik in het kistje. Het was een lucht van hout, nieuw hout, van hars en krijt. Tot zover is het duidelijk, dat zijn de feiten. Maar de samenhang?' Ik weet het,'dacht hij plotseling, 'het is eenvoudig. De laatste uren van de schooltijd moesten somber zijn, om de overgang naar de vrije dagen des te scherper te laten uitkomen.'
Gerard Kornelis van het Reve, De Avonden, Een Winterverhaal, Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p. 24 en p.85
woensdag, oktober 31, 2007
dinsdag, juni 26, 2007
"Ik ben een slecht en zondig mens, maar ik heb iets, noem het maar formaat, een bepaalde grootheid van ziel, iets wat boven die door en door verdorven troep uitsteekt hoewel ik me nooit op mijn afkomst beroep of heb laten voorstaan, want er komt toch oorlog. Ja, als ooit al die blonde, even welgevormde als gemotiveerde jongeren tragisch zouden sneuvelen, bloed nederlopend langs hunne fraaie, gulzige, naar Liefde en bevrediging hunkerende monden.
Maar er gebeurt in onze Moerasdelta toch nooit iets? Huisbakken, alles, dat is tot daar aan toe, maar die Verveling! Ons kleine landje zoude eigenlijk Vervelië moeten heten. Het tikt, druppelt, zoemt, gonst er van, het zit in rijen in de wachtkamers van de bevoegde artsen, maar wat kunnen die doen zolang als de Uij Tha Nassie nog niet in het ziekenfondspakket is opgenomen? Niet tobben!"
Gerard Reve, Moedig Voorwaarts, Brieven aan Bert en Netty de Groot (19 juni 1987) Amsterdam 2007 p. 386
woensdag, juni 13, 2007

Hanny Michaelis 1922-12 juni 2007
Op 11 juni overleed op 84 jarige leeftijd Hanny Michaelis. HannyMichaelis en Gerard Reve leerden elkaar kort na de oorlog kennen en zijn van 1948 tot 1959 getrouwd geweest.
Het poesje dat die avond
toen ik nog niet wist
wat ons boven het hoofd hing,
languit op je knie lag
en zich door je liet strelen
terwijl je andere arm
me tegen je aandrukte
zodat er een zonderlinge variant
op de Heilige Familie ontstond,
likt vol toewijding haar vel.
Ze leeft gewoon door,
net als ik trouwens,
maar vermoedelijk zonder geheugen
om haar tot tranen toe te sarren.
Hanny Michaelis in Verzamelde gedichten Amsterdam 1996 p.129
woensdag, april 11, 2007

"Want de mens is ‘als gras, dat gisteren was, en morgen hooi is op de tas.’ "
" De trein, doem, doem, reed rustig voort, van sombre plaats naar droevig oord. De jongen was weg, en ik dacht dat het wel voorgoed zoude zijn. Hij is inderdaad nooit meer teruggekomen, terwijl hij daar tweeënvijftig jaar de tijd voor heeft gehad. Men huivert bij die gedachte, als men er even bij stilstaat. Zoude hij nog in dit leven zijn? Maar dan zoude hij veel minder aantrekkelijk zijn dan toen. Kaal, op zijn kop, bedoel ik, dat is wel het minste, misschien zelfs met allemaal kleine bultjes. O, die gouden jongenslokken! Hoe meer iets schittert en blinkt, hoe sneller het tot stof en as wordt, die verstuiven op de wind. Want de mens is ‘als gras, dat gisteren was, en morgen hooi is op de tas.’ "
Gerard Reve in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p. 189
zondag, april 08, 2007

foto E.H. april 2007
08-04-2006 - 08-04-2007
'Ik weet, dat mijn Verlosser leeft'
Ik had ten zeerste gedachten, dat weet ik nog goed. Ik dacht eerst ik weet dat mijn Verlosser leeft. Daar begon het mede. En toen dacht ik ik weet dat mijn Bruine Liefdesprins op mij zal wachten en ik op hem, hier of aan gene zijde, waar Liefde en Dood één worden in een eeuwig Geheim. En het zal gezien worden hoe de engelen ons wassen tot wij wederom jong en schoon zijn, en ons rijstepap voeren met zilveren lepels. En de hemel gaat toe.
Gerard Reve in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam 1996 p.86
zie ook:
http://gerardreve.web-log.nl/gerardreve/2007/04/een_bezoek_aan_.html
vrijdag, april 06, 2007
Gedachtig aan Uw Sterven heb ik lang gevast,
en al die tijd niet eens gedronken.
Zo zie je weer: bij God is alles mogelijk.
Maar toon mij toch, als oogst van dit rampzalig leven,
één regel, die de moeite waard en leesbaar was.
(1966)
Gerard Reve in Verzamelde Gedichten Amsterdam 1987 p.70
dinsdag, april 03, 2007

'Over de liefde, het lijden, de grootsheid van de natuur en de schepping..'
"Ik vermijd altijd zo veel mogelijk het onderwerp kunst, want U wilt gewoon een boek lezen, dat U verstrooiing en leesgenot schenkt: over de liefde, het lijden, de grootsheid van de natuur en de schepping, ook van dieren, maar U zit niet op cultuur te wachten, net zo min als ik. (Ziezo: ik ben echt blij dat U en ik het daarover tenminste eens zijn.)"
Gerard Reve Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p 148, 149
woensdag, maart 28, 2007
"Van mijn vroege jeugd is tot nu toe onvoldoende studie gemaakt. Ik heb zelf van de eerste vijf jaren van mijn leven geen herinnering behouden. Uit mijn zesde jaar zijn mij vage beelden bijgebleven van een gang, een uitzicht op een speelplaats en van de balkons van een rij huizen waarin mensen woonden die niet bestonden omdat de muren van gele baksteen waren; en dat is alles.
Decors dus, maar zonder handelende personen of geluiden. Is er in die eerste vijf jaren iets verschrikkelijks gebeurd? Het zoude mij niet verbazen als dat het geval was, maar ik weet er niets van: het onttrekt zich aan historische waarneming. Al met al heb ik een raar leven gehad, als ik erover nadenk. Niet bizonder, maar wel ongewoon, dat is misschien het juiste woord."
Gerard Reve in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.71, 72
dinsdag, maart 27, 2007
"Mijn belangstelling voor dood en lijkbezorging schijn ik al op jonge leeftijd verworven te hebben. Reeds lang voor mijn meerderjarigheid richtte ik de Club Van De Grafkelders op, die bedoeld was om de uitvaaart van overleden vogels en kleine dieren door waardig ritueel te regelen. De graven waren aarden piramiden of kegelvormige verhogingen waarin zich gangen en een luchtkoker dienden te bevinden. Zij zijn verdwenen want alles is omgewoeld, en overal zijn huizen gebouwd die nu gereed zijn voor de sloop, want alles gaat vroeg of laat tegen de vlakte.
Gerard Reve in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.71
maandag, maart 26, 2007
"Toch kan het zijn dat iemand zich onwillekeurig afvraagt waarom ziet die hoofdpersoon zo tegen die begrafenis op? Is hij er soms bang voor?
Neen, dat is niet het geval, en bang ben ik niet. Het gaat hier alleen maar om rouw, diepe smart dus door het onherroepelijk heengaan van een persoon voor wie men een diepe genegenheid heeft gekoesterd en die men tevens in lichamelijke liefde heeft begeerd. Zoiets valt nu eenmaal niet mede."
Gerard Reve in Het Boek van Violet en Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.70, 71
maandag, maart 12, 2007

Het nieuwe prachtboek van de intellectueel H.M.
gaat niet over God, niet over de Liefde,
en niet over de Dood.
Het gaat over een zeepbel die uiteenspat.
Men noemt dit werk: 'sterk autobiografies.'
Gerard Reve in Verzamelde Gedichten, Amsterdam 1987 p.90
* 11 maart verkiezing beste Nederlandstalige boek aller tijden.
Harry Mulisch, De ontdekking van de hemel is verkozen tot nummer één.
Gerard Reve, De Avonden kwam op de negende plaats.
dinsdag, maart 06, 2007
"Alles opgeteld, ben ik toch wel goed gemutst. ik moet van wat doodsangst af, maar dat is een kwestie van tijd, denk ik. Als je veel ouder wordt, gaat de lol er wel af, en verlies je wel iets van die ziekelijke aanbidding van het leven, vermoed ik.
Wijzer word je niet, merk ik. Je ziet parallellen, patronen die zich herhalen, en daar leer je iets van. Maar verder blijf je even geil, naïef, verliefd enz. enz."
Gerard Reve in Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.53
woensdag, februari 28, 2007
Wat ik eigenlijk het moeilijkste in het hele menselijke bestaan vind, is de onmogelijkheid om met iemand ook maar een serieus gesprek te voeren over wat ik zou willen noemen De Uiteindelijke Dingen. Uren, en hele nachten wordt er over schijnproblemen gepraat, maar als je, voorzichtig, begint over de zin van het menselijk bestaan, of over welke precies de relatie van de mens tot God zou kunnen zijn, dan schrikt opeens iedereen, en valt er een onthutst en medelijdend zwijgen. Toch wil je, of liever gezegd, moet je er over praten. Een paar dagen geleden, op een diner bij vrienden in Colchester, deelde ik, helemaal uit mezelf, maar desgevraagd, mede, dat onze Verlosser glorieus herrezen is van de doden en het ons mogelijk heeft gemaakt te leven, alles met een vuurrood hoofd (ik bedoel niet van onze Verlosser, maar van mij) en vol zweetverwekkende schaamte: je kan over dit soort dingen tegenwoordig beter je bek houden.
Gerard Reve in Brieven aan Ludo P. 1962-1980 Amsterdam 1986 tweede druk p.14
dinsdag, februari 27, 2007
maandag, februari 26, 2007

Remi en Bambi
"De winter is hier wel weemoedig. Joop kan er soms niet goed tegen.
Nu schiet mij iets te binnen. Bij het signeren in de boekhandel Allert de Lange in Amsterdam zag ik opeens op een afstandje twee jongens staan, 14 en 12 ongeveer. Dat zijn ze, dacht ik: Remi en Bambi! Ik gaf ze een Wolf met de opdracht: Voor Remi en Bambi. Van Wolf en Vos. Remi kwam een week later in Schiedam, om een vraaggesprek met mij te maken voor zijn schoolkrant. Hij heette in het leven niet Remi, maar Raymond. Toch wel eigenaardig. Zijn broertje heette niet Bambi, maar de gelatiniseerde vorm daarvan: Armand!
Ja, er sterven veel mensen, de laatste tijd. Je kunt wel opbellen of schrijven naar de Autoriteiten, maar wat kunnen die er aan doen?"
Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter Amsterdam/Antwerpen 1993 p.223
woensdag, februari 21, 2007
"Als politiek boek beveel ik Hugo* Moeder en Zoon aan. Daarin, maar ook in Oud en Eenzaam staat veel over staat en revoluutsie. Mijn jeugd is helemaal gedompeld geweest in politiek. Gode zij dank heeft die niets met kunst te maken."
Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p. 223 (* in brief aan Lien en Hugo S. 12 december 1983)
maandag, februari 19, 2007
"Ik heb intussen het 3e Hoofdstuk* voltooid, vol verguldsel, paars licht, Eeeuwig onvervulde liefdesverlangens, Jongens op bromfietsen, motregen en met oude canapé kleden behangen grotten. Het leven is veel groter dan ik het ooit zou kunnen beschrijven. En God is gek op me."
*van Oud en Eenzaam (1978)
Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p. 166, 167
zaterdag, februari 17, 2007
"Het zijn angstwekkende tijden, gekenmerkt door een tot een karikatuur uitgegroeid bijgeloof: de Dood zal binnen afzienbare tijd ongedaan gemaakt worden door de mediese wetenschap; het heelal is 'gewoon uit een ammoniakwolk ontstaan' (en dat gepresenteerd als een verklaring van het zijn van het heelal!), kortom een pseudo-rationeel denken, dat in werkelijkheid even primitief is als het geloof van het kind in de ooievaar. Voorlopig vind ik een Schepping uit het niets, door Gods Wil, een heel wat aanvaardbaarder visie, al kan men zich daarbij niets feitelijks voorstellen. (Vandaar, dat de Kerk spreekt van een mysterie.)
Enfin, niet tobben."
Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p.229, 230
woensdag, februari 14, 2007
"Ik wil het nu over verering hebben. Die ambiëer ik niet, en heb ik nooit geambiëerd. Ik heb wel eens de verdenking, dat de vereerders vaak mijn werk niet of nauwelijks gelezen hebben. Maar wat me wel goed doet, dat is iemand die opeens op straat ietwat schuchter op mij afkomt en mij 'bedankt' voor een bepaald boek van mijn hand, of voor mijn optreden in het Maria-vierluik van de Nos verrekijk."
Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p.255
maandag, februari 12, 2007
"Als iemand door niets en niemand meer getroost kan worden: niet door de Trooster, Die, volgens Zijn toezegging, 'Met U zal zijn tot het einde der wereld',(ik doel hier op de Heilige Geest); en evenmin door de Troosteres, Wier voorspraak bij de Zoon beslissend is (ik doel hier op de Moeder van God), als die beiden dus uitvallen...(Dit is geen critiek op die goddelijke instanties, die nimmer kunnen falen, maar het kan gebeuren, dat iemand de weg naar hen toe niet vinden kan?) Maar indien dan iemand getroost zoude kunnen worden door iets, wat ik geschreven heb, ja, wat is het dan, hoe kan dat? Mag dat?
Ik gaf het piekeren op en dacht: 'Is dat een verdienste? Neen het is een genade van God.' En daarna in vervoering: 'Ik heb niet voor niets geschreven. Ik heb niet voor niets geleefd.'"
Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p.257




