Kunstbroeders (4)
'Als een gedicht goed is, dan is het toch geweldig,
dat het door een miljoen mensen wordt gelezen?'
"Ik ben telefonisch niet te bereiken, maar ik krijg wel veel aangrijpende post. Ook veel van vrouwen; zeventig procent van mijn lezers zijn huisvrouwen met twee, drie kinderen..
Ik herinner me dat een jaar of wat geleden een damesblad vroeg om een hoofdstuk of een fragment. Ik voel me door dat soort dingen gevleid en dan zoek ik met de grootste zorg een representatief hoofdstuk uit, dat bovendien buiten het verband van het boek begrepen kan worden. Ik stel er een eer in dat die mensen een schrijver aanzoeken om een tekst te leveren voor een blad dat door een miljoen mensen gelezen wordt. Maar een hoop schrijvers zeggen dan: ik een verhaal in Panorama. Een gedicht in de Libelle? Maar waarom in godsnaam niet? Als een gedicht goed is, dan is het toch geweldig, dat het door een miljoen mensen wordt gelezen?
Gerard Reve & S.Carmiggelt in Gesprek , opgetekend door Max van Rooy en de redactie van het tijdschrift Menuett Amsterdam 1980 p.41, 43
zaterdag, juni 24, 2006
vrijdag, juni 23, 2006
Kunstbroeders (3)

Hollands Diep 8 november 1975
"Kijk, je schrijft een boek en een aantal mensen kopen dat boek niet voor hun verdriet. Ze willen leesgenot verwerven en betalen daarvoor veertien-negentig. Dat is altijd nog twaalf à vijftien liter superbenzine, tenminste...Niet als Den Uyl zijn zin krijgt, dan is het twee liter. Maar die mensen willen niet gesticht worden; die willen gewoon genot hebben en ik stel er een eer in dat te bieden en meteen mijn hele ideeënwereld, mijn hele problematiek, mijn hele troep, want die moet ik toch ook kwijt. Anders word ik gek.
Gerard Reve & S.Carmiggelt in Gesprek , opgetekend door Max van Rooy en de redactie van het tijdschrift Menuett Amsterdam 1980 p.40
Hollands Diep 8 november 1975
"Kijk, je schrijft een boek en een aantal mensen kopen dat boek niet voor hun verdriet. Ze willen leesgenot verwerven en betalen daarvoor veertien-negentig. Dat is altijd nog twaalf à vijftien liter superbenzine, tenminste...Niet als Den Uyl zijn zin krijgt, dan is het twee liter. Maar die mensen willen niet gesticht worden; die willen gewoon genot hebben en ik stel er een eer in dat te bieden en meteen mijn hele ideeënwereld, mijn hele problematiek, mijn hele troep, want die moet ik toch ook kwijt. Anders word ik gek.
Gerard Reve & S.Carmiggelt in Gesprek , opgetekend door Max van Rooy en de redactie van het tijdschrift Menuett Amsterdam 1980 p.40
donderdag, juni 22, 2006
Kunstbroeders (2)

Omslagfoto In Gesprek van Philip Mechanicus
"Ik maak mijn werk toegankelijk voor iedereen die toegang wil hebben. Er zijn mensen die bewust de toegang voor de gewone man onmogelijk maken; die dat beneden hun waardigheid vinden. Maar ik vind het een geweldige winst als mijn boek in de trein gelezen wordt door een aantal mensen dat elke bladzijde, na gelezen te hebben, eruit scheurt en uit het raampje naar buiten gooit."
Gerard Reve & S.Carmiggelt in Gesprek , opgetekend door Max van Rooy en de redactie van het tijdschrift Menuett Amsterdam 1980 p.38
Omslagfoto In Gesprek van Philip Mechanicus
"Ik maak mijn werk toegankelijk voor iedereen die toegang wil hebben. Er zijn mensen die bewust de toegang voor de gewone man onmogelijk maken; die dat beneden hun waardigheid vinden. Maar ik vind het een geweldige winst als mijn boek in de trein gelezen wordt door een aantal mensen dat elke bladzijde, na gelezen te hebben, eruit scheurt en uit het raampje naar buiten gooit."
Gerard Reve & S.Carmiggelt in Gesprek , opgetekend door Max van Rooy en de redactie van het tijdschrift Menuett Amsterdam 1980 p.38
woensdag, juni 21, 2006
Kunstbroeders (1)

Foto: George Verkuil 1975
'Dat clownschap, snap je. De mensen moeten aan vermaak wáár voor hun geld krijgen, maar de Nederlandse mentaliteit is, dat de mensen gesticht willen worden en dat is niks voor de kunst. Als je gesticht wilt worden, moet je naar de kerk gaan.'
Gerard Reve & S.Carmiggelt in Gesprek , opgetekend door Max van Rooy en de redactie van het tijdschrift Menuett Amsterdam 1980 p.42
Foto: George Verkuil 1975
'Dat clownschap, snap je. De mensen moeten aan vermaak wáár voor hun geld krijgen, maar de Nederlandse mentaliteit is, dat de mensen gesticht willen worden en dat is niks voor de kunst. Als je gesticht wilt worden, moet je naar de kerk gaan.'
Gerard Reve & S.Carmiggelt in Gesprek , opgetekend door Max van Rooy en de redactie van het tijdschrift Menuett Amsterdam 1980 p.42
dinsdag, juni 20, 2006
'God is, en gaat alle verstand te boven.'
" 'God is, en gaat alle verstand te boven', begon ik Bul na enig zwijgen uit te leggen. 'Het is een teken -zo mag je het best opvatten, op mijn verantwoording. Misschien is de tijd zeer nabij.' Ik ontkurkte zuchtend de vierde fles. Een ongehoord zware golf van schaamteloze sentimentaliteit was in mij omhoog gestegen. Ik keek stil naar buiten...'
In: Gerard Reve 'Veertien etsen van Lodewijk Pannekoek voor Arbeiders verklaard', in Een Eigen Huis, Amsterdam/Brussel, MDMLXXIX, p.66
" 'God is, en gaat alle verstand te boven', begon ik Bul na enig zwijgen uit te leggen. 'Het is een teken -zo mag je het best opvatten, op mijn verantwoording. Misschien is de tijd zeer nabij.' Ik ontkurkte zuchtend de vierde fles. Een ongehoord zware golf van schaamteloze sentimentaliteit was in mij omhoog gestegen. Ik keek stil naar buiten...'
In: Gerard Reve 'Veertien etsen van Lodewijk Pannekoek voor Arbeiders verklaard', in Een Eigen Huis, Amsterdam/Brussel, MDMLXXIX, p.66
maandag, juni 19, 2006
'Men hoorde reeds het fluisteren van een langzaam zich verheffende avondbries..'

"Ons leven was een sterven. Het namiddaglicht, dat uit het grote, door goeroe B. boven de drankkast aangebrachte dakraam neerstroomde, was merkbaar begonnen te dalen en men hoorde reeds het fluisteren van een langzaam zich verheffende avondbries, die zong van een nutteloos en verspild leven, waarin niets gebeurd was."
In: Gerard Reve 'Veertien etsen van Lodewijk Pannekoek voor Arbeiders verklaard', in Een Eigen Huis, Amsterdam/Brussel, MDMLXXIX, p.64
"Ons leven was een sterven. Het namiddaglicht, dat uit het grote, door goeroe B. boven de drankkast aangebrachte dakraam neerstroomde, was merkbaar begonnen te dalen en men hoorde reeds het fluisteren van een langzaam zich verheffende avondbries, die zong van een nutteloos en verspild leven, waarin niets gebeurd was."
In: Gerard Reve 'Veertien etsen van Lodewijk Pannekoek voor Arbeiders verklaard', in Een Eigen Huis, Amsterdam/Brussel, MDMLXXIX, p.64
zondag, juni 18, 2006
'..waar Liefde en Dood één worden in een eeuwig Geheim'

'Ik had ten zeerste gedachten, dat weet ik nog goed. Ik dacht eerst ik weet dat mijn Verlosser leeft. Daar begon het mede. En toen dacht ik ik weet dat mijn Bruine Liefdesprins op mij zal wachten en ik op hem, hier of aan gene zijde, waar Liefde en Dood één worden in een eeuwig Geheim. En het zal gezien worden hoe de engelen ons wassen tot wij wederom jong en schoon zijn, en ons rijstepap voeren met zilveren lepels. En de hemel gaat toe.'
Gerard Reve in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p. 86
'Ik had ten zeerste gedachten, dat weet ik nog goed. Ik dacht eerst ik weet dat mijn Verlosser leeft. Daar begon het mede. En toen dacht ik ik weet dat mijn Bruine Liefdesprins op mij zal wachten en ik op hem, hier of aan gene zijde, waar Liefde en Dood één worden in een eeuwig Geheim. En het zal gezien worden hoe de engelen ons wassen tot wij wederom jong en schoon zijn, en ons rijstepap voeren met zilveren lepels. En de hemel gaat toe.'
Gerard Reve in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p. 86
zaterdag, juni 17, 2006
'Schaduw', 'geheim', 'heimwee'
" 'Schaduw', 'geheim', 'heimwee', jawel daar gaat hij weder zult U zeggen, wat een woorden allemaal; ik vind dat die man, die schrijver dus, dat die het zijn eigen af en toe wel erg moeilijk maakt. Maar daar antwoord ik, schrijver als zodanig, op: "Is dat niet gewoon mijn plicht? Ik bedoel dus de plicht van mij om een groot, een machtig boek te schrijven, van het licht maar ook van de schaduw? En van de liefde, of is die geen ernstige zaak? "
Gerard Reve, in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.196
" 'Schaduw', 'geheim', 'heimwee', jawel daar gaat hij weder zult U zeggen, wat een woorden allemaal; ik vind dat die man, die schrijver dus, dat die het zijn eigen af en toe wel erg moeilijk maakt. Maar daar antwoord ik, schrijver als zodanig, op: "Is dat niet gewoon mijn plicht? Ik bedoel dus de plicht van mij om een groot, een machtig boek te schrijven, van het licht maar ook van de schaduw? En van de liefde, of is die geen ernstige zaak? "
Gerard Reve, in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.196
vrijdag, juni 16, 2006
’Eeuwige onderwerping in liefde'

'Het Cliché is een Godsgeschenk. Als de lezer moede begint te raken van het al te verfijnd uit de doeken doen van liefdesleed, herinneringen en schuldbesef van de held, en van al die geuren, kleuren, adjectieven en gelukte of mislukte vergelijkingen, schrijft U dan eens gewoon neder: Zoude hij dit aanbiddelijke wezen, deze duizelingwekkende blonde zeeprins ooit, al ware het slechts voor één ogenblik, mogen terugzien om dan, ja dan, in een allerlaatste kans, hem zijn eeuwige onderwerping in liefde aan te bieden?...'
Gerard Reve, Verzameld Werk deel 4 in: Zelf schrijver worden, Amsterdam/Antwerpen 2000 p.453
'Het Cliché is een Godsgeschenk. Als de lezer moede begint te raken van het al te verfijnd uit de doeken doen van liefdesleed, herinneringen en schuldbesef van de held, en van al die geuren, kleuren, adjectieven en gelukte of mislukte vergelijkingen, schrijft U dan eens gewoon neder: Zoude hij dit aanbiddelijke wezen, deze duizelingwekkende blonde zeeprins ooit, al ware het slechts voor één ogenblik, mogen terugzien om dan, ja dan, in een allerlaatste kans, hem zijn eeuwige onderwerping in liefde aan te bieden?...'
Gerard Reve, Verzameld Werk deel 4 in: Zelf schrijver worden, Amsterdam/Antwerpen 2000 p.453
donderdag, juni 15, 2006
'Ik kniel wel eens neer, als niemand me ziet'

'Ik kniel wel eens neer, als niemand me ziet, sprakeloos, want ik weet niet, wat te zeggen of bij mezelf te denken. Ik zal nooit, in leven of dood, God zien 'van aangezicht tot aangezicht', en die wetenschap valt mij zwaar -soms tè zwaar.'
Gerard Reve, Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p.181
'Ik kniel wel eens neer, als niemand me ziet, sprakeloos, want ik weet niet, wat te zeggen of bij mezelf te denken. Ik zal nooit, in leven of dood, God zien 'van aangezicht tot aangezicht', en die wetenschap valt mij zwaar -soms tè zwaar.'
Gerard Reve, Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p.181
woensdag, juni 14, 2006
zondag, juni 11, 2006
Nooit was ik zo dicht bij hem geweest

'Slechts enkele meters scheidden mij van het wezen, dat ik zou willen aanbidden en waarvoor ik zou willen knielen: nooit was ik zo dicht bij hem geweest, maar nooit, in alle tijd en eeuwigheid, zou het mij vergund zijn dichter bij hem te geraken dan ik nu was.'
Gerard Reve in Oud en Eenzaam Amsterdam/Brussel MCMLXXVIII p.265
'Slechts enkele meters scheidden mij van het wezen, dat ik zou willen aanbidden en waarvoor ik zou willen knielen: nooit was ik zo dicht bij hem geweest, maar nooit, in alle tijd en eeuwigheid, zou het mij vergund zijn dichter bij hem te geraken dan ik nu was.'
Gerard Reve in Oud en Eenzaam Amsterdam/Brussel MCMLXXVIII p.265
vrijdag, juni 09, 2006
'Hij was de laatste, en met mij de enige op de gehele wereld..'

"Ik begaf mij, in de vallende schemering, naar een naburig, braakliggend stuk land, verzekerde mij ervan dat ik onbespied was en ging, huiverend, in een door de straatjeugd in het zand uitgegraven kuil zitten. In de nabijheid van de kuil had ik een aantal vogelvederen gevonden, waarschijnlijk de resten van een prooi van de kat. Ik maakte in de kuil een vuur, waarop ik de vederen verbrandde, en staarde in de vlammen en de rook. Voorzichtig fluisterend sprak ik de naam uit: "Isis"... Eén man was er nog, die haar aanbad, maar die ik nooit zoude kunnen vinden of zoude kennen; die misschien al niet meer leefde...Hij was de laatste, en met mij de enige op de gehele wereld..En na hem zoude ik de allerlaatste zijn, geheel alleen, de enige op aarde...Betekende dat niet, dat ook ik zelf niet behoorde te bestaan?..."
in: Gerard Reve, Moeder en Zoon, Amsterdam MCMLXXIV p.64
"Ik begaf mij, in de vallende schemering, naar een naburig, braakliggend stuk land, verzekerde mij ervan dat ik onbespied was en ging, huiverend, in een door de straatjeugd in het zand uitgegraven kuil zitten. In de nabijheid van de kuil had ik een aantal vogelvederen gevonden, waarschijnlijk de resten van een prooi van de kat. Ik maakte in de kuil een vuur, waarop ik de vederen verbrandde, en staarde in de vlammen en de rook. Voorzichtig fluisterend sprak ik de naam uit: "Isis"... Eén man was er nog, die haar aanbad, maar die ik nooit zoude kunnen vinden of zoude kennen; die misschien al niet meer leefde...Hij was de laatste, en met mij de enige op de gehele wereld..En na hem zoude ik de allerlaatste zijn, geheel alleen, de enige op aarde...Betekende dat niet, dat ook ik zelf niet behoorde te bestaan?..."
in: Gerard Reve, Moeder en Zoon, Amsterdam MCMLXXIV p.64
donderdag, juni 08, 2006
'Dan begrijp & weet ik, dat Zij mijn Moeder is...'
“Als ik bij helder weder, op mijn Geheime Landgoed in het buitenland bij volle maan naar de tedere gouden gedaante aan de nachthemel opzie, dan begrijp & weet ik, dat Zij mijn Moeder is, & dat ik schrijven & leven & mij staande houden kan door Haar Troost & Liefde. Misschien ben ik niet goed bij mijn hoofd.
Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p. 301
“Als ik bij helder weder, op mijn Geheime Landgoed in het buitenland bij volle maan naar de tedere gouden gedaante aan de nachthemel opzie, dan begrijp & weet ik, dat Zij mijn Moeder is, & dat ik schrijven & leven & mij staande houden kan door Haar Troost & Liefde. Misschien ben ik niet goed bij mijn hoofd.
Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p. 301
woensdag, juni 07, 2006
Ziel & Geest (3)
‘De Moeder is de Ziel, die niet oordeelt.’

“De Ziel is het wezen, het oneindige, het ondoorgrondelijke, het onkenbare, het Ongeschapen Licht. De Ziel is alles, de Geest is steeds het Ene met uitsluiting van het Andere. De Geest is oordeel, de Ziel is slechts, & oordeelt niet. De Vader & de Zoon zijn (en ademen tezamen) de Geest, maar ik ben niet zo dol op ze. De Moeder is de Ziel, die niet oordeelt, en die verlost, niet door te vergeven, maar doodgewoon door te troosten.”
Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p. 301
‘De Moeder is de Ziel, die niet oordeelt.’
“De Ziel is het wezen, het oneindige, het ondoorgrondelijke, het onkenbare, het Ongeschapen Licht. De Ziel is alles, de Geest is steeds het Ene met uitsluiting van het Andere. De Geest is oordeel, de Ziel is slechts, & oordeelt niet. De Vader & de Zoon zijn (en ademen tezamen) de Geest, maar ik ben niet zo dol op ze. De Moeder is de Ziel, die niet oordeelt, en die verlost, niet door te vergeven, maar doodgewoon door te troosten.”
Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p. 301
maandag, juni 05, 2006
Ziel & Geest (2)
‘Uit de Liefde is de Geest geboren’

“Ik vind het best, als je de Geest (Spiritus Creator, als je wilt) alle eer geeft, die Hem toekomt, want er staat geschreven: ‘In den beginne was het Woord’. (We mogen wel aannemen dat λογος zo ongeveer Geest betekent) Maar wat was er ‘vóór den beginne’? Uit de Liefde is de Geest geboren, & uit de Geest wederom de Schepping, die Schepping keert terug tot de Liefde. De vader is uit de Moeder & niet omgekeerd: wij zijn allen uit een Moeder, & niet uit een vader geboren. Zo zit dat.”
Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p. 301
‘Uit de Liefde is de Geest geboren’
“Ik vind het best, als je de Geest (Spiritus Creator, als je wilt) alle eer geeft, die Hem toekomt, want er staat geschreven: ‘In den beginne was het Woord’. (We mogen wel aannemen dat λογος zo ongeveer Geest betekent) Maar wat was er ‘vóór den beginne’? Uit de Liefde is de Geest geboren, & uit de Geest wederom de Schepping, die Schepping keert terug tot de Liefde. De vader is uit de Moeder & niet omgekeerd: wij zijn allen uit een Moeder, & niet uit een vader geboren. Zo zit dat.”
Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p. 301
Ziel & Geest (1)
‘De Zon is de Geest , & de Maan is de ziel.’

“Nu gaat het er ook om, als je vruchtbaar wilt praten, hoe je de begrippen Ziel & Geest definieert. Wie gaat voor , & wie is primair, & wie volgt uit wie? De Zon is de Geest , & de Maan is de ziel, & als je dat wilt, dan is de Maan slechts refleksie van de Zon. Maar de Zon kan noch Zichzelf begrijpen, noch begrepen worden zonder de maan. De Geest is de wind en de metaal of hout van de fluit, maar de Ziel is de muziek, waardoor wind en metaal, energie & materie, begrepen althans ervaarbaar worden.”
Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p. 300, 301
‘De Zon is de Geest , & de Maan is de ziel.’
“Nu gaat het er ook om, als je vruchtbaar wilt praten, hoe je de begrippen Ziel & Geest definieert. Wie gaat voor , & wie is primair, & wie volgt uit wie? De Zon is de Geest , & de Maan is de ziel, & als je dat wilt, dan is de Maan slechts refleksie van de Zon. Maar de Zon kan noch Zichzelf begrijpen, noch begrepen worden zonder de maan. De Geest is de wind en de metaal of hout van de fluit, maar de Ziel is de muziek, waardoor wind en metaal, energie & materie, begrepen althans ervaarbaar worden.”
Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p. 300, 301
zondag, juni 04, 2006
zaterdag, juni 03, 2006
'De Geest heeft mijn hand geleid.'
"Ik ben vaak somber gesteld over de waarde en zin van mijn werk, maar van enkele tientallen regels durf ik, soms, te geloven dat, bij het neerschrijven ervan, de Geest mijn hand heeft geleid."
Gerard Reve in Pleitrede Voor het Hof, opgenomen in Een Eigen Huis Amsterdam/Brussel MCMLXXIX p. 201
"Ik ben vaak somber gesteld over de waarde en zin van mijn werk, maar van enkele tientallen regels durf ik, soms, te geloven dat, bij het neerschrijven ervan, de Geest mijn hand heeft geleid."
Gerard Reve in Pleitrede Voor het Hof, opgenomen in Een Eigen Huis Amsterdam/Brussel MCMLXXIX p. 201
vrijdag, juni 02, 2006
'De Geest zelve, die zich aan mij openbaart.'
"Niettemin zegt mij een stem, dat hij geschreven moet worden. En indien ik mocht vermoeden, dat het de Geest zelve is, die zich aan mij openbaart, dan beloof ik u, dar ik deze kamer drie dagen lang niet zal verlaten anders dan om in de schemering snel voedsel te vergaren, en dat ik zal blijven voortschrijven, hoe gering ook de kans moge zijn dat deze brief gereed komt en verzonden zal worden."
Gerard Kornelis van het Reve, in Op Weg Naar Het Einde, Amsterdam 1966 p. 141
"Niettemin zegt mij een stem, dat hij geschreven moet worden. En indien ik mocht vermoeden, dat het de Geest zelve is, die zich aan mij openbaart, dan beloof ik u, dar ik deze kamer drie dagen lang niet zal verlaten anders dan om in de schemering snel voedsel te vergaren, en dat ik zal blijven voortschrijven, hoe gering ook de kans moge zijn dat deze brief gereed komt en verzonden zal worden."
Gerard Kornelis van het Reve, in Op Weg Naar Het Einde, Amsterdam 1966 p. 141
Abonneren op:
Posts (Atom)