'Jij hebt niemand meer boven je'
'Jij hebt nog veel meer problematiek dan ik aanroerde. De ellende is, dat jij dokter bent, wat zo ongeveer wil zeggen: God zelf. Jij hebt niemand meer boven je. Jij kunt je praatjes en je magie aan jezelf niet kwijt. Je kunt natuurlijk je spreekkamer uitgaan en een toonband: 'Komt u maar' laten roepen en dan naar binnen gaan, maar daarna moet je het zelf weer doen. Bij alle middelen, die je jezelf toedient. ontbreken de geruststellende woorden en de lulpraat, die er absoluut bij horen, zonder welke geen enkel medicijn helpt.'
Gerard Reve, in: Brieven aan mijn lijfarts 1963-1980 Amsterdam/Antwerpen p.79
maandag, oktober 13, 2003
zondag, oktober 12, 2003
Niemand wil gek zijn
'De mens wil zich onderscheiden van alle anderen, maar evenzeer wil hij zich conformeren. Hij wil zo 'apart' en uniek mogelijk zijn, maar tegelijkertijd verlangt hij, dat zijn uniekheid toch nog 'ergens bij aansluit': niemand wil gek zijn.'
Gerard Reve, in: Brieven aan mijn lijfarts 1963-1980 Amsterdam/Antwerpen p.161
'De mens wil zich onderscheiden van alle anderen, maar evenzeer wil hij zich conformeren. Hij wil zo 'apart' en uniek mogelijk zijn, maar tegelijkertijd verlangt hij, dat zijn uniekheid toch nog 'ergens bij aansluit': niemand wil gek zijn.'
Gerard Reve, in: Brieven aan mijn lijfarts 1963-1980 Amsterdam/Antwerpen p.161
zaterdag, oktober 11, 2003
Icare! Icare!
'We staarden, terwijl het snel donkerder begon te worden, lange tijd voor ons uit, zonder iets te zeggen. De mens kon plannen maken zoveel hij wilde, maar je kon erop rekenen dat er niets van terecht kwam. Het revisme had weer een gevoelige klap gekregen: ook hij was mij ontsnapt, voorgoed, die zeer ondeugende, gevleugelde lieveling en stouterd (Icare! Icare!), zoals na hem nog wel deze en gene zouden volgen, al wist niemand wie het zouden zijn. '
Gerard Reve in: Nader tot U, Amsterdam 2001, p.133
'We staarden, terwijl het snel donkerder begon te worden, lange tijd voor ons uit, zonder iets te zeggen. De mens kon plannen maken zoveel hij wilde, maar je kon erop rekenen dat er niets van terecht kwam. Het revisme had weer een gevoelige klap gekregen: ook hij was mij ontsnapt, voorgoed, die zeer ondeugende, gevleugelde lieveling en stouterd (Icare! Icare!), zoals na hem nog wel deze en gene zouden volgen, al wist niemand wie het zouden zijn. '
Gerard Reve in: Nader tot U, Amsterdam 2001, p.133
vrijdag, oktober 10, 2003
maandag, oktober 06, 2003
zondag, oktober 05, 2003
"In Hem bewoog en leefde ik"
'God had het zo gesteld, dat ik veroordeeld of geroepen was, de enig werkelijke Liefde en geen andere te zoeken, waarbij ik haar nooit anders dan uit de verte zoude mogen zien, onherkenbaar vervormd 'in de spiegel van een duistere rede', en nooit 'van aangezicht tot aangezicht', en haar nooit zoude mogen aanraken, net zo min als enig mens God kon zien of aanraken en kon leven. Zo zat het en niet anders. Het was min of meer mijn hel, of op zijn minst mijn vagevuur, en onbegrijpelijk, mijn begrip en dat van ieder mens te boven gaand, maar Hij had het, in Zijn onmetelijke genade jegens mij, aldus beschikt, en daarom was het goed...In Hem 'bewoog' -ik grinnikte even bij dit woord, dubbelzinnig als het op dit ogenblik was- 'en leefde' ik, uitverkoren om op volmaakte wijze te mogen gehoorzamen aan Zijn wil. "Geloofd weze Zijn naam'..'
Gerard Reve, in Moeder en Zoon, Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.182
'God had het zo gesteld, dat ik veroordeeld of geroepen was, de enig werkelijke Liefde en geen andere te zoeken, waarbij ik haar nooit anders dan uit de verte zoude mogen zien, onherkenbaar vervormd 'in de spiegel van een duistere rede', en nooit 'van aangezicht tot aangezicht', en haar nooit zoude mogen aanraken, net zo min als enig mens God kon zien of aanraken en kon leven. Zo zat het en niet anders. Het was min of meer mijn hel, of op zijn minst mijn vagevuur, en onbegrijpelijk, mijn begrip en dat van ieder mens te boven gaand, maar Hij had het, in Zijn onmetelijke genade jegens mij, aldus beschikt, en daarom was het goed...In Hem 'bewoog' -ik grinnikte even bij dit woord, dubbelzinnig als het op dit ogenblik was- 'en leefde' ik, uitverkoren om op volmaakte wijze te mogen gehoorzamen aan Zijn wil. "Geloofd weze Zijn naam'..'
Gerard Reve, in Moeder en Zoon, Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.182
zaterdag, oktober 04, 2003
Opdat Hij leve
'De eenzamen schrijf ik, als troost, dat God meer lijdt dan alle mensen tezamen, maar dat begrijpen ze maar zelden. Ook schrijf ik ze, dat niemand hen kan beletten een ander wezen lief te hebben -maar ook dat komt hen voor als een slag in de lucht. Dan schrijf ik ze -als ze zeuren over ouderdom en Dood - dat onze sterfelijkheid voorwaarde is van Gods eeuwigheid, en dat wij moeten sterven, opdat Hij leve.
Dat vinden ze nog maller, maar als ik ze, als toegift op al die onzin nog schrijf dat niets en niemand hen kan scheiden van de liefde Gods, dat wil zeggen dat niemand, ooit, hen kan beletten God lief te hebben, dan is de maat vol, en vinden ze me een fantast en verkondiger van beuzelpraat. '
Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders,
in de brief aan professor C.J.B.J. Trimbos van 11 februari 1966
Utrecht/Antwerpen 1985 p. 111
'De eenzamen schrijf ik, als troost, dat God meer lijdt dan alle mensen tezamen, maar dat begrijpen ze maar zelden. Ook schrijf ik ze, dat niemand hen kan beletten een ander wezen lief te hebben -maar ook dat komt hen voor als een slag in de lucht. Dan schrijf ik ze -als ze zeuren over ouderdom en Dood - dat onze sterfelijkheid voorwaarde is van Gods eeuwigheid, en dat wij moeten sterven, opdat Hij leve.
Dat vinden ze nog maller, maar als ik ze, als toegift op al die onzin nog schrijf dat niets en niemand hen kan scheiden van de liefde Gods, dat wil zeggen dat niemand, ooit, hen kan beletten God lief te hebben, dan is de maat vol, en vinden ze me een fantast en verkondiger van beuzelpraat. '
Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders,
in de brief aan professor C.J.B.J. Trimbos van 11 februari 1966
Utrecht/Antwerpen 1985 p. 111
vrijdag, oktober 03, 2003
Herfstdraden
'Kijk al dat stof eens dat naar beneden komt! Ze nemen niet eens de moeite om te kijken of iemand zijn ramen of deuren openstaan.' Opnieuw daalde er een aantal van dezelfde grijze, dunne draden neer. John volgde ze met zijn ogen.
'Dat is geen stof, Mana, ' zei hij, scherp naar buiten turend. 'Het is dat spul dat van de bomen komt.'
G.K. Van het Reve, in Herfstdraden, Amsterdam 1967
'Kijk al dat stof eens dat naar beneden komt! Ze nemen niet eens de moeite om te kijken of iemand zijn ramen of deuren openstaan.' Opnieuw daalde er een aantal van dezelfde grijze, dunne draden neer. John volgde ze met zijn ogen.
'Dat is geen stof, Mana, ' zei hij, scherp naar buiten turend. 'Het is dat spul dat van de bomen komt.'
G.K. Van het Reve, in Herfstdraden, Amsterdam 1967
donderdag, oktober 02, 2003
Was er maar iemand....
DRINKLIED VOOR DE HERFST
Alles moet weer worden zoals vroeger.
Er is geen God meer, bijvoorbeeld.
Ja, toen we Indië nog hadden,
en een dubbeltje nog een dubbeltje was!
Maar dat bestaat niet meer.
Was er maar iemand die me uit allerlei sprookjesboeken voorlas.
Gerard Reve, in Verzamelde gedichten, Amsterdam 1987
DRINKLIED VOOR DE HERFST
Alles moet weer worden zoals vroeger.
Er is geen God meer, bijvoorbeeld.
Ja, toen we Indië nog hadden,
en een dubbeltje nog een dubbeltje was!
Maar dat bestaat niet meer.
Was er maar iemand die me uit allerlei sprookjesboeken voorlas.
Gerard Reve, in Verzamelde gedichten, Amsterdam 1987
woensdag, oktober 01, 2003
Alles of niets
'Het is een histories huis. Jij mag gaan zitten werken in het kleine dakkamertje, waar Nader tot U geschreven is. De penhouder waarmede dat ontroerende boek op het papier is gesteld, die is gestolen. Ik weet niet door wie, maar het kamertje is er nog, en het dakraam, waarboven de wolken zich voortspoeden. Of je schrijft er absoluut niets, òf iets dat de gehele bewoonde wereld verbaast. Zo is dat mijn gehele verscheurde leven tot nu toe geweest, kunstbroeder: alles of niets.'
"Gerard Reve, in Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988. p.53
'Het is een histories huis. Jij mag gaan zitten werken in het kleine dakkamertje, waar Nader tot U geschreven is. De penhouder waarmede dat ontroerende boek op het papier is gesteld, die is gestolen. Ik weet niet door wie, maar het kamertje is er nog, en het dakraam, waarboven de wolken zich voortspoeden. Of je schrijft er absoluut niets, òf iets dat de gehele bewoonde wereld verbaast. Zo is dat mijn gehele verscheurde leven tot nu toe geweest, kunstbroeder: alles of niets.'
"Gerard Reve, in Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988. p.53
maandag, september 29, 2003
Het grote, diepe woud dat geen einde kent..
Het grote, diepe woud dat geen einde kent, en de eindeloze zee die in de diepte zwart wordt, daaruit komt alles voort, maar het is zoveel dat het je dreigt te overspoelen: de struiken grijpen je en houden je vast, en boven je sluiten zich de wateren. Maar geef het een naam en het zal je, dankbaar voor die naam, voortaan dienen en voeden. Ik noem het M., en brand er kaarsen voor, terwijl ik werk. Laat, heel laat ontdekte ik dit alles. Toch is mij heel veel gegeven geworden.
"Gerard Reve, in Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988. p.87
Het grote, diepe woud dat geen einde kent, en de eindeloze zee die in de diepte zwart wordt, daaruit komt alles voort, maar het is zoveel dat het je dreigt te overspoelen: de struiken grijpen je en houden je vast, en boven je sluiten zich de wateren. Maar geef het een naam en het zal je, dankbaar voor die naam, voortaan dienen en voeden. Ik noem het M., en brand er kaarsen voor, terwijl ik werk. Laat, heel laat ontdekte ik dit alles. Toch is mij heel veel gegeven geworden.
"Gerard Reve, in Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988. p.87
zondag, september 28, 2003
Geef het een naam
'Alles is een kwestie van namen geven. (' Om aan 't vergaan te geven duizend namen/ Schoonheid te vieren met een blijvend lied'. Herman Gorter: De School der Poëzie, dacht ik.) Deze tijd kent geen namen meer. Zodra iets een naam heeft, is het bezworen. Ik vocht vele, vele jaren tegen de fles, maar ik wist niet hoe die heette, en daarom kon ik de strijd niet winnen. Ik kon niet achter de naam komen. Tot ik besefte dat het de Satan was, de ongelukkige, die mij in zijn wanhoop scheiden wilde van God, en mij aan Hem wilde doen twijfelen. Nu ik zijn naam ken, heeft hij geen macht meer over me
"Gerard Reve, in Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988. p.87
'Alles is een kwestie van namen geven. (' Om aan 't vergaan te geven duizend namen/ Schoonheid te vieren met een blijvend lied'. Herman Gorter: De School der Poëzie, dacht ik.) Deze tijd kent geen namen meer. Zodra iets een naam heeft, is het bezworen. Ik vocht vele, vele jaren tegen de fles, maar ik wist niet hoe die heette, en daarom kon ik de strijd niet winnen. Ik kon niet achter de naam komen. Tot ik besefte dat het de Satan was, de ongelukkige, die mij in zijn wanhoop scheiden wilde van God, en mij aan Hem wilde doen twijfelen. Nu ik zijn naam ken, heeft hij geen macht meer over me
"Gerard Reve, in Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988. p.87
zaterdag, september 27, 2003
vrijdag, september 26, 2003
Kunst
Mijn houding tegenover de Kunst is nogal raadselachtig. (Kunst heeft niets met kultuur of 'kultuurbeleid' te maken. De Kunst is goddelijk, en is eigenlijk net zoiets als religie, en is dus ook a-moreel.* Maatschappelijke kunst is haast niet denkbaar. Kunst heeft geen nut. Door de Kunst kan het Kwaad in de wereld gevierd worden en tot gelding komen, geloof ik, dat wel. Maar ik weet nergens wat van. )
* Godsdienst en kunst zijn allebei dan ook 'flauwe kul'.
Gerard Reve in: Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988
Mijn houding tegenover de Kunst is nogal raadselachtig. (Kunst heeft niets met kultuur of 'kultuurbeleid' te maken. De Kunst is goddelijk, en is eigenlijk net zoiets als religie, en is dus ook a-moreel.* Maatschappelijke kunst is haast niet denkbaar. Kunst heeft geen nut. Door de Kunst kan het Kwaad in de wereld gevierd worden en tot gelding komen, geloof ik, dat wel. Maar ik weet nergens wat van. )
* Godsdienst en kunst zijn allebei dan ook 'flauwe kul'.
Gerard Reve in: Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988
zondag, september 21, 2003
zaterdag, september 20, 2003
Zoude God ooit een mens verlaten?
'Mijn moeder stierf betrekkelijk jong, omdat ik niet voldoende van haar hield. Mijn vader overleefde haar zestien jaren en stierf oud, omdat ik al vroeg een hekel aan hem kreeg en hem tenslotte haatte. (Ik keur dit niet goed, maar het is zo) Verder ben ik niet tegen de dood, zoals zo veel domme mensen. Het werkelijke probleem is de verlatenheid. Alleen zijn is meestal nog wel te dragen, het zich verlaten weten nooit. Ik vroeg mij af hoe God Zich gevoelde, en of God ooit een mens of enig ander schepsel zoude verlaten. Maar ik liet de vragen wederom rusten, want ik had er geen verstand van.'
Gerard Reve, in: Het Boek Van Violet En Dood , Amsterdam/Antwerpen 1996, p. 29
'Mijn moeder stierf betrekkelijk jong, omdat ik niet voldoende van haar hield. Mijn vader overleefde haar zestien jaren en stierf oud, omdat ik al vroeg een hekel aan hem kreeg en hem tenslotte haatte. (Ik keur dit niet goed, maar het is zo) Verder ben ik niet tegen de dood, zoals zo veel domme mensen. Het werkelijke probleem is de verlatenheid. Alleen zijn is meestal nog wel te dragen, het zich verlaten weten nooit. Ik vroeg mij af hoe God Zich gevoelde, en of God ooit een mens of enig ander schepsel zoude verlaten. Maar ik liet de vragen wederom rusten, want ik had er geen verstand van.'
Gerard Reve, in: Het Boek Van Violet En Dood , Amsterdam/Antwerpen 1996, p. 29
vrijdag, september 19, 2003
dinsdag, september 16, 2003
"Dank U Majesteit"
"Ken jij de Koningin echt? "Ja, ik kwam met Hare Majesteit in kennis op een groot feest, een hofbal, een jaar of wat geleden. Ik houd niet van dat soort evenementen, om je de waarheid te zeggen, maar je maakt deel uit van een geheel, de samenleving, je medemensen, en je kunt je niet altijd afzijdig houden. Dus ging ik er heen. Ik ben een heel matig danser. De Koningin houdt er ook niet van
.....
Zo ontmoette ik de Koningin. Ze is een erg lieve vrouw...."
Toen we elkaar voor het laatst ontmoetten, vroeg ze nog: "Dit blijft toch binnen deze muren, en binnen de groene wanden van dit geboomte? " "Ik heb nooit anders gedacht, Majesteit.". "Ach, later, Mijnheer, later..als wij beiden oud zijn geworden... spreekt en schrijft er U n vrijelijk over, zoals Uw hart U ingeeft."
"Dank U, Majesteit."
In: Gerard Reve, De Taal der Liefde, Amsterdam 1972
"Ken jij de Koningin echt? "Ja, ik kwam met Hare Majesteit in kennis op een groot feest, een hofbal, een jaar of wat geleden. Ik houd niet van dat soort evenementen, om je de waarheid te zeggen, maar je maakt deel uit van een geheel, de samenleving, je medemensen, en je kunt je niet altijd afzijdig houden. Dus ging ik er heen. Ik ben een heel matig danser. De Koningin houdt er ook niet van
.....
Zo ontmoette ik de Koningin. Ze is een erg lieve vrouw...."
Toen we elkaar voor het laatst ontmoetten, vroeg ze nog: "Dit blijft toch binnen deze muren, en binnen de groene wanden van dit geboomte? " "Ik heb nooit anders gedacht, Majesteit.". "Ach, later, Mijnheer, later..als wij beiden oud zijn geworden... spreekt en schrijft er U n vrijelijk over, zoals Uw hart U ingeeft."
"Dank U, Majesteit."
In: Gerard Reve, De Taal der Liefde, Amsterdam 1972
maandag, september 15, 2003
Abonneren op:
Posts (Atom)