vrijdag, maart 24, 2006

‘Levendmakende waarheden’



‘Ik weet niet, wie God is, noch, wat men zich moet voorstellen als men het over het Eeuwige leven heeft, & evenmin, wat de Onbevlekte Ontvangenis of de Lichamelijke Tenhemelopneming van de Maagd concreet inhouden, maar ik weet wel, dat al deze religieuze begrippen op diepe & beslissende wijze met mij te maken hebben, & dat ik mijn leven verschraal & verarm, & er alle dimensie aan ontneem, als ik ze afwijs. Het zijn ‘levendmakende waarheden’, zoals ik het zelf, op mijn eigen eenvoudige manier, belief onder woorden te brengen.’

Gerard Reve in Archief Reve 1961-1980, Baarn 1982 p.184, 185

donderdag, maart 23, 2006

‘Eeuwig grafrecht’ nog wel.

‘Leven zoals die mensen is ons niet gegeven, maar het is goed om veel aan de Dood te denken, en zo veel mogelijk voorzieningen te treffen. Ik heb eindelijk een testament gemaakt waarmede ik tevreden en ik heb op het kerkhof alhier twee graven naast elkaar gekocht, met prachtig uitzicht op het dal, voor slechts 40 francs per stuk. ‘Eeuwig grafrecht’ nog wel. Als ik daarbij bedenk dat ik als rooms-katholiek ook nog een eeuwig leven heb, kent mijn tevredenheid geen grenzen.‘

Gerard Reve, in Briefwisseling Geert van Oorschot 1951-1987, Amsterdam 2005 eerste druk p.394

woensdag, maart 22, 2006

’ De Dood is een groot geluk, of althans iets hoopvols’



Toen ik eerverleden jaar, na 32 jaren, ons Indi├ź terugzag, en enige weken op het eiland Bali vertoefde, zag ik hoe daar de Dood feestelijk vereerd wordt: wat de Christen probeert te geloven, gelooft de Hindoe. Als je daar sterft word je eerst een paar weken in de wijnazijn gelegd, want de voorbereidingen tot de uitvaart kosten veel tijd. Het is een grote eer voor de familie, als er zoveel mogelijk mensen naar de verbranding komen kijken, ook als het buitenstaanders of zelfs vreemdelingen zijn. Eerst gaat voor honderdduizenden guldens aan offers het vuur in: gewaden, meubels, sieraden ect. Daarna de dode zelf, die verbrand wordt in een soms wel tien meter hoge toren van bamboe, kleurig vliegerpapier en vogelvederen. Alles opgeluisterd met zang, dans en verversingen aangeboden door de familie of verkocht aan rondom opgestelde ijs- of oliebollenkraampjes. De Dood is een groot geluk, of althans iets hoopvols, want eens, na een lange reeks van re├»ncarnaatsies, word de mens verlost van het bestaan en in het Nirwana toegelaten. De opvatting bij een sterfgeval is ongeveer: ’Die is tenminste een stap verder.’

Gerard Reve, in Briefwisseling Geert van Oorschot 1951-1987, Amsterdam 2005 eerste druk p.394

dinsdag, maart 21, 2006

’De Dood echter blijft een probleem...’

Het leven is goed, maar dat wist je natuurlijk reeds. De Dood echter blijft een probleem, vermoedelijk omdat men hem als een indringer beschouwt, die op zijn minst schuldig is aan huisvredebreuk. Men houdt geen rekening met hem, leert op school niets aangaande hem, noch hoe met hem om te gaan, ect. Dat is niet altijd en overal zo.

Gerard Reve, in Briefwisseling Geert van Oorschot 1951-1987, Amsterdam 2005 eerste druk p.384

maandag, maart 20, 2006

Vier aspekten (4)
'Maar de Gerardheid van Gerard is een verborgenheid’.




‘Het vierde aspekt is de kennis van het ding door het verstand. Deze is geen echte kennis, maar een rangschikking, waarin het ding alleen in verband met iets anders een voorlopige & eigenlijk volslagen fiktieve waardering krijgt. Over mij kan alles gezegd worden, waarin ik van anderen verschil, zonder dat wij wezenlijk weten wie ik ben. Mijn naam is anders dan die van een ander, de straat is een andere dan alle andere straten, nummer en verdieping zijn uniek, maar de Gerardheid van Gerard is een verborgenheid. De verschrikking is, dat ontelbaren in alle ernst geloven, dat de empirische –uitsluitend op de onderlinge vergelijking van wezenlijk even onkenbare dingen berustende- kennis, echte kennis is.’

Gerard Reve, Brieven aan Josine M. 1959-1975, Amsterdam 1981, p. 221, 222

zondag, maart 19, 2006

Vier aspekten (3)



‘Het derde aspekt is de betekenis, de zingeving, die wij in het ding projekteren & aan het ding toekennen. Hier ligt evenveel wijsheid als ijdel misverstand, maar onder ideale omstandigheden, projekteert de waarlijk mystiek bewogen mens in het ding datgene, dat er reeds door God in is gesymboliseerd, & komen de van God gegeven betekenis & de menselijke projeksie overeen.’

Gerard Reve, Brieven aan Josine M. 1959-1975, Amsterdam 1981, p. 221
 
Tweets van @Revetwalender