woensdag, maart 22, 2006

’ De Dood is een groot geluk, of althans iets hoopvols’



Toen ik eerverleden jaar, na 32 jaren, ons Indië terugzag, en enige weken op het eiland Bali vertoefde, zag ik hoe daar de Dood feestelijk vereerd wordt: wat de Christen probeert te geloven, gelooft de Hindoe. Als je daar sterft word je eerst een paar weken in de wijnazijn gelegd, want de voorbereidingen tot de uitvaart kosten veel tijd. Het is een grote eer voor de familie, als er zoveel mogelijk mensen naar de verbranding komen kijken, ook als het buitenstaanders of zelfs vreemdelingen zijn. Eerst gaat voor honderdduizenden guldens aan offers het vuur in: gewaden, meubels, sieraden ect. Daarna de dode zelf, die verbrand wordt in een soms wel tien meter hoge toren van bamboe, kleurig vliegerpapier en vogelvederen. Alles opgeluisterd met zang, dans en verversingen aangeboden door de familie of verkocht aan rondom opgestelde ijs- of oliebollenkraampjes. De Dood is een groot geluk, of althans iets hoopvols, want eens, na een lange reeks van reïncarnaatsies, word de mens verlost van het bestaan en in het Nirwana toegelaten. De opvatting bij een sterfgeval is ongeveer: ’Die is tenminste een stap verder.’

Gerard Reve, in Briefwisseling Geert van Oorschot 1951-1987, Amsterdam 2005 eerste druk p.394

Geen opmerkingen:

 
Tweets van @Revetwalender