woensdag, augustus 30, 2006

Reizen (8)
...'en tenslotte omhoog, in de onbegrijpelijke ruimte...'



Lights of quay, Gibraltar

"Eenmaal buiten, haastte ik mij naar het verlaten terras van van cafetaria Europa, importe de su consumatión , om vandaar, een stoel uit de bergschuur gesleept hebbend, uit te kijken over de baai, naar het gele lichtbaken van het vliegveld van Gibraltar, de lichtjes van de rots, de uitzichtstorende rij lampen op de kade voor de ijsfabriek, en tenslotte omhoog, in de onbegrijpelijke ruimte, hier even griezelig als in Nederland, maar een stuk helderder, enz. enz. -veel meer moet ik er maar niet over zeggen, want mensen die hun medeschepselen met Natuurbeleven lastig vallen zijn minstens zo erg als het montere soort lieden, dat de handeling ener film zo bereidwillig uit de doeken weet te doen."

Gerard Kornelis van het Reve, Op Weg Naar Het Einde Amsterdam 1963 p.150

dinsdag, augustus 29, 2006

Reizen (7)
'...zo overweldigend weemoedig en mooi was alles...'




"Ik moest vanmiddag, aan de weg zittend, opeens schreien, zo overweldigend weemoedig en mooi was alles, verre geluiden. God was heel dichtbij. God openbaarde zich ook in de Golf van Biskaje, een sterrenhemel zo machtig, dat ik opeens bijna het Altijd Wordende Wezen begreep, en het Raadsel aanraakte."

Gerard Reve in Brieven aan Wimie 1959-1963 Utrecht MCMLXXX p.151

maandag, augustus 28, 2006

Reizen (6)
"Terwijl een bovenwerkelijk schoon orgel ruiste..."



Lucien Lévy Toledo, La Cathédrale. Intérieur de l’Église 1880–1890

'We hebben in Toledo -een sedert Philips II vrijwel onveranderd bewaarde Spaanse stad, slechts de cathedraal bezocht. Die alleen al is een reis naar Spanje waard. De zuilen hebben elk de dikte van jullie huiskamer. Terwijl in het midden een mis wordt opgedragen, kuieren in de overige ruimten de toeristen rustig rond, zo ontzagwekkend zijn de afmetingen. Terwijl een bovenwerkelijk schoon orgel ruiste, bezochten we de talloze zijkapellen, één ervan gewijd aan het Santissimo, in welke we, tot mijn verbazing, alleen de Maagd met Kind aantroffen boven een gloed van kaarsen.

Gerard Reve/Geert van Oorschot Briefwisseling 1951-1987, Amsterdam 2005, eerste druk p. 279 uit de brief van 30 april 1969

zaterdag, augustus 26, 2006

Reizen (5)
Het schip vaart nu'




"Het schip begont te trillen. Ik grendel de deur, kruip onder de dekens en probeer een opstandige gedachte te verdrijven, zonder echter te kunnen beletten, dat ik hem hardop uitspreek. Het schip vaart nu. 'Als u de mensheid hebt verlost, waarom mij dan niet - dat was toch in één moeite door gegaan? ' "

Gerard Kornelis van het Reve in Op weg naar het einde, Amsterdam 1966 Brief uit Edinburgh p.9

donderdag, augustus 24, 2006

Reizen (4)

"Het leven in hotelkamers activeert elke latente neurose. "

Gerard Reve in Brieven aan kandidaat katholiek A. 1962-1969 Amsterdam z.j. p. 16

woensdag, augustus 23, 2006

Reizen (3)
"...veel erger, veel treuriger, veel uitzichtslozer..."


"Er is veel in Spanje dat na drie maanden anders blijkt te zijn, veel erger, veel treuriger, veel uitzichtslozer, maar wat je met een verblijf van vier, vijf weken niet eens zoudt kunnen ontdekken. Het is eigenlijk een dood land, alles staat stil en er is geen geluid te horen, hoeveel malen meer kabaal ze ook maken dan bij ons, als je begrijpt wat ik bedoel. Ik zal er misschien nog eens over schrijven, maar het is haast te veel geweest om te verwerken, laat staan weer op schrift te vereenvoudigen en te stileren. Vandaar dat Brief In Een Fles Gevonden vrijwel alleen over mijn innerlijke belevenissen gaat, en vrijwel niet over Spanje."

Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981, eerste druk p. 57

dinsdag, augustus 22, 2006

Reizen (2)



"Na mijn Italienische Reise naar Portugal en Spanje heb ik wel het gevoel, dat ik het gezien heb. In de ene streek doen ze een ui of een hap suiker minder door hun eten, & maken ze nog valser geweld op trommels of fluiten dan elders, maar daar is het dan ook mee gezegd. Het enige land dat ik van mijn leven nog wel eens zou willen zien is Japan, wegens zijn dodencultus. Enfin, dit terzijde."

Gerard Reve in Brieven aan Josine M.1959-1975, Amsterdam eerste druk 1981 p. 122

zondag, augustus 20, 2006

Reizen (1)
'..en alles is zo oud en dromerig en weemoedig..'




"Ik heb me nu eenmaal voorgenomen naar het Zuiden te gaan, maar het spijt me wel een beetje, Lissabon te verlaten. De schoonheid van die stad is onbeschrijfbaar en alles is zo oud en dromerig en weemoedig, en alles ademt een vergane glorie, maar toch is het geen museum, maar een levende stad. Alles is angstwekkend goedkoop. In een café aan geroosterde vis en wijn (ik eet voornamelijk fruit, vis en eieren) een gulden opmaken is flink wat werk. De zeereis was nogal angstwekkend, vooral in de Golf van Biscaje, & ik doe het geen tweede keer."

Gerard Reve Brieven aan Josine M. 1959-1957, Amsterdam 1981 p.34, 35
(uit een prentenbriefkaart aan Jobs en Lennie 17 mei 1963)
'...Als het leven propvol is van bladeren, warmte,
vogels, zon en watervlakten...'



foto E.H.© augustus 2006

"De werkelijke zwaarmoedigheid overvalt iemand gelukkig niet des winters. De bomen zijn dan weliswaar kaal, de muren vochtig, terwijl er voortdurend meeuwen op het water dobberen, maar de somberte wordt verzacht door het geloof, dat verandering van deze gestalte der wereld ook de ziel zal genezen. Veeleer des zomers, tegen het einde van de middag, als het leven propvol is van bladeren, warmte, vogels, zon en watervlakten, kan het bestaan plotseling op de mens neerstorten, onafwendbaar."

Gerard Reve in Archief Reve 1931-1960 (in: Drie broden Ruim Baan , 26 april 1946), Baarn 1981 p. 41

zaterdag, augustus 19, 2006

Huisdieren



"Tenslotte wil ik, teneinde mogelijke misverstanden te voorkomen, herinnerend aan de hierboven gegeven definitie, er de aandacht op vestigen, dat muizen, ratten, luizen en vlooien niet, zoals lichtelijk spotzieke lieden ons willen doen geloven, tot de huisdieren worden gerekend."

uit G.v.h.Reve Opstellen Nederlands 4a,
slot van het opstel 'Huisdieren'( waarvoor hij een 7 kreeg van zijn leraar)

Herdruk in facsimile van schoolopstellen, die Gerard Reve schreef op zestienjarige leeftijd, geschenk in beperkte oplage aan relaties van De bezige Bij en Thomas Rap t.g.v. de jaarwisseling 2001-2002

vrijdag, augustus 18, 2006

Straatrumoer



"Vele lieden die voor de volkomen uitbanning van het straatrumoer uit de stad ijveren, verliezen uit het oog, dat de storende invloed uitermate gering is. Evenmin zien zij in, dat het straatrumoer onafscheidelijk met het bekoorlijke begrip "grote stad" verbonden is. Het straatrumoer verschaft de stad haar levendigheid en voor een deel zelfs haar karakter.
Zodoende* kan men het vraagstuk van het straatrumoer niet langer als een vraagstuk van veel belang beschouwen en zijn aandacht aan andere, misschien zelfs veel belangrijker problemen schenken! "

* door zijn leraar verbeterd in "daarom"

uit G.v.h.Reve Opstellen Nederlands 4a, slot van het opstel 'Straatrumoer'(waarvoor hij een 7 ½ kreeg van zijn leraar)

Herdruk in facsimile van schoolopstellen, die Gerard Reve schreef op zestienjarige leeftijd, geschenk in beperkte oplage aan relaties van De bezige Bij en Thomas Rap t.g.v. de jaarwisseling 2001-2002

donderdag, augustus 17, 2006

'..eindeloos terugdenken aan vroeger..'


foto © E.H. juli 2006

"En tot dat soort leven, in stilte, een altijd eender uitzicht op een dal of op de zee, oude kerkhoven ("gelijk het gras is ons etc.") een zich waarschijnlijk nooit wijzigend menu van gestoofde vis met enige kruiden en een gekookte vrucht, 1/4 liter wijn per dag en savonds, bij het invallen van de scherming en het geraas van krekels, peinzend 3 kleine glaasjes goedkope konjak, vloer met fijn zand aanvegen, olielamp bijvullen, en eindeloos terugdenken aan vroeger, wil ik me bepalen."

Gerard Reve, Brieven aan Josine M., 1959-1975, Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1981, p.32-33.

woensdag, augustus 16, 2006

'Slechts gras'


foto E.H. © Greonterp juli 2006

"Uw woord*, dat niet voorbijgaat, zegt
dat ik slechts gras ben, en dat is ook zo."


De twee eerste regels van het gedicht "Het is maar net zoals je het bekijkt". Zie voor de volledige tekst: Gerard Reve, Nader tot U, Amsterdam 1966 p. 138

* 6..Alle vlees is gras, en al zijn goedertierenheid als een bloem des velds.
7 Het gras verdort, de bloem valt af, als de Geest des HEEREN daarin blaast; voorwaar, het volk is gras.8 Het gras verdort, de bloem valt af;
maar het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid.
Jesaja 40: 6-9

dinsdag, augustus 15, 2006

'We moeten maar gewoon voortgaan, onze tuin aan te harken.'



"In ieder geval ben ik niet bang meer voor de dood, zoals vroeger. De menselijke persoonlijkheid is niet gebonden aan ruimte en tijd, en is niet materieel, en wordt dus niet met het lichaam vernietigd. Of de menselijke persoonlijkheid daarom 'eeuwig' zou zijn, valt te bezien. Ik bedoel, dat God uit Zichzelf zielen kan laten ontstaan, maar natuurlijk ook individuele zielen wederom in Zijn Eenheid kan doen terugkeren en oplossen. En zoude een ziel, aldus in God zelf teruggekeerd, nog individueel bestaan en bijvoorbeeld alles weten of juist niets, en zichzelve bewust of volkomen onbewust zijn?
We moeten maar gewoon voortgaan, onze tuin aan te harken. "

Gerard Reve, in Brieven aan Josine M. 1959-1982 Amsterdam/Antwerpen tweede druk 1994 p.353

zondag, augustus 13, 2006

'Het moet kleingesneden en gewogen kunnen worden,
en opgegeten..'



Jan Brueghel de Oudere 1568–1625
De walvis zet Jona aan land


"Overigens is er vrijwel geen criticus die begrijpt dat mijn verhalen alle op een of andere wijze waar zijn, net zoals bijvoorbeeld het boek Jona(s), Genesis of het H. Evangelie. Het moet kleingesneden en gewogen kunnen worden, en opgegeten, anders geloven ze het niet: de Nederlander is door en door al die melk sneeuwblind en daarbij meteen ook meteen maar symboolblind geworden."

Gerard Reve, in Brieven aan Josine M. 1959-1982 Amsterdam/Antwerpen tweede druk 1994 p.356, 357

vrijdag, juli 21, 2006

Reisgebed


*

O God.
Ik sta op het punt op reis te gaan.
Ik weet niet, of het misschien mijn laatste reis is.
Ik wil U liefhebben.
Ik hoop, dat ik onderweg niemand enig ongeluk of ander
kwaad zal berokkenen. Ik wil proberen niet, of veel minder, te drinken.
Ik sta voor U.
Ik weet dat ik, of ik veilig zal aankomen
dan wel onderweg verwonding, ziekte of dood zal vinden,
altijd U toebehoor.
Want in leven en sterven zijt Gij in mij, en ben ik in U. Ik ga nu weg.
Vaarwel, o God.


uit: Gerard Reve, Verzamelde Gedichten, Amsterdam 1987, p.105

* Wereldkaart in twee hemisferen (detail)

woensdag, juli 19, 2006

'Die inertie, die volstrekte dadenloosheid.....'



"Matroos is naar de kampong van Legian-Kelod, net ver van Kuta,.......
Zulk een kampong doet mij zeer nederdrukkend aan. Mensen die gejaagd leven boezemen mij weerzin in, maar die inertie, die volstrekte dadenloosheid, met overal halfnaakte vrouwen met drie kinderen aan haar lijven gekleefd, de mannen alleen maar vechthanen strelend en vertroetelend -ik kan mij met de beste wil van de wereld in zulk een bestaan niet inleven. De (letterlijke) atmosfeer vam de broeikas van de Victoria Regia, en de (figuurlijke) atmosfeer van het Volkenkundig Museum. Iets van die sfeer proef je al, als je in Nederland een boerenerf betreedt, en verloren staat rond te koekeloeren, niet wetend wie de boer, de knecht of de buurjongen is, terwijl iedereen zwijgend afwacht wat je wilt en gaat doen."

Gerard Reve, in Klein gebrek geen bezwaar Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p. 157 in Brief aan Rob Nieuwenhuys 18 juni 1978

dinsdag, juli 18, 2006

'Neen: nooit, nooit komt het meer goed.'


* Kevelaer Gnadenkapel

"Ik was vrijdagmiddag met Henk in Kevelaer. We zaten op één van de banken vóór de Gnadenkapel, en keken naar de schrijn tussen de twee eeuwige rode lampen: olievlammetjes, drijvend in geweldige, gelobte hangplantschalen van bloedrood glas, in vorm gelijkend op de eeuwige, aan drie kettinkjes in gangen en serres hangende omgekeerde stompe kaboutermutsen van mijn jeugd, meestal van matglas of bobbelglas, met er in een bloempot waarin de gul neergroeiende, sappige gestreepte waterplant op het droge, waarvan ik de naam niet meer weet. (Zulke hangpotten hingen altijd in de gangen van de benedenhuizen waarvan de voordeuren opengingen als mijn moeder met kommunistiese geschriften kolporteerde: ze wiegden en draaiden op de tocht van de natte, wanhoopverwekkende etenslucht. Neen: nooit, nooit komt het meer goed.)"

Gerard Reve, in Klein gebrek geen bezwaar Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p. 107, 108 in Brief aan Simon C. 27 september 1971

* Kevelaer

zaterdag, juli 15, 2006

'En dacht...dat een piano alleen was om droevige muziek te spelen..'



"Ik was als klein kind voor het eerst ergens waar er op een piano gespeeld werd, en dacht daarna jaren lang, dat een piano alleen was om droevige muziek te spelen: dat het daartoe een speciaal instrument was, bedoel ik. Ik heb wel een erg onvolledige kijk op het leven, vind je niet?"

Gerard Reve, in Klein gebrek geen bezwaar Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p. 128 in Brief aan Simon C. 20 juni 1972

vrijdag, juli 14, 2006

'Zulk een klein orgel van massaal verdriet..'



"In het Tuindorp Watergraafsmeer, het zogeheten Betondorp (Concrete Village in internationale leedvertalingen), bestond een mondharmonicaclub voor Jongens, waar ik natuurlijk lid van was. Op zomeravonden marcheerde die club wel eens, in uniformen van flanelachtige, keurig geperste sneeuwwitte katoen, met riemen en lange broeken, musicerend door het dorp. Sommige Jongens bespeelden met de mond zulk een klein orgel van massaal verdriet, dat reeds oorlog en konsentraatsiekamp en van alles aankondigde, zonder dat ze het zelf vasthielden, want het zat bevestigd aan een muziekstandaard, die op de rug vastzat van de voorgaande Jongen. Zo had de mondorgelende Jongen de handen vrij, nee, niet om de Jongen vóór hem te bevoelen en te kneden en te strelen en hem zijn hunkerende jongensliefde kenbaar te maken, maar om de bladen van de partituur om te slaan en tevens af en toe een tik uit te kunnen delen aan de triangel. het orkest liet in de straten een onzichtbaar spoor achter van ontroostbare droefheid, dat uren bleef hangen. "

Gerard Reve, in Klein gebrek geen bezwaar Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p. 127 in Brief aan Simon C. 20 juni 1972

donderdag, juli 13, 2006

'Het revisme overwoekert alles'

"Wat me nog enigszins troost, is de overweging: 'Kijk, dat en dat heb je al geschreven, zo en zoveel hoofdstukken. En dat is goed en mooi. Ook als je nooit meer één leesbaar woord schrijft, blijft dat, want het is er. Ect. 'En dan worstel ik weer voort. Het revisme overwoekert alles, en God weet, of mijn Geliefd Publiek daar wel van gediend is. "

Gerard Reve, in Klein gebrek geen bezwaar Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p. 112 in Brief aan Wim B.. 20 october 1971

woensdag, juli 12, 2006

'Het is wel eenzaam, wat ik schrijf..'

"Het is wel eenzaam, wat ik schrijf. Dat staat ook in mijn Horoskoop: dat ik altijd aanstoot zal geven. Nietzsche zegt, dat het produktieve, het werkelijk scheppende, altijd aanstoot geeft. De herrie, het schandaal, het eeuwige defensief: het is de prijs, die ik moet betalen."

Gerard Reve, in Klein gebrek geen bezwaar Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p. 107 in Brief aan Simon C. 27 september 1971

dinsdag, juli 11, 2006

Goede Raad hoeft niet duur te zijn



"In de schil gekookte bintjes, daar zit alles in wat de mens nodig heeft. Een eitje of een stukje vis erbij voor de eiwitten en je bent klaar. Zonder ironie hoor."

Het Parool, 27-02-1993

Zie op deze plek meer Goede Raad van de Volksschrijver.
voor een Fatsoenlijk & Gezond Leven.

maandag, juli 10, 2006

'De Liefde..een Geheim, en onbegrijpelijk, en onuitputtelijk, en vol troost.'

" Over sommige dingen maak ik me razend. Meestal is het de kunst, of de politiek, of beide. Over de Liefde nooit, want die is een Geheim, en onbegrijpelijk, en onuitputtelijk, en vol troost."

Gerard Reve, in Klein gebrek geen bezwaar Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p. 89 in Brief aan Wim B. 27 april 1970

zondag, juli 09, 2006



Goede wijn, met mate, dat is gunstig voor de Sappen,
daarvan ben ik overtuigd.


Gerard Reve, in Klein gebrek geen bezwaar Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p. 81 in Brief aan Wim B. 6 mei 1969

zaterdag, juli 08, 2006

"Zindelijkheid is een grote deugd, maar ze moet niet ontaarden in hygiëne."

Gerard Reve, in Klein gebrek geen bezwaar Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p. 76 in Brief aan Bernard S. 4 mei 1969

maandag, juli 03, 2006

'..waar de Ongeschonden Roos voor eeuwig bloeit..'



15 augustus 1970

Eens zal ik gaan tot waar de Ongeschonden Roos voor eeuwig bloeit,
en schouwen in Haar hart, tot waar de zee van bloed
zwart wordt van diepte: Mysterie, van Zichzelf gedragen,
dat uit Zichzelf geboren wordt.


Gerard Reve in Het Zingend Hart Amsterdam 1973 p.10

zondag, juli 02, 2006

'Bloemen vol Troost, en vol Geheime Wetenschap Gods.'


foto E.H. 2 juli 2006

"Ik zie en spreek niemand, tenzij ik anders wil, en kan mijn tijd zelf indelen. Voor het huis ligt een smalle, ommuurde tuin van nog geen 50 m2 .., schijnbaar leeg, maar vol nieuw geplante rozen, die uitlopen en over een paar maanden uitbundig zullen bloeien. (Naar rozen kan ik uren lang zitten kijken: het zijn bloemen vol Troost, en vol Geheime Wetenschap Gods). "

Gerard Reve, in Klein gebrek geen bezwaar Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p, 61
Brief aan Jan H. 20 februari 1968

vrijdag, juni 30, 2006

Geachte trouwe lezers van deze Reve Kalender

In de komende maanden juli en augustus lukt het me niet -i.v.m. andere werkzaamheden en afwezigheid- dagelijks een citaat te plaatsten. Met enige onregelmatigheid plaats ik hier af en toe tussen de bedrijven door een citaat uit: Gerard Reve, Klein gebrek geen bezwaar, een keuze uit zijn brieven.

Schroom intussen niet, indien u mooie citaten weet, deze in mijn gastenboek te schrijven. Graag, indien mogelijk, met bronvermelding.

Daarna weer moedig voorwaarts, opdat we niet vergeten, ondanks Reve's uitspraak:



"Na mijn dood word ik op de scholen tien jaar vrijwillig gelezen
en daarna nog eens tien jaar verplicht.
Dan noemen ze een straat naar me.
En dan ben ik helemaal vergeten.
Niemand weet toch meer wie Tweede van der Helst was?"


Gerard Reve In gesprek 1983

woensdag, juni 28, 2006

Een droom (II)
'Ik zag, dat het God was..'


"Ik heb een wonderlijke droom gehad, enige tijd geleden, één van die drie, vier dromen van profetische, aangrijpende helderheid, die in een mensenleven kunnen voorkomen. Ik bevond me op een of ander feestje of partijtje. Laat in de nacht, toen het feest half opgebroken was, & de nablijvers zichzelf in de keuken uit de ijskast slordig bedienden, zag ik een Jongeman van ongeveer 25 jaar, met zijn schouder tegen de muur geleund, 'eenzaam' staan met een glas in de hand. Ik zag, dat het God was, ik weet niet waarom of waardoor. Ik kwam nader, maar dorst niet dichterbij te komen dan op omstreeks een meter afstand. Ik keek hem aan, en, in een hatelijk en verachtelijk mengsel van ontzag & spot, zei ik zoiets als: 'En, hoe maakt het de Heer der heerscharen?' Hij glimlachte en antwoordde: 'Gaat wel, gaat wel. Mijn bevrijding is begonnen.'De droom betekent natuurlijk een aantal dingen tegelijk: de bevrijding van God Zelf, de bevrijding van de mensheid door God, & de bevrijding van de homoseksueel.'"

Gerard Reve in Brieven aan kandidaat katholiek A. 1962-1969 Amsterdam 1976 p.43, 44

dinsdag, juni 27, 2006

Een droom (I)
'Een Jongeman van ongelooflijke aantrekkelijkheid'




"Een paar dagen geleden had ik een vreemde droom, die misschien een Gezicht was. Ik was bij mensen op bezoek, kennelijk ergens waar feest werd gevierd. Tegen de post van de deuropening tussen de keuken, waar de dranken werden ingeschonken en de kamer waar de gasten zich met elkaar onderhielden. stond onbevangen leunend, met Zijn glas in de hand, een Jongeman van ongelooflijke aantrekkelijkheid, geen jongen meer, maar een man van tussen de 25 en 30 jaar. Ik wist dat Hij God was; ik ging op Hem af, maar dorst niet dichterbij dan op ongeveer een meter afstand te komen. In dat vreemde mengsel van mijn verachting van alle autoriteit en van mijn hunkering echte autoriteit te gehoorzamen, zei ik iets uitdagends in de trant van: 'Hoe maakt het de Onveroorzaakte Oorzaak?'of iets dergelijks. De jongeman antwoordde, met een zwaarmoedige glimlach, die elk gewond hart moest genezen: 'Ik ben erg gelukkig. Mijn bevrijding is begonnen.' Volgens mij kunnen er twee dingen -het een met uitsluiting van het ander, of beide tegelijkertijd geldig- bedoeld zijn. Het kan betekenen: de bevrijding die Ik schenk, veroorzaak en ben, is begonnen; of: de bevrijding van Mij Zelf, Mijn Eigen bevrijding dus, is begonnen. Dit laatste moet het voor mij betekenen, al wil ik daarbij de eerste betekenis alle ruimte laten: het tweede houdt natuurlijk het eerste in. (maar verder: alles geestelijk, en generlei kwetsing van andersdenkenden beoogd.)

Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders Utrecht/Antwerpen MCMXXXV p. 148, 149

maandag, juni 26, 2006

"Ons leven is een sterven."

Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders Utrecht/Antwerpen MCMXXXV p. 145

zondag, juni 25, 2006

'Een onstilbaar verlangen'



'Ik heb een onstilbaar verlangen naar vervoering, roes, naar iets dat mij zou kunnen betoveren en meevoeren: iets, waarvan ik zou kunnen erkennen, dat het groter was dan ik zelf. (En toch is het Koninkrijk binnen in U en 'reeds temidden van Ulieden').

Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.34

zaterdag, juni 24, 2006

Kunstbroeders (4)
'Als een gedicht goed is, dan is het toch geweldig,
dat het door een miljoen mensen wordt gelezen?'


"Ik ben telefonisch niet te bereiken, maar ik krijg wel veel aangrijpende post. Ook veel van vrouwen; zeventig procent van mijn lezers zijn huisvrouwen met twee, drie kinderen..
Ik herinner me dat een jaar of wat geleden een damesblad vroeg om een hoofdstuk of een fragment. Ik voel me door dat soort dingen gevleid en dan zoek ik met de grootste zorg een representatief hoofdstuk uit, dat bovendien buiten het verband van het boek begrepen kan worden. Ik stel er een eer in dat die mensen een schrijver aanzoeken om een tekst te leveren voor een blad dat door een miljoen mensen gelezen wordt. Maar een hoop schrijvers zeggen dan: ik een verhaal in Panorama. Een gedicht in de Libelle? Maar waarom in godsnaam niet? Als een gedicht goed is, dan is het toch geweldig, dat het door een miljoen mensen wordt gelezen?

Gerard Reve & S.Carmiggelt in Gesprek , opgetekend door Max van Rooy en de redactie van het tijdschrift Menuett Amsterdam 1980 p.41, 43

vrijdag, juni 23, 2006

Kunstbroeders (3)


Hollands Diep 8 november 1975

"Kijk, je schrijft een boek en een aantal mensen kopen dat boek niet voor hun verdriet. Ze willen leesgenot verwerven en betalen daarvoor veertien-negentig. Dat is altijd nog twaalf à vijftien liter superbenzine, tenminste...Niet als Den Uyl zijn zin krijgt, dan is het twee liter. Maar die mensen willen niet gesticht worden; die willen gewoon genot hebben en ik stel er een eer in dat te bieden en meteen mijn hele ideeënwereld, mijn hele problematiek, mijn hele troep, want die moet ik toch ook kwijt. Anders word ik gek.

Gerard Reve & S.Carmiggelt in Gesprek , opgetekend door Max van Rooy en de redactie van het tijdschrift Menuett Amsterdam 1980 p.40

donderdag, juni 22, 2006

Kunstbroeders (2)


Omslagfoto In Gesprek van Philip Mechanicus

"Ik maak mijn werk toegankelijk voor iedereen die toegang wil hebben. Er zijn mensen die bewust de toegang voor de gewone man onmogelijk maken; die dat beneden hun waardigheid vinden. Maar ik vind het een geweldige winst als mijn boek in de trein gelezen wordt door een aantal mensen dat elke bladzijde, na gelezen te hebben, eruit scheurt en uit het raampje naar buiten gooit."

Gerard Reve & S.Carmiggelt in Gesprek , opgetekend door Max van Rooy en de redactie van het tijdschrift Menuett Amsterdam 1980 p.38

woensdag, juni 21, 2006

Kunstbroeders (1)


Foto: George Verkuil 1975

'Dat clownschap, snap je. De mensen moeten aan vermaak wáár voor hun geld krijgen, maar de Nederlandse mentaliteit is, dat de mensen gesticht willen worden en dat is niks voor de kunst. Als je gesticht wilt worden, moet je naar de kerk gaan.'

Gerard Reve & S.Carmiggelt in Gesprek , opgetekend door Max van Rooy en de redactie van het tijdschrift Menuett Amsterdam 1980 p.42

dinsdag, juni 20, 2006

'God is, en gaat alle verstand te boven.'

" 'God is, en gaat alle verstand te boven', begon ik Bul na enig zwijgen uit te leggen. 'Het is een teken -zo mag je het best opvatten, op mijn verantwoording. Misschien is de tijd zeer nabij.' Ik ontkurkte zuchtend de vierde fles. Een ongehoord zware golf van schaamteloze sentimentaliteit was in mij omhoog gestegen. Ik keek stil naar buiten...'

In: Gerard Reve 'Veertien etsen van Lodewijk Pannekoek voor Arbeiders verklaard', in Een Eigen Huis, Amsterdam/Brussel, MDMLXXIX, p.66

maandag, juni 19, 2006

'Men hoorde reeds het fluisteren van een langzaam zich verheffende avondbries..'



"Ons leven was een sterven. Het namiddaglicht, dat uit het grote, door goeroe B. boven de drankkast aangebrachte dakraam neerstroomde, was merkbaar begonnen te dalen en men hoorde reeds het fluisteren van een langzaam zich verheffende avondbries, die zong van een nutteloos en verspild leven, waarin niets gebeurd was."

In: Gerard Reve 'Veertien etsen van Lodewijk Pannekoek voor Arbeiders verklaard', in Een Eigen Huis, Amsterdam/Brussel, MDMLXXIX, p.64

zondag, juni 18, 2006

'..waar Liefde en Dood één worden in een eeuwig Geheim'



'Ik had ten zeerste gedachten, dat weet ik nog goed. Ik dacht eerst ik weet dat mijn Verlosser leeft. Daar begon het mede. En toen dacht ik ik weet dat mijn Bruine Liefdesprins op mij zal wachten en ik op hem, hier of aan gene zijde, waar Liefde en Dood één worden in een eeuwig Geheim. En het zal gezien worden hoe de engelen ons wassen tot wij wederom jong en schoon zijn, en ons rijstepap voeren met zilveren lepels. En de hemel gaat toe.'

Gerard Reve in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p. 86

zaterdag, juni 17, 2006

'Schaduw', 'geheim', 'heimwee'

" 'Schaduw', 'geheim', 'heimwee', jawel daar gaat hij weder zult U zeggen, wat een woorden allemaal; ik vind dat die man, die schrijver dus, dat die het zijn eigen af en toe wel erg moeilijk maakt. Maar daar antwoord ik, schrijver als zodanig, op: "Is dat niet gewoon mijn plicht? Ik bedoel dus de plicht van mij om een groot, een machtig boek te schrijven, van het licht maar ook van de schaduw? En van de liefde, of is die geen ernstige zaak? "

Gerard Reve, in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.196

vrijdag, juni 16, 2006

’Eeuwige onderwerping in liefde'



'Het Cliché is een Godsgeschenk. Als de lezer moede begint te raken van het al te verfijnd uit de doeken doen van liefdesleed, herinneringen en schuldbesef van de held, en van al die geuren, kleuren, adjectieven en gelukte of mislukte vergelijkingen, schrijft U dan eens gewoon neder: Zoude hij dit aanbiddelijke wezen, deze duizelingwekkende blonde zeeprins ooit, al ware het slechts voor één ogenblik, mogen terugzien om dan, ja dan, in een allerlaatste kans, hem zijn eeuwige onderwerping in liefde aan te bieden?...'

Gerard Reve, Verzameld Werk deel 4 in: Zelf schrijver worden, Amsterdam/Antwerpen 2000 p.453

donderdag, juni 15, 2006

'Ik kniel wel eens neer, als niemand me ziet'



'Ik kniel wel eens neer, als niemand me ziet, sprakeloos, want ik weet niet, wat te zeggen of bij mezelf te denken. Ik zal nooit, in leven of dood, God zien 'van aangezicht tot aangezicht', en die wetenschap valt mij zwaar -soms tè zwaar.'

Gerard Reve, Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p.181

woensdag, juni 14, 2006

'Mooi is de natuur....'..

"Als het wonder geschied was, en je hield dan toch nog iets van iemand, dan was dat een nog groter wonder. Tranen kreeg ik ervan in mijn ogen.
'Mooi is de natuur, Woelrat.' "

Gerard Kornelis van het Reve, in De Taal der Liefde Amsterdam 1972 p.183

zondag, juni 11, 2006

Nooit was ik zo dicht bij hem geweest



'Slechts enkele meters scheidden mij van het wezen, dat ik zou willen aanbidden en waarvoor ik zou willen knielen: nooit was ik zo dicht bij hem geweest, maar nooit, in alle tijd en eeuwigheid, zou het mij vergund zijn dichter bij hem te geraken dan ik nu was.'

Gerard Reve in Oud en Eenzaam Amsterdam/Brussel MCMLXXVIII p.265

vrijdag, juni 09, 2006

'Hij was de laatste, en met mij de enige op de gehele wereld..'



"Ik begaf mij, in de vallende schemering, naar een naburig, braakliggend stuk land, verzekerde mij ervan dat ik onbespied was en ging, huiverend, in een door de straatjeugd in het zand uitgegraven kuil zitten. In de nabijheid van de kuil had ik een aantal vogelvederen gevonden, waarschijnlijk de resten van een prooi van de kat. Ik maakte in de kuil een vuur, waarop ik de vederen verbrandde, en staarde in de vlammen en de rook. Voorzichtig fluisterend sprak ik de naam uit: "Isis"... Eén man was er nog, die haar aanbad, maar die ik nooit zoude kunnen vinden of zoude kennen; die misschien al niet meer leefde...Hij was de laatste, en met mij de enige op de gehele wereld..En na hem zoude ik de allerlaatste zijn, geheel alleen, de enige op aarde...Betekende dat niet, dat ook ik zelf niet behoorde te bestaan?..."

in: Gerard Reve, Moeder en Zoon, Amsterdam MCMLXXIV p.64

donderdag, juni 08, 2006

'Dan begrijp & weet ik, dat Zij mijn Moeder is...'


“Als ik bij helder weder, op mijn Geheime Landgoed in het buitenland bij volle maan naar de tedere gouden gedaante aan de nachthemel opzie, dan begrijp & weet ik, dat Zij mijn Moeder is, & dat ik schrijven & leven & mij staande houden kan door Haar Troost & Liefde. Misschien ben ik niet goed bij mijn hoofd.

Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p. 301

woensdag, juni 07, 2006

Ziel & Geest (3)
De Moeder is de Ziel, die niet oordeelt.’




“De Ziel is het wezen, het oneindige, het ondoorgrondelijke, het onkenbare, het Ongeschapen Licht. De Ziel is alles, de Geest is steeds het Ene met uitsluiting van het Andere. De Geest is oordeel, de Ziel is slechts, & oordeelt niet. De Vader & de Zoon zijn (en ademen tezamen) de Geest, maar ik ben niet zo dol op ze. De Moeder is de Ziel, die niet oordeelt, en die verlost, niet door te vergeven, maar doodgewoon door te troosten.”

Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p. 301

maandag, juni 05, 2006

Ziel & Geest (2)
Uit de Liefde is de Geest geboren’




“Ik vind het best, als je de Geest (Spiritus Creator, als je wilt) alle eer geeft, die Hem toekomt, want er staat geschreven: ‘In den beginne was het Woord’. (We mogen wel aannemen dat λογος zo ongeveer Geest betekent) Maar wat was er ‘vóór den beginne’? Uit de Liefde is de Geest geboren, & uit de Geest wederom de Schepping, die Schepping keert terug tot de Liefde. De vader is uit de Moeder & niet omgekeerd: wij zijn allen uit een Moeder, & niet uit een vader geboren. Zo zit dat.”

Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p. 301
Ziel & Geest (1)
De Zon is de Geest , & de Maan is de ziel.




“Nu gaat het er ook om, als je vruchtbaar wilt praten, hoe je de begrippen Ziel & Geest definieert. Wie gaat voor , & wie is primair, & wie volgt uit wie? De Zon is de Geest , & de Maan is de ziel, & als je dat wilt, dan is de Maan slechts refleksie van de Zon. Maar de Zon kan noch Zichzelf begrijpen, noch begrepen worden zonder de maan. De Geest is de wind en de metaal of hout van de fluit, maar de Ziel is de muziek, waardoor wind en metaal, energie & materie, begrepen althans ervaarbaar worden.”

Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p. 300, 301

zondag, juni 04, 2006

'Trooste jullie de Geest..'



"Trooste jullie de Geest, die niet de wil van mensen gehoorzaamt, maar die waait, waar hij wil."

Gerard Reve in Brieven aan Josine M. Amsterdam 1981 p. 140

zaterdag, juni 03, 2006

'De Geest heeft mijn hand geleid.'

"Ik ben vaak somber gesteld over de waarde en zin van mijn werk, maar van enkele tientallen regels durf ik, soms, te geloven dat, bij het neerschrijven ervan, de Geest mijn hand heeft geleid."

Gerard Reve in Pleitrede Voor het Hof, opgenomen in Een Eigen Huis Amsterdam/Brussel MCMLXXIX p. 201

vrijdag, juni 02, 2006

'De Geest zelve, die zich aan mij openbaart.'

"Niettemin zegt mij een stem, dat hij geschreven moet worden. En indien ik mocht vermoeden, dat het de Geest zelve is, die zich aan mij openbaart, dan beloof ik u, dar ik deze kamer drie dagen lang niet zal verlaten anders dan om in de schemering snel voedsel te vergaren, en dat ik zal blijven voortschrijven, hoe gering ook de kans moge zijn dat deze brief gereed komt en verzonden zal worden."

Gerard Kornelis van het Reve, in Op Weg Naar Het Einde, Amsterdam 1966 p. 141

donderdag, juni 01, 2006

"......(Wil mij toch niet verlaten, o Geest)"

Gerard Reve, in Verzameld Werk deel 6, Amsterdam/Antwerpen 2001 p.412, 413

woensdag, mei 31, 2006

‘De vrouw heerst, altijd en eeuwig....’

“De vrouw heerst, altijd en eeuwig, en een Vrouw kookt, bakt en serveert ten slotte de goddelijke prak der Genade. Als haar zoon onbereikbaar is geworden, kun je je altijd nog tot Haar wenden. Daarom is het Rooms katholieke geloof ook het ware geloof, heb ik de indruk. Het is een vrouwelijke religie, en haar kerk noemt zich dan ook onze Moeder.”

Gerard Reve in Brieven aan mijn lijfarts 1963-1980 Amsterdam/Antwerpen 1991 p.94

dinsdag, mei 30, 2006

Groenten en aardappelen(2)
'Veel groente en weinig aardappelen, dat eet voor een man niet zo lekker.'




"Trouwens, alsof het niet juist de kleine, zo vaak onopgemerkt blijvende en te weinig gewaardeerde dingen in het leven zijn, die dit zijn inhoud geven! Alsof ik het zelf helpen kan, dat ik de herinnering, onuitwisbaar, van bijna negen en twintig jaar geleden met mij meedraag, toen een vrouw, op een woensdagmiddag in oktober, in de portiek van Ploegstraat 109, 111, of 113 -ik vertrouw dat de lezer mij terzake van het exacte huisnummer niet zal bemoeilijken, want men kan toch bezwaarlijk eisen dat ik het in dit weer, met mijn zieke lichaam, ga verifiëren -bij een herfstige, droge atmosfeer en een lauwe, onstuimige wind (opnieuw het 'weer van alle mensen', tegen een andere vrouw opmerkte: 'Veel groente en weinig aardappelen, dat eet voor een man niet zo lekker.'"

Gerard Kornelis van het Reve in Op Weg Naar het Einde, Amsterdam 1966 p. 53

maandag, mei 29, 2006

Groenten en aardappelen(1)

'Ik heb ontdekt, dat het literair van belang is, wat een huisvrouw in een bepaald jaar, in een bepaalde portiek, verklaart aangaande de verhouding, in hoeveelheid, tussen groenten & aardappelen op een bord. Die ontdekking heeft mij jaren gekost, maar die stuur ik je gratis & voor niks, gewoon als kunstbroeder aan kunstbroeder.'

Gerard Reve in Schoon Schip 1945-1984 Amsterdam MCMLXXXIV p.207

zondag, mei 28, 2006

'Ik hoef hem nooit te verliezen, tenzij ik dat zelf verkies'

'Mijn twee grote liefdes (Wimie, Tijger) zijn niet te gronde gegaan aan mijn revisme, maar aaan mijn alkoholisme. Je zoude tegen jezelf moeten zeggen: "Ik houd van die man. Die man heeft meer voor mij over dan wie ook. Hij zit opgesloten in een voor mij vreemde wereld van mystiek, verering van de Natuur, van God, van Diens Moeder, en er zijn heel diep in hem dingen waarover hij misschien nooit met mij zal praten. Maar in zoverre hij zich kàn geven, geeft hij zich aan mij. Zijn seksuele roes is gekoppeld aan buitensporige voorstellingen, maar ik behoef slechts een paar sleutelwoorden uit te spreken en een paar knoppen van dat register in te drukken en hij behoort mij toe: ik behoef hem nooit te verliezen, tenzij ik dat zelf verkies" '

Gerard Reve in: Brieven aan Matroos Vosch 1975-1992 Amsterdam/Antwerpen 1997 p.226, 227

zaterdag, mei 27, 2006

Symbolen (4)
'De symboliek van het schip heeft mij altijd overweldigd.'




"Ik heb altijd graag aan een haven of aan zee willen wonen. De symboliek van het schip heeft mij altijd overweldigd: het leven én de dood is het, geloof ik; man én vrouw; land én water, steeds allebei -iets zeer totaals en tevens dynamies drukt het uit."

Gerard Reve in Het Lieve Leven Amsterdam 1974 p. 88

vrijdag, mei 26, 2006

Symbolen (3)
'Alle dingen, en ook wij, zijn de openbaring Gods, en moeten als symbool gezien worden'


'Ons leven heeft geen zin in zichzelf: het krijgt pas zin, als wij God er in herkennen. Wij zijn 'alleen maar God', om het ietwat paradoksaal uit te drukken. Alle dingen, en ook wij, zijn de openbaring Gods, en moeten als symbool gezien worden, als je begrijpt wat ik bedoel.'

Gerard Reve, in Brieven aan Frans P. 1965-1969 Utrecht MCMLXXXIV p.75

donderdag, mei 25, 2006

Symbolen (2)
'Ik vrees, dat symboolblinde mensen niet te veranderen zijn'




'Ik vrees, dat symboolblinde mensen niet te veranderen zijn. Ik kan alle dingen als symbool zien- hoe kan men ze ooit anders beschouwen? Ik las laatst, met zekere ontroering, de legende van St. Christofoor, een geheel legendarische heilige. Hij was een reus, die gaarne God, de wereld & de mensen op een of andere wijze wilde dienen.
God raadde hem aan, mensen op zekere plek in een rivier, van de ene oever naar de andere te dragen. Christofoor deed dit welgemoed. Op zekere dag kwam een klein kind aan de oever, dat naar de overkant wilde, maar dat geen geld had. Dit kon de goedige Christofoor niet schelen, & hij zette het nietige, kleine kindje op zijn schouders. Bij zijn voortschrijden door de rivier merkte hij, dat het kind steeds zwaarder werd. In het midden van de rivier was de last haast ondraaglijk geworden, & tenslotte wist Christofoor met alleruiterste inspanning, volkomen uitgeput, op het nippertje nog de andere oever te bereiken. Hier maakte het kind zich als Christus bekend. 'Ik had dat kind een rotklap gegeven', was Hanny haar kommentaar. Ik vind het verhaal even ontroerend als duidelijk in zijn betekenis: het wil zeggen, dat wie Christus wil dragen (uitdragen) in de wereld, zelfs als lichamelijke reus & moreel superieur mens (gratis overzetten) door de stroom des levens wordt overspoeld & bedreigd.

Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975, Amsterdam 1981 p. 220,221

woensdag, mei 24, 2006

Symbolen (1)
'Dat is het treurige, dat de mensen zo beperkt zijn..'




"De mensen onderschatten het symbool. Je hoort de mensen zo vaak spreken, dat is maar symbool, terwijl het symbool veel groter is dan de tastbare werkelijkheid, veel omvattender. Dat is het treurige, dat de mensen zo beperkt zijn, zo'n klein Godsbegrip hebben, dat ze zich bedreigd voelen, als je als symbool een bepaald dier kiest of een bepaalde relatie, een bepaalde sexuele handeling symboliseert....
God is het meest wezenlijke, het meest weerloze, het meest ontoegankelijke in onszelf.
God is de allesdoordringende, alles verzoenende, alles éénmakende liefde, die alle verstand te boven gaat. Dat is God. God is geen ding. God is het enige wezen, dat het bestaan niet nodig heeft om zich te openbaren. Het Koninkrijk Gods is binnen in u, dat staat er hè."

Gerard Reve, in Schoon Schip 1945-1984 Amsterdam MCMLXXXIV p.169

dinsdag, mei 23, 2006

Geef het een naam (2)



Het grote, diepe woud dat geen einde kent, en de eindeloze zee die in de diepte zwart wordt, daaruit komt alles voort, maar het is zoveel dat het je dreigt te overspoelen: de struiken grijpen je en houden je vast, en boven je sluiten zich de wateren. Maar geef het een naam en het zal je, dankbaar voor die naam, voortaan dienen en voeden. Ik noem het M., en brand er kaarsen voor, terwijl ik werk. Laat, heel laat ontdekte ik dit alles. Toch is mij heel veel gegeven geworden.

"Gerard Reve, in Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988. p.87

maandag, mei 22, 2006

Geef het een naam (1)

'Alles is een kwestie van namen geven. (' Om aan 't vergaan te geven duizend namen/ Schoonheid te vieren met een blijvend lied'. Herman Gorter: De School der Poëzie, dacht ik.) Deze tijd kent geen namen meer. Zodra iets een naam heeft, is het bezworen. Ik vocht vele, vele jaren tegen de fles, maar ik wist niet hoe die heette, en daarom kon ik de strijd niet winnen. Ik kon niet achter de naam komen. Tot ik besefte dat het de Satan was, de ongelukkige, die mij in zijn wanhoop scheiden wilde van God, en mij aan Hem wilde doen twijfelen. Nu ik zijn naam ken, heeft hij geen macht meer over me."

Gerard Reve, in Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988. p.87

zondag, mei 21, 2006

Het weer van alle mensen (II)
"Men moet dan denken aan vroeger en men gevoelt zich zeer sterfelijk"


"Wat is overigens dan dat 'weder van alle mensen'? Het heeft iets onbestemds. Het is dan vrijwel windstil, en het is noch zeer koud noch zeer warm. Af en toe breekt de zon door, doch slechts voor heel kort en met een beknepen, okeren licht. Tegelijkertijd met die kortstondige verschijning van de zon verheft zich heel even een windvlaag, die proppen papier, zand en stof op de grond doet rondwervelen. Men moet dan denken aan vroeger en men gevoelt zich zeer sterfelijk."

Gerard Reve in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.80

zaterdag, mei 20, 2006

Het weer van alle mensen (I)
'Laat ons dankbaar zijn, dat er een mysterie is.'.




"Maar vandaag is het zaterdagavond, en het grootste gedeelte van de dag heerste er het 'weder van alle mensen' (Vroeger schreef ik 'weer'.) Eens, jaren geleden, toen ik na een lezing op het land diverse vragen van toehoorders moest beantwoorden, vroeg mij een dame, of ik het niet met haar eens was, dat het in mijn werk beschreven 'weder van alle mensen' zich vooral op Zaterdagen voordeed. Ik heb altijd reeds vermoed, dat het zo was, maar telkens tot mijzelve gezegd je verzint maar wat, het is alleen maar verbeelding. Maar de dame die had het evengoed in de gaten, en door die zeer verstandige vraag die ze mij stelde gaf zij mij 'in belangrijke mate mijn zelfvertrouwen terug'. Het is waar: het weer heeft statisties een voorkeur voor de Zaterdag. En Waarom? Hoor eens, ik heb de wereld niet gemaakt. Laat ons dankbaar zijn, dat er een mysterie is. De mensen zijn nooit tevreden."

Gerard Reve in Zondagmorgen zonder zorgen Amsterdam/Antwerpen 1995 p.80

vrijdag, mei 19, 2006

'Alles moest zo zijn, maar begrijpen kon men het niet.'



"Alles moest zo zijn, maar begrijpen kon men het niet. Er stond ons stellig nog veeel meer te wachten, want een paar dagen tevoren, toen ik een brief was gaan posten, had ik een dier met mensenoren in een mand in een boom zien zitten en zoiets kon nauwelijks iets goeds aankondigen. Een massa dingen kon je beter niet eens proberen.......
En vermoedelijk was zelfs alles een illusie. God zelf was de enige werkelijkheid, en wij waren slechts werkelijk in zoverre hij in ons was, en wij in hem. Indien dit zo was, en indien het waar was, dat God Liefde was, dan moest dit betekenen, dat wij slechts bestonden, in zoverre we liefhadden."

Gerard Kornelis van het Reve in Nader tot U Amsterdam 1966 p. 55

donderdag, mei 18, 2006

‘Ongelooflijk treurig, maar toch ook erg gelukkig’

'Ik werd ongelooflijk treurig, maar toch ook erg gelukkig, terwijl ik bedacht dat ik zonder einde de Meedogenloze Jongen zou moeten nareizen, maar steeds zijn trein juist het station uit zien stomen, of ik zou aan de kade staan en hij, alweer met een op het punt zich te ontvouwen glimlach, zou aan de reling staan van het schip dat al te ver van de wal zou zijn, en ik zou voelen, hoe mij het hart, als in een verstikkende pijn, langzaam maar grondig uit de borstkas werd gescheurd.

Gerard Kornelis van het Reve in: Nader tot U Amsterdam 1966 p.47

woensdag, mei 17, 2006

'Ik schrijf voor mensen en ook voor vele dieren die zelf niet lezen'

"Ik schrijf voor mensen en ook voor vele dieren die zelf niet lezen. Dus het moet begrijpelijk zijn wat ik schrijf, als het maar mooi is en troost schenkt aan allen die deze van node hebben."

Gerard Reve in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.158

dinsdag, mei 16, 2006

Graf te Blauwhuis
Voor buurvrouw H., te G.




Theodor Holman zingt Graf te Blauwhuis

...............
Gij, die Koning zijt, dit en dat, wat niet al,
ja ja, kom er eens om,
Gij weet waarom het is, ik niet.
Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?


Volledige tekst in:
Gerard Reve, in Verzamelde Gedichten Amsterdam 1987 p.59

maandag, mei 15, 2006

'Je gaat wel door veel droefheid, voordat je die afstand gevonden hebt'.

"Geluk? Bestaat dat wel, geluk? Alles is toch ongeluk- leven, geboren worden...? Maar als ik iets zou kunnen schrijven dat iemand in dat ongeluk zou kunnen troosten, zoals de moeder van God, en God zelf in de persoon van de Heilige Geest wel eens iemand troosten, dan zou dat toch iets goeds zijn, dat misschien welgevallen zou vinden bij God? Je gaat wel door veel droefheid, voordat je die afstand gevonden hebt."

Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders, Utrecht/Antwerpen 1985 p.189

zondag, mei 14, 2006

Moeder en Zoon (2)
'Moederliefde is onvoorwaardelijk'


Gerard op de arm van zijn moeder (juli 1924)
bron foto: Nop Maes, Kleine Bolsjewieken Amsterdam/Antwerpen 1999 p.10


"Moederliefde is onvoorwaardelijk. Andere liefde is gebonden aan begeerte en lust. Een vader houdt meer van een kind naarmate het meer uitblinkt en betere prestaties op school levert. Een moeder houdt van een kind omdat het een kind is. Afgelopen!"

Tom Rooduijn Revelaties, Gerard Reve over zijn werk & leven Schoorl 2002 p. 56, 57

zaterdag, mei 13, 2006

Moeder en Zoon (1)

"Uit mijn boeken stijgt het religieuze uitgangspunt op, dat de schrijver Zoon van een Moeder wil zijn. Dat sluit aan bij mijn Mariaverering. Het is voor mij belangrijk zoon te zijn en ook nog een bepaald moederschap uit te oefenen. Het moederschap Gods is voor mij erg belangrijk."

Tom Rooduijn Revelaties, Gerard Reve over zijn werk & leven Schoorl 2002 p. 56, 57

vrijdag, mei 12, 2006

Slapeloos
"In de nachtwind, als ik niet slapen kan.."





Gerard Reve, Verzamelde gedichten, Amsterdam 1987 p. 121

donderdag, mei 11, 2006

Het wezen van de schrijfkunst (3)
'Vul Uw werk niet met zelfbeklag'

"Vul Uw werk niet met zelfbeklag: U moet Uw ellende gebruiken, verwerken, dienstbaar maken aan Uw werk, en niet medelijden proberen te wekken bij Uw lezer. Die heeft zelf al ellende genoeg en wordt erdoor afgestoten. Maar als U Uw leed door Uw geschrift een universele geldigheid zoudt weten te geven, dan ervaart de lezer zijn eigen treurnis ook als iets groots, universeel geldigs en kostbaars, en is hij U dankbaar."

Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p. 127

woensdag, mei 10, 2006

Het wezen van de schrijfkunst (2)
'Alles is reeds, ontelbare malen, eerder geweest en gebeurd.'

"Zoals God in ons woont, of nergens, zo ook draagt U Uw onderwerp in Uzelf mede- Het is niet buiten U, nergens, U moet niet, wat Uzelf hebt doorgemaakt, te gering achten om neer te schrijven, maar U moet ook niet denken, dat wat U doorleefd hebt, uniek is.
Alles is reeds, ontelbare malen, eerder geweest en gebeurd."

Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p. 126

dinsdag, mei 09, 2006

Het wezen van de schrijfkunst (1)
'Telt U eens de woningen die U zien kunt: dit getal is het aantal menselijke dramaas, dat voor het grijpen ligt..'


"U moet helder, en zo eenvoudig mogelijk schrijven: nooit iets te ingewikkeld maken, wat eenvoudig is. Geen moeilijke woorden gebruiken zoals depersonificatie, frustratie, libido e.d. Voorts moet U niet denken, dat U het onderwerp buiten Uw eigen leven en gezichtskring zoudt moeten zoeken........
Kijk uit het raam, en telt U eens de woningen die U zien kunt: dit getal is het aantal menselijke dramaas, dat voor het grijpen ligt."

Gerard Reve in Brieven van een Aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p. 126

 
Tweets van @Revetwalender