Opdat Hij leve
'De eenzamen schrijf ik, als troost, dat God meer lijdt dan alle mensen tezamen, maar dat begrijpen ze maar zelden. Ook schrijf ik ze, dat niemand hen kan beletten een ander wezen lief te hebben -maar ook dat komt hen voor als een slag in de lucht. Dan schrijf ik ze -als ze zeuren over ouderdom en Dood - dat onze sterfelijkheid voorwaarde is van Gods eeuwigheid, en dat wij moeten sterven, opdat Hij leve.
Dat vinden ze nog maller, maar als ik ze, als toegift op al die onzin nog schrijf dat niets en niemand hen kan scheiden van de liefde Gods, dat wil zeggen dat niemand, ooit, hen kan beletten God lief te hebben, dan is de maat vol, en vinden ze me een fantast en verkondiger van beuzelpraat. '
Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders,
in de brief aan professor C.J.B.J. Trimbos van 11 februari 1966
Utrecht/Antwerpen 1985 p. 111
zaterdag, oktober 04, 2003
vrijdag, oktober 03, 2003
Herfstdraden
'Kijk al dat stof eens dat naar beneden komt! Ze nemen niet eens de moeite om te kijken of iemand zijn ramen of deuren openstaan.' Opnieuw daalde er een aantal van dezelfde grijze, dunne draden neer. John volgde ze met zijn ogen.
'Dat is geen stof, Mana, ' zei hij, scherp naar buiten turend. 'Het is dat spul dat van de bomen komt.'
G.K. Van het Reve, in Herfstdraden, Amsterdam 1967
'Kijk al dat stof eens dat naar beneden komt! Ze nemen niet eens de moeite om te kijken of iemand zijn ramen of deuren openstaan.' Opnieuw daalde er een aantal van dezelfde grijze, dunne draden neer. John volgde ze met zijn ogen.
'Dat is geen stof, Mana, ' zei hij, scherp naar buiten turend. 'Het is dat spul dat van de bomen komt.'
G.K. Van het Reve, in Herfstdraden, Amsterdam 1967
donderdag, oktober 02, 2003
Was er maar iemand....
DRINKLIED VOOR DE HERFST
Alles moet weer worden zoals vroeger.
Er is geen God meer, bijvoorbeeld.
Ja, toen we Indië nog hadden,
en een dubbeltje nog een dubbeltje was!
Maar dat bestaat niet meer.
Was er maar iemand die me uit allerlei sprookjesboeken voorlas.
Gerard Reve, in Verzamelde gedichten, Amsterdam 1987
DRINKLIED VOOR DE HERFST
Alles moet weer worden zoals vroeger.
Er is geen God meer, bijvoorbeeld.
Ja, toen we Indië nog hadden,
en een dubbeltje nog een dubbeltje was!
Maar dat bestaat niet meer.
Was er maar iemand die me uit allerlei sprookjesboeken voorlas.
Gerard Reve, in Verzamelde gedichten, Amsterdam 1987
woensdag, oktober 01, 2003
Alles of niets
'Het is een histories huis. Jij mag gaan zitten werken in het kleine dakkamertje, waar Nader tot U geschreven is. De penhouder waarmede dat ontroerende boek op het papier is gesteld, die is gestolen. Ik weet niet door wie, maar het kamertje is er nog, en het dakraam, waarboven de wolken zich voortspoeden. Of je schrijft er absoluut niets, òf iets dat de gehele bewoonde wereld verbaast. Zo is dat mijn gehele verscheurde leven tot nu toe geweest, kunstbroeder: alles of niets.'
"Gerard Reve, in Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988. p.53
'Het is een histories huis. Jij mag gaan zitten werken in het kleine dakkamertje, waar Nader tot U geschreven is. De penhouder waarmede dat ontroerende boek op het papier is gesteld, die is gestolen. Ik weet niet door wie, maar het kamertje is er nog, en het dakraam, waarboven de wolken zich voortspoeden. Of je schrijft er absoluut niets, òf iets dat de gehele bewoonde wereld verbaast. Zo is dat mijn gehele verscheurde leven tot nu toe geweest, kunstbroeder: alles of niets.'
"Gerard Reve, in Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988. p.53
maandag, september 29, 2003
Het grote, diepe woud dat geen einde kent..
Het grote, diepe woud dat geen einde kent, en de eindeloze zee die in de diepte zwart wordt, daaruit komt alles voort, maar het is zoveel dat het je dreigt te overspoelen: de struiken grijpen je en houden je vast, en boven je sluiten zich de wateren. Maar geef het een naam en het zal je, dankbaar voor die naam, voortaan dienen en voeden. Ik noem het M., en brand er kaarsen voor, terwijl ik werk. Laat, heel laat ontdekte ik dit alles. Toch is mij heel veel gegeven geworden.
"Gerard Reve, in Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988. p.87
Het grote, diepe woud dat geen einde kent, en de eindeloze zee die in de diepte zwart wordt, daaruit komt alles voort, maar het is zoveel dat het je dreigt te overspoelen: de struiken grijpen je en houden je vast, en boven je sluiten zich de wateren. Maar geef het een naam en het zal je, dankbaar voor die naam, voortaan dienen en voeden. Ik noem het M., en brand er kaarsen voor, terwijl ik werk. Laat, heel laat ontdekte ik dit alles. Toch is mij heel veel gegeven geworden.
"Gerard Reve, in Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988. p.87
zondag, september 28, 2003
Geef het een naam
'Alles is een kwestie van namen geven. (' Om aan 't vergaan te geven duizend namen/ Schoonheid te vieren met een blijvend lied'. Herman Gorter: De School der Poëzie, dacht ik.) Deze tijd kent geen namen meer. Zodra iets een naam heeft, is het bezworen. Ik vocht vele, vele jaren tegen de fles, maar ik wist niet hoe die heette, en daarom kon ik de strijd niet winnen. Ik kon niet achter de naam komen. Tot ik besefte dat het de Satan was, de ongelukkige, die mij in zijn wanhoop scheiden wilde van God, en mij aan Hem wilde doen twijfelen. Nu ik zijn naam ken, heeft hij geen macht meer over me
"Gerard Reve, in Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988. p.87
'Alles is een kwestie van namen geven. (' Om aan 't vergaan te geven duizend namen/ Schoonheid te vieren met een blijvend lied'. Herman Gorter: De School der Poëzie, dacht ik.) Deze tijd kent geen namen meer. Zodra iets een naam heeft, is het bezworen. Ik vocht vele, vele jaren tegen de fles, maar ik wist niet hoe die heette, en daarom kon ik de strijd niet winnen. Ik kon niet achter de naam komen. Tot ik besefte dat het de Satan was, de ongelukkige, die mij in zijn wanhoop scheiden wilde van God, en mij aan Hem wilde doen twijfelen. Nu ik zijn naam ken, heeft hij geen macht meer over me
"Gerard Reve, in Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988. p.87
zaterdag, september 27, 2003
vrijdag, september 26, 2003
Kunst
Mijn houding tegenover de Kunst is nogal raadselachtig. (Kunst heeft niets met kultuur of 'kultuurbeleid' te maken. De Kunst is goddelijk, en is eigenlijk net zoiets als religie, en is dus ook a-moreel.* Maatschappelijke kunst is haast niet denkbaar. Kunst heeft geen nut. Door de Kunst kan het Kwaad in de wereld gevierd worden en tot gelding komen, geloof ik, dat wel. Maar ik weet nergens wat van. )
* Godsdienst en kunst zijn allebei dan ook 'flauwe kul'.
Gerard Reve in: Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988
Mijn houding tegenover de Kunst is nogal raadselachtig. (Kunst heeft niets met kultuur of 'kultuurbeleid' te maken. De Kunst is goddelijk, en is eigenlijk net zoiets als religie, en is dus ook a-moreel.* Maatschappelijke kunst is haast niet denkbaar. Kunst heeft geen nut. Door de Kunst kan het Kwaad in de wereld gevierd worden en tot gelding komen, geloof ik, dat wel. Maar ik weet nergens wat van. )
* Godsdienst en kunst zijn allebei dan ook 'flauwe kul'.
Gerard Reve in: Brieven aan Simon Carmiggelt, Utrecht/Antwerpen 1988
zondag, september 21, 2003
zaterdag, september 20, 2003
Zoude God ooit een mens verlaten?
'Mijn moeder stierf betrekkelijk jong, omdat ik niet voldoende van haar hield. Mijn vader overleefde haar zestien jaren en stierf oud, omdat ik al vroeg een hekel aan hem kreeg en hem tenslotte haatte. (Ik keur dit niet goed, maar het is zo) Verder ben ik niet tegen de dood, zoals zo veel domme mensen. Het werkelijke probleem is de verlatenheid. Alleen zijn is meestal nog wel te dragen, het zich verlaten weten nooit. Ik vroeg mij af hoe God Zich gevoelde, en of God ooit een mens of enig ander schepsel zoude verlaten. Maar ik liet de vragen wederom rusten, want ik had er geen verstand van.'
Gerard Reve, in: Het Boek Van Violet En Dood , Amsterdam/Antwerpen 1996, p. 29
'Mijn moeder stierf betrekkelijk jong, omdat ik niet voldoende van haar hield. Mijn vader overleefde haar zestien jaren en stierf oud, omdat ik al vroeg een hekel aan hem kreeg en hem tenslotte haatte. (Ik keur dit niet goed, maar het is zo) Verder ben ik niet tegen de dood, zoals zo veel domme mensen. Het werkelijke probleem is de verlatenheid. Alleen zijn is meestal nog wel te dragen, het zich verlaten weten nooit. Ik vroeg mij af hoe God Zich gevoelde, en of God ooit een mens of enig ander schepsel zoude verlaten. Maar ik liet de vragen wederom rusten, want ik had er geen verstand van.'
Gerard Reve, in: Het Boek Van Violet En Dood , Amsterdam/Antwerpen 1996, p. 29
vrijdag, september 19, 2003
dinsdag, september 16, 2003
"Dank U Majesteit"
"Ken jij de Koningin echt? "Ja, ik kwam met Hare Majesteit in kennis op een groot feest, een hofbal, een jaar of wat geleden. Ik houd niet van dat soort evenementen, om je de waarheid te zeggen, maar je maakt deel uit van een geheel, de samenleving, je medemensen, en je kunt je niet altijd afzijdig houden. Dus ging ik er heen. Ik ben een heel matig danser. De Koningin houdt er ook niet van
.....
Zo ontmoette ik de Koningin. Ze is een erg lieve vrouw...."
Toen we elkaar voor het laatst ontmoetten, vroeg ze nog: "Dit blijft toch binnen deze muren, en binnen de groene wanden van dit geboomte? " "Ik heb nooit anders gedacht, Majesteit.". "Ach, later, Mijnheer, later..als wij beiden oud zijn geworden... spreekt en schrijft er U n vrijelijk over, zoals Uw hart U ingeeft."
"Dank U, Majesteit."
In: Gerard Reve, De Taal der Liefde, Amsterdam 1972
"Ken jij de Koningin echt? "Ja, ik kwam met Hare Majesteit in kennis op een groot feest, een hofbal, een jaar of wat geleden. Ik houd niet van dat soort evenementen, om je de waarheid te zeggen, maar je maakt deel uit van een geheel, de samenleving, je medemensen, en je kunt je niet altijd afzijdig houden. Dus ging ik er heen. Ik ben een heel matig danser. De Koningin houdt er ook niet van
.....
Zo ontmoette ik de Koningin. Ze is een erg lieve vrouw...."
Toen we elkaar voor het laatst ontmoetten, vroeg ze nog: "Dit blijft toch binnen deze muren, en binnen de groene wanden van dit geboomte? " "Ik heb nooit anders gedacht, Majesteit.". "Ach, later, Mijnheer, later..als wij beiden oud zijn geworden... spreekt en schrijft er U n vrijelijk over, zoals Uw hart U ingeeft."
"Dank U, Majesteit."
In: Gerard Reve, De Taal der Liefde, Amsterdam 1972
maandag, september 15, 2003
zondag, september 14, 2003
zaterdag, september 13, 2003
Niet iets maar alles
'Maar wat wilde ik met of van hem? Ik wilde niets specifieks. Wat ik wilde was eigenlijk niet maar iets maar alles: bij hem te mogen zijn; hem tegen mij aan te mogen drukken; de geur van zijn zweet en van zijn haar te mogen ruiken(...)
Ja, zo zat dat. Het was een begeerte die even mateloos als onstoffelijk was. Hem kussen, bijvoorbeeld, waar dan ook, daaraan durfde ik nog niet eens te denken.'
In: Gerard Reve, Verzameld Werk deel 6, Amsterdam/Antwerpen 2001 p.673
'Maar wat wilde ik met of van hem? Ik wilde niets specifieks. Wat ik wilde was eigenlijk niet maar iets maar alles: bij hem te mogen zijn; hem tegen mij aan te mogen drukken; de geur van zijn zweet en van zijn haar te mogen ruiken(...)
Ja, zo zat dat. Het was een begeerte die even mateloos als onstoffelijk was. Hem kussen, bijvoorbeeld, waar dan ook, daaraan durfde ik nog niet eens te denken.'
In: Gerard Reve, Verzameld Werk deel 6, Amsterdam/Antwerpen 2001 p.673
vrijdag, september 12, 2003
De enige op aarde
'Ik begaf mij, in de vallende schemering, naar een naburig, braakliggend stuk land, verzekerde mij ervan dat ik onbespied was en ging, huiverend, in een door de straatjeugd in het zand uitgegraven kuil zitten. In de nabijheid van de kuil had ik een aantal vogelvederen gevonden, waarschijnlijk de resten van een prooi van de kat. Ik maakte in de kuil een vuur, waarop ik de vederen verbrandde, en staarde in de vlammen en de rook. Voorzichtig fluisterend sprak ik de naam uit: "Isis"... Eén man was er nog, die haar aanbad, maar die ik nooit zoude kunnen vinden of zoude kennen; die misschien al niet meer leefde...Hij was de laatste, en met mij de enige op de gehele wereld..En na hem zoude ik de allerlaatste zijn, geheel alleen, de enige op aarde...Betekende dat niet, dat ook ik zelf niet behoorde te bestaan?...
in: Gerard Reve, Moeder en Zoon, Amsterdam MCMLXXIV
donderdag, september 11, 2003
Men hoort van alles
Men hoort van alles. Na de Mis van jongstleden zondag maakte ik een
praatje met onze pastoor. "Gerard", vroeg hij mij, "denkt gij dat er een
voortbestaan is na de dood?" Ik zeide: "Daar vraagt ge mij wat! Ik zal
er over nadenken, en ik wil kijken of ik het ergens kan opzoeken. Er is
literatuur over."
G.R.
Men hoort van alles. Na de Mis van jongstleden zondag maakte ik een
praatje met onze pastoor. "Gerard", vroeg hij mij, "denkt gij dat er een
voortbestaan is na de dood?" Ik zeide: "Daar vraagt ge mij wat! Ik zal
er over nadenken, en ik wil kijken of ik het ergens kan opzoeken. Er is
literatuur over."
G.R.
dinsdag, september 09, 2003
Thanatos
uit brief aan A. Roland Holst 11 september 1971:
Men houdt u voor een buitengewoon diepzinnig en van de hoogst mogelijke gegrepen filosofie doordrenkte dichter. De bewonderaars denken dat U zowat alles weet en alles gelezen hebt, terwijl dat wel meevalt. U bent het zingend hart van bronstig Holland en geil Nederland. Achter iemand aan zitten en die krijgen of niet, en bij het niet krijgen kankeren, en bij het wel krijgen morren, dat het toch niet zoveel is, ziedaar de portee van Uw werk, 'Wel mogen en niet mogen, en beide is verdriet.' Geen slecht onderwerp om over te zingen. ........
Nu komt voor U de mooiste en, als U wilt, ook de vruchtbaarste tijd: de ouderdom, die de kroon behoort te zijn op het leven. Steeds dichter komt U bij de vrijheid, en steeds vrijer en schaamtelozer kunt U spreken.
Nu zoude U een lied moeten aanheffen, niet meer voor Eros, maar voor zijn (tweeling)broer Thanatos: "Voor de broer van Eros".
Ik schrijf maar wat. Wat hebt U aan allerlei scholierengelul? Ik schrijf wat ik vind...
Nu kunstbroeder, kalm aan. Goed eten. Flink brood eten, voorts sinaasappelen, en tenminste 4 eieren per week. Ook weer niet als een razende eieren eten 'daarvoor'. Dat is bijgeloof...
In: Gerard Reve, Brieven aan Geschoolde Arbeiders, Utrecht/Antwerpen MCMXXXV
uit brief aan A. Roland Holst 11 september 1971:
Men houdt u voor een buitengewoon diepzinnig en van de hoogst mogelijke gegrepen filosofie doordrenkte dichter. De bewonderaars denken dat U zowat alles weet en alles gelezen hebt, terwijl dat wel meevalt. U bent het zingend hart van bronstig Holland en geil Nederland. Achter iemand aan zitten en die krijgen of niet, en bij het niet krijgen kankeren, en bij het wel krijgen morren, dat het toch niet zoveel is, ziedaar de portee van Uw werk, 'Wel mogen en niet mogen, en beide is verdriet.' Geen slecht onderwerp om over te zingen. ........
Nu komt voor U de mooiste en, als U wilt, ook de vruchtbaarste tijd: de ouderdom, die de kroon behoort te zijn op het leven. Steeds dichter komt U bij de vrijheid, en steeds vrijer en schaamtelozer kunt U spreken.
Nu zoude U een lied moeten aanheffen, niet meer voor Eros, maar voor zijn (tweeling)broer Thanatos: "Voor de broer van Eros".
Ik schrijf maar wat. Wat hebt U aan allerlei scholierengelul? Ik schrijf wat ik vind...
Nu kunstbroeder, kalm aan. Goed eten. Flink brood eten, voorts sinaasappelen, en tenminste 4 eieren per week. Ook weer niet als een razende eieren eten 'daarvoor'. Dat is bijgeloof...
In: Gerard Reve, Brieven aan Geschoolde Arbeiders, Utrecht/Antwerpen MCMXXXV
maandag, september 08, 2003
O kleine zielen vol gedempt verdriet
Er is iets aan de hand met de gedichten van Den Brabander, waar ik niets aan kan doen, waar niemand iets aan kan doen, en hoe het komt weet ik ook al niet. Maar zij het door Gods genade, of anderszins: het werk van Den Brabander is geen intellectuelenpoëzie. In zijn gehele werk is hij een dichter, en een groot dichter."
G.Reve, in :Verzameld werk deel 6, Amsterdam/Antwerpen 2001, p.579
O kleine zielen vol gedempt verdriet,
waar elk verhaal zijn kommer achterliet,
er kan geen menselijke stem meer spreken
zonder 't klein uurwerk van een hart te breken;
want ieder woord dat zich van 't hart losscheurt,
is in de kiem gekneusd en reeds besmeurd,
ligt op de tongrand en wordt nimmer helder
en valt bedompt en beursig in de kelder.
O holle man, die al die treurnis draagt,
maar te gedempt van klank is, dat hij klaagt,
al zou de tijd u met de vuisten bonken,
de klok is vol, de eeuw heeft uitgeklonken.
Gerard den Brabander, in De holle man
Er is iets aan de hand met de gedichten van Den Brabander, waar ik niets aan kan doen, waar niemand iets aan kan doen, en hoe het komt weet ik ook al niet. Maar zij het door Gods genade, of anderszins: het werk van Den Brabander is geen intellectuelenpoëzie. In zijn gehele werk is hij een dichter, en een groot dichter."
G.Reve, in :Verzameld werk deel 6, Amsterdam/Antwerpen 2001, p.579
O kleine zielen vol gedempt verdriet,
waar elk verhaal zijn kommer achterliet,
er kan geen menselijke stem meer spreken
zonder 't klein uurwerk van een hart te breken;
want ieder woord dat zich van 't hart losscheurt,
is in de kiem gekneusd en reeds besmeurd,
ligt op de tongrand en wordt nimmer helder
en valt bedompt en beursig in de kelder.
O holle man, die al die treurnis draagt,
maar te gedempt van klank is, dat hij klaagt,
al zou de tijd u met de vuisten bonken,
de klok is vol, de eeuw heeft uitgeklonken.
Gerard den Brabander, in De holle man
zondag, september 07, 2003
Geluk
'Geluk? Bestaat dat wel, geluk? Alles is toch ongeluk- leven, geboren worden...? Maar als ik iets zou kunnen schrijven dat iemand in dat ongeluk zou kunnen troosten, zoals de moeder van God, en God zelf in de persoon van de Heilige Geest wel eens iemand troosten, dan zou dat toch iets goeds zijn, dat misschien welgevallen zou vinden bij God? Je gaat wel door veel droefheid, voordat je die afstand gevonden hebt.
Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders, Utrecht/Antwerpen 1985 p.189
'Geluk? Bestaat dat wel, geluk? Alles is toch ongeluk- leven, geboren worden...? Maar als ik iets zou kunnen schrijven dat iemand in dat ongeluk zou kunnen troosten, zoals de moeder van God, en God zelf in de persoon van de Heilige Geest wel eens iemand troosten, dan zou dat toch iets goeds zijn, dat misschien welgevallen zou vinden bij God? Je gaat wel door veel droefheid, voordat je die afstand gevonden hebt.
Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders, Utrecht/Antwerpen 1985 p.189
Abonneren op:
Posts (Atom)