woensdag, augustus 30, 2006

Reizen (8)
...'en tenslotte omhoog, in de onbegrijpelijke ruimte...'



Lights of quay, Gibraltar

"Eenmaal buiten, haastte ik mij naar het verlaten terras van van cafetaria Europa, importe de su consumatión , om vandaar, een stoel uit de bergschuur gesleept hebbend, uit te kijken over de baai, naar het gele lichtbaken van het vliegveld van Gibraltar, de lichtjes van de rots, de uitzichtstorende rij lampen op de kade voor de ijsfabriek, en tenslotte omhoog, in de onbegrijpelijke ruimte, hier even griezelig als in Nederland, maar een stuk helderder, enz. enz. -veel meer moet ik er maar niet over zeggen, want mensen die hun medeschepselen met Natuurbeleven lastig vallen zijn minstens zo erg als het montere soort lieden, dat de handeling ener film zo bereidwillig uit de doeken weet te doen."

Gerard Kornelis van het Reve, Op Weg Naar Het Einde Amsterdam 1963 p.150

dinsdag, augustus 29, 2006

Reizen (7)
'...zo overweldigend weemoedig en mooi was alles...'




"Ik moest vanmiddag, aan de weg zittend, opeens schreien, zo overweldigend weemoedig en mooi was alles, verre geluiden. God was heel dichtbij. God openbaarde zich ook in de Golf van Biskaje, een sterrenhemel zo machtig, dat ik opeens bijna het Altijd Wordende Wezen begreep, en het Raadsel aanraakte."

Gerard Reve in Brieven aan Wimie 1959-1963 Utrecht MCMLXXX p.151

maandag, augustus 28, 2006

Reizen (6)
"Terwijl een bovenwerkelijk schoon orgel ruiste..."



Lucien Lévy Toledo, La Cathédrale. Intérieur de l’Église 1880–1890

'We hebben in Toledo -een sedert Philips II vrijwel onveranderd bewaarde Spaanse stad, slechts de cathedraal bezocht. Die alleen al is een reis naar Spanje waard. De zuilen hebben elk de dikte van jullie huiskamer. Terwijl in het midden een mis wordt opgedragen, kuieren in de overige ruimten de toeristen rustig rond, zo ontzagwekkend zijn de afmetingen. Terwijl een bovenwerkelijk schoon orgel ruiste, bezochten we de talloze zijkapellen, één ervan gewijd aan het Santissimo, in welke we, tot mijn verbazing, alleen de Maagd met Kind aantroffen boven een gloed van kaarsen.

Gerard Reve/Geert van Oorschot Briefwisseling 1951-1987, Amsterdam 2005, eerste druk p. 279 uit de brief van 30 april 1969

zaterdag, augustus 26, 2006

Reizen (5)
Het schip vaart nu'




"Het schip begont te trillen. Ik grendel de deur, kruip onder de dekens en probeer een opstandige gedachte te verdrijven, zonder echter te kunnen beletten, dat ik hem hardop uitspreek. Het schip vaart nu. 'Als u de mensheid hebt verlost, waarom mij dan niet - dat was toch in één moeite door gegaan? ' "

Gerard Kornelis van het Reve in Op weg naar het einde, Amsterdam 1966 Brief uit Edinburgh p.9

donderdag, augustus 24, 2006

Reizen (4)

"Het leven in hotelkamers activeert elke latente neurose. "

Gerard Reve in Brieven aan kandidaat katholiek A. 1962-1969 Amsterdam z.j. p. 16

woensdag, augustus 23, 2006

Reizen (3)
"...veel erger, veel treuriger, veel uitzichtslozer..."


"Er is veel in Spanje dat na drie maanden anders blijkt te zijn, veel erger, veel treuriger, veel uitzichtslozer, maar wat je met een verblijf van vier, vijf weken niet eens zoudt kunnen ontdekken. Het is eigenlijk een dood land, alles staat stil en er is geen geluid te horen, hoeveel malen meer kabaal ze ook maken dan bij ons, als je begrijpt wat ik bedoel. Ik zal er misschien nog eens over schrijven, maar het is haast te veel geweest om te verwerken, laat staan weer op schrift te vereenvoudigen en te stileren. Vandaar dat Brief In Een Fles Gevonden vrijwel alleen over mijn innerlijke belevenissen gaat, en vrijwel niet over Spanje."

Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981, eerste druk p. 57

dinsdag, augustus 22, 2006

Reizen (2)



"Na mijn Italienische Reise naar Portugal en Spanje heb ik wel het gevoel, dat ik het gezien heb. In de ene streek doen ze een ui of een hap suiker minder door hun eten, & maken ze nog valser geweld op trommels of fluiten dan elders, maar daar is het dan ook mee gezegd. Het enige land dat ik van mijn leven nog wel eens zou willen zien is Japan, wegens zijn dodencultus. Enfin, dit terzijde."

Gerard Reve in Brieven aan Josine M.1959-1975, Amsterdam eerste druk 1981 p. 122

zondag, augustus 20, 2006

Reizen (1)
'..en alles is zo oud en dromerig en weemoedig..'




"Ik heb me nu eenmaal voorgenomen naar het Zuiden te gaan, maar het spijt me wel een beetje, Lissabon te verlaten. De schoonheid van die stad is onbeschrijfbaar en alles is zo oud en dromerig en weemoedig, en alles ademt een vergane glorie, maar toch is het geen museum, maar een levende stad. Alles is angstwekkend goedkoop. In een café aan geroosterde vis en wijn (ik eet voornamelijk fruit, vis en eieren) een gulden opmaken is flink wat werk. De zeereis was nogal angstwekkend, vooral in de Golf van Biscaje, & ik doe het geen tweede keer."

Gerard Reve Brieven aan Josine M. 1959-1957, Amsterdam 1981 p.34, 35
(uit een prentenbriefkaart aan Jobs en Lennie 17 mei 1963)
'...Als het leven propvol is van bladeren, warmte,
vogels, zon en watervlakten...'



foto E.H.© augustus 2006

"De werkelijke zwaarmoedigheid overvalt iemand gelukkig niet des winters. De bomen zijn dan weliswaar kaal, de muren vochtig, terwijl er voortdurend meeuwen op het water dobberen, maar de somberte wordt verzacht door het geloof, dat verandering van deze gestalte der wereld ook de ziel zal genezen. Veeleer des zomers, tegen het einde van de middag, als het leven propvol is van bladeren, warmte, vogels, zon en watervlakten, kan het bestaan plotseling op de mens neerstorten, onafwendbaar."

Gerard Reve in Archief Reve 1931-1960 (in: Drie broden Ruim Baan , 26 april 1946), Baarn 1981 p. 41

zaterdag, augustus 19, 2006

Huisdieren



"Tenslotte wil ik, teneinde mogelijke misverstanden te voorkomen, herinnerend aan de hierboven gegeven definitie, er de aandacht op vestigen, dat muizen, ratten, luizen en vlooien niet, zoals lichtelijk spotzieke lieden ons willen doen geloven, tot de huisdieren worden gerekend."

uit G.v.h.Reve Opstellen Nederlands 4a,
slot van het opstel 'Huisdieren'( waarvoor hij een 7 kreeg van zijn leraar)

Herdruk in facsimile van schoolopstellen, die Gerard Reve schreef op zestienjarige leeftijd, geschenk in beperkte oplage aan relaties van De bezige Bij en Thomas Rap t.g.v. de jaarwisseling 2001-2002

vrijdag, augustus 18, 2006

Straatrumoer



"Vele lieden die voor de volkomen uitbanning van het straatrumoer uit de stad ijveren, verliezen uit het oog, dat de storende invloed uitermate gering is. Evenmin zien zij in, dat het straatrumoer onafscheidelijk met het bekoorlijke begrip "grote stad" verbonden is. Het straatrumoer verschaft de stad haar levendigheid en voor een deel zelfs haar karakter.
Zodoende* kan men het vraagstuk van het straatrumoer niet langer als een vraagstuk van veel belang beschouwen en zijn aandacht aan andere, misschien zelfs veel belangrijker problemen schenken! "

* door zijn leraar verbeterd in "daarom"

uit G.v.h.Reve Opstellen Nederlands 4a, slot van het opstel 'Straatrumoer'(waarvoor hij een 7 ½ kreeg van zijn leraar)

Herdruk in facsimile van schoolopstellen, die Gerard Reve schreef op zestienjarige leeftijd, geschenk in beperkte oplage aan relaties van De bezige Bij en Thomas Rap t.g.v. de jaarwisseling 2001-2002

donderdag, augustus 17, 2006

'..eindeloos terugdenken aan vroeger..'


foto © E.H. juli 2006

"En tot dat soort leven, in stilte, een altijd eender uitzicht op een dal of op de zee, oude kerkhoven ("gelijk het gras is ons etc.") een zich waarschijnlijk nooit wijzigend menu van gestoofde vis met enige kruiden en een gekookte vrucht, 1/4 liter wijn per dag en savonds, bij het invallen van de scherming en het geraas van krekels, peinzend 3 kleine glaasjes goedkope konjak, vloer met fijn zand aanvegen, olielamp bijvullen, en eindeloos terugdenken aan vroeger, wil ik me bepalen."

Gerard Reve, Brieven aan Josine M., 1959-1975, Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1981, p.32-33.

woensdag, augustus 16, 2006

'Slechts gras'


foto E.H. © Greonterp juli 2006

"Uw woord*, dat niet voorbijgaat, zegt
dat ik slechts gras ben, en dat is ook zo."


De twee eerste regels van het gedicht "Het is maar net zoals je het bekijkt". Zie voor de volledige tekst: Gerard Reve, Nader tot U, Amsterdam 1966 p. 138

* 6..Alle vlees is gras, en al zijn goedertierenheid als een bloem des velds.
7 Het gras verdort, de bloem valt af, als de Geest des HEEREN daarin blaast; voorwaar, het volk is gras.8 Het gras verdort, de bloem valt af;
maar het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid.
Jesaja 40: 6-9

dinsdag, augustus 15, 2006

'We moeten maar gewoon voortgaan, onze tuin aan te harken.'



"In ieder geval ben ik niet bang meer voor de dood, zoals vroeger. De menselijke persoonlijkheid is niet gebonden aan ruimte en tijd, en is niet materieel, en wordt dus niet met het lichaam vernietigd. Of de menselijke persoonlijkheid daarom 'eeuwig' zou zijn, valt te bezien. Ik bedoel, dat God uit Zichzelf zielen kan laten ontstaan, maar natuurlijk ook individuele zielen wederom in Zijn Eenheid kan doen terugkeren en oplossen. En zoude een ziel, aldus in God zelf teruggekeerd, nog individueel bestaan en bijvoorbeeld alles weten of juist niets, en zichzelve bewust of volkomen onbewust zijn?
We moeten maar gewoon voortgaan, onze tuin aan te harken. "

Gerard Reve, in Brieven aan Josine M. 1959-1982 Amsterdam/Antwerpen tweede druk 1994 p.353

zondag, augustus 13, 2006

'Het moet kleingesneden en gewogen kunnen worden,
en opgegeten..'



Jan Brueghel de Oudere 1568–1625
De walvis zet Jona aan land


"Overigens is er vrijwel geen criticus die begrijpt dat mijn verhalen alle op een of andere wijze waar zijn, net zoals bijvoorbeeld het boek Jona(s), Genesis of het H. Evangelie. Het moet kleingesneden en gewogen kunnen worden, en opgegeten, anders geloven ze het niet: de Nederlander is door en door al die melk sneeuwblind en daarbij meteen ook meteen maar symboolblind geworden."

Gerard Reve, in Brieven aan Josine M. 1959-1982 Amsterdam/Antwerpen tweede druk 1994 p.356, 357

vrijdag, juli 21, 2006

Reisgebed


*

O God.
Ik sta op het punt op reis te gaan.
Ik weet niet, of het misschien mijn laatste reis is.
Ik wil U liefhebben.
Ik hoop, dat ik onderweg niemand enig ongeluk of ander
kwaad zal berokkenen. Ik wil proberen niet, of veel minder, te drinken.
Ik sta voor U.
Ik weet dat ik, of ik veilig zal aankomen
dan wel onderweg verwonding, ziekte of dood zal vinden,
altijd U toebehoor.
Want in leven en sterven zijt Gij in mij, en ben ik in U. Ik ga nu weg.
Vaarwel, o God.


uit: Gerard Reve, Verzamelde Gedichten, Amsterdam 1987, p.105

* Wereldkaart in twee hemisferen (detail)

woensdag, juli 19, 2006

'Die inertie, die volstrekte dadenloosheid.....'



"Matroos is naar de kampong van Legian-Kelod, net ver van Kuta,.......
Zulk een kampong doet mij zeer nederdrukkend aan. Mensen die gejaagd leven boezemen mij weerzin in, maar die inertie, die volstrekte dadenloosheid, met overal halfnaakte vrouwen met drie kinderen aan haar lijven gekleefd, de mannen alleen maar vechthanen strelend en vertroetelend -ik kan mij met de beste wil van de wereld in zulk een bestaan niet inleven. De (letterlijke) atmosfeer vam de broeikas van de Victoria Regia, en de (figuurlijke) atmosfeer van het Volkenkundig Museum. Iets van die sfeer proef je al, als je in Nederland een boerenerf betreedt, en verloren staat rond te koekeloeren, niet wetend wie de boer, de knecht of de buurjongen is, terwijl iedereen zwijgend afwacht wat je wilt en gaat doen."

Gerard Reve, in Klein gebrek geen bezwaar Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p. 157 in Brief aan Rob Nieuwenhuys 18 juni 1978

dinsdag, juli 18, 2006

'Neen: nooit, nooit komt het meer goed.'


* Kevelaer Gnadenkapel

"Ik was vrijdagmiddag met Henk in Kevelaer. We zaten op één van de banken vóór de Gnadenkapel, en keken naar de schrijn tussen de twee eeuwige rode lampen: olievlammetjes, drijvend in geweldige, gelobte hangplantschalen van bloedrood glas, in vorm gelijkend op de eeuwige, aan drie kettinkjes in gangen en serres hangende omgekeerde stompe kaboutermutsen van mijn jeugd, meestal van matglas of bobbelglas, met er in een bloempot waarin de gul neergroeiende, sappige gestreepte waterplant op het droge, waarvan ik de naam niet meer weet. (Zulke hangpotten hingen altijd in de gangen van de benedenhuizen waarvan de voordeuren opengingen als mijn moeder met kommunistiese geschriften kolporteerde: ze wiegden en draaiden op de tocht van de natte, wanhoopverwekkende etenslucht. Neen: nooit, nooit komt het meer goed.)"

Gerard Reve, in Klein gebrek geen bezwaar Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p. 107, 108 in Brief aan Simon C. 27 september 1971

* Kevelaer

zaterdag, juli 15, 2006

'En dacht...dat een piano alleen was om droevige muziek te spelen..'



"Ik was als klein kind voor het eerst ergens waar er op een piano gespeeld werd, en dacht daarna jaren lang, dat een piano alleen was om droevige muziek te spelen: dat het daartoe een speciaal instrument was, bedoel ik. Ik heb wel een erg onvolledige kijk op het leven, vind je niet?"

Gerard Reve, in Klein gebrek geen bezwaar Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p. 128 in Brief aan Simon C. 20 juni 1972

vrijdag, juli 14, 2006

'Zulk een klein orgel van massaal verdriet..'



"In het Tuindorp Watergraafsmeer, het zogeheten Betondorp (Concrete Village in internationale leedvertalingen), bestond een mondharmonicaclub voor Jongens, waar ik natuurlijk lid van was. Op zomeravonden marcheerde die club wel eens, in uniformen van flanelachtige, keurig geperste sneeuwwitte katoen, met riemen en lange broeken, musicerend door het dorp. Sommige Jongens bespeelden met de mond zulk een klein orgel van massaal verdriet, dat reeds oorlog en konsentraatsiekamp en van alles aankondigde, zonder dat ze het zelf vasthielden, want het zat bevestigd aan een muziekstandaard, die op de rug vastzat van de voorgaande Jongen. Zo had de mondorgelende Jongen de handen vrij, nee, niet om de Jongen vóór hem te bevoelen en te kneden en te strelen en hem zijn hunkerende jongensliefde kenbaar te maken, maar om de bladen van de partituur om te slaan en tevens af en toe een tik uit te kunnen delen aan de triangel. het orkest liet in de straten een onzichtbaar spoor achter van ontroostbare droefheid, dat uren bleef hangen. "

Gerard Reve, in Klein gebrek geen bezwaar Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p. 127 in Brief aan Simon C. 20 juni 1972
 
Tweets van @Revetwalender