zaterdag, december 23, 2006

De Avonden (2)
'Alles is te begrijpen, wanneer men er moeite toe doet.'




"Het programma werd voortgezet met een kort concert in drie delen. Toen dit was geëindigd, was het tien voor tien. Het volgende nummer was het Impromptu van Schubert. De tere, doordringende muziek steeg langzaam op.
'Drieëntwintig jaar ben ik nu,' dacht hij. 'Het eerste jaar, dat was in zevenendertig of in zesendertig?' Hij hield zijn linkeroor losjes vast. 'Het tweede jaar,' fluisterde hij, 'hoe was het? Hoe is het geweest? Is alles te begrijpen? Waarom is er toen niet een briefje verzonden? ' Hij sloot zijn ogen, die hij aldoor half dichtgeknepen had gehouden, geheel. De muziek bereikte een luid en snel gedeelte. 'Toch moet ik het nauwkeurig me kunnen herinneren en weten, waarom het zo was,' zei hij bij zichzelf. 'Alles is te begrijpen, wanneer men er moeite toe doet.'
De muziek eindigde. Hij stond op, liep nog tijdens het applaus de zaal uit, schoot zijn jas aan, holde de trap af en stond buiten. Stilstaand, hoorde hij violen stemmen. Hij spuugde op de grond en liep in een flinke pas naar huis. "

Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.35

vrijdag, december 22, 2006

De Avonden (1)
'Muziek, dat helpt. '



"Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de tweeëntwintigste december 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte. Hij keek op zijn lichtgevend horloge, dat aan een spijker hing. 'Kwart voor zes, 'mompelde hij, 'het is nog nacht. 'Hij wreef zich in zijn gezicht. 'Wat een ellendige droom,' dacht hij. 'waar ging het over?' Langzaam kon hij zich de inhoud te binnen brengen. Hij had gedroomd, dat de huiskamer vol bezoek was. 'Het wordt dit weekend goed weer,' zei iemand. Op hetzelfde ogenblik kwam een man met een bolhoed binnen. Niemand lette op hem en hij werd door niemand begroet, maar Frits bekeek hem scherp. Opeens viel de bezoeker met een zware bons op de grond.
'Was dat alles?' dacht hij. 'wat gebeurde er verder? Niets, geloof ik.' Hij sliep weer in. De droom ging voort, waar hij was opgehouden. De man lag, met de bolhoed over zijn gezicht gedrukt, in een zware doodskist, die in een hoek van de kamer op een lage tafel stond. 'Die tafel ken ik niet,' dacht hij, 'zou die geleend zijn?' Hij keek in de kist en zei luid: 'Daar zitten we in ieder geval morgen mee opgescheept.' 'Dat hoeft niet,' zei een man met een kaal hoofd, een rood gezicht en een bril, 'wedden, dat ik de begrafenis nog op vanmiddag twee uur geregeld kan krijgen?'
Hij werd opnieuw wakker. Het was twintig minuten over zes. 'Ik ben al uitgeslapen,' zei hij bij zichzelf, 'daarom word ik zo vroeg wakker. Ik heb nog een flink uur.'
Hij sluimerde langzaam in en trad voor de derde maal de huiskamer binnen. Er was niemand. Hij liep op de kist toe, keek erin en dacht: 'Hij is dood en begint te bederven.' Opeens was de gestalte bedekt met allerlei timmermanswerktuigen, die tot de rand van de kist lagen opgestapeld: hamers, grote boren, zagen, waterpassen, schaven, zakjes met spijker en tangen. Alleen de rechterhand van de dode stak er bovenuit.
'Er is geen mens,' dacht hij, 'in het hele huis is niemand; wat moet ik doen?
Muziek, dat helpt.' "

Gerard Kornelis van het Reve De Avonden, Een Winterverhaal Amsterdam 1971 eenentwintigste druk p.5

woensdag, december 20, 2006

'Die zonderlinge wereld van licht en leven die wij toneel en drama noemen..'



"Wat er van haar geworden mag zijn, en waar zij zich ter wereld bevinde, als zij nog leeft: mogen Gods genade en liefde haar pad verlichten; en zo zij niet meer in dit leven is: mogen haar dan, uit die zonderlinge wereld van licht en leven die wij toneel en drama noemen, de engelen geleiden naar het eeuwig Licht, en tot het eeuwig Leven."

Gerard Reve, Oud en Eenzaam Amsterdam/Brussel MCMLXXXVIII p.122
(slot van de Jane Raleigh-episode hfst 5 t/m 13)

maandag, december 18, 2006

Als een zoeken op de tast...

"Ik weet nog steeds niet, hoe alles gekomen is. Als ik terugdenk aan het verleden, dan moet ik vaststellen dat mijn leven zich altijd min of meer blindelings heeft afgespeeld, als een zoeken op de tast, zonder systeem, waarbij ik mij in de bizarste situaatsies heb laten voeren."

Gerard Reve Oud en Eenzaam Amsterdam MCMlXXXIV p.42

zondag, december 17, 2006

'Morgen zal ik wederom wandelen. Cras ambulabo'



"De bok aan de overkant genoot volop, van het fraaie weder en van al die grappige vierkante dingen op wielen, die zo maar en voor niets voorbijgingen. Het leven was nog niet zo kwaad...Welneen, het was een vrolijke boel, een komedie...Of een tragedie? Betekende overigens het woord tragedie eigenlijk niet 'bokkenzang'? Ik had niet voor niets Voorbereidend Hoger Onderwijs genoten. De onvergetelijke woorden van mijn leraar Vreeken, op het gymnasium, vielen mij in, bij wie ik één vol schooljaar lang een 10 (tien) voor Latijn had gekregen, en die ons eens, op zijn eigen onnavolgbare wijze het nut van de studie der klassieke talen had uiteengezet. 'Als je van school afkomt' -het was de tijd van de Grote Crisis en de massale werkloosheid- dan kun je in het Latijn zeggen:"Ik wandel. Ambulo. Morgen zal ik wederom wandelen. Cras ambulabo."'

Gerard Reve Oud en Eenzaam Amsterdam MLXXXIV p.284,285 (slotregels)

zaterdag, december 16, 2006

'Nooit zou ik weten wie hij was..'



"Terwijl Teigetje ons nachtleger in volmaakte gereedheid aan het brengen was, zag ik al starend, de beperkingen van het bestaan van de kinderen der mensheid duidelijk voor me, en de gestalte van Thommy smolt nu samen met die van een donkerblonde jongen die ik, zeg maar zes of zeven maanden tevoren, een jaar of 16, 17 jaar oud, zo goed als zeker een Duitsertje, zonnebadend aan de luwe zijde, zo lang had staan beloeren tot ik er een droge keel van gekregen had. Nooit zou ik weten wie hij was, hoe hij heette, waar hij woonde en wat hij deed, want hij was natuurlijk, na zijn 12 of 15 dagen vakantsie, met zijn dikke ouders weer teruggekeerd naar Hamburg, of Bremen, of Oldenburg, waar hij, in tegenstelling tot Thommy stellig nog in leven was en bijvoorbeeld gewoon naar school ging, niet eens wetend wat een mooie jongen hij eigenlijk wel was, en voor eeuwig onvindbaar was geworden: toch stelde ik mij, terwijl ik nog steeds voor mij uitstaarde, voor dat ik hem nog één laatste maal zou mogen zien, nadat hij, bij het zwemmen verdronken en kort daarop aangespoeld door mij in de doodstille namiddag gevonden zou worden, waarop ik hem van zijn zilveren zwembroekje zou ontdoen om hem zeer lamngdurig te bezitten. Man, Vrouw, of Dode - de uitnemendheid van het een boven het ander was gene, want ze hadden enerlei adem."

Gerard Kornelis van het Reve, Nader tot U Amsterdam 1966 p. 77,78

donderdag, december 14, 2006

14 december 2006
Onthulling Gerard Reve monument



"In de lantaarn, aan de bankzijde, zijn drie luikjes aangebracht. Bij opening wordt achter elk een compartiment zichtbaar, van binnen verlicht als de lantaarn brandt. Deze tekst uit Nader tot U is te zien achter het bovenste luikje

foto © E.H. 14-12-2006
14 december 2006



Gerard Reve 14 december 1923-8 april 2006

Credo

Niets te verwachten, niets te hopen:
er rest mij niets dan duisternis en Dood.
Ik zie het, maar ik wankel niet: wie Gij ook zijt.
U heb ik lief, met heel mijn hart, met al mijn bloed.


Gerard Reve in Verzamelde Gedichten Amsterdam 1987 p.63

woensdag, december 13, 2006

'Als er zo een stilte geweest is, moet ik erover schrijven.'



"Ik ben, dat heb ik al eerder opgemerkt helemaal niet dol op het verleden, dat trouwens ook zonder korrespondentie en zonder gesprekken al vaak genoeg, en met verpletterende kracht komt opzetten: zoals een week of wat geleden, toen we bij Bullie van der K., in het naburige dorp P., op bezoek waren: een hele tijd lang zei niemand iets, en keek ik stil uit over het landschap dat daar zo leeg is dat er niet eens iemand in de verte, net als ik, ook aan een raam zou kunnen zitten, e.d., geen sprake van. Als er zo een stilte geweest is, moet ik erover schrijven, altijd weer, tot aan de Dood toe, dat weet ik nu, want het is niet anders."

Gerard Kornelis van het Reve in Nader tot U Amsterdam 1966 p. 63

dinsdag, december 12, 2006

‘Een huisje met uitzicht op het kerkhof’


Greonterp Huize Het Gras foto E.H. juli 2006

“Mijn kunstbroeder Remco C. vermeldt in weer een ander interview, dat ik ‘een huisje gekocht (heb) met uitzicht’ (lacht) ‘op een kerkhof. Dat klopt, maar onze nationale kronikeur zal toch niet bedoeld hebben, dat zijn kortelings betrokken villaatje in de –straat te Antwerpen nièt op een kerkhof uitkijkt? “Hoe houd je het uit,’ was zijn commentaar, toen ik hem de ligging van huize Algra uiteenzette. Ik moet zeggen dat ik het hier, in de stilte van de natuur, uitstekend kan uithouden (‘Ach niemand weet toch hoe prachtig dat kan zijn. Al die kleine miertjes, kevertjes en ratjes die over een miljoenenlaag mos met naalden kruipen. En die geur! Dat deed me altijd denken aan het badzout van de vrouw van de cafébaas.”

Gerard Kornelis van het Reve in Nader tot U Amsterdam 1966 p.22

maandag, december 11, 2006

‘Het moet zoiets als Genade zijn.’

“Er is zo eindeloos veel dat verklaard moet worden: waarom ik de enige was, die mij over de teksten van alle liedjes op school schaamde, en wel wilde schreeuwen van haat en verdriet en vernedering, maar, onmachtig, me beperkte tot een voorgewend meezingen, met geluidloze mondbewegingen. De dichter of schrijver (‘of allebei, of geen van beide’) Simon V. zegt in een interview dat hem kort geleden is afgenomen, dat ik een ‘gestoorde persoonlijkheid ben, maar ik moet dat in twijfel trekken. Het ligt anders, geloof ik. Nu ik hier op de spoordijk zit, op de zuidelijke rand ervan, dicht bij de rails en op achttien passen voorbij een rechtop in de grond gehamerd stuk spoorrail waarop een ijzeren bord met vrijwel onleesbaar opschrift misschien 31 7 vermeldt, besef ik opeens, terwijl ik naar de Geheime Schrijfsteen kijk, die ik op mijn 39ste verjaardag in Londen van het Loodgietend Prijsdier M. heb gekregen, en die helemaal met me mee is gereisd, eerst naar Lissabon, toen naar Algericas en Tanger en nu, via Amsterdam naar hier, dat het, wat Simon V. zich niet heeft gerealiseerd, waarschijnlijk allemaal komt, omdat ik een revist ben. De schrijver of dichter (‘of”ect) Simon V. is geen revist. Als je het niet bent, kan je het niet worden ook, geloof ik – het moet zoiets als Genade zijn.”

Gerard Kornelis van het Reve in Nader tot U Amsterdam 1966 p. 21,22

zondag, december 10, 2006

'O weemoed van een verloren jeugd..'



"Dan zal ik weten, wie de Soldaat was op wie ik, vier en dertig jaar geleden, verliefd was, en die misschien werkelijk bestaan heeft; wat de hoefsmederij betekent waarachter, in een keuken, onder het gepleisterd licht van een binnenplaatsje, een oude vrouw, dun als een stervende vogel een rode kool in tweeën snijdt; wie de jongen was, die de mondharmonika speelde en water uit de vaart dronk omdat hij dorst had en de sleutel niet had en niet bij de buren wou aanbellen, en daarna gestorven is; o, weemoed van een verloren jeugd die nooit geweest is, en die voor eeuwig stilstaat in de tijd."

Gerard Kornelis van het Reve in Nader tot U Amsterdam 1966 p.21

zaterdag, december 09, 2006

"De verschrikking die 'dit rampzalig leven'inhoudt."



"Huize Algra, vrijdagmiddag 17 juli 1964. Ik weet, dat ik nog veel verder, zo ver als maar enigszins mogelijk is, zou moeten terugkeren in het Verleden, en dat ik tenslotte zelfs zou moeten proberen de grens van de nog gestalte hebbende herinnnering te overschrijden, want daarachter moet, van de verschrikking die 'dit rampzalig leven' inhoudt, de verklaring te vinden zijn.' Misschien zal het me, als ik nog lang genoeg leef, en blijf volhouden, eens gelukken, zodat ik eindelijk de verregende, donkere beelden -soms nog in het per ongeluk tot stilstand gekomen apparaat door de gloeiende projeksielamp bijna geheel in druipende stroop veranderd- zal kunnen duiden."

Gerard Kornelis van het Reve in Nader tot U Amsterdam 1966 p.21

tekst Reve monument Westerpark

woensdag, december 06, 2006

De sociale positie van Sinterklaas (2)



'Het begon in mijn jeugd, toen hij op een middag na schooltijd op bezoek kwam. Ik had de gewoonte de korsten van mijn brood niet op te eten en toen hij binnenkwam, propte ik alles in mijn mond. Hij bracht snoepgoed en een speelgoeddraaimolen. Later begreep ik, dat hij in dienst van een winkel stond en de door ouders of andere familieleden gekochte geschenken aan huis bezorgde. Volgens het beginsel dus: niets voor niets. Dit is waarschijnlijk de koopbare, kapitalistische Sinterklaas, waarvan hierboven sprake was.
Eeen andere vorm is die, waarbij een oom als Sinterklaas optreedt bij de kinderen; hij is vol vrees, dat zijn stem herkend zal worden. Dit is een alleszins aanvaardbare Sinterklaas. Zijn optreden is een daad van vrijwilligheid en goedhartigheid, vrij vam zucht naar geldelijk gewin. Voordat hij komt, zingen de kinderen voor een schoorsteengat en zo het een huis met centrale verwarming is, voor een betraliede luchtkoker. Onverwachts werpt moeder uit een papieren puntzak het snoepgoed met een zwaaiende beweging over de vloer uit, zelf weer achter de deur wegschietend.
Deze beide verschijningsvormen zijn belangrijke uitersten. '

Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p. 89,90

maandag, december 04, 2006

De sociale positie van Sinterklaas (1)



'Voor fanatieke aanhangers van het Russische regeringssysteem zou het feit, dat in de Sovjetunie geen Sinterklaas in onze zin bestaat, een aanwijzing kunnen zijn om zonder moeite vast te stellen, dat Sinterklaas een voze, onwaarachtige, reformistische, tot verzoening der tegenstellingen tussen de klassen in het leven gehouden figuur is.'

Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p. 89

woensdag, november 29, 2006

Roem



'U bent', zegt de groenteman,
'wel zo ongeveer de beste schrijver die we hebben.'
Die man zegt niet zo maar wat. Ik bedoel:
hij zou zoiets niet zeggen als het niet waar was.
Ik zwijg, en kijk stil voor mij uit,
en denk: 'Waarheen? Waarvoor? Waarom?'

Dutch Crossing, maart 1981

Gerard Reve in Schoon Schip 1945-1984
Amsterdam MCMXXXIV p.287

maandag, november 20, 2006

'Het is alles groots en grenzeloos'



" Snachts is hier de hemel onuitsprekelijk schoon: de Melkweg is een wolk van koud vuur, en Venus is duidelijk een bolletje, met volume, en niet alleen maar een betraand flikkerlicht. Toen we hier kwamen was de Maan nog bijna vol, en kon men bij haar licht de tekst van een niet al te klein gedrukt boek lezen. Het is alles groots en grenzeloos, maar wat God ermee bedoeld kan hebben, dat kan ik niet begrijpen. Laten we maar niet tobben. "

Gerard Reve, in Brieven aan Bernard S. Utrecht/Antwerpen MCMLXXXI p.40

woensdag, november 15, 2006

Wiegelied



Jakob's Kampf am Pniel (1637)Theobaldikapelle Wernigerode

Wiegelied

Ik ging nuchter naar bed, en kon niet slapen.
Toen ik tenslotte sliep, dreunde het huis
en worstelde ik met iemand.
Niet tot de ochtend: toen ik weer wakker werd, was het
nog nacht.
Ook wist ik niets meer van een zegen.


Gerard Kornelis van het Reve in Nader tot U Amsterdam 1966 p. 146

"Het begin van het fragment is eenvoudig: de held van het verhaal is dronken en strompelt naar huis, terwijl hij, vol goede voornemens, zichzelf moed inspreekt: 'Ik moest vechten - met God en mensen zou ik worstelen, en ik zou overwinnen, zag ik nu.' Een heel oud, bijbels beeld*, waarbij men onmiddellijk denkt aan Jacob, die een gehele nacht strijdt met iemand die in sommige vertalingen een engel, in andere een man en in weer andere een mens wordt genoemd. Er is veel duisters in deze Bijbelplaats, maar één van de geldige betekenissen moet toch zijn, dat Jacob hier met God strijdt als met een immanent, onbewust want de nachtzijde van de ziel vertolkend Wezen, dat van Meester Slaaf moet worden om ten slotte, als Broeder, Jacob te zegenen."

Gerard Kornelis van het Reve in Vier Pleidooien, "Pleitrede Voor Het Hof" Amsterdam 1972, tweede druk p. 29

*Gen.32:22-32

woensdag, november 08, 2006

Niet voor niets geleefd

Als iemand door niets en niemand getroost kan worden... Niet door de grote Trooster, "Die met U zal zijn tot het einde der wereld", en niet door de grote Troosteres, ik bedoel de Moeder van God, als iemand er zo aan toe is...Ik uit geen kritiek op die goddelijke instanties, die nooit kunnen falen, maar het kan gebeuren. dat iemand de weg daarheen, en de toegang niet vinden kan... Maar als zo iemand dan door een boek van mij, door iets wat ik geschreven heb, getroost en gesterkt zou kunnen worden...Als dát mogelijk is, ja dan moet ik wel zeggen: "Ik heb niet voor niets geschreven. Ik heb niet voor niets geleefd."

Gerard Reve in: NRC Handelsblad 1 februari 1985

donderdag, november 02, 2006

Allerzielen


Kerkhof Blauwhuis foto © E.H.

Nadat we bij die en die gezeten hadden,
gingen we bij je weet wel nog wat drinken.
Dinges was er ook, en zong een lied
over een naamloos Graf van eeuwigheid.


Gerard Reve in Verzamelde Gedichten, Amsterdam 1987 p.54
 
Tweets van @Revetwalender