Gerard Reve, in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam eerste druk 1981 p.144
donderdag, november 30, 2017
De Dood en de Liefde
woensdag, november 29, 2017
Als het leven propvol is van bladeren
Gerard Reve in Archief Reve 1931-1960 (in: Drie broden Ruim Baan , 26 april 1946), Baarn 1981 p. 41
Het was een soort levend voetbal
‘De liefde was sterker dan de dood, dat stond zelfs in Gods eeuwig Woord, dus het was waar, maar de dood won altijd, dat leerde de ervaring. Alleen wanneer hij kwam dat wist je niet. Het was een soort levend voetbal.’
Gerard Reve, Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.33
dinsdag, november 28, 2017
De legende van Christofoor
'Ik vrees, dat symboolblinde mensen niet te veranderen zijn. Ik kan alle dingen als symbool zien- hoe kan men ze ooit anders beschouwen? Ik las laatst, met zekere ontroering, de legende van St. Christofoor, een geheel legendarische heilige. Hij was een reus, die gaarne God, de wereld & de mensen op een of andere wijze wilde dienen.
God raadde hem aan, mensen op zekere plek in een rivier, van de ene oever naar de andere te dragen. Christofoor deed dit welgemoed. Op zekere dag kwam een klein kind aan de oever, dat naar de overkant wilde, maar dat geen geld had. Dit kon de goedige Christofoor niet schelen, & hij zette het nietige, kleine kindje op zijn schouders. Bij zijn voortschrijden door de rivier merkte hij, dat het kind steeds zwaarder werd. In het midden van de rivier was de last haast ondraaglijk geworden, & tenslotte wist Christofoor met alleruiterste inspanning, volkomen uitgeput, op het nippertje nog de andere oever te bereiken. Hier maakte het kind zich als Christus bekend. 'Ik had dat kind een rotklap gegeven', was Hanny haar kommentaar. Ik vind het verhaal even ontroerend als duidelijk in zijn betekenis: het wil zeggen, dat wie Christus wil dragen (uitdragen) in de wereld, zelfs als lichamelijke reus & moreel superieur mens (gratis overzetten) door de stroom des levens wordt overspoeld & bedreigd.
Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975, Amsterdam 1981 p. 220,221
zondag, november 26, 2017
Avondrood
Eens was ik jong en schoon.
Vrouwen die met mij dansten werden in mijn armen
medegevoerd tot duizelingwekkende hoogten.
Nu gaat er niets meer omhoog:
het enige dat stijf staat zijn mijn gewrichten.
Ach, waar zijt gij gebleven
zoete, bittere, onstuimige jeugd?
Gerard Reve in Oud en Eenzaam Amsterdsam/Brussel MCMLXXVIII p. 41
zaterdag, november 25, 2017
De grootsheid en betoverende luister van het leven
Gerard Reve, in Briefwisseling Geert van Oorschot 1951-1987, Amsterdam 2005 eerste druk p.428
maandag, november 20, 2017
Men spreekt van de onbezorgde jongenstijd
'Men spreekt van de onbezorgde jongenstijd,' mijmerde Treger voort. 'Bestaat zoiets?' Waar halen de mensen dat vandaan? Treger verzette zich zo lang mogelijk regen de zich aandienende herinneringen aan lang geleden, maar hij kon ze niet altijd het zwijgen opleggen. 'Nee, geen erg gelukkige tijd', mompelde hij. 'Ik was eigenlijk een erg ongelukkig kind. Een ongelukkige jeugd, zo heet dat toch? Maar ik maak er nooit misbruik van '
Gerard Reve in Bezorgde ouders Utrecht/Antwerpen 1989 p.102
De dood is een poort, MENEER
....HET GAAT MIJ OM EEN ENKEL DING, maar het is toch vrij diep verborgen, wordt nog vrij diep verstopt... De joden mochten de naam niet uitspreken.
...
...
God
...
..."
Gerard Reve In Gesprek Interviews, Baarn 1983 p. 144, 146
Interview Jouke Mulders met G.K. van het Reve, "Ik moet werken, anders word ik gek" in Elseviers Magazine, 29 april 1972
zondag, november 19, 2017
Ik zou de mensheid willen verlossen
‘Sommige mensen kunnen aandachtige onderwerpen tijdelijk van zich afzetten -ik kan dat nooit. Ik praat lachend over alles, maar denk maar aan één ding. Ik zou de mensheid & de wereld door een grote daad of inzet willen verlossen, maar ik zou niet weten hoe: ik ben, om te beginnen, zelve het Licht niet & hoe zou ik kunnen getuigen van het Licht, als ik dat nergens zie?’
Gerard Reve, Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p.181, 182
zaterdag, november 18, 2017
Als u de mensheid hebt verlost...
'Het schip begint te trillen. Ik grendel de deur, kruip onder de dekens en probeer een opstandige gedachte te verdrijven, zonder echter te kunnen beletten dat ik hem hardop uitspreek. Het schip vaart nu. "Als u de mensheid hebt verlost, waarom dan mij niet- dat was toch in één moeite door gegaan?"
Gerard Kornelis vn het Reve in Op Weg naar het Einde Amsterdam 1966 p.9
donderdag, november 16, 2017
Alles is van te voren bepaald
"Alles is van te voren bepaald", zegt Monsieur Ecclésiaste alias de Houtkoning, als hij mijn vertrek onder protest heeft aanvaard. "Alles is van te voren bepaald. Alleen: wij weten het niet."
Gerard Reve, in Een eigen Huis , Amsterdam/Brussel MCMLXXIX, p.119
woensdag, november 15, 2017
Regen
'Ik zou, wat het verhaal van mijn leven betreft, bij het begin willen beginnen, maar waar is dat begin? "Het verliest zich in nevelen", pleegt men wel te zeggen, maar in mijn geval schijnt het zich voornamelijk door regen aan de historische waarneming te willen onttrekken. Ik herinner mij, zeker uit mijn vroege jeugd, nauwelijks iets anders dan regen, en het is mij vaak voorgekomen, dat mijn leven gekenmerkt is geworden door andere meteorologische omstandigheden dan dewelke het leven van de meeste stervelingen begeleiden. Motregen was wel het minste, maar plasregens, almaar doorgietend en doorlekkend, gehele middagen en dagen achtereen, met niets om op zolder mede te spelen dan een oude cither met nog de helft van de snaren, en met mijn eigen jongensdeel - ik weet nauwelijks van iets anders.'
Gerard Reve in Oud en Eenzaam Amsterdam/Brussel MCMLXXVIII p.44,45
dinsdag, november 14, 2017
Onderaan de trap van het leven
'Hoe hoog of hoe gering men zich op de maatschappelijke ladder heeft weten te verheffen, men blijft onderaan de trap van het leven. Dat leert ons deze comedie* van de ontoereikendheid der menselijke liefde, van de onttakeling van alle illusies door de ouderdom en van de alomtegenwoordige, onbekende God, de Dood.’
Gerard Reve, in Verzameld Werk deel 6, Amsterdam/Antwerpen 2001, p.410, 411
maandag, november 13, 2017
Uij Tha Nassie
Maar er gebeurt in onze Moerasdelta toch nooit iets? Huisbakken, alles, dat is tot daar aan toe, maar die Verveling! Ons kleine landje zoude eigenlijk Vervelië moeten heten. Het tikt, druppelt, zoemt, gonst er van, het zit in rijen in de wachtkamers van de bevoegde artsen, maar wat kunnen die doen zolang als de Uij Tha Nassie nog niet in het ziekenfondspakket is opgenomen? Niet tobben!"
Gerard Reve, Moedig Voorwaarts, Brieven aan Bert en Netty de Groot 19 juni 1987 Amsterdam 2007 p. 386
Ja, dat leven dus
Gerard Reve in Verzameld Werk Deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.670
zondag, november 12, 2017
Uit de diepten
'Opnieuw dus: Uit de diepten. En alweer: nadat hij een zeer groot aantal dagen onafgebroken aan de kruik was geweest, nog steeds echter zonder dat je veel bizonders aan hem kon zien. Een zang ook, terwijl hij ferm bleef doorstappen in de richting van de Duisternis, en weer: voor de orkestmeester. Wederom: een Nachtlied. En meer dan ooit een lied van overgave, want nimmer was mijn heimwee naar U zo fel, en zo mateloos.'
Gerard Reve, Nader tot U Amsterdam 2001 p.109
Ouderdom
‘Je wordt oud en ziek en dan sterf je. Zo moest het ook, en gelukkig gaat het ook zo. Dat ziek worden en sterven, daar behoeven we ons niet mede te bemoeien, want dat gaat vanzelf. Maar de ouderdom is interessant. Je wordt vrij. Je kunt steeds vrijer spreken, naarmate je dichter bij de Dood komt. Nu ja, zo zie ik het natuurlijk niet de gehele dag, maar vanmorgen wel.'
Gerard Reve, Klein gebrek geen bezwaar, Een keuze uit zijn brieven Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p.175,176
zaterdag, november 11, 2017
Eenzaamheid
“In ieder geval heb ik me nog nooit in mijn leven met enig ander levend wezen verwant gevoeld. Waarschijnlijk is het beter, dat ik van nu af aan in afzondering leef, dat is een draaglijker soort eenzaamheid dan die, ondergaan in het gezelschap van een ander.'
Gerard Kornelis van het Reve in Op weg naar het einde, Amsterdam 1966 p.134
De tragiek van bijna elke schrijver
"Het is de tragiek van bijna elke schrijver, dat hij de goudmijn van zijn eigen, schijnbaar triviale ervaringen en herinneringen, niet kan of wil zien. Ik zie nu eindelijk in, dat de majesteit Gods heel dicht bij huis, gewoonlijk in een met oude fietsbanden volgeworpen achtertuin, te zien en te ervaren is. (Alles geestelijk, en generlei kwetsing van andersdenkenden beoogd).”
Gerard Reve in Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam eerste druk 1981 p.98
maandag, november 02, 2015
Allerzielen
gingen we bij je weet wel nog wat drinken.
Dinges was er ook, en zong een lied
over een naamloos Graf van eeuwigheid.
Gerard Reve in Verzamelde Gedichten, Amsterdam 1987 p.54