'Alle liefde is medelijden'
'Als de uitspraak van Arthur Schopenhauer: 'Alle liefde is medelijden', waar is, dan is die uitspraak misschien wel omkeerbaar: 'Alle medelijden is liefde.'
Want dat medelijden gevoelen wij: medelijden met het onschuldige, immers zondenvrij geboren dier; medelijden met de schuldeloos in de aarde gekluisterde boom; medelijden met de in de boeien der zonde geketende mens; medelijden met God.'
Gerard Reve, Verzameld werk deel 4 in Zelf schrijver worden Amsterdam/Antwerpen 2000 p. 450
zaterdag, juni 05, 2004
dinsdag, april 27, 2004
zondag, april 25, 2004
Eric verklaart de vogeltekenen (2)
Zie maar eens hoe de zon schijnt
'Als we ons in een kelderachtig vertrek bevonden, dacht hij, donker, armoedig en vochtig, en het was nacht, en de regen raasde en de wind loeide, en we zaten te wachten op een verschrikkelijke boodschap, te wachten tot ze iemand die verdronken was, druipend kwamen binnendragen, dan zouden we dicht bijeen zitten en niemand zou hard durven spreken. Maar het is helemaal geen nacht, en er is helemaal geen regen of storm. Zie maar eens hoe de zon schijnt.
Hij keek naar buiten. De zon stond nog hoog genoeg om, over het huis heen, het achterste gedeelte van de tuin te beschijnen. Een merel, of althans een vogel van gelijke grootte, huppelde daar over wat eens een grindpad was geweest, pikte driftig rond in de door regens verharde bodem en wandelde onder een groen geverfd, maar vreselijk verroest tafeltje door.
Het is wel een weemoedig gezicht, zulk een ruïneachtige tuin, dacht hij. Maar van storm of duisternis is geen sprake. Er is ook niemand verdronken, voor zover dat...'
Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 , Amsterdam/Antwerpen 2001 p.123, 124
Zie maar eens hoe de zon schijnt
'Als we ons in een kelderachtig vertrek bevonden, dacht hij, donker, armoedig en vochtig, en het was nacht, en de regen raasde en de wind loeide, en we zaten te wachten op een verschrikkelijke boodschap, te wachten tot ze iemand die verdronken was, druipend kwamen binnendragen, dan zouden we dicht bijeen zitten en niemand zou hard durven spreken. Maar het is helemaal geen nacht, en er is helemaal geen regen of storm. Zie maar eens hoe de zon schijnt.
Hij keek naar buiten. De zon stond nog hoog genoeg om, over het huis heen, het achterste gedeelte van de tuin te beschijnen. Een merel, of althans een vogel van gelijke grootte, huppelde daar over wat eens een grindpad was geweest, pikte driftig rond in de door regens verharde bodem en wandelde onder een groen geverfd, maar vreselijk verroest tafeltje door.
Het is wel een weemoedig gezicht, zulk een ruïneachtige tuin, dacht hij. Maar van storm of duisternis is geen sprake. Er is ook niemand verdronken, voor zover dat...'
Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 , Amsterdam/Antwerpen 2001 p.123, 124
zaterdag, april 24, 2004
Eric verklaart de vogeltekenen (1)
'Meeuwen in de stad in deze tijd van het jaar, dacht hij. Men moet zich wel afvragen wat dat te betekenen heeft. Hij tuurde aandachtig om zeker te zijn dat hij zich niet vergiste, maar de lange vleugels en trage vliegbewegingen lieten geen twijfel bestaan dat het zeemeeuwen waren. Hij telde er acht. Misschien waren ze door een storm of een onweer gedwongen in de richting van de stad te vliegen, maar het leek hem toch weer onwaarschijnlijk.
De meeuwen begonnen lager te vliegen en kwamen dichterbij.
Ik had toch liever dat jullie wegbleven, zei Eric bij zichzelf, omhoog ziend naar de vogels, die nu vlakbij, boven de straat, in steeds kleiner wordende kringen vlogen.........
De zeilende bewegingen van de vogels die hij nog kon zien, veranderden nu in geklapwiek, en het volgende moment hoorde hij de tikkende en schurende geluidjes van vogelpoten in de dakgoot en op het zink van het dak.
Ze zijn gedaald, dacht hij. Zou het een teken kunnen zijn?
Maar als het een teken is, wie kan het dan uitleggen?...'
Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 , Amsterdam/Antwerpen 2001 p.113
'Meeuwen in de stad in deze tijd van het jaar, dacht hij. Men moet zich wel afvragen wat dat te betekenen heeft. Hij tuurde aandachtig om zeker te zijn dat hij zich niet vergiste, maar de lange vleugels en trage vliegbewegingen lieten geen twijfel bestaan dat het zeemeeuwen waren. Hij telde er acht. Misschien waren ze door een storm of een onweer gedwongen in de richting van de stad te vliegen, maar het leek hem toch weer onwaarschijnlijk.
De meeuwen begonnen lager te vliegen en kwamen dichterbij.
Ik had toch liever dat jullie wegbleven, zei Eric bij zichzelf, omhoog ziend naar de vogels, die nu vlakbij, boven de straat, in steeds kleiner wordende kringen vlogen.........
De zeilende bewegingen van de vogels die hij nog kon zien, veranderden nu in geklapwiek, en het volgende moment hoorde hij de tikkende en schurende geluidjes van vogelpoten in de dakgoot en op het zink van het dak.
Ze zijn gedaald, dacht hij. Zou het een teken kunnen zijn?
Maar als het een teken is, wie kan het dan uitleggen?...'
Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 , Amsterdam/Antwerpen 2001 p.113
vrijdag, april 23, 2004
HoejoejoejoejoejoePidee!
'Doch luister! Het kan begrepen worden. De dans. Oudste kunst der mensheid!
Jawel! Zoek het op! Lees het na! Ziel en lichaam! Ziel hunkert naar het licht! (Hij hief, al voorttrappelend, beide armen plechtig omhoog.) Lichaam gekluisterd aan de aarde! Wij willen niet sterven! Joeppie! Joeppie! HoejoejoejoejoejoePidee! Hoei! Hoei! '
Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 , Amsterdam/Antwerpen 2001 p.133
'Doch luister! Het kan begrepen worden. De dans. Oudste kunst der mensheid!
Jawel! Zoek het op! Lees het na! Ziel en lichaam! Ziel hunkert naar het licht! (Hij hief, al voorttrappelend, beide armen plechtig omhoog.) Lichaam gekluisterd aan de aarde! Wij willen niet sterven! Joeppie! Joeppie! HoejoejoejoejoejoePidee! Hoei! Hoei! '
Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 , Amsterdam/Antwerpen 2001 p.133
woensdag, april 21, 2004
'De verdediging van het boek is het boek zelf.'
"Mijn werk heeft voor eerlijke, volgroeide mensen eigenlijk geen verdediging van buiten het werk van node. Ik wil terzake refereren aan de woorden van mijn illustere kollega, Wladimir Nabokov, die over zijn schitterende roman Lolita, door zowel de wit-gele als de rode clerus gelijkelijk als obsceen veroordeeld, gezegd heeft: 'De verdediging van het boek is het boek zelf.' "
Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 , Amsterdam/Antwerpen 2001 p.461
"Mijn werk heeft voor eerlijke, volgroeide mensen eigenlijk geen verdediging van buiten het werk van node. Ik wil terzake refereren aan de woorden van mijn illustere kollega, Wladimir Nabokov, die over zijn schitterende roman Lolita, door zowel de wit-gele als de rode clerus gelijkelijk als obsceen veroordeeld, gezegd heeft: 'De verdediging van het boek is het boek zelf.' "
Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 , Amsterdam/Antwerpen 2001 p.461
woensdag, april 14, 2004
dinsdag, april 13, 2004
Schaduw
" 'Schaduw', 'geheim', 'heimwee', jawel daar gaat hij weder zult U zeggen, wat een woorden allemaal: ik vind dat die man, die schrijver dus, dat die het zijn eigen af en toe wel erg moeilijk maakt. Maar daar antwoord ik, schrijver als zodanig, op: 'Is dat niet gewoon mijn plicht?.
Ik bedoel dus de plicht van mij om een groot, een machtig boek te schrijven, van het licht maar ook van de schaduw? En van de liefde, of is die geen ernstige zaak? "
Gerard Reve, in Het Boek van Violet en Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p. 196
" 'Schaduw', 'geheim', 'heimwee', jawel daar gaat hij weder zult U zeggen, wat een woorden allemaal: ik vind dat die man, die schrijver dus, dat die het zijn eigen af en toe wel erg moeilijk maakt. Maar daar antwoord ik, schrijver als zodanig, op: 'Is dat niet gewoon mijn plicht?.
Ik bedoel dus de plicht van mij om een groot, een machtig boek te schrijven, van het licht maar ook van de schaduw? En van de liefde, of is die geen ernstige zaak? "
Gerard Reve, in Het Boek van Violet en Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p. 196
maandag, april 12, 2004
zondag, april 11, 2004
Een nieuw Paaslied

Een Nieuw Paaslied
Zonder gedronken te hebben, prijs ik God.
Vandaag heb ik van alles meegemaakt.
Al voortwankelend in de benedenstad,
denkend aan de Uiteindelijke Dingen,
zag ik een jongen, vermoedelijk een Duitse toerist,
en volgde hem terwijl ik dacht:
ik zal je voor je reet geven of als dat niet kan
sla mij dan maar,
de hoofdzaak is dat we bezig zijn -
tot hij De Bijenkorf in ging en ik,
duizelig van geilheid tegen mensen opbotsend,
zijn spoor bijster raakte.
Nochtans werd ik niet moede, U te loven.
Want onbegrijpelijk groot zijn al Uw werken:
Gij, die het wezen gemaakt hebt
dat van achteren een kut en van voren een staart heeft.
Zoals gezegd, ik had niet eens gedronken, maar toch wilde ik
U schreiend eren en in tranen voor U knielen,
O Meester, Slaaf en Broeder, Geslachte en Verrezen God.
Al neuriënd en in het geheim profeterend
vervolgde ik mijn weg.
Toen zag ik Bet van Beeren, aan een wit tafeltje
tegenover haar cafee gezeten, pogend met mes en vork
een makreel te openen om deze in de zon te eten.
Ik dacht kijk. Wat is in de Natuur toch alles mooi gemaakt.
(Denk maar aan al die sterren met hun lichtjaren.)
Ik wilde wel naar een of andere avondmis,
maar er was er geen.
Gerard Kornelis van het Reve, Nader tot U G.A. Van Oorschot/Amsterdam 1966 p. 143

Een Nieuw Paaslied
Zonder gedronken te hebben, prijs ik God.
Vandaag heb ik van alles meegemaakt.
Al voortwankelend in de benedenstad,
denkend aan de Uiteindelijke Dingen,
zag ik een jongen, vermoedelijk een Duitse toerist,
en volgde hem terwijl ik dacht:
ik zal je voor je reet geven of als dat niet kan
sla mij dan maar,
de hoofdzaak is dat we bezig zijn -
tot hij De Bijenkorf in ging en ik,
duizelig van geilheid tegen mensen opbotsend,
zijn spoor bijster raakte.
Nochtans werd ik niet moede, U te loven.
Want onbegrijpelijk groot zijn al Uw werken:
Gij, die het wezen gemaakt hebt
dat van achteren een kut en van voren een staart heeft.
Zoals gezegd, ik had niet eens gedronken, maar toch wilde ik
U schreiend eren en in tranen voor U knielen,
O Meester, Slaaf en Broeder, Geslachte en Verrezen God.
Al neuriënd en in het geheim profeterend
vervolgde ik mijn weg.
Toen zag ik Bet van Beeren, aan een wit tafeltje
tegenover haar cafee gezeten, pogend met mes en vork
een makreel te openen om deze in de zon te eten.
Ik dacht kijk. Wat is in de Natuur toch alles mooi gemaakt.
(Denk maar aan al die sterren met hun lichtjaren.)
Ik wilde wel naar een of andere avondmis,
maar er was er geen.
Gerard Kornelis van het Reve, Nader tot U G.A. Van Oorschot/Amsterdam 1966 p. 143
vrijdag, april 09, 2004
dinsdag, april 06, 2004
woensdag, maart 31, 2004
'Een soort acrobaat was ik..mateloos bewonderd en aanbeden,
maar ook fel benijd en gehaat'
'De Vorstin keek peinzend, in diepe aandacht. Buiten, in de paleistuin, had de invallende schemering zich wederom verdicht; een tedere schaduw was over alles in het vertrek nedergedaald, en de zachte, milde trekken van het gelaat van Hare Genade waren nog maar deels te onderscheiden. Het was, alsof de vallende schemer mij als het ware bevrijdde door mij onzichtbaar te maken, zodat ik vrijmoediger zou durven spreken, uit het diepst van mijn hart, zonder schaamte... Hoe moest ik Hare Genade het uitleggen, en samenvatten, mijn leven...Een soort acrobaat was ik, ja...het was waar...een trapeze-artiest en waaghals, mateloos bewonderd en aanbeden, maar ook fel benijd en gehaat...door tallozen...'
Gerard Reve, in Verzameld Werk, Deel 3 Amsterdam/Antwerpen 1999 p.175
maar ook fel benijd en gehaat'
'De Vorstin keek peinzend, in diepe aandacht. Buiten, in de paleistuin, had de invallende schemering zich wederom verdicht; een tedere schaduw was over alles in het vertrek nedergedaald, en de zachte, milde trekken van het gelaat van Hare Genade waren nog maar deels te onderscheiden. Het was, alsof de vallende schemer mij als het ware bevrijdde door mij onzichtbaar te maken, zodat ik vrijmoediger zou durven spreken, uit het diepst van mijn hart, zonder schaamte... Hoe moest ik Hare Genade het uitleggen, en samenvatten, mijn leven...Een soort acrobaat was ik, ja...het was waar...een trapeze-artiest en waaghals, mateloos bewonderd en aanbeden, maar ook fel benijd en gehaat...door tallozen...'
Gerard Reve, in Verzameld Werk, Deel 3 Amsterdam/Antwerpen 1999 p.175
dinsdag, maart 30, 2004
'Ja Mevrouw...dat ben ik. Een jongen van een circus'
'De Vorstin wendde haar gezicht naar mij toe, en keek mij aan. Haar gelaatstrekken waren nu bijna geheel in het schemerdonker opgelost, maar haar tedere, wijze ogen lichtten nog op in de laatste glans van het daglicht.
'Is het zo... zoals U het schildert, Mijnheer? fluisterde zij. "Gevoelt U zich zo..als was U..een jongen..van een circus?...'
Ik haalde diep adem. 'Ja Mevrouw,'sprak ik, 'dat ben ik...
Een jongen van een circus...Dat ben ik altijd geweest, Mevrouw...En dat zal ik altijd blijven, zolang als ik leef: een circusjongen..."
Gerard Reve, in Verzameld Werk, Deel 3 Amsterdam/Antwerpen 1999 p.177
'De Vorstin wendde haar gezicht naar mij toe, en keek mij aan. Haar gelaatstrekken waren nu bijna geheel in het schemerdonker opgelost, maar haar tedere, wijze ogen lichtten nog op in de laatste glans van het daglicht.
'Is het zo... zoals U het schildert, Mijnheer? fluisterde zij. "Gevoelt U zich zo..als was U..een jongen..van een circus?...'
Ik haalde diep adem. 'Ja Mevrouw,'sprak ik, 'dat ben ik...
Een jongen van een circus...Dat ben ik altijd geweest, Mevrouw...En dat zal ik altijd blijven, zolang als ik leef: een circusjongen..."
Gerard Reve, in Verzameld Werk, Deel 3 Amsterdam/Antwerpen 1999 p.177
vrijdag, maart 26, 2004
Een tevreden lezer is geen onruststoker
'Alles is krankzinnig, maar toch zijn het twee gangbare personen: de tevreden lezer (die "geen onruststoker" is) en de geboren miesmacher die niets ziet, niets weet, nog nooit iets gelezen heeft (hij draagt wat een matglazen bril gelijkt) en precies schreeuwt wat er verwacht wordt.'
Gerard Reve in: Brieven van een aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p.258
'Alles is krankzinnig, maar toch zijn het twee gangbare personen: de tevreden lezer (die "geen onruststoker" is) en de geboren miesmacher die niets ziet, niets weet, nog nooit iets gelezen heeft (hij draagt wat een matglazen bril gelijkt) en precies schreeuwt wat er verwacht wordt.'
Gerard Reve in: Brieven van een aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p.258
woensdag, maart 24, 2004
'Of er een daarginds is, of niet, dat weet niemand'
'Ik herinner mij een uitlating van Gerard den Brabander van slechts enkele jaren geleden, tijdens een ietwat schemerige gedachtenwisseling over Leven, Dood, en Eeuwigheid. "Als er daarginds geen kroegen zijn, interesseert het me geen bal", luidde toen zijn conclusie. Of er een daarginds is, of niet, dat weet niemand. Maar áls er een daarginds is, en als God Liefde is, dan zijn er daar ook kroegen. Amen.' Valse pathetiek of echte pathetiek, als het maar pathetiek is. Gevoel desnoods zo vals als schuim -als het maar gevoel is. Zo denk ik erover.'
Gerard Reve in Brieven aan Frans P. 1965-1969 Utrecht MCMLXXXIV p.76
'Ik herinner mij een uitlating van Gerard den Brabander van slechts enkele jaren geleden, tijdens een ietwat schemerige gedachtenwisseling over Leven, Dood, en Eeuwigheid. "Als er daarginds geen kroegen zijn, interesseert het me geen bal", luidde toen zijn conclusie. Of er een daarginds is, of niet, dat weet niemand. Maar áls er een daarginds is, en als God Liefde is, dan zijn er daar ook kroegen. Amen.' Valse pathetiek of echte pathetiek, als het maar pathetiek is. Gevoel desnoods zo vals als schuim -als het maar gevoel is. Zo denk ik erover.'
Gerard Reve in Brieven aan Frans P. 1965-1969 Utrecht MCMLXXXIV p.76
dinsdag, maart 23, 2004
Wij zijn 'alleen maar God'
'De omgang met mensen is niet eenvoudig. Ik ben nu de ergste mensen kwijt, maar jij en ik zullen altijd belaagd blijven door mensen, die je weliswaar niet aktief in de grond willen stampen, maar je toch graag in hun eigen moeras onder water zouden willen medetrekken, waarin zij zelf bezig zijn te verzuipen. Als ze zeggen, dat niets zin heeft, dan hebben ze gelijk, maar dat geldt toch ook voor hun eigen gelul. Ons leven heeft geen zin in zichzelf: het krijgt pas zin als wij God er in herkennen. Wij zijn 'alleen maar God', om het ietwat paradoksaal uit te drukken.'
Gerard Reve in Brieven aan Frans P. 1965-1969 Utrecht MCMLXXXIV p.75
'De omgang met mensen is niet eenvoudig. Ik ben nu de ergste mensen kwijt, maar jij en ik zullen altijd belaagd blijven door mensen, die je weliswaar niet aktief in de grond willen stampen, maar je toch graag in hun eigen moeras onder water zouden willen medetrekken, waarin zij zelf bezig zijn te verzuipen. Als ze zeggen, dat niets zin heeft, dan hebben ze gelijk, maar dat geldt toch ook voor hun eigen gelul. Ons leven heeft geen zin in zichzelf: het krijgt pas zin als wij God er in herkennen. Wij zijn 'alleen maar God', om het ietwat paradoksaal uit te drukken.'
Gerard Reve in Brieven aan Frans P. 1965-1969 Utrecht MCMLXXXIV p.75
zondag, maart 21, 2004
zaterdag, maart 20, 2004
'Om veertien minuten voor tienen al naar Westerveld'
'Gisteren zag ik in de tuin een grijze nachtachtige vlinder met twee slurven driftig de bloesems van Afrikaantjes van honig ledigen. Ik bedacht dat die vlinder om kwart vóór zes al van Drees zou trekken, en om veertien minuten voor tienen al naar Westerveld zou moeten.'
Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.70
'Gisteren zag ik in de tuin een grijze nachtachtige vlinder met twee slurven driftig de bloesems van Afrikaantjes van honig ledigen. Ik bedacht dat die vlinder om kwart vóór zes al van Drees zou trekken, en om veertien minuten voor tienen al naar Westerveld zou moeten.'
Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.70
vrijdag, maart 19, 2004
"Niet verder dan in de hal'
'Over Liefde en levensgeluk praten en iets zeggen dat geen tautologie is, kan alleen als je van metafysische vertrekpunten uitgaat. Wetenschap is mooi en nuttig, als je haar maar niet verder binnenlaat dan in de hal.'
Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.51
'Over Liefde en levensgeluk praten en iets zeggen dat geen tautologie is, kan alleen als je van metafysische vertrekpunten uitgaat. Wetenschap is mooi en nuttig, als je haar maar niet verder binnenlaat dan in de hal.'
Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.51
Abonneren op:
Posts (Atom)