donderdag, augustus 19, 2004

'Iemand ergens een kaars voor je laten ontsteken
is een heel oud en eerbiedwaardig gebruik'.




'Iemand ergens een kaars voor je laten ontsteken is een heel oud en eerbiedwaardig gebruik. Het heeft een geweldig effekt. Maar geen mens meer, die dat weet. Al deze gebruiken worden niet of nauwelijks meer onderhouden en voor de altaren van de Waarheid doven, overal ter wereld, de lampen, die volgens allerlei geloftes, in eeuwigheid brandend zouden moeten worden gehouden.'

Gerard Reve, Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p. 100

maandag, augustus 16, 2004

'Dat is het revisme'

'Mijn liefde heeft te maken met macht, verering, onderwerping, angst, zowel als een diep, koortsig verlangen jou te horen hijgen bij het stoeien met een klein liefdesdier. Misschien denk je dat je mij daardoor zoudt kunnen verliezen,maar het tegendeel is waar. Dat is het revisme, dat je toch uit mijn boeken moet kennen.'

Gerard Reve, in Brieven aan Matroos Vosch 1975-1992 Amsterdam/Antwerpen 1997 p.226

zondag, augustus 15, 2004

In de stilte van de nacht

'In de stilte van de nacht. Uit de diepten. Nadat hij 9 dagen aan één stuk door gedronken had, maar je kon niets aan hem zien. Een zang, terwijl hij naar de duisternis ging. Voor de orkestmeester. Een nachtlied. Een lied van overgave, want op U wacht ik, Eeuwige, en op U alleen.

Gerad Kornelis van het Reve, Nader tot U, Amsterdam 1966 p.87

vrijdag, augustus 13, 2004

Wandelen (2)

'Wandelen is -en hier ligt de sleutel tot elk waardeoordeel 'als zodanig'- Vrijwillige beweging, terwijl reizen Gedwongen, of liever gezegd Noodzakelijke Verplaatsing is - als ik hiermede één en ander nog niet afdoende duidelijk heb gemaakt, heeft het ook geen zin om nog verdere moeite tot uitleg te doen.'

Gerard Kornelis van het Reve in Op Weg naar het Einde Amsterdam 1966 p. 99, 100

donderdag, augustus 12, 2004

Wandelen 1

'Wandelen is wel Beweging, maar niet Verplaatsing in de strikte zin des woords, ook al begeeft men zich -en dit is, ik geef het graag toe, zeker bedrieglijk- ogenschijnlijk van de ene plek naar de andere.'

Gerard Kornelis van het Reve in Op Weg naar het Einde Amsterdam 1966 p.99

woensdag, augustus 11, 2004

'Waar of niet'?

'Als je leeft, dan neem je risikoos, waar of niet;
maar je hoeft heus niet bang te zijn.'

Gerard Reve in Op Weg naar het Einde Amsterdam 1966 p. 81

dinsdag, augustus 10, 2004

'Ieder verhaal heeft een vervolg'(2)

'Van de dag af, dat ik begon te schrijven, heeft dit besef mij steeds met ontzetting vervuld, en dikwijls verlamd: in te moeten zien, dat geen door enig mensenkind verteld of neergeschreven verhaal ooit iets anders kan zijn dan de bloedig uit de regenworm gespitte middenmoot, of de afgeknotte zuil op het duur en lelijk graf -van boven moedwillig afgebroken, van onderen zich slechts tot enkele decimeters onder het aardoppervlak voortzettend: versteende kokon, waar nooit meer iets uitkruipt.'

Gerard Reve in Verzameld werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.413

maandag, augustus 09, 2004

'Ieder verhaal heeft een vervolg....' (1)

'Ieder verhaal heeft een vervolg, waarop weer, in eindeloze voortzetting, ontelbare naspelen elkaar moeten blijven opvolgen, en ook heeft het een voorgeschiedenis, waaraan een oneindige keten van voorspelen moet zijn voorafgegaan.'

Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6, Amsterdam/Antwerpen 2001 p.413

zondag, augustus 08, 2004

'Niet anders..dan zichelf te openen voor God'

'Mij staat een religie voor ogen, waarvan de belijder niet anders zal beogen dan zichzelf te openen voor God, inplaats van God te willen bemachtigen en dienstbaar te willen maken aan de vervulling van infantiele begeerten; een geloof, dat misschien eens zal mogen heersen, en waarin de mens de moed zal vinden zijn Godsbegrip los te maken van elke hoop en elke verwachting van welk heil dan ook; een geloof dat de noodzaak van de Dood zal willen inzien, en begrippen als verlossing en Eeuwig Leven niet zal interpreteren als een zich na de Dood voortzettend, altijddurend heden.'

Gerard Reve in Verzameld Werk, deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p. 380
uit: 'Bij mijn intrede in de Rooms Katholieke Kerk' in Tirade, juli-augustus 1966

zondag, augustus 01, 2004

'Over een paar uur vertrekt het schip'

'Over een paar uur vertrekt het schip, en het is mij zeer droefgeestig te moede......
In ieder geval heb ik mij nog nooit in mijn leven met enig ander wezen verwant gevoeld. Waarschijnlijk is het beter, dat ik van nu af aan in afzondering leef, dat is een draaglijker soort eenzaamheid dan die, ondergaan in het gezelschap van de ander.'

Gerard Kornelis van het Reve in Op Weg naar het Einde, Amsterdam 1966 p.134

zondag, juli 18, 2004

"Het koor zingt en de muziek ruist als een zee"

'De Waarheid is dubbelzinnig, dat begin ik nu zeer goed in te zien. We gaan naar de Kerk, en vragen de Grote Godin: "Wanneer?" En Zij glimlacht schier onmerkbaar met Haar zeer schone gelaat en Zij antwoordt: "Eens..." En wij weten niet of dat woord betrekking heeft op het sprookje uit het verleden of het luchtspiegelbeeld in de glazen piskijkersbol van de toekomst. Was het reeds, of zal het zijn? De kaarsen branden, de wierook stijgt op, het koor zingt en de muziek ruist als een zee, en wij weten slechts, dat het antwoord, en de muziek, en het koor, schoon zijn. Mooi is het, vind je niet, het volle leven, wat jij kunstbroeder? '

Gerard Reve, Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p. 125

zaterdag, juli 17, 2004

Waar het om gaat
 
'Weet je wat ik dacht -al dat principiële gelul over gevoelens, dat leidt tot niets. Waar het om gaat, tenminste op dit ogenblik, dat zijn praktiese dingen, ik bedoel die instelling, waarbij iedereen een concreet, gemeenschappelijk doel  voor ogen houdt, en dat doel is, volgens mij, een tot op zekere hoogte draaglijk, en menswaardig bestaan.
 
Gerard Reve in Brieven aan Wimie 1959-1963 Utrecht MCMLXXX p.132

woensdag, juli 14, 2004

'Dat kan nooit toevallig wezen: er moet een God zijn.'



“Wat is alles toch wonderlijk! Als je bijvoorbeeld nagaat, dat ijs precies bij 0 graden Celsius overgaat in water, en dat datzelfde water weer bij precies 100 graden kookt, geen graad meer of minder! Dat kan nooit toevallig wezen: er moet een God zijn.”

Gerard Reve in Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p.42

dinsdag, juli 13, 2004

De verzoening met het leven

'Je bent vóór en na Lourdes niet meer dezelfde mens. Het is de verzoening met het leven, met de Aarde, met het lichaam, met de sterflijkheid. Graf en schoot is het, die Grot, en je kunt de mensgrote kaarsen zien als Roeden of als kaarsen in een altijddurende sterfkamer, net naar wat je wilt: het kan vermoedelijk beide tegelijk, want alles wordt één in Lourdes.'

Gerard Reve in Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p.174

maandag, juli 12, 2004

'..alleen geleefd.. uit hoop hem te ontmoeten en hem aan te raken..'

'Het is heel zonderling, maar ik heb een zekere distantie gekregen van veel dingen, ik bedoel ik kan een aantal zaken niet meer belangrijk vinden, en wil alleen maar schrijven & dichten, aan de zee, in vrede, over dingen van vroeger, maar vooral over God, wat een schier onuitputtelijk onderwerp is. "Dit is nu al 's jongelings vierde gedicht over God, en steeds heeft hij nieuwe denkbeelden over dat onderwerp." Ik wil nog eens een ingrijpend gedicht schrijven als een getuigenis dat ik van alles gedaan heb, tijdvermorsing, stompzinnig genaai, ontucht op middagen, slechte daden jegens mensen, misleiding, bedrog en ontrouw, maar dat ik hem gezocht heb, anders niets en niemand, nooit, dat ik alleen geleefd heb uit hoop hem te ontmoeten en hem aan te raken en met hem mee te gaan, dat alles dwaasheid is en ijdelheid en stof en kaf en dat ik alleen maar naar hem verlang, hongerende en dorstende naar zijn Voltooiing. Nu ja.'

Gerard Reve in Brieven aan Wimie 1959-1963 Utrecht MCMLXXX p. 142

zondag, juli 11, 2004

'Ja, dat leven dus'

'Ja, dat leven dus: men behoort het leven monter en met een lied op de lippen tegemoet te treden, maar ik heb altijd de indruk gehad dat het leven mij achtervolgde, achternazat als het ware, en mij steeds sneller voor zich uit wilde voortjagen: "Opschieten jij! Hoe eerder het afgelopen is hoe beter."

Gerard Reve in Verzameld Werk Deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.670

zaterdag, juli 10, 2004

Het leven




'Het leven, dat is een soort lied, volgens mij.'


Gerard Reve, Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p.126

vrijdag, juli 09, 2004

Zij



'Wat zou het bestaan zijn zo Zij er niet was, kunstbroeder, de Troosteres, de Verloste, de Verheerlijkte en Gekroonde?....
Ik verlaat me maar meer en meer op Haar, dan zit het altijd goed. Zij is mij om een of andere duistere reden uitzonderlijk goed gezind, vermoedelijk omdat zij niet geheel goed bij het hoofd is. Maar waarom, vroeg ik me dikwijls af, wordt nu juist Zij het meest van alles en iedereen in de Kerk vereerd? "Omdat Zij alleeen maar helpt en troost", zegt Jakhals. "Zij oordeelt niet. Zij is geen rechter."
Dat zal het zijn.'

Gerard Reve, Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p.208

zondag, juli 04, 2004

Stad en Land (2)



'Stadsmensen zijn mensen die door een stekker gevoed worden; trek je de stekker uit het stopkontakt, dan sterven ze. Een wereld van stilte, zonder electriciteit, kunnen ze zich niet eens voorstellen. Ze weten niet, welk kwartier van de maan is. Ze geloven niet in God, omdat er nooit stilte is, waar ze zijn, en omdat de krant en de Verrekijk alles weten, of anders de encyclopaedie wel.'

Gerard Reve, Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht MCMLXXXII p.269

vrijdag, juli 02, 2004

Stad en Land(1)

'De wezenlijke tegenstelling is niet die tussen ontwikkeling en ongeletterdheid; niet die tussen links en rechts; niet die tussen kunst en maatschappij; niet die tussen jeugd en ouderdom; niet die tussen schrijvers en hen die niet schrijven. De wezenlijke tegenstelling is die tussen Stad en Land. Ik ben geen stadmens, en ben het nooit geweest. De stadsmens is de vijand van de ware inspiraatsie, en van de echte creativiteit.
De stad is een schijnbare orde, en in werkelijkheid een chaos.'

Gerad Reve, Brieven aan Simon C. Utrecht MCMLXXXII p.269

zondag, juni 27, 2004

Primitief

'Het zijn angstwekkende tijden, gekenmerkt door een tot een karikatuur uitgegroeid bijgeloof: de Dood zal binnen afzienbare tijd ongedaan gemaakt worden door de mediese wetenschap; het heelal is 'gewoon uit een ammoniawolk ontstaan' (en dat gepresenteerd als een verklaring voor het zijn van het heelal!), kortom eenn pseudo-rationeel denken, dat in werkelijkheid even primitief is als het geloof van een kind in de ooievaar. Voorlopig vind ik een Schepping uit het niets, door Gods Wil, een heel wat aanvaardbaarder visie, al kan men zich daarbij niets feitelijks voorstellen. (Vandaar dat de Kerk spreekt van een mysterie.) Enfin, niet tobben.

Gerard Reve in Brieven van een aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p. 229, 230

zondag, juni 13, 2004

'’Eeuwige onderwerping in liefde

'Het Cliché is een Godsgeschenk. Als de lezer moede begint te raken van het al te verfijnd uit de doeken doen van liefdesleed, herinneringen en schuldbesef van de held, en van al die geuren, kleuren, adjectieven en gelukte of mislukte vergelijkingen, schrijft U dan eens gewoon neder: Zoude hij dit aanbiddelijke wezen, deze duizelingwekkende blonde zeeprins ooit, al ware het slechts voor één ogenblik, mogen terugzien om dan, ja dan, in een allerlaatste kans, hem zijn eeuwige onderwerping in liefde aan te bieden?...'

Gerard Reve, Verzameld Werk deel 4 in: Zelf schrijver worden, Amsterdam/Antwerpen 2000 p.453

donderdag, juni 10, 2004

'Tragiek versterkt door humor'

Ik geef U een paar voorbeelden.
'Wat vind je van de ouderdom?' vraagt men mij. 'Het leven krijgt diepte, Mevrouw,' antwoord ik. En daar laat ik op volgen: 'Het is een afgrond, wil ik maar zeggen.' Of ik antwoord monter: 'Mijnheer, de ouderdom is de kroon op het leven,' om daar na enkele seconden pauze op te laten volgen: 'zij het een doornenkroon.' Of, bij verlies, voegt men mij toe: 'Het leven gaat door, meneer Reve!' 'Zo is het,' beaam ik volmondig, er vlak daarna aan toevoegend: 'Tenminste, als het niet ophoudt.'

Gerard Reve, Verzameld Werk deel 4 in: Zelf schrijver worden, Amsterdam/Antwerpen 2000 p.453

maandag, juni 07, 2004

De wind (2)

'We geven onze klacht mede aan de wind, wij worden gejaagd door de wind, wij verstuiven de as op de wind, de wind voert het voorjaar aan, de wind zingt van dit en van dat, een oud lied of een nieuw geluid, ziet U maar wat U er mede doet.'

Gerard Reve, Verzameld Werk deel 4, in Zelf schrijver worden, Amsterdam/Antwerpen 2000 p. 462

zondag, juni 06, 2004

De wind (1)

'Ben ik juist ingelicht, dan is er in het Hebreeuws één woord, dat zowel wind, adem, geest als rook kan betekenen.
Dat zegt reeds iets.
De wind doet het zelfgemaakte molentje van het kind draaien en snorren dat het een lieve lust is, maar diezelfde wind zendt ook het schip vol lieve zeejongens, ver van huis en roepende om hunne moeder, de ijzige, eeuwige diepte in. De wind is het Leven en de Dood: twee halen, één betalen.
"Hoor je die wind? Wel een gezellig geluid, vind je niet?'

Gerard Reve, Verzameld Werk deel 4, in Zelf schrijver worden, Amsterdam/Antwerpen 2000 p. 462

zaterdag, juni 05, 2004

'Alle liefde is medelijden'

'Als de uitspraak van Arthur Schopenhauer: 'Alle liefde is medelijden', waar is, dan is die uitspraak misschien wel omkeerbaar: 'Alle medelijden is liefde.'
Want dat medelijden gevoelen wij: medelijden met het onschuldige, immers zondenvrij geboren dier; medelijden met de schuldeloos in de aarde gekluisterde boom; medelijden met de in de boeien der zonde geketende mens; medelijden met God.'

Gerard Reve, Verzameld werk deel 4 in Zelf schrijver worden Amsterdam/Antwerpen 2000 p. 450

dinsdag, april 27, 2004

'Maar dit terzijde'

'Ons leven is een sterven, aan de kant van de weg.
Maar dit terzijde.'


Gerard Reve in Brieven aan Simon Carmiggelt Utrecht/Antwerpen 1988 p.214

zondag, april 25, 2004

Eric verklaart de vogeltekenen (2)
Zie maar eens hoe de zon schijnt




'Als we ons in een kelderachtig vertrek bevonden, dacht hij, donker, armoedig en vochtig, en het was nacht, en de regen raasde en de wind loeide, en we zaten te wachten op een verschrikkelijke boodschap, te wachten tot ze iemand die verdronken was, druipend kwamen binnendragen, dan zouden we dicht bijeen zitten en niemand zou hard durven spreken. Maar het is helemaal geen nacht, en er is helemaal geen regen of storm. Zie maar eens hoe de zon schijnt.
Hij keek naar buiten. De zon stond nog hoog genoeg om, over het huis heen, het achterste gedeelte van de tuin te beschijnen. Een merel, of althans een vogel van gelijke grootte, huppelde daar over wat eens een grindpad was geweest, pikte driftig rond in de door regens verharde bodem en wandelde onder een groen geverfd, maar vreselijk verroest tafeltje door.
Het is wel een weemoedig gezicht, zulk een ruïneachtige tuin, dacht hij. Maar van storm of duisternis is geen sprake. Er is ook niemand verdronken, voor zover dat...'

Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 , Amsterdam/Antwerpen 2001 p.123, 124

zaterdag, april 24, 2004

Eric verklaart de vogeltekenen (1)



'Meeuwen in de stad in deze tijd van het jaar, dacht hij. Men moet zich wel afvragen wat dat te betekenen heeft. Hij tuurde aandachtig om zeker te zijn dat hij zich niet vergiste, maar de lange vleugels en trage vliegbewegingen lieten geen twijfel bestaan dat het zeemeeuwen waren. Hij telde er acht. Misschien waren ze door een storm of een onweer gedwongen in de richting van de stad te vliegen, maar het leek hem toch weer onwaarschijnlijk.
De meeuwen begonnen lager te vliegen en kwamen dichterbij.
Ik had toch liever dat jullie wegbleven, zei Eric bij zichzelf, omhoog ziend naar de vogels, die nu vlakbij, boven de straat, in steeds kleiner wordende kringen vlogen.........
De zeilende bewegingen van de vogels die hij nog kon zien, veranderden nu in geklapwiek, en het volgende moment hoorde hij de tikkende en schurende geluidjes van vogelpoten in de dakgoot en op het zink van het dak.
Ze zijn gedaald, dacht hij. Zou het een teken kunnen zijn?
Maar als het een teken is, wie kan het dan uitleggen?...'

Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 , Amsterdam/Antwerpen 2001 p.113


vrijdag, april 23, 2004

HoejoejoejoejoejoePidee!



'Doch luister! Het kan begrepen worden. De dans. Oudste kunst der mensheid!
Jawel! Zoek het op! Lees het na! Ziel en lichaam! Ziel hunkert naar het licht! (Hij hief, al voorttrappelend, beide armen plechtig omhoog.) Lichaam gekluisterd aan de aarde! Wij willen niet sterven! Joeppie! Joeppie! HoejoejoejoejoejoePidee! Hoei! Hoei! '

Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 , Amsterdam/Antwerpen 2001 p.133

woensdag, april 21, 2004

'De verdediging van het boek is het boek zelf.'



"Mijn werk heeft voor eerlijke, volgroeide mensen eigenlijk geen verdediging van buiten het werk van node. Ik wil terzake refereren aan de woorden van mijn illustere kollega, Wladimir Nabokov, die over zijn schitterende roman Lolita, door zowel de wit-gele als de rode clerus gelijkelijk als obsceen veroordeeld, gezegd heeft: 'De verdediging van het boek is het boek zelf.' "

Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 , Amsterdam/Antwerpen 2001 p.461

woensdag, april 14, 2004

Kunst

'Kunst is ingeblikt of anderszins verduurzaamd verdriet, ellende dus, dat kan ik U vertellen, al heeft zij wel iets met God te maken.'

Gerard Reve, in Het Boek van Violet en Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p. 99

dinsdag, april 13, 2004

Schaduw

" 'Schaduw', 'geheim', 'heimwee', jawel daar gaat hij weder zult U zeggen, wat een woorden allemaal: ik vind dat die man, die schrijver dus, dat die het zijn eigen af en toe wel erg moeilijk maakt. Maar daar antwoord ik, schrijver als zodanig, op: 'Is dat niet gewoon mijn plicht?.
Ik bedoel dus de plicht van mij om een groot, een machtig boek te schrijven, van het licht maar ook van de schaduw? En van de liefde, of is die geen ernstige zaak? "

Gerard Reve, in Het Boek van Violet en Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p. 196

maandag, april 12, 2004

Het zonnetje in huis



'Helaas is het de waarheid, en de waarheid is niet altijd het zonnetje in huis.'

Gerard Reve, in Het Boek van Violet en Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p. 224

zondag, april 11, 2004

Een nieuw Paaslied



Een Nieuw Paaslied

Zonder gedronken te hebben, prijs ik God.
Vandaag heb ik van alles meegemaakt.
Al voortwankelend in de benedenstad,
denkend aan de Uiteindelijke Dingen,
zag ik een jongen, vermoedelijk een Duitse toerist,
en volgde hem terwijl ik dacht:
ik zal je voor je reet geven of als dat niet kan
sla mij dan maar,
de hoofdzaak is dat we bezig zijn -
tot hij De Bijenkorf in ging en ik,
duizelig van geilheid tegen mensen opbotsend,
zijn spoor bijster raakte.
Nochtans werd ik niet moede, U te loven.
Want onbegrijpelijk groot zijn al Uw werken:
Gij, die het wezen gemaakt hebt
dat van achteren een kut en van voren een staart heeft.
Zoals gezegd, ik had niet eens gedronken, maar toch wilde ik
U schreiend eren en in tranen voor U knielen,
O Meester, Slaaf en Broeder, Geslachte en Verrezen God.
Al neuriënd en in het geheim profeterend
vervolgde ik mijn weg.
Toen zag ik Bet van Beeren, aan een wit tafeltje
tegenover haar cafee gezeten, pogend met mes en vork
een makreel te openen om deze in de zon te eten.
Ik dacht kijk. Wat is in de Natuur toch alles mooi gemaakt.
(Denk maar aan al die sterren met hun lichtjaren.)
Ik wilde wel naar een of andere avondmis,
maar er was er geen.

Gerard Kornelis van het Reve, Nader tot U G.A. Van Oorschot/Amsterdam 1966 p. 143

vrijdag, april 09, 2004

Treurzang op Goede Vrijdag

...................
Maar toon mij toch, als oogst van dit rampzalig leven,
één regel, die de moeite waard en leesbaar was.

Zie verder in:
Gerard Reve in: Verzamelde Gedichten, Amsterdam 1987 p.70

dinsdag, april 06, 2004

'Dona nobis silentium'

'Stilte, dat is een zeldzaam goed geworden, meneer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, geef ons stilte zeg ik altijd. Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, dona nobis silentium.'

Gerard Reve in Verzameld Werk, deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.574

woensdag, maart 31, 2004

'Een soort acrobaat was ik..mateloos bewonderd en aanbeden,
maar ook fel benijd en gehaat'


'De Vorstin keek peinzend, in diepe aandacht. Buiten, in de paleistuin, had de invallende schemering zich wederom verdicht; een tedere schaduw was over alles in het vertrek nedergedaald, en de zachte, milde trekken van het gelaat van Hare Genade waren nog maar deels te onderscheiden. Het was, alsof de vallende schemer mij als het ware bevrijdde door mij onzichtbaar te maken, zodat ik vrijmoediger zou durven spreken, uit het diepst van mijn hart, zonder schaamte... Hoe moest ik Hare Genade het uitleggen, en samenvatten, mijn leven...Een soort acrobaat was ik, ja...het was waar...een trapeze-artiest en waaghals, mateloos bewonderd en aanbeden, maar ook fel benijd en gehaat...door tallozen...'

Gerard Reve, in Verzameld Werk, Deel 3 Amsterdam/Antwerpen 1999 p.175

dinsdag, maart 30, 2004

'Ja Mevrouw...dat ben ik. Een jongen van een circus'

'De Vorstin wendde haar gezicht naar mij toe, en keek mij aan. Haar gelaatstrekken waren nu bijna geheel in het schemerdonker opgelost, maar haar tedere, wijze ogen lichtten nog op in de laatste glans van het daglicht.
'Is het zo... zoals U het schildert, Mijnheer? fluisterde zij. "Gevoelt U zich zo..als was U..een jongen..van een circus?...'
Ik haalde diep adem. 'Ja Mevrouw,'sprak ik, 'dat ben ik...
Een jongen van een circus...Dat ben ik altijd geweest, Mevrouw...En dat zal ik altijd blijven, zolang als ik leef: een circusjongen..."

Gerard Reve, in Verzameld Werk, Deel 3 Amsterdam/Antwerpen 1999 p.177

vrijdag, maart 26, 2004

Een tevreden lezer is geen onruststoker

'Alles is krankzinnig, maar toch zijn het twee gangbare personen: de tevreden lezer (die "geen onruststoker" is) en de geboren miesmacher die niets ziet, niets weet, nog nooit iets gelezen heeft (hij draagt wat een matglazen bril gelijkt) en precies schreeuwt wat er verwacht wordt.'

Gerard Reve in: Brieven van een aardappeleter, Amsterdam/Antwerpen 1993 p.258

woensdag, maart 24, 2004

'Of er een daarginds is, of niet, dat weet niemand'

'Ik herinner mij een uitlating van Gerard den Brabander van slechts enkele jaren geleden, tijdens een ietwat schemerige gedachtenwisseling over Leven, Dood, en Eeuwigheid. "Als er daarginds geen kroegen zijn, interesseert het me geen bal", luidde toen zijn conclusie. Of er een daarginds is, of niet, dat weet niemand. Maar áls er een daarginds is, en als God Liefde is, dan zijn er daar ook kroegen. Amen.' Valse pathetiek of echte pathetiek, als het maar pathetiek is. Gevoel desnoods zo vals als schuim -als het maar gevoel is. Zo denk ik erover.'

Gerard Reve in Brieven aan Frans P. 1965-1969 Utrecht MCMLXXXIV p.76

dinsdag, maart 23, 2004

Wij zijn 'alleen maar God'

'De omgang met mensen is niet eenvoudig. Ik ben nu de ergste mensen kwijt, maar jij en ik zullen altijd belaagd blijven door mensen, die je weliswaar niet aktief in de grond willen stampen, maar je toch graag in hun eigen moeras onder water zouden willen medetrekken, waarin zij zelf bezig zijn te verzuipen. Als ze zeggen, dat niets zin heeft, dan hebben ze gelijk, maar dat geldt toch ook voor hun eigen gelul. Ons leven heeft geen zin in zichzelf: het krijgt pas zin als wij God er in herkennen. Wij zijn 'alleen maar God', om het ietwat paradoksaal uit te drukken.'

Gerard Reve in Brieven aan Frans P. 1965-1969 Utrecht MCMLXXXIV p.75

zondag, maart 21, 2004



'Wij zijn onsterfelijk en eeuwig, maar we hebben daar in ons leven weinig aan, behalve dat je het wat kalmer aan kunt doen dan iemand die denkt dat hij echt bestaat en daarom ook echt moet sterven.'

Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.78


zaterdag, maart 20, 2004

'Om veertien minuten voor tienen al naar Westerveld'

'Gisteren zag ik in de tuin een grijze nachtachtige vlinder met twee slurven driftig de bloesems van Afrikaantjes van honig ledigen. Ik bedacht dat die vlinder om kwart vóór zes al van Drees zou trekken, en om veertien minuten voor tienen al naar Westerveld zou moeten.'

Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.70



vrijdag, maart 19, 2004

"Niet verder dan in de hal'



'Over Liefde en levensgeluk praten en iets zeggen dat geen tautologie is, kan alleen als je van metafysische vertrekpunten uitgaat. Wetenschap is mooi en nuttig, als je haar maar niet verder binnenlaat dan in de hal.'

Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.51

donderdag, maart 18, 2004

'Geen normaal mens'

'Mijn oude vader klaagde altijd dat in mijn boeken 'geen normaal mens voorkwam. Maar wat wil je? (Ik moet toch nog eens een keer een normaal mens van dichtbij mogen zien. Ben jij er wel eens een tegengekomen?)

Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.40

woensdag, maart 17, 2004

'Zo is het'.

'Toch zijn we heel gelukkig, terwijl er een heleboel zijn die rustig zeggen dat er geen God is. maar dat is niet zo. Ik bedoel, die atheïsten die beweren dat God niet bestaat - dat komt alleen maar omdat zíj niet bestaan! Zo is het.'

Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.36

maandag, maart 15, 2004

'Een onstilbaar verlangen'



'Ik heb een onstilbaar verlangen naar vervoering, roes, naar iets dat mij zou kunnen betoveren en meevoeren: iets, waarvan ik zou kunnen erkennen, dat het groter was dan ik zelf. (En toch is het Koninkrijk binnen in U en 'reeds temidden van Ulieden'.

Gerard Reve in: Brieven aan Wim B. 1968-1975 Utrecht MCMLXXXIII p.34

donderdag, maart 11, 2004

'Niet bizonder, maar wel ongewoon'

'Al met al heb ik een raar leven gehad, als ik erover nadenk. Niet bizonder, maar wel ongewoon, dat is misschien het juiste woord. Er schijnt in dat leven een voorzienigheid op te treden, niet een die mij ergens naar toe helpt of raad geeft, maar die mij steeds opnieuw aan iets doet ontsnappen zonder dat ik dat zelf weet. Vrolijker heeft die voorzienigheid mijn bestaan niet gemaakt, maar er misschien wel richting aan gegeven. Niettemin staan wij voor een raadsel; wij zien in de spiegel van duistere rede, en ik denk dat het ook zo moet zijn.'

Gerard Reve in: Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.71, 72

woensdag, maart 10, 2004

"Eigenlijk geloof ik maar één ding..."

' 'Eigenlijk", sprak ik langzaam, "eigenlijk geloof ik maar één ding... Ik geloof maar één enkel ding...'
'En dat is?..' vroeg professor Hemelsoet.
'Ik geloof maar één ding', herhaalde ik langzaam. Eén enkel ding...dat, nou ja...
"mijn hoop is in leven en sterven", zo heet dat toch...Eén enkel ding...Maar dat kan ik niet uitspreken...' Ik gevoelde mij duizelig worden. Er viel een zwijgen.'

Gerard Reve in Moeder en Zoon, Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.289

zondag, maart 07, 2004

'Noch hij noch ik hadden dat beschikt'

'Het was te veel, alles wat ik in deze twee laatste sekonden dacht en gevoelde en tot een slotsom wilde voeren, maar op het bijna allerlaatste ogenblik, voordat ik de jongen zoude zien, en terwijl hij de laatste overloop onder mij reeds was gepasseerd, kwam er een wondere kalmte over mij, bijna weldadig als een vrede: er viel niets te besluiten, want het was noch de jongen zelf, die de beslissing had genomen mij te komen opzoeken, net zo min als het mijn eigen wil was geweest, die mij bewogen had op het station op het allerlaatste moment uit het treinportier mijn visitekaartje aan te reiken. Neen: hij was gekomen, en hij zoude weggaan -en heel misschien ooit, en naar alle waarschijnlijkheid nimmer meer terugkomen- maar noch hij noch ik hadden dat beschikt of zouden thans iets beschiken, omdat alles reeds, vóór alle tijden, door Iemand anders beschikt was geworden.'

Gerard Reve in Moeder en Zoon, Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.198,199

vrijdag, maart 05, 2004

'Het einde der tijden schijnt wel op handen te zijn'

'Het wordt, denk ik, steeds moeilijker over enig ernstig onderwerp een gesprek te voeren, waarin de ander na acht seconden nog weet wat hij zojuist heeft gezegd. Het einde der tijden schijnt wel op handen te zijn.'

Gerard Reve in Verzameld Werk Deel 1 Amsterdam/Antwerpen 1998 p.647

vrijdag, februari 27, 2004

'Ergens op een stenen brug



'In die nacht had ik opnieuw, als zo dikwijls, vastgesteld dat van huis uit mij nooit veel gelukt was. Als ik mijn jeugd opnieuw moest samenvatten, dan was dit het beeld: er was schraal, rossig zonlicht, laat in de namiddag, en ik stond ergens op een stenen brug, en het woei, fel en koud, zonder ophouden -misschien was daar wel de eigenlijke geschiedenis van mijn leven begonnen.'

Gerard Reve in Verzameld Werk Deel 3, Een Circusjongen Amsterdam/Antwerpen 1999 p. 45

donderdag, februari 26, 2004

Je doel bereiken

'Je moest doen wat je kon doen, ja, dat was zo, en je moest datgene doen waarmede je de meeste kans had om je doel te bereiken. deed je méér, dan bereikte je niets méér, maar schoot je bijna altijd het doel voorbij.'

Gerard Reve, in Verzameld Werk deel 5 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.331


woensdag, februari 25, 2004

'Ik behoef niets te verzinnen'

'Ik behoef niets te verzinnen. Wel heb ik in mijn werk de werkelijkheid wel eens moeten afzwakken, omdat zij ongeloofwaardiger kan zijn dan de stoutste fantasie.'

Gerard Reve, in Verzameld Werk Deel 5 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.485

dinsdag, februari 24, 2004

'Alles betekende iets'

'Alles betekende iets, meende Treger, en alles had met elkaar te maken. Was het waar dat iets wat geweest was niet meer bestond, zoals iedereen behalve hij geloofde? "De naam," dacht hij. "Wat is daarvan de naam?" Hij wist niet wat die plotselinge gedachte betekende.'

Gerard Reve in Bezorgde Ouders Utrecht/Antwerpen 1989 p. 51

maandag, februari 23, 2004

Een probaat middel



'Ik weet een middel om van een oude kop nog een betrekkelijk nieuwe te maken. Je wast des avonds je gezicht, wrijft het dan in met lanolinekrem, en gaat er dan mede voor een warmtelamp zitten. Dan naar bed. 's Morgens goed wassen en het resultaat valt werkelijk mede.'

Gerard Reve/Willem Nijholt Met niks begonnen Amsterdam/Antwerpen, tweede druk p.29, 30

vrijdag, februari 20, 2004

Reisgebed



'O God. Ik sta op het punt op reis te gaan. Ik weet niet, of het misschien mijn laatste reis is. Ik wil U liefhebben. Ik hoop, dat ik onderweg niemand enig ongeluk of ander kwaad zal berokkenen. Ik wil proberen niet, of veel minder, te drinken. Ik sta voor U. Ik weet dat ik, of ik veilig zal aankomen dan wel onderweg verwonding, ziekte of dood zal vinden, altijd U toebehoor. Want in leven en sterven zijt Gij in mij, en ben ik in U. Ik ga nu weg. Vaarwel, o God'

uit: Gerard Reve, Brieven van een aardappeleter, Amsterdam 1993, vierde druk, p.94

donderdag, februari 19, 2004

'Eén lange vlucht voor de Dood'

'Een mens kon zijn eigen zo gek maken als hij zelf wilde, maar wat had men daaraan? Gevaren, ja, die waren er, want het gehele leven was immers één lange en gevaarlijke reis, één bange vlucht dus, ja voor wat? Had ik dat ergens gelezen? Eén Bange Vlucht Voor De Dood? Waarschijnlijk wel, want zoiets bedacht je zelf niet, als je goed bij je verstand was.'

Gerard Reve in Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.225,226

woensdag, februari 18, 2004

'Gode welgevallig'

'Ook het leven van een oude man of vrouw met een poes en geraniums achter het raam, die twee maal per dag een blokje om wandelt, en verder alleen maar wat leest en peinst, is Gode welgevallig'.

Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders Utrecht/Antwerpen MCMLXXXV p.239



dinsdag, februari 17, 2004

'In den beginne was het Woord'

"Voor mij is het schrijven van een lange brief een magiese noodzaak. Alles boezemt mij angst en verlatenheid in, waar ik ook ben, maar ik kan de 'werkelijkheid' om mij heen door het schrijven bezweren. Zo enige regel uit de Schrift, dan is deze voor mij absoluut waar: 'In den beginne was het Woord.' "

Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders Utrecht/Antwerpen MCMLXXXV p.149

maandag, februari 16, 2004

'Alles is één'

'(Alles is één, III) of men zich nu Parijs, Lissabon, Sevilla of Harrow & Wheelstone bevindt: het ledikant met de koperen ballen, immer de vrees oproepend van eenzaam te zullen sterven; het nachtkastje met marmeren blad erop en sinaasappelschillen erin; het voor schrijven te lage en ook verder nutteloze, opklapbare tafeltje, dat hup-hup doet, omdat de vierde poot een flink eind boven de vloer blijft, wat altijd, bij het klandestien inschenken van het eerste glas rode wijn, een fikse gulp over de kledij doet gaan; het kabinetje dat noch tafel, noch burootje is, en waaraan dan ook schrijven eveneens onmogelijk is; de dubbeldeurige hangkast met spiegels, die via depressies tot reeksen van overmatige masturbatie leidt; de twee lampjes, één boven het bed en een ander aan het plafond, met soms nog een derde boven de wastafel 'die vrijwel nooit met hun drieën tegelijk kunnen branden, hoewel ze samen zelden de 75 Watt te boven gaan; en tenslotte, de reeds eerder genoemde vitrage waardoorheen, in alle steden der aarde, hetzelfde gezeefde licht naar binnen valt, waardoor Vastgebonden Jongens gemarteld zouden moeten worden, die er natuurlijk niet zijn, zeker niet in een derdeklashotel...'

Gerard kornelis van het Reve, Op Weg naar het Einde Amsterdam 1966 p.154

zondag, februari 15, 2004

Alles wat ik over dat Ene heb gezegd...



'Dat denk ik ook,' beaam ik. 'God gaat de ene Zondag naar de katholieke kerk, en de andere Zondag gaat Hij naar de protestantse kerk.'
Terwijl ik dit zeg, bevangen mij een onbegrijpelijk verdriet, en angst, en twijfel, en ik moet denken aan alles wat ik over dat Ene heb gezegd en geschreven en geloofd en verworpen heb, in mijn verspilde leven van opgejaagde clown; wat weet ik ervan af: wie, en waar, en hoe, en òf Hij is, en naar welke kerk Hij gaat?...'

Gerard Reve in Verzameld Werk deel 3 Amsterdam/Antwerpen 1999 p.189

zaterdag, februari 14, 2004

Een nog groter wonder..

"Als het wonder geschied was, en je hield dan toch nog iets van iemand, dan was dat een nog groter wonder. Tranen kreeg ik ervan in mijn ogen.
'Mooi is de natuur, Woelrat.' "

Gerard Kornelis van het Reve, in De Taal der Liefde Amsterdam 1972 p.183

vrijdag, februari 13, 2004

Nooit was ik zo dicht bij hem geweest

'Slechts enkele meters scheidden mij van het wezen, dat ik zou willen aanbidden en waarvoor ik zou willen knielen: nooit was ik zo dicht bij hem geweest, maar nooit, in alle tijd en eeuwigheid, zou het mij vergund zijn dichter bij hem te geraken dan ik nu was.'

Gerard Reve in Oud en Eenzaam Amsterdam/Brussel MCMLXXVIII p.265

woensdag, februari 11, 2004

Een ongelukkige jeugd...maar ik maak er nooit misbruik van '

'Men spreekt van de onbezorgde jongenstijd,' mijmerde Treger voort. 'Bestaat zoiets?' Waar halen de mensen dat vandaan? Treger verzette zich zo lang mogelijk regen de zich aandienende herinneringen aan lang geleden, maar hij kon ze niet altijd het zwijgen opleggen. 'Nee, geen erg gelukkige tijd', mompelde hij. 'Ik was eigenlijk een erg ongelukkig kind. Een ongelukkige jeugd, zo heet dat toch? Maar ik maak er nooit misbruik van '

Gerard Reve in Bezorgde ouders Utrecht/Antwerpen 1989 p.102

dinsdag, februari 10, 2004

'Want God Die zat heus niet stil'

'Ik kom hem tegen, ik zie hem terug, het kan kort of het kan lang duren,' hield Treger zich voor. 'De dingen gaan een keer nemen, eindelijk, en een keer ten goede.'
Ja op den duur gingen de dingen de goede kant uit, als je maar geduld en vertrouwen had, want God Die zat heus niet stil.'

Gerard Reve in Bezorgde ouders Utrecht/Antwerpen 1989 p.218

zondag, februari 08, 2004

Tobben



'Men moet niet nodeloos tobben.'

Gerad Reve in Moeder en Zoon Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.261

zaterdag, februari 07, 2004

'Ontboei mij, Moeder...maak mij vrij'




Maria Middelares beeld van Aloïs De Beule uit Gent
Fraterniteit Ieper

'Ontboei mij, Moeder...maak mij vrij,' fluisterde hij opeens.
Dat was het! Hoe was het mogelijk! En vrij, dat rijmde op ik weet niet wat allemaal, zo maar een gave...Neen, dat kon niemand hem afnemen.
'Neem van mij af...' fluisterde Treger, opeens in volle vervoering gerakend. Maar wat moest Zij van hem afnemen? Nu ja, te veel om op te noemen, maar Treger wees die frivole overweging af, want deze plotselinge inzet van een derde regel, die mocht er zijn...'Neem van mij af...'prevelde hij, bijna niet meer aarzelend. "Neem van mij af...de...de...ketenen der zonde.'

Gerard Reve Bezorgde ouders Utrecht/Antwerpen 1989 p.121

vrijdag, februari 06, 2004

Niet zonder hoop

"Stof tot stof," mompelde hij.
"As tot as. Maar niet zonder hoop."

Gerard Reve, in Bezorgde ouders Utrecht/Antwerpen 1989 p.138

woensdag, februari 04, 2004

De taboes God en de Dood

'Taboes doorbreken is niet, zoals men lastert, mijn ambitie, en seksuele taboes tast ik in ieder geval niet aan, want die hebben in de Nederlandse literatuur allang afgedaan; twee andere taboes doorbreek ik, zij het zonder opzet en zonder zucht tot opspraak, wel, zulks tot grote woede van de aanhangers van het rationalisme en van dat andere bijgeloof, de surrogaat-filosofie die histories materialisme heet: Ik bedoel de taboes God en de Dood. Het geeft in Nederland aanstoot, indien men zijn heimwee naar God belijdt, en de Dood de plaats geeft, die hem toekomt.'

Gerard Reve in: Brieven van een aardappeleter Amsterdam/Antwerpen 1993 p.97, 98

dinsdag, februari 03, 2004

Groenten & aardappelen



'Ik heb ontdekt, dat het literair van belang is, wat een huisvrouw in een bepaald jaar, in een bepaalde portiek, verklaart aangaande de verhouding, in hoeveelheid, tussen groenten & aardappelen op een bord. Die ontdekking heeft mij jaren gekost, maar die stuur ik je gratis & voor niks, gewoon als kunstbroeder aan kunstbroeder.'

Gerard Reve in Schoon Schip 1945-1984 Amsterdam MCMLXXXIV p.207

zaterdag, januari 31, 2004

Ik zou de mensheid & de wereld willen verlossen

' Sommige mensen kunnen aandachtige onderwerpen tijdelijk van zich afzetten -ik kan dat nooit. Ik praat lachend over alles, maar denk maar aan één ding. Ik zou de mensheid & de wereld door een grote daad of inzet willen verlossen, maar ik zou niet weten hoe: ik ben, om te beginnen, zelve het Licht niet & hoe zou ik kunnen getuigen van het Licht, als ik dat nergens zie? '

Gerard Reve, Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p.181, 182

vrijdag, januari 30, 2004

Sprakeloos

'Ik kniel wel eens neer, als niemand me ziet, sprakeloos, want ik weet niet, wat te zeggen of bij mezelf te denken. Ik zal nooit, in leven of dood, God zien 'van aangezicht tot aangezicht', en die wetenschap valt mij zwaar -soms tè zwaar.'

Gerard Reve, Brieven aan Josine M. 1959-1975 Amsterdam 1981 p.181

donderdag, januari 22, 2004

'Wie in staat is onvoorwaardelijk lief te hebben, heeft de Dood overwonnen'

'Toch smaak ik, naarmate ik ouder word, behalve de overvloedige wanhoop, ook af en toe een gevoel van vrede. Ook begin ik iets meer te begrijpen van wat de mensen en mijzelf beweegt. Het is verschrikkelijk dat we op het laatst weg moeten, maar het is ook goed, hoe zal ik het zeggen. Zonder dood zou het leven toch geen zin kunnen hebben, als je begrijpt wat ik bedoel. En wie in staat is onvoorwaardelijk lief te hebben, heeft de Dood overwonnen, en is eeuwig.'

Gerard Reve, in Brieven aan Frans P. 1965-1969 Utrecht MCMLXXXIV p.78

woensdag, januari 21, 2004

'Zoals de parel in de oester'



'In het algemeen zou gezond verstand geen luxe zijn voor die hele gemeente van verstandelijk misdeelden, die de kunst, inzonderheid die der letterkunde, als iets beschouwen dat belangrijker en van een edeler plan zou zijn dan wetenschap en techniek. Ik houd het voor mogelijk, dat de kunst, zoals de parel in de oester, een ziekteverschijnsel is, dat ophoudt te bestaan, of liever gezegd in een bepaalde maatschappij waarin de mens gelukkig is en bevrijd van vrees, geen betekenis meer heeft, voor niemand. Ik zeg niet dat dat zo is, maar het is aardig dit eens in ernst te durven overdenken.'

Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.99
(bijdrage: "De Overschatting" in De Groene Amsterdammer, 14 februari 1948)

dinsdag, januari 20, 2004

Ijdel..met inachtneming van drie dingen

'Ik kan me niet voorstellen dat enig mens ijdeler is dan ik, maar er is verschil in verschijningsvormen. Ieder moet ijdel zijn, echter met inachtneming van drie dingen: beheersing, goede smaak en gezond verstand. Dit laatste vooral om tegenover de overschatting de juiste houding in te nemen.'

Gerard Reve in Verzameld Werk deel 6 Amsterdam/Antwerpen 2001 p.99
(bijdrage: "De Overschatting" in De Groene Amsterdammer, 14 februari 1948)

maandag, januari 19, 2004

Zou waarachtige liefde ooit vergeefs kunnen zijn?

'De liefde...,' sprak de Vorstin zachtjes voor zich heen als in een mijmering.
'Zij is immers het enige waarin ik geloof,' fluisterde ik.
Opnieuw was er een zwijgen.
'Wat denkt Uwe Genade?' begon ik te spreken. 'Zou echte liefde, zou waarachtige liefde ooit...vergeefs kunnen zijn...als ware zij nimmer geweest...'
'De liefde vergaat nimmermeer, Mijnheer'.
'Gelooft Uwe Genade dat?'
Het staat toch geschreven, Mijnheer..in eeuwigheid?
Twijfelt u daaraan?


Gerard Reve, Verzameld Werk deel 3, Een Circusjongen, Amsterdam/Antwerpen 1999 p.139

zondag, januari 18, 2004

De enige zekerheid

'...-hoe ouder ik word en hoe hartstochtelijker ik honger en dorst naar Gods Uiteindelijke Gerechtigheid, hoe onzinniger mij tevens elke concrete heilsverwachting voorkomt, en ook, hoe meer ik neig naar de overtuiging, dat de enige zekerheid die het leven ons biedt, die is van de Dood.'

Gerard Kornelis van het Reve, in Op Weg Naar Het Einde Amsterdam 1966 p.51

woensdag, januari 14, 2004

'Die vogel zong gewoon Pro Deo'

'De aria van de merel deed Wessel aan een hymne denken van een beroemd buitenlands dichter, maar Wessel kon niet op diens naam komen. Was dat dan nodig? Die vogel wist toch zelf wel voor wie of wat hij zong? Die vogel zong gewoon Pro Deo, zonder betaling dus, om eenzame mensen te troosten.'

Gerard Reve, in Het hijgend hert, Amsterdam/Antwerpen 1989 p.178

zondag, januari 11, 2004

De Liefde is sterker dan de Dood

"De liefde was sterker dan de dood, dat stond zelfs in Gods eeuwig Woord, dus het was waar, maar de dood won altijd, dat leerde de ervaring. Alleen wanneer hij kwam dat wist je niet. Het was een soort levend voetbal."

Gerard Reve, Het Boek Van Violet En Dood Amsterdam/Antwerpen 1996 p.33

zaterdag, januari 10, 2004

In de zekerheid des Doods, maar in de onzekerheid van de ure van dien


afbeelding: astronomische klok kathedraal Notre-Dame in Straatsburg

In de zekerheid des Doods, maar in de onzekerheid van de ure van dien, heb ik besloten dat ik niet langer mag wachten, maar dat ik vandaag nog, op ditzelfde ogenblik, te kwart over één in de namiddag, bij een zoemende wind en een telkens tot 'het weer van alle mensen' openscheurende hemel, door het neerschrijven van deze en geen andere zin, Het Boek Van Het Violet En De Dood moet beginnen, opdat, wanneer de Dood mij zal hebben ingehaald, er misschien van alles wat ik eens zou moeten bekennen, althans iets, zij het een allergeringst, onduidelijk en ternauwernood begrijpelijk deel, op schrift gesteld zal zijn.

Gerard Kornelis van het Reve, Nader tot u Amsterdam 1966 p. 13, in Brief uit het verleden

woensdag, januari 07, 2004

Het zit altijd goed

'Je gaat dood of je blijft leven, het zit altijd goed.'


uitspraak van Gerard Reve in: Peter van Bergen, 'Lieve Gerard (enz)', Vrij Nederland 12 december 1998

dinsdag, januari 06, 2004

De dood kan het leven niet vatten


Gustav Klimt Death and Life
1916


'Het leven kan de dood begrijpen, maar de dood kan het leven niet vatten.'


context:
'De marxistiese geschiedschrijving kan de idee van de religie niet begrijpen, omdat zij zelve, als leer, een hersenloze tautologie is die geen enkele werkelijke idee bevat: het leven kan de dood begrijpen, maar de dood kan het leven niet vatten.'

Gerard Reve Moeder en Zoon Amsterdam/Antwerpen MCMLXXX p.57

maandag, januari 05, 2004

Het één of het ander (3)

Of je bent een halve meeloper, of je beukt genadeloos op elke communist, derde wegman en capitulant los.
...
Nogmaals, ik bedoel het zo: ik geloof niet dat je iets bereikt door het publiek met een elck wat wils politiek te paaien. De principiële mensen vervreemd je van je, terwijl je nergens gezag verwerft.

Gerard Reve, in Brieven aan geschoolde arbeiders, brief aan Sal Tas 18 october 1959 Utrecht/Antwerpen MCMLXXXV p.12


zondag, januari 04, 2004

Het één of het ander (2)

Of je bent politiek bewust en hebt zin je ermee te bemoeien, of je wijst elke politieke bemoeienis af. Of je besluit zonder aanzien des persoons te gaan recenseren, of je maakt er een Het Boek Van NU van.

Gerard Reve, in Brieven aan geschoolde arbeiders, brief aan Sal Tas 18 october 1959 Utrecht/Antwerpen MCMLXXXV p.12

zaterdag, januari 03, 2004

Het één of het ander (1)

Ik ben altijd iemand die de dingen graag in tweeën of drieën deelt, beslissingen wil en geen gelul. Ik bedoel: altijd het een of het ander, en geen halfslachtigheid. Of je gaat met de mode mee, en er komt een blad vol gekke vlekken en snobistische onzin en een omslag waarvan de letters niet te lezen zijn en op zijn minst diagonaal neergezet zijn, maar dan moet je het goed en geraffineerd doen -of je komt alleen met gedrukte tekst zonder grafiek.

Gerard Reve, in Brieven aan Geschoolde Arbeiders, brief aan Sal Tas 18 october 1959 Utrecht/Antwerpen MCMLXXXV p. 11,12

vrijdag, januari 02, 2004

Vier is een mooi getal


2004

Vier is trouwens een mooi getal. Het is het getal van het Leven, en van het Kruis. En wij kennen niet drie, of vijf, maar vier elementen, vier temperamenten, vier windstreken, vier jaargetijden, vier evangeliën, enzovoorts.

Gerard Reve in Verzameld werk deel 4, Amsterdam/Antwerpen 2000, p.433

woensdag, december 31, 2003

'Vermorsing van veel kostbare tijd'

'Steeds duidelijker is het mij geworden, dat ik een dwaas, dwalend en zondig leven heb geleid, maar het onvergeeflijkste van alles is de vermorsing van zo veel kostbare tijd. Ik heb er zeer veel domme meningen op na gehouden, die nu hebben afgedaan.'

Gerard Kornelis van het Reve in Op weg naar het einde, Amsterdam 1966 p.135
'Het is gezien..het is niet onopgemerkt gebleven.'



'Ik leef,' fluisterde hij, 'ik adem, ik beweeg, dus ik leef. Wat kan er nog gebeuren? Er kunnen rampen komen, pijnen, verschrikkingen. Maar ik leef. Ik kan opgesloten zijn, of door gruwelijke ziekten worden bezocht. Maar steeds adem ik, en beweeg ik. En ik leef.' Hij liep terug naar de keuken, voltooide het poetsen en betrad zijn slaapkamer.
'Konijn,' zei hij, het konijn op de arm nemend, 'je straf is ingetrokken, gezien je grootste verdiensten voor de zaak. 'Hij zette het dier op de schrijftafel, sloot de grodijnen en begon zich uit te kleden. Toen hij gereed was, trommelde hij zich met de vuisten op de borst, en betastte zijn lichaam. Hij kneep in het vel van de nek, in de buik, de kuiten en de dijen. 'Alles is voorbij,' fluisterde hij, 'het is overgegaan. Het jaar is er niet meer. Konijn, ik ben levend. Ik adem, en ik beweeg, dus ik leef. Is dat duidelijk? Welke beproevingen ook komen, ik leef.'
Hij zoog de borst vol adem en stapte in bed. 'Het is gezien,' mompelde hij, 'het is niet onopgemerkt gebleven.' Hij strekte zich uit en viel in een diepe slaap.


Gerard Kornelis van het Reve, De Avonden, een Winterverhaal, 1947
Amsterdam 1971, eenentwintgste druk p.196

dinsdag, december 30, 2003

Een 'draaglijker soort eenzaamheid'



'Over een paar uur vertrekt het schip, en het is mij zeer droefgeestig te moede, al heb ik het gevoel, dat de genomen beslissing de juiste is.
...
In ieder geval heb ik me nog nooit in mijn leven met enig ander levend wezen verwant gevoeld. Waarschijnlijk is het beter, dat ik van nu af aan in afzondering leef, dat is een draaglijker soort eenzaamheid dan die, ondergaan in het gezelschap van een ander.'

Gerard Kornelis van het Reve in Op weg naar het einde, Amsterdam 1966 p.134

maandag, december 29, 2003

'Ach alles is zo ver, en zo moe'

Het is voor de zoveelste keer 'het weer van alle mensen'. Soms, als de wind bijna geheel is gaan liggen en het zonlicht, zeer stil en oud, doorbreekt, en ik door de patrijspoort kijk naar de lelijke automobielen op de kade en, heel in de verte, tussen de huizen door, een klein boompje zie, misschien een smal esdoorntje of berkje, waarvan de honderden blaadjes als evenzovele groene spiegeltjes, enzovoorts; ach, alles is zo ver en zo moe.

Gerard Kornelis van het Reve in Op weg naar het einde, Amsterdam 1966 p.134

zondag, december 28, 2003

Niet omkeerbaar

'Kind,' zei hij tegen Joosje, 'hetzij je met dit, hetzij je met dat binnenkomt, zet het even neer en doe de deur dicht. Tocht is wind in huis.' 'Tocht is wind in huis, ' herhaalde hij, zich tot Chris wendend, 'is dat zo of niet? '
'Ja, ' antwoordde deze, 'tocht is wind in huis. Je hebt gelijk. Maar de definitie is niet omkeerbaar. Dat is een kwaad teken. Ik bedoel: wind in huis is nog geen tocht. '

Gerard Kornelis van het Reve, De Avonden, een Winterverhaal, 1947
Amsterdam 1971, eenentwintgste druk p.100

zaterdag, december 27, 2003

Dat gaat vanzelf

'Je wordt oud en ziek en dan sterf je. Zo moest het ook, en gelukkig gaat het ook zo. Dat ziek worden en sterven, daar behoeven we ons niet mede te bemoeien, want dat gaat vanzelf. Maar de ouderdom is interessant. Je wordt vrij. Je kunt steeds vrijer spreken, naarmate je dichter bij de Dood komt. Nu ja, zo zie ik het natuurlijk niet de gehele dag, maar vanmorgen wel.'

Gerard Reve, Klein gebrek geen bezwaar, Een keuze uit zijn brieven
Brieven aan Simon C. 1971-1975 Utrecht/Antwerpen MCMLXXXVI p.175,176

vrijdag, december 26, 2003

Door grote en kleine tegenslagen gelouterd

'Laat ons de dag op welbestede wijze doorbrengen. We laten ons door niets ontmoedigen. Veeleer worden we door grote en kleine tegenslagen gelouterd.'


Gerard Kornelis van het Reve, De Avonden, een Winterverhaal, 1947
Amsterdam, eenentwintgste druk 1971 p.68

donderdag, december 25, 2003

'Kerstmis, het is gauw voorbij, voorbij, voorbij...



'Kerstmis, het is gauw voorbij, voorbij, voorbij...' meende ze te horen zeggen. 'Ach, Kerstmis, eenmaal in het jaar, eenmaal maar, en de geschenken, en allerlei presentjes...' hoorde ze duidelijk zeggen. De stem verdween en ze hoorde, als van verre, een lied....
Nu was het haar te moede, alsof ze zich ergens bevond waar ze lang, vol verwachting op een of andere verrassing moest wachten.

Gerard Reve in Tien vrolijke verhalen: De Kerstavond van Zuster Magnussen Amsterdam/Antwerpen 1993 p.56


woensdag, december 24, 2003

'Iets van de weemoed '

'Zuster Magnussen mocht nuchter zijn, juist op dit ogenblik, nu het gezoem om haar heen was verstomd, en ze het getingel van de klokjes en het gezang uit de winkels niet meer hoorde, maakte zich iets van de weemoed van haar meester, waarvan elke Kerstviering doortrokken is: vrede op aarde, de geboorte van Gods Zoon, lange treinreizen, druilerig donker weer, dat de mensen in fel verwarmde vertrekken bijeendreef, schittering van verzilverd glas, gemorste kunstsneeuw, bergen verfrommeld pakpapier en de geheime geur, droevig als een jeugdherinnering -de geur van kaarsvet en warm geworden dennenaalden.

Gerard Reve in Tien vrolijke verhalen: De Kerstavond van Zuster Magnussen Amsterdam/Antwerpen 1993 p.56

dinsdag, december 23, 2003

Tom te tom tom

'Tom te tom tom, tom te tom, ' zong Frits in zichzelf,
'het gaat slecht, verder gaat het goed.'

'Het gymnasium bestaat twintig jaar. Ik ga er heen, voor mijn plezier'.'
'Wij deinzen voor niets terug,' zei hij hardop. 'Het zou kinderachtig zijn, weg te blijven. De beproevingen dienen in het gelaat gezien te worden.'

Gerard Kornelis van het Reve, De Avonden, een Winterverhaal, Amsterdam 1971 p.24, 25

maandag, december 22, 2003

'Hoei boei, de kachel'



'Hoei boei, de kachel,' zei zijn moeder. Ze keek in het vuur en zei: 'Hij brandt goed. Denk eraan, dat jullie hem zo laat staan. Met de ketel ertussen.' Ze deed voor, hoe de aluminium waterketel tegen de bovenkant van de vulklep gezet moest blijven, zodat deze een eindje open stond. 'Anders vliegt alles er in een uur door, ' zei ze.


Gerard Kornelis van het Reve, De Avonden, een Winterverhaal, Amsterdam 1971 p.12

zondag, december 21, 2003

Een lied van overgave

'Opnieuw dus: Uit de diepten. En alweer: nadat hij een zeer groot aantal dagen onafgebroken aan de kruik was geweest, nog steeds echter zonder dat je veel bizonders aan hem kon zien. Een zang ook, terwijl hij ferm bleef doorstappen in de richting van de Duisternis, en weer: voor de orkestmeester. Wederom: een Nachtlied. En meer dan ooit een lied van overgave, want nimmer was mijn heimwee naar U zo fel, en zo mateloos.'

Gerard Reve, Nader tot U Amsterdam 2001 p.109
 
Tweets van @Revetwalender